about
Toon menu
Opinie

Is vrije toegang tot media en communicatie een garantie op democratische participatie?

De liberalisering van de media neemt razendsnel toe maar worden we daar enkel maar beter van, vragen VN-medewerkers Patrick Keuleers en Sarah Lister zich af? "Ook als er geen sprake is van censuur, merken analisten schadelijke effecten op de samenleving van ons toegenomen vermogen om de mediaconsumptie te personaliseren en daarmee bepaalde informatie en standpunten bewust te ontwijken."
vrijdag 2 februari 2018

De laatste jaren hebben technologische ontwikkelingen en de liberalisering van de media tot een explosieve verandering geleid in het veld van media en communicatie. Dat heeft ingrijpende gevolgen voor de manier waarop mensen worden geïnformeerd, hoe zij met elkaar omgaan en hoe ze deelnemen aan het openbare leven.

De toegang tot het internet en tot mobiele telefonie neemt razendsnel toe. Vergelijkbare patronen zijn te zien in andere sectoren, wat duidt op een aanzienlijke verschuiving in de manier waarop mensen informatie verzamelen en met anderen omgaan.

De effecten van deze ontwikkelingen zijn ongekend: van het faciliteren van politiek engagement tot buitenlandse bemoeienissen met binnenlandse aangelegenheden of het ongecontroleerd verspreiden van desinformatie die politieke polarisatie aanspoort. 

Van informatie tot haatspraak

Vrije en onafhankelijke media spelen een centrale rol in een gezonde samenleving: ze geven noodzakelijke toegang tot informatie, controleren, en bieden een platform voor debat en dialoog. Als de technologie die deze informatiestromen mogelijk maakt echter wijzigt, moeten we nadenken over de effecten daarvan en ons afvragen wat de impact is op de wereldvrede, het bestuur en de sociale cohesie.

In veel landen is de mediamarkt geliberaliseerd, heeft er zich een snelle verandering voorgedaan in de ICT-sector en zijn de verschillende mediakanalen sterk gegroeid. Het potentieel voor media om haatspraak te ondersteunen, conflicten aan te zwengelen en de politieke verantwoording te verminderen is daarmee echter ook toegenomen. 

Hoewel sociale media positieve mogelijkheden hebben gecreëerd om te netwerken en je engagement te tonen, heeft het medium ook nieuwe problemen gecreëerd, van het pesten van jongeren en volwassenen in de virtuele ruimte tot de schending van de privacy, stalken en identiteitsdiefstal. Niet te vergeten: bedrijven die steeds vaker de activiteiten en meningen van hun werknemers of sollicitanten scannen op sociale media.

Internetvrijheid?

De mensen achter de sociale mediaplatformen zijn zich bewust van deze uitdagingen. In 2018 zal Facebook meer dan 10.000 mensen inhuren, enkel en alleen al om aan de veiligheid en de beveiliging van het netwerk te werken. 

De groei van digitale platforms heeft het op sommige plaatsen voor overheden moeilijker gemaakt om de toegang van mensen tot informatie te controleren, hun recht op vrijheid van meningsuiting te beperken of de persvrijheid te beteugelen.

Desalniettemin leeft twee derde van de internetgebruikers onder regimes die censuur hanteren. De internetvrijheid daalde wereldwijd voor een zesde opeenvolgende jaar in 2016 . Onderwerpen die onderhevig zijn aan online beperkingen zijn kritiek op de autoriteiten en op corruptie, publieke oproepen tot actie, het in vraag stellen van religie en belangenbehartiging voor LGBTI-kwesties.

Meer staten gebruiken hun macht om critici te intimideren en als gevolg daarvan kunnen mensen die niet onderworpen zijn aan formele censuur door de staat aan zelfcensuur doen, bijvoorbeeld als er sprake is van veiligheidsrisico’s. Zelfs in een context waarin er geen sprake is van censuur merken analisten schadelijke effecten op de samenleving van het toegenomen vermogen om onze mediaconsumptie te personaliseren, het bewust ontwijken van bepaalde informatie en standpunten die we liever niet tegenkomen.

#MeToo

Sociale media hebben het gemakkelijker gemaakt om mensen te verzamelen voor een bepaald doel, binnen en over nationale grenzen heen. Ze hebben massabewegingen gestimuleerd. De #MeToo-beweging van eind vorig jaar verspreidde zich over landen, talen en sectoren heen. Miljoenen vrouwen en mannen werden gestimuleerd om zich uit te spreken over hun ervaringen met seksuele intimidatie.

Andere progressieve campagnes werden meer bewust opgezet, zoals bijvoorbeeld de door de VN georganiseerde sociale mediacampagne 'World We Want' in het kader van de onderhandelingen over de Agenda 2030 rond duurzame ontwikkeling.

Sociale media kunnen duizenden mensen online mobiliseren en georganiseerd protest vergemakkelijken. Een spontane bijeenkomst kan zo snel veranderen in een grote, georganiseerde beweging. 

De wereld bereiken via YouTube 

Sociale netwerken speelden een rol bij het uiteen vallen van regimes in Tunesië en Egypte en uit statistieken blijkt dat tijdens de Arabische Lente het aantal gebruikers van sociale netwerken, met name Facebook, gigantisch steeg, vooral in landen waar politieke opstanden plaatsvonden. Een van de deelnemers aan het protest vatte het zo samen: “We gebruiken Facebook om de protesten te plannen, Twitter om ze te coördineren en YouTube om het aan de wereld te vertellen.”

Digitale en sociale media transformeren ook het gedrag van politici. Het stelt hen in staat miljoenen mensen kosteloos te bereiken. Het laat politieke debatten plaatsvinden in een virtuele ruimte zonder lastige persoonlijke confrontaties.

Politieke discours veranderd

Het gebruik van sociale media, waaronder Twitter, om politiek getinte berichten en commentaren te leveren op binnen- en buitenlandse gebeurtenissen, in realtime en zonder enige redactionele controle, feitelijke correctie of evenwichtig advies, heeft de rol en de aard van het politieke discours grondig veranderd.

Nieuwe softwaretoepassingen (bots) maken repetitieve bewerkingen mogelijk (bijvoorbeeld het retweeten van de berichten van politici om het aantal volgers te verhogen), om een illusie van populariteit te creëren en de publieke opinie te beïnvloeden.

Hoewel de Interparlementaire Unie (IPU) enkele richtlijnen voor parlementariërs heeft opgesteld, moet er nog veel meer gebeuren op vlak van begeleiding en passend politiek gedrag.

Kortom, de veranderingen wat betreft ons gebruik en toegang tot media, informatie en communicatie zullen positieve en negatieve gevolgen blijven hebben voor het bestuur. Hoewel de snelheid van informatie-uitwisseling en nieuwe manieren van communiceren democratische, economische en sociale voordelen kan opleveren, kunnen ze ook politieke polarisatie en sociale conflicten veroorzaken of verergeren.

Meer verbonden, meer democratisch?

Het is niet helemaal zeker of deze veranderingen altijd hebben geleid tot een beter geïnformeerde samenleving die toegang heeft tot betrouwbare informatie, evenwichtige standpunten of tot meer stemmen in het debat.

Vrije, onafhankelijke en pluralistische media, waaronder sociale media, blijven essentieel voor een open en goed geïnformeerde samenleving. Maar de vraag dringt zich op of een meer verbonden wereld ook een meer democratische wereld wordt. Het is een van de bestuurlijke uitdagingen die we niet langer uit de weg mogen gaan.  


Patrick Keuleers is beleidsdirecteur Governance and Peace Building bij het VN-Ontwikkelingsprogramma (UNDP). Sarah Lister is directeur van het Oslo Governance Centre van het UNDP.


Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.