about
Toon menu
Reportage

Kim De Witte: "Het idee dat we langer moeten werken, klopt gewoon niet"

Vriend en vijand zijn het erover eens dat onze sociale zekerheid voor uitdagingen staat. Voor wie is de rekening? Groeit die rekening of daalt die? En wie zal het vangnet kunnen gebruiken? In deze reeks laten we verschillende stemmen aan het woord over de toekomst van de sociale zekerheid. Vandaag, pensioenspecialist en PVDA-lijsttrekker in Limburg, Kim De Witte.
donderdag 21 december 2017

Kim De Witte is on a mission. Hij wil het dominante verhaal over langer werken en de onbetaalbaarheid van de pensioenen doorprikken en, vooral, een eerlijk debat over de pensioenkwestie. Dat doet hij door er stevig onderbouwde feiten tegenaan te gooien. Wetenschappelijk onderbouwde feiten ook, want De Witte is docent aan de KULeuven en heeft een doctoraat gemaakt over ons pensioenrecht. In 2018 zal het boek 'Waarom (niet) langer werken' van zijn hand verschijnen bij uitgeverij EPO.

Als we het vandaag over pensioenen hebben dan is er steeds dat beruchte getal dat valt: zevenenzestig. Werken tot je zevenenzestigste. Dat is wat de meeste mensen onthouden hebben van de pensioenhervormingen van deze regering. Maar eigenlijk is dat slechts het topje van de ijsberg. De hervormingen reiken veel verder, en zijn ook veel drastischer dan we beseffen, zo waarschuwt De Witte.

"Er moet rekening mee gehouden worden dat niet alleen de wettelijke pensioenleeftijd wordt opgetrokken, ook de voorwaarden om vroeger met pensioen te gaan wijzigen. Je hebt, zoals je weet, verschillende pensioenleeftijden. Er is de wettelijke pensioenleeftijd, die is nu opgetrokken tot zevenenzestig. Dat klopt. Maar je hebt ook de vervroegde pensioenleeftijd die wordt aangepakt. Vroeger lag de leeftijd om vervroegd op pensioen te gaan op zestig. Voorwaarde was dat je 35 jaar gewerkt had. De regering Di Rupo heeft dat al opgetrokken naar tweeënzestig en de voorwaarde werd dat je veertig jaar moest gewerkt hebben. Deze regering trekt de leeftijd voor vervroegd pensioen verder op naar drieënzestig jaar, en stelt een tweeënveertigjarige loopbaan als voorwaarde. Wat is het grote probleem daarmee? Heel veel mensen komen nooit aan die tweeënveertigjarige loopbaan. Vooral vrouwen geraken daar niet aan. Slechts vijfentwintig procent van de pensioengerechtigde vrouwen kan op dit moment terugkijken op tweeënveertig gewerkte jaren. Dat komt onder meer omdat vrouwen vaker deeltijds werken."

Conservatief

Het pensioenstelsel in België is nooit royaal geweest. Maar zoals het er nu voorstaat zal er nog langer moeten gewerkt worden om nog minder pensioen te krijgen. Maar hoe komt het eigenlijk dat de Belgische pensioenen al zo karig waren, nog voor deze regering er het mes in zette?

"De opbouw van je pensioen is bij ons gekoppeld aan je loon", zo legt De Witte uit. "Dat is de manier waarop de meeste sociale rechten in dit land worden opgebouwd. Dat is wat ze noemen een 'conservatief sociaal zekerheidsstelsel. Je hebt ook andere stelsels die 'progressief zijn'. Een voorbeeld daarvan vind of vond je in sommige Scandinavische landen. Daar werd de opbouw van sociale rechten gekoppeld aan de woonst: als je x aantal jaar ergens woont dan heb je ook gewoon recht op een uitkering van een bepaalde hoogte. Dat is natuurlijk een rechtvaardiger stelsel. Ons 'conservatieve stelsel' is eigenlijk heel weinig herverdelend."

"Hoe werkt het Belgisch stelsel precies? Het pensioen in België voor werknemers is gelijk aan zestig procent van je gemiddelde loon, wanneer je vijfenveertig jaar gewerkt hebt. Dat is het algemene idee. Maar er zijn twee grote problemen met deze berekeningen van het pensioen. Ten eerste wordt je pensioen berekend op basis van de volledige loopbaan. Het betekent dat ook het karige loon dat je kreeg toen je begon te werken mee wordt opgenomen in de berekening. België is daar eigenlijk een beetje de uitzondering in. In een land als Frankrijk berekent men het pensioen op basis van de 25 beste jaren in de loopbaan, in Duitsland zijn het de 35 beste jaren. Ten tweede krijg je slechts 60 procent van je gemiddelde inkomen als je 45 jaar gewerkt hebt. Dat is eigenlijk een heel zwak pensioen. Iedereen die minder dan 45 jaar werkt, die krijgt minder dan die zestig procent. Vandaar dat vele pensioenen moeten worden opgetrokken om tot het minimumpensioen te komen."

"In België zit je daarom dus met een grote groep die heel lage pensioenen krijgt. Dat is al langer een probleem. Tien jaar geleden, ten tijde van het generatiepact, heeft Bruno Tobback verkondigd dat hij de laagste pensioenen wou compenseren door middel van een bonus. Dat was de befaamde pensioenbonus. Die bonus was op zich vrij hoog. Je kreeg 180 euro per maand extra als je actief bleef tot je 65 jaar. Er kwam veel kritiek van pensioenspecialisten op dat voorstel van de bonus. Waarom versterk je gewoon de pensioenformule niet, was de vraag. Waarom wordt het Franse systeem niet overgenomen waarbij je zeventig procent van het gemiddelde loon krijgt in plaats van zestig procent? Of waarom beperk je de carrière niet tot veertig jaar?"

"Deze regering heeft ondertussen de bonus volledig afgeschaft. Hierdoor wordt het pensioenrecht verder ingeperkt. Maar de afschaffing van de pensioenbonus is niet het enige wat deze regering heeft uitgericht. Een andere dramatische ingreep betreft de gelijkgestelde periodes. Het principe van gelijkgestelde periodes gaat uit van het feit dat er periodes zijn in je leven waarin je niet kan werken, buiten je wil om, maar dat dit niet kan beletten dat je geen rechten opbouwt. Denk aan ziekte, werkloosheid, tijdskrediet, loopbaanonderbreking, omstandigheidsverlof, zwangerschap en dergelijke meer. Wat heeft de huidige regering nu gezegd? Dat er bij loopbaanonderbreking en het niet-gemotiveerd tijdskrediet geen opbouw meer is van pensioenrechten. Er wordt dus gemorreld aan het principe van gelijkgestelde periodes. De overgrote groep van de mensen die ongemotiveerd tijdskrediet pakken, doen dat omdat ze met het gemotiveerde tijdskrediet niet toekomen om voor een zieke vader of moeder te zorgen, of gewoon omdat ze het werk niet langer aankunnen. Voor elk jaar dat je loopbaanonderbreking of niet gemotiveerd tijdskrediet neemt, gaat er 50 euro per maand van je pensioen."

De Witte betreurt vooral de constante desinformatie rond de hervormingen van de pensioenen. "In heel het debat over de pensioenen wordt vandaag beweerd dat er eigenlijk niet zoveel zal veranderen. Men zegt maar dat pensioenrechten helemaal niet worden teruggeschroefd. Er wordt zelfs zonder blozen verkondigd dat jongeren op het einde van de rit méér pensioen zullen overhouden. De bottom line is steeds: ok, je zal misschien wel wat meer moeten werken maar je zal ook meer pensioen hebben. Maar dat klopt dus niet. Als je de impact van de concrete maatregelen nagaat, zoals ik net deed, dan zie je een heel ander verhaal. Het idee van mensen nog langer te laten werken houdt ook geen steek. Wat betekent dat in de praktijk? Mensen zoeken een andere uitweg, omdat het dikwijls gewoon niet haalbaar is om langer te werken. Dan worden ze ziek."

Napoleon

We leven langer, dus moeten we ook langer werken. Het is een boutade die te pas en te onpas valt in het pensioendebat. Maar klopt ze wel? "Levensverwachting is een speciaal beestje. In België hebben we gegevens over de gemiddelde levensverwachting die teruggaan tot 1841. Dat hebben we te danken aan Napoleon die rond 1800 de burgerlijke stand introduceerde in onze contreien. Iedere nieuwgeborene moest voortaan ingeschreven worden, wie stierf moest uitgeschreven worden. Zodoende hebben we vanaf 1841 gegevens over de levensduurte van onze bevolking die tamelijk betrouwbaar zijn."

"Een 65-jarige man had in 1841 gemiddeld nog elf jaar te leven. Vandaag is dat achttien jaar. Op 176 jaar is er dus maar zeven jaar bijgekomen. Dat lijkt in te gaan tegen onze intuïtie, want we gaan ervan uit dat mensen vroeger minder oud werden. Dat klopt niet. De Egyptische farao Ramses II is 92 jaar geworden. Karel De Grote werd 85 jaar. Wat we steeds vergeten is dat er altijd gerekend wordt in gemiddelde levensverwachtingen. Mensen worden gemiddeld gezien ouder vandaag, maar dat is omdat er veel minder zuigelingen en kinderen sterven in vergelijking met vroeger. Gevolg: vandaag hebben gewoon meer mensen toegang tot het ouder worden, maar wie oud is, leeft niet zoveel langer dan in het verleden."

"Je zou kunnen zeggen dat ouder worden vandaag gedemocratiseerd is geworden. Maar hoewel die democratisering een feit is, is ze tegelijk nog onvolledig en ongelijk verdeeld. Er zijn nog altijd heel grote verschillen inzake levensverwachting en levensverwachting met een goede gezondheid (de verwachting van hoe lang je gezond zal leven, nvdr). Die verschillen hangen vooral af van de positie die je inneemt binnen de samenleving. Leefomstandigheden, arbeidsomstandigheden en de toegang tot gezondheidszorg bepalen in belangrijke mate hoe oud je kan worden. Afhankelijk van welke positie je hebt binnen de samenleving kunnen er variaties van zeven tot acht jaar op de levensverwachting zitten. Een manager die op een plaats woont waar er weinig luchtvervuiling is, toegang heeft tot kwaliteitsvol voedsel en de beste medische verzorging zal zeven tot acht jaar meer te leven hebben dan de gemiddelde persoon.

"Als we kijken naar de levensverwachting in goede gezondheid, dan zijn de sociale verschillen nog frappanter. Vandaag ligt de levensverwachting met een goede gezondheid gemiddeld op 64 jaar. Eén op twee mensen is dus niet meer gezond op 64. Tussen mensen aan de bovenkant van de sociale ladder en mensen aan de onderkant zit er op dat vlak een verschil van 20 jaar. We zien ook dat de levensverwachting in goede gezondheid voor mensen met de laagste sociale posities daalt. Dat is, zo blijkt uit onderzoek, onder meer het geval voor poetsvrouwen. Het heeft te maken met de producten waarmee ze moeten werken, met stress, algemene arbeidsomstandigheden en verpaupering van de mensen die werken in die sector. Vroeger lag de leeftijdsverwachting in goede gezondheid op 55 jaar voor poetsvrouwen, momenteel ligt die op 49 jaar. Eén op twee poetsvrouwen verkeert op 49-jarige leeftijd niet meer in goede gezondheid."

"Het punt is dus dit: als je iedereen verplicht om tenminste tot 63 te werken dan pak je feitelijk het recht op pensioen af voor een hele groep mensen. Vervroegd pensioen en brugpensioen werden vooral opgenomen door mensen binnen de zware beroepen. De bankmanager of de CEO die ging niet op brugpensioen. Het waren de mensen die heel hun leven aan de band gestaan hebben die dat deden. Het resultaat van de hervormingen die nu voorliggen is dat men het recht op rust en een goede gezondheid op het einde van een leven afneemt. Het is het recht om nog een beetje te kunnen genieten van je kleinkinderen, nog wat te kunnen verbouwen of te kunnen reizen. De pensioenwoede die je tegenkomt op veel werkvloeren gaat daarover."

Lissabon

"De voorgestelde hervormingen zijn niet alleen onwenselijk, ze zijn ook onlogisch. Je hebt nog altijd een grote groep mensen die niet deelnemen aan de arbeidsmarkt vandaag. De RVA schat het aantal op 500.000. Tegelijk wordt ingezet op langer werken. Iedereen kan zien dat dit een logica is die weinig steekhoudt. Waarom zou je nu mensen langer laten werken wanneer er tegelijk een hoge werkloosheid is? Het is toch logischer om dan oudere mensen plaats te laten maken voor jongeren."

"Het antwoord op deze vraag kan je lezen in de teksten van de Verklaring van Lissabon. In deze verklaring, opgesteld in het jaar 2000, werd door alle Europese regeringsleiders verklaard dat iedereen langer zou moeten werken. Als je die teksten leest merk je dat het helemaal niet gaat over de betaalbaarheid. Dat was niet het punt. Waar het wel over ging? Competitiviteit. Die babyboomgeneratie, de mensen die geboren zijn tussen 1945 en 1965, die gaat op pensioen tussen 2010 en 2030. Wat gebeurt er als die babyboomgeneratie massaal de arbeidsmarkt verlaat? Wat gebeurt er dan met de werkloosheid? Die gaat verminderen. Wat gebeurt er met de lonen als de werkloosheid massaal vermindert? De lonen die gaan stijgen en de werkgevers komen in een zwakkere positie te staan. Dus moesten de ouderen langer aan de slag blijven. Dat stond toen zwart op wit in de rapporten van het Verdrag van Lissabon."

Betaalbaarheid?

"En toch hoor je steeds opnieuw dat de pensioenen, en bij uitbreiding de sociale zekerheid, niet meer betaalbaar zijn. Dat is meestal het ultieme argument om hervormingen door te voeren. Maar laten we dan even kijken naar de feiten."

"Momenteel zijn er 2,2 miljoen gepensioneerden op 11 miljoen inwoners. Ongeveer 20 procent van de Belgen is dus gepensioneerd. Als het BNP een taart is die verdeeld is in tien stukken dan geven we vandaag één stuk aan de gepensioneerden. Anders geformuleerd: 20 procent van de bevolking krijgt 10 procent van de taart."

"Als je gaat kijken naar Frankrijk, Oostenrijk, Luxemburg, Denemarken of Italië dan zie je ook dat daar ongeveer 20 procent van de bevolking gepensioneerd is. Maar ze krijgen wel tot 15 procent van de taart. De prognose voor België is dat er tegen 2060 14,7 procent van het BNP naar pensioenen zal gaan. Dat is dus nog altijd minder dan veel Europese landen vandaag aan pensioenen uitgeven. Dit werpt een heel ander licht op de kwestie van betaalbaarheid. Je kan zelfs afvragen wat nu precies het probleem is met die betaalbaarheid. De sociale zekerheid kost ons geld, maar ze is lang niet onbetaalbaar. Er zijn landen die vandaag al betalen wat we pas over vijfenveertig jaar moeten betalen."

Ondergraven

"Als je rapporten leest van het IMF, de Wereldbank of de Europese Commissie dan heeft men het steeds over de uitgaven in de sociale zekerheid. Maar er wordt in alle talen gezwegen over de inkomsten. Vreemd toch, als je het wil hebben over betaalbaarheid? Onze sociale zekerheid wordt gefinancierd via sociale bijdragen. Dat zijn de inkomsten. Wat we zien is dat de hoogte van de sociale bijdragen systematisch is gedaald de afgelopen dertig jaar. Het zijn in de eerste plaats de werkgeversbijdragen die bijzonder laag zijn vandaag."

"Laat me de reden voor het dalen van de werkgeversbijdragen uitleggen aan de hand van een voorbeeld. Een vriend van me pendelt tussen Genk en Diegem. Zijn nettoloon is 1.100 euro. Maar hij krijgt wel 700 euro aan onkosten uitbetaald per maand. Dat is veel meer dan het maandelijks gependel tussen Diegem en Genk kost. Dat zijn dus inkomsten waarop geen belastingen en geen sociale bijdragen worden betaald. Daarnaast heb je natuurlijk ook de bedrijfswagens, de aanvullende pensioenen, de gsm’s, de laptops, de maaltijdcheques, enzovoort."

"Er bestaan dus momenteel tal van loonvormen waarop geen of weinig sociale bijdragen worden betaald. Dat mechanisme ondergraaft de financiering van onze sociale zekerheid. België een kampioen in het ondergraven van de sociale zekerheid, al dertig jaar lang. Waarom doen we dat? We hopen dat het jobs zal creëren. Maar waar het vooral toe leidt, is het uithollen van de sociale zekerheid. Het geld dat niet meer naar de sociale zekerheid vloeide steekt nu in de zakken van aandeelhouders.

"Van 1960 tot 1980 gingen zeven stukken van de taart die we allemaal samen bakten naar de lonen en vervangingsinkomens, drie stukken gingen naar inkomen uit kapitaal. Vanaf 1980 zien we dat er zowel in de VS als in Europa een breuk komt, niet toevallig wanneer het neoliberalisme opkomt. Momenteel gaan nog zes stukken naar directe en indirecte lonen, vier stukken gaan naar kapitaal. Als dat mechanisme blijft doorgaan, dan zal ons sociaal systeem inderdaad onbetaalbaar worden. Dat is een feit. Maar de manier waarop de sociale zekerheid langs de inkomstenzijde wordt ondergraven, daar wordt vandaag gewoon niet over gesproken. Dat maakt het pensioendebat ook fundamenteel oneerlijk."

Naar een sociale sociale zekerheid

Om de sociale zekerheid overeind te houden moet de verdere uitholling ervan tegengegaan worden, volgens De Witte. Maar dat op zich zal niet voldoende zijn om de betaalbaarheid te garanderen. Ook van een strengere aanpak van fiscale fraude en een vermogensbelasting moet dringend werk gemaakt worden om de inkomsten te blijven garanderen. Het doel van het versterken van de inkomstenzijde, moet de uitbouw zijn van een stevige sociale zekerheid die méér ambitie heeft dan het loutere bestrijden van armoede.

"Grosso modo zijn er twee visies op sociale bescherming. Er bestaat een liberale visie en een sociale visie. De liberale visie stelt dat sociale bescherming moet focussen op armoede. Al wat niet met armoede in strike zin te maken heeft, wordt eigenlijk niet beschouwd als het domein van de sociale zekerheid. Dat is nefast omdat je zo het draagvlak voor de sociale zekerheid steeds verder verkleint. Werkende mensen gaan er dan immers van uit dat sociale zekerheid enkel iets is voor arme mensen, en keren er hun rug naar. Het risico is dat zoiets zal gebeuren met de pensioenen. Pensioenen kunnen zo laag en armtierig worden dat ze louter nog beschouwd worden als iets voor de armen. Werkende mensen, de midden- en hogere klassen zoeken dan hun heil in private vormen van sociale zekerheid."

De sociale visie daarentegen benadrukt dat de sociale zekerheid een vervanging van inkomens betreft, en dat iedereen daar aanspraak op kan maken. Niet enkel de armen. In die visie is een menswaardig leven meer dan niet arm zijn. Vertaald naar de pensioenen betekent het dat een pensioen weer een recht moet zijn dat rust en een gezond leven garandeert voor zoveel mogelijk mensen. Concreet: de duur van de loopbaan zou opnieuw veertig jaar moeten worden voor vrouwen en vijfenveertig voor mannen, de pensioenleeftijd moet op vijfenzestig liggen, vervroegd pensioen moet mogelijk zijn vanaf zestig na een 35-jarige loopbaan en brugpensioen van 58 na een 30-jarige loopbaan. Last but not least, zo benadrukt De Witte, moet het pensioen verhoogd worden naar 75 procent van het gemiddelde loon en moet minimum 1.500 euro per maand bedragen.

Dit artikel is de neerslag van een lezing die gehouden werd door Kim De Witte op 14 december te Waregem. De lezing maakt deel uit van de door ACV opgezette lezingenreeks '9 oplossingen voor de sociale zekerheid'. Meer info over komende lezingen vind je hier. 

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.