about
Toon menu
Interview

Kristof Hoornaert: “Resurrection moet je voelen in je lijf”

'Resurrection', het indrukwekkende speelfilmdebuut van Kristof Hoornaert, is een prikkelende poëtische parabel over wreedheid en beschaving. Een verhaal van schuld en boete, van een louterende hergeboorte, dat onder je huid kruipt en je ook na de vertoning niet meer loslaat. Het is een boeiende film, maar een die volgens de cineast “tegen de mainstream manier van film maken ingaat. Vaak ziet men film als entertainment, iets dat je consumeert. Voor mij is het logisch om eerder kunstzinnige films te maken.” Ijzersterke artistieke auteurcinema.
donderdag 4 januari 2018

Resurrection is een zwaar geladen titel,” zegt Kristof Hoornaert (° 1980), “daarom wordt die ook gepresenteerd in kleine letters in de film en op de poster.” De regisseur-scenarist kiest voor spirituele cinema die blijft nazinderen, maar weigert zijn verhaal te doen kapseizen onder loodzware ernst. Resurrection start als een haast stomme film wanneer een oude man (vertolkt door Johan Leysen), die al jarenlang geïsoleerd van de beschaving leeft, in het bos nabij zijn afgelegen woning een halfnaakte jongen (rol van Gilles De Schryver) aantreft.

Die weigert te spreken, ook wanneer de kluizenaar hem opneemt in zijn huis. Alhoewel beiden nauwelijks communiceren, ontstaat er toch een band tussen hen. Wanneer de politie langskomt, ontdekt de oude man dat zijn gast iemand vermoord heeft. De moordenaar en zijn gastheer staan daardoor voor keuzes. Belangrijker nog, voor personages en toeschouwers, is de zoektocht naar empathie en begrip. Tijdens Film Fest Gent spraken we met Kristof Hoornaert over zijn fascinerende debuut.

RESURRECTION: Het Christus offer van de kluizenaar


Is Resurrection een herwerking van of een vervolg op je kortfilm trilogie Kaïn, The Fall en Empire?

Kristof Hoornaert: “Ik schreef het scenario van Resurrection in 2003 met de bedoeling er een langspeelfilm van te maken. Tijdens mijn zoektocht naar financiering kwam ik terecht bij een producent die me voorstelde eerst een kortfilm te draaien. Ik heb toen de eerste drie pagina's van het script verfilmd als Kaïn (2009). Omdat mijn filmstijl nogal afwijkt van normale cinema kon ik pas 14 jaar en nog twee kortfilms (The Fall, 2013 en Empire, 2015) later mijn eerste langspeelfilm maken op basis van dit 'oude' scenario.”

Het lijkt me dat je ook letterlijk beelden herneemt; zoals het wassen van bebloede handen in het begin van de film.

“Dat zijn die fameuze eerste drie pagina's van mijn scenario die ik verfilmde in Kaïn en nu dus terug oppik in Resurrection. Voor die eerste kortfilm had ik nog enkele scenario's van langspeelfilms geschreven. Want het is niet dat ik bewust startte met kortfilms als opstapje naar langere films. Ik wist aanvankelijk zelfs niet hoe je aan een kortfilm begon.

Maar ik merkte snel dat kortfilms in Vlaanderen een middel zijn om mensen te overtuigen dat je echt wel een langspeelfilm kan maken. Ervaring opdoen en prijzen winnen op festivals kan geldschieters over de brug halen. Zeker voor een artistiek project als Resurrection geeft men je niet meteen geld om je eerste langspeelfilm te maken.”

De geboorte van een geweten

Is het thema van de film leven met schuldgevoelens en de geboorte van een geweten?

“Dat zit inderdaad in Resurrection maar alles draait voor mij vooral om de vraag hoe we moeten omgaan met de wreedheid van mens en beschaving. Het door Johan Leysen gespeelde hoofdpersonage worstelt heel erg met die vraag. Lang geleden is hij de beschaving ontvlucht en nu haalt hij de wreedheid terug in huis met het personage van Gilles De Schryver, de jongeman die hij in de natuur vindt en uit medelijden mee naar huis neemt.

Na een tijdje ontdekt hij echter dat de jongen een moord heeft gepleegd. De centrale vraag is: hoe gaat hij daarmee om? Naar het einde van de film toe heeft hij een antwoord op die vraag. Wanneer je het bekijkt vanuit het personage van Gilles gaat het over schuld en boete, Dostojevski dus, maar ook over een politiesysteem dat machteloos is.”

In welke zin?

“De twee politieagenten die een paar keer langskomen lossen, in tegenstelling tot wat we gewend zijn te zien in politiefilms, niets op en het gevangenissysteem is totaal inadequaat.”

De agenten gaan ook heel aarzelend te werk, ze zijn geen zelfverzekerde speurders.

“Ik wou er ook een komische noot aan geven. Wie goed kijkt merkt dat wanneer de agent de deur van de combi wil opendoen, ze even hapert. Het zit in kleine details, dingen die het traditionele politieoptreden ondergraven. Ik wou het politieapparaat compleet ontmantelen door de agenten te laten laveren tussen het slijk en de kippen.”

Bij hun tweede bezoek kan een van hen amper zijn lach onderdrukken.

“Dat was ook de bedoeling. Johan ontkent continu dat hij iets weet van de moord en de agent gelooft hem niet. Hij denkt meer te weten maar weet eigenlijk niets. Ze stappen ook telkens te traag terug naar hun auto waardoor dat machtsapparaat ontmanteld geraakt.” 

Fysieke non-verbale cinema

De film opent erg fysiek met een gevecht en met geluid maar zonder dialoog of gesproken woorden.

“Ik wou op een heel fysieke manier beginnen en toch een zekere afstand bewaren. Pas wanneer Johan opduikt krijgen we close-ups van een gezicht. Dat heb ik zo lang mogelijk uitgesteld omdat ik het wou hebben over de mens in de natuur en over het afschuwelijke Kaïn en Abel gegeven.

Wat ik ook interessant vond is dat je heel die moord haast in real time ervaart, waardoor je dat ook sterker meeneemt wanneer je het personage doorheen de film ziet evolueren. Het was ook altijd de bedoeling om het hoofdpersonage later te introduceren. Aanvankelijk denken we dat de moordenaar de protagonist is maar met het verschijnen van Johan is er een switch. Plots gaat het over hem.

Om terug te keren naar Kaïn en Abel en de wreedheid van mens en beschaving; in mijn ogen begint het daar en evolueert het naar een soort Christusfiguur die zich verwant voelt met het leed in de wereld en zijn offer doet.”

Er zijn kruisbeelden zonder Christus te zien in de film. Waarom haalde je Jezus van het kruis?

“Omdat het belachelijk ging zijn om daar een metalen figuurtje aan te hangen. Maar vooral ook om het te desacraliseren en het verhaal eenvoudig te houden.” 

Spiritueel of religieus?

Om van Resurrection een spirituele film te maken en geen religieuze?

“Sommige mensen gebruiken het woord religieus, ik het woord spiritueel. Ik groeide op in een katholiek milieu maar ik ga niet naar de kerk, bid niet en geloof niet in God. Toch spelen christelijke waarden een rol in mijn werk.”

Waardoor sommigen Resurrection religieus zullen interpreteren.

“Absoluut, en dat is een geldige interpretatie. Maar de film is bewust open gemaakt. Ik laat de kijker de vrijheid om dingen zelf in te vullen en te interpreteren. Ik wil geen regisseur zijn die zegt 'daarover gaat het' en 'dat moet je denken'. Ik wil dat de kijker zelf reflecteert, zelf nadenkt en een eigen visie ontwikkelt.

Ik denk dat de filmervaring die je zo creëert bijzonder sterk is, omdat de kijker verplicht wordt om na afloopt verder na te denken over de film. Daarom was het bij de eerste vertoning tijdens Film Fest Gent achteraf ook zo stil in de zaal: mensen vroegen zich af wat ze gezien hadden en moesten dit nog verwerken. De catharsis van de film speelt in het hoofd van de kijker nadat de film gedaan is. Dat is voor het mij het sterkst soort film.

De religieuze elementen van de film vomen een vertrekpunt om iets te vertellen over de mensheid vandaag, om dat proces te starten in de geest van de kijker. Overigens kan je overal religieuze elementen ontdekken. In films maar ook in schilderijen, toneelstukken, boeken, popmuziek, ...”

Beklijvende parabel

Het openingsshot van het appartementsgebouw zet meteen de toon van Resurrection. Dit is geen 'levend' gebouw dat een personage wordt zoals bijvoorbeeld in Christina Vandekerckhove's documentaire Rabot maar meer een metafoor. Verwacht geen realistisch verhaal is de boodschap. Je opent sprookjesachtig.

“Ja, ik wou het compleet niet realistisch tonen. Ook het geluid is niet realistisch, het is heel vervormd. De kleuren trok ik naar zwart-wit en in combinatie met slowmotion gaf dat meteen aan dat we in een poëtische realiteit zitten. Dit is niet in de wereld van vandaag, we bevinden ons in een vervorming. Voor mij is Resurrection een poëtische expressie en met die eerste beelden maak ik duidelijk dat de toeschouwer de film moet bekijken als een vervorming van de werkelijkheid.”

Wat voor een hedendaags bioscooppubliek niet evident is.

“Vooral jongere kijkers hebben het er blijkbaar moeilijk mee, ze zijn het niet gewend om zelf tijd te nemen om na te denken, om dingen te bekijken. Het ritme van de film is traag, terwijl jongeren gewend zijn aan een snel tempo, aan een stroom van informatie. Maar door die snelheid missen ze ook de reflex om emotioneel en intellectueel te investeren in iets.

Bij oudere toeschouwers merk ik dat voor hen de film helemaal niet traag overkomt, dat alles snel voorbijgaat omdat er redelijk veel gebeurt. Net omdat je zelf continu participeert en bezig bent. Die verschillende reactie is natuurlijk een probleem maar wanneer je dit soort cinema maakt weet je dat je voor- en tegenstanders zal hebben.” 

Contemplatieve slow cinema

Op een moment dat zelfs Blade Runner 2049 te contemplatief blijkt voor het bioscooppubliek is het een gedurfde keuze om contemplatieve slow cinema te maken.

“De film van Denis Villeneuve is een contemplatieve arthouse blockbuster. Ik vind dat prachtig, maar het ritme is zo traag, natuurlijk bewust om in een soort trance te geraken, dat het mensen afschrikt. Sommigen pikken dat niet terwijl anderen volledig mee zijn.”

Je kan onmogelijk iedereen plezieren. Resurrection weerspiegelt ook een beetje een state of mind van sprookjesachtige figuren.

“Sprookje is misschien het verkeerde woord, parabel is gepaster. Een stukje poëzie, zoals een schilderij een poëtische interpretatie van de werkelijkheid is. Een schilderij is geen realistische weergave van de werkelijkheid maar een vervorming waarmee je iets kan uitdrukken. Ik vergelijk het met de beeldhouwwerken van Rodin waar  lichamen ook niet realistisch zijn, omdat de voeten of de handen te groot zijn in vergelijking met het lichaam, waardoor je iets vertelt over de mens. Net die vervorming maakt het mogelijk om thema's uit te drukken. Dat vind ik een van de boeiende mogelijkheden van cinema, ook al weet ik dat de meeste mensen heel realistisch denken. Ze verkiezen een soort psychologische kijk op de dingen waar alles mooi wordt uitgelegd en het allemaal rationeel klopt.” 

Erfgenaam van Pasolini en Tarkovski

Wanneer je poëtisch realisme zegt denk je ook aan iemand als Jean Cocteau (Le sang d'un poète, La belle et la bête, Orphée), maar in zijn tijd was het surrealisme als kunststroming nog geen ver verleden, was men er nog vertrouwd mee.

“Klopt, de films waar ik van hou zijn de films uit de jaren vijftig, zestig, zeventig. De films van Pier Paolo Pasolini, Andrei Tarkovski, Aleksandr Sokurov; films die weinig met de werkelijkheid te maken hebben maar een eigen wereld creëren. Ik las onlangs een quote van Tarkovski die zij dat al die regisseurs toen poëten waren.

Daar gaat het eigenlijk over: er wordt een poëtische werkelijkheid gecreëerd die zodanig specifiek is voor elke individuele regisseur dat ze ons telkens op een heel eigen manier aanspreekt. Dat wou ik doen als regisseur: een poëtische expressie geven aan iets en het verhaaltje is enkel een kapstok voor die poëzie. De betekenis van de film ligt in de cinematografische expressie en niet in het narratieve.”

Heeft Resurrection je op dat vlak iets geleerd?

“Het is altijd diezelfde les die hard aankomt. Ook met mijn kortfilms heb ik gemerkt, en ik zeg het heel zwart-wit maar er zit veel waarheid in, dat je altijd mensen hebt die heel psychologisch kijken naar films terwijl anderen contemplatief kijken en dat die twee niet verzoenbaar zijn.

Daardoor krijg je tegenstrijdige reacties. Je kan dat niet veranderen omdat mensen nu eenmaal op een bepaalde manier ingesteld zijn en niet snel anders gaan kijken. Ik heb daar allemaal geen probleem mee, iedereen mag kijken hoe hij wil, maar als regisseur is het soms een beetje frustrerend te moeten opboksen tegen onbegrip.” 

Op het ritme van de kluizenaar

Is de “ik weet niets van jou, zelfs je naam niet”-uitbarsting van het Johan Leysen-personage niet een beetje de gefrustreerde reflex van bioscoopgangers die het gewoon zijn om door filmmakers bij te hand te worden genomen?

“De oude kluizenaar is een natuurmens, iemand die een band heeft met de aarde, de wind en de dieren. Het contemplatieve ritme van Resurrection is zijn ritme. De omgeving drukt zijn stempel op de mens. Toen we er zelf gingen draaien was dat ook voor ons een andere manier van leven en wanneer je dan in een andere wereld terechtkomt is het contrast groot.”

Verwijs je naar de gevangenisscène? Heb je trouwens in chronologische volgorde gedraaid?

“De opnamen verliepen chronologisch, we hebben pas op het einde in de gevangenis gefilmd. De schok was ook voor ons groot. Dat natuurpersonage transporteren naar de stad was heftig.”

Vooral omdat het een gesloten universum is dat contrasteert met de openheid van de natuur, met de vistas waar de kluizenaar graag naar staart.

“De tegenstelling tussen die openheid en de gesloten instelling was immens. Die overgang is natuurlijk wat vreemd. Maar er gebeuren nog rare dingen in de film en wanneer je er realistisch naar kijkt haak je waarschijnlijk af omdat het gewoon niet kan of te bizar is.” 

Andere Cinema

Dat is dan de keuze of ingesteldheid van de kijker, je kan als regisseur enkel duidelijk maken wat soort film het is, zodat er geen misverstanden ontstaan.

“Daarom zei ik in mijn Film Fest Gent-inleiding ook 'dit is cinema on the edge, dit is geen film zoals jullie normaal te zien krijgen, maar iets anders'. Zo wist het publiek enigszins wat het ging zien. En dat is géén thriller over een kluizenaar die een moordenaar over de vloer krijgt.”

Wat wou je bereiken?

“Ik wou de kijker zelf laten reflecteren over de thema's. Ik zie Resurrection voor een deel als een Christusfilm, het verhaal van iemand die zichzelf verzoent en opoffert voor de mensheid. Uiteindelijk keert hij terug naar de beschaving na zovele jaren. Op een of andere manier verzoent hij zich met die beschaving. De centrale vraag is dan 'hoe gaan we om met de wreedheid van de mens en de beschaving?'.

Zeker vandaag de dag is dat een actuele vraag. Wat het personage doet is heel extreem – ik denk niet dat er iemand een moordenaar zal vergeven of zijn plaats wil innemen – maar het is een expressie van liefde en verzoening ook al gaat het in tegen de normale manier van denken.

Toen ik het scenario aan het schrijven was, las ik het verhaal van een vrouw die een bomaanslag op een bus had overleefd en de dader, die ook nog in leven was gebleven, ging opzoeken. Iedereen in haar omgeving was daar compleet tegen. Dat idee vond ik heel interessant.

Ondanks het feit dat een individu niet goed te praten slechte dingen heeft gedaan, sluiten we hem niet op in een hoekje maar proberen we ons open te stellen en te zoeken naar begrip, naar waar dat geweld vandaan komt. Ik denk dat het te gemakkelijk is om te zeggen, 'het zijn slechte mensen en dat is het.' Het moet van ergens komen. Niemand wordt slecht geboren.” 

Geen goed versus kwaad drama

De moordenaar in Resurrection is niet 'het kwaad'.

“Nee, want hij is duidelijk zelf een slachtoffer. Hij heeft een buil op het achterhoofd en hij lijdt manifest. Aan zijn gezicht merk je ook dat hij berouw heeft, dat hij de moord betreurt.”

Het feit dat we nooit te weten komen waarom hij het gedaan heeft kleurt zijn daad.

“Over de 'waarom'-vraag heb ik het liever niet in de film. Hij haalt uiteindelijk 'geld' aan als mogelijk motief maar voor mij is dat geen concrete verklaring. Geld staat symbool voor de beschaving. Het is eerder een metaforisch gegeven. Wat onderstreept wordt wanneer hij in de gevangenis door de metaaldetector loopt en ze geld uit zijn zakken halen.

Ik wou zeker geen psychologische verklaring geven voor de moord want dan instrueer je de kijker om alles via een oorzaak en gevolg stramien te bekijken. Daar wou ik het niet over hebben. Het ging me over twee mensen die elkaar trachten te vermoorden in een bos, daar in de verte. Gewoon de broedermoord, Kaïn en Abel, en het gaat niet over de reden. Wel een antwoord geven op de 'waarom'-vraag zou het personage veel te specifiek maken. Dan werd het een archetype en ging het over 'hem' met zijn problemen en zijn motieven ...”

... dan kan je het weg klasseren en gaat het niet over 'ons'.

“Voilà, als kijker ga je dan zeggen 'daarom heeft hij het gedaan' en kan je alles van je af schuiven.”

Waardoor je je als kijker niet langer aangesproken voelt.

“Vanaf dat je antwoorden geeft, stel je de kijker veilig.” 

Actieve betrokkenheid

Je wil met een contemplatieve film de kijker betrekken bij het drama.

“Absoluut. Alles staat in functie van het actief betrekken van de kijker in de film. Het contemplatieve ritme geeft de kijker de tijd om te reflecteren, om zelf actief te zijn in de film. Ik geloof heel sterk dat de kijker moet werken. Ik hou zelf van films waarin ik kan participeren. Zulke films zijn een enorme verrijking, omdat ik kan meedenken en dingen mee naar huis kan nemen. Een film waar je mee blijft zitten, die je voelt in je lijf, vind ik veel krachtigere cinema dan cinema waar alles gedaan en uitgelegd is en je rustig naar huis kan gaan zonder er nog over na te denken.”

Waarom koos je voor het Cinemascoop beeldformaat?

“Wanneer je met kleinere beeldformaten dicht op de gezichten zit, sluit je meer aan bij een psychologische benadering die ik, zoals gezegd, absoluut wou vermijden. Ik gebruikte Cinemascoop omdat het je toelaat beelden te maken, zoals je tableaus maakt. Daardoor kan je de wereld beter aanschouwen.”

 

Gent, 16 oktober 2017

 

RESURRECTION: Kristof Hoornaert, B 2017; 110'; met Johan Leysen, Gilles De Schryver, Kris Cuppens, Thomas Ryckewaert; scenario Kristof Hoornaert, fotografie Rimvydas Leipus, montage David Verdurme, muziek Steve Willaert; dis. Post Bills PR & Fobic Film, release 10 januari 2018.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.