about
Toon menu
Analyse

Is het waar dat de jonge leraars 400 à 600 euro per maand minder pensioen zullen krijgen?

Steeds verder gaat de federale regering in de afbraak van het wettelijk pensioen, zowel voor de werknemers uit de privé als voor de ambtenaren. De uitstapleeftijd neemt toe en het pensioenbedrag neemt af. Ook de sector onderwijs deelt in de klappen.
vrijdag 15 december 2017

“Weinig sectoren zijn zo zwaar getroffen door de pensioenhervormingen als het onderwijs. Leerkrachten die aan het begin van hun loopbaan staan, zullen vijf tot acht jaar langer moeten werken en als alle geplande maatregelen uitgevoerd worden, zullen ze maar liefst 400 à 600 euro netto per maand minder pensioen krijgen”.

Dat schrijven 25 delegees van zes Vlaamse en Franstalige onderwijsvakbonden in een Opinie/Carte Blanche die o.a. verscheen in “Le Vif” (4 december 2017) en op “De Wereld Morgen” (14 december). Zo begint ook een Petitie tegen de afbraak van het onderwijspensioen.

Stemmen de hallucinante cijfers die in de Opinie en in de Petitie vermeld worden, met de werkelijkheid overeen?

5 tot 8 jaar langer werken?

Tot voor kort konden de meeste leraren op pensioen op 60 jaar en bestond er een uitstapregeling op 58 jaar.

Tot in 2012 kon een vastbenoemde leerkracht op vervroegd pensioen op 60, mits een minimale loopbaan van 5 jaar in het onderwijs. Zo’n korte loopbaan in het onderwijs leverde natuurlijk geen hoog pensioenbedrag op en 99,9 procent van de gepensioneerde leraren hadn een veel langere loopbaan in het onderwijs, in veel gevallen zelfs een volledige loopbaan.

Tot in 2002 bestond de mogelijkheid om uit te stappen op de leeftijd van 55 jaar via TBS (ter beschikkingstelling voorafgaandelijk aan het pensioen), mits een minimale loopbaan van 20 jaar in het onderwijs. In dat jaar trok de Vlaamse regering (Open Vld, sp.a, Groen) de uitstapleeftijd voor TBS op tot 58 jaar. Vanaf 1 april 2012 schafte de Vlaamse regering (CD&V, N-VA, sp.a) ook de TBS58+ af, weliswaar met overgangsmaatregelen, behalve voor de kleuterleid(st)ers. Vandaag bestaat TBS niet meer, behalve voor leraars uit het kleuteronderwijs. Zij kunnen nog 1 jaar vóór hun P-datum (datum waarop men op pensioen kan gaan) via TBS uitstappen, weliswaar aan veel minder gunstige financiële voorwaarden dan vroeger.

Intussen schuift de P-datum steeds maar op, door maatregelen van de huidige en de vorige federale regering. De wettelijke pensioenleeftijd werd door de huidige federale regering (MR, N-VA, CD&V, Open Vld) opgetrokken van 65 naar 66 jaar vanaf 2025 en naar 67 jaar vanaf 2030. Leraren met een onvolledige loopbaan, die vandaag jonger zijn dan 53 respectievelijk 58 jaar, kunnen dus pas op pensioen op 67 of 66 jaar.

Vanaf 2019 kan men ten vroegste op pensioen op 63 jaar mits een loopbaan van 42 jaar. Voor hoeveel leraren zal de notie “vervroegd pensioen” dan nog van toepassing zijn? Om les te mogen geven moet een leraar een opleiding van drie à zes jaren hoger onderwijs (hogeschool of universiteit) volgen. De loopbaan begint ten vroegste op 21 (voor een bachelor) of 22 jaar (voor een master). Aangezien de regering de diplomajaren niet langer meetelt voor de bepaling van de pensioenleeftijd, schuift het vervroegd pensioen op naar 63 (21 + 42) of 64 jaar (22+42). Dit in de hypothese dat je tijdens je studies nooit een jaar bent blijven zitten en dat je na je studies onmiddellijk en zonder onderbreking hebt gewerkt tot aan je P-datum. De gewone loopbaanonderbreking is intussen ook afgeschaft, sinds 2 september 2016.

De meeste jonge collega’s zullen niet op “vervroegd” pensioen kunnen gaan op 63 of 64 jaar. Hun P-datum zal samenvallen met de wettelijke pensioenleeftijd van 66 of 67 jaar. Waar tot in een recent verleden de meeste collega’s op 58 jaar konden uitstappen (TBS) of op vervroegd pensioen op 60 konden gaan, zullen de meeste collega’s die nu aan het begin van hun loopbaan staan, tot hun 67 moeten werken. In de meest gunstige hypothese zal het vervroegd pensioen op 63 jaar mogelijk zijn. Dat betekent nog altijd vijf jaar langer werken dan op 58 met TBS uitstappen.

Voor hoeveel collega’s is dat haalbaar? Welke kleuterjuf ziet zich tot 66 jaar functioneren met 25 of 30 kleuters? Zijn er nu al niet te veel leraren, directeurs, medewerkers op de secretariaten of in de CLB’s die lijden onder de toenemende stress? Hoeveel burn-outs moeten er nog bijkomen?

Wij willen niet lijdzaam toezien hoe nog meer collega’s onderuit gaan. De mooie praatjes van de ministers over “werkbaar werk” zijn we beu. Voor ons moet de pensioenleeftijd op 65 en het recht op vervroegd pensioen op 60 jaar blijven. En uitstappen op 58 jaar, zoals vroeger met TBS, moet ook mogelijk zijn. 

400 à 600 euro per maand minder pensioen?

Vandaag genieten de gepensioneerden in het onderwijs, na een volledige loopbaan, van een fatsoenlijk pensioen. Dat willen we zo houden. Het is geen schande als je wettelijk pensioen toereikend is om eventueel het rusthuis te betalen. De vergelijkende loonstudie, 15 jaar geleden uitgevoerd door “Hay” in opdracht van toenmalig minister van Onderwijs Marleen Vanderpoorten, wees uit dat het salaris van de leraars vergelijkbaar was met gelijkaardige functies, bij gelijk diploma, in de privé-sector, mits het hoger ambtenarenpensioen van de vastbenoemde leraar wordt meegerekend.

De regering pleegt contractbreuk door het ambtenarenpensioen drastisch te verminderen. Op elk van de drie factoren die ons pensioen bepalen, grijpt de regering in, telkens in negatieve zin.

Het pensioenbedrag van een vastbenoemde leraar wordt berekend door het referentieloon te vermenigvuldigen met het aantal aanneembare loopbaanjaren en te delen door 55.

  1. Het aantal aanneembare loopbaanjaren wordt verminderd door de afschaffing van de diplomabonificatie. Deze wet (die dateert van 2 oktober 2017) is van toepassing sinds 1 december 2017. Er zijn overgangsmaatregelen (de prestaties geleverd vóór 1 december 2017, worden wel nog in rekening gebracht om de diplomajaren nog gedeeltelijk te laten meetellen) maar wie nu aan het begin van zijn/haar loopbaan in het onderwijs staat, verliest al zijn diplomajaren.
  2. De geplande vervanging van de pensioennoemer (tantième) 1/55 door 1/60 komt neer op een vermindering van het pensioenbedrag met 8 procent.

Men zegt ons dat de afschaffing van de tantième 1/55 (gedeeltelijk) zou kunnen gecompenseerd worden door de erkenning van het onderwijs als “zwaar beroep”. De “enveloppe” die de regering voor de “zware beroepen” voorziet, is echter zo klein dat deze erkenning onmogelijk voor het volledige onderwijs zal gelden, temeer omdat ook veel andere beroepen (terecht) aanspraak maken op deze erkenning.

Deze beide (geplande) maatregelen komen neer op een pensioensverlaging van 190 euro (voor een bachelor) tot 330 euro (voor een master) netto per maand, na een loopbaan van 40 jaren. (Bron: powerpointpresentatie van het het gemeenschappelijk vakbondsfront ACOD Onderwijs, COC, COV, VSOA, 20 mei 2016)

Overgangsmaatregelen kunnen deze bittere pil verzachten voor wie de pensioenleeftijd nabij is. Jonge collega’s die aan het begin van hun loopbaan staan, zullen deze zware financiële aderlating volledig incasseren.

  1. Het referentieloon, dat nu berekend wordt als het gemiddelde salaris van de laatste vijf (weldra tien) jaren, zal drastisch verminderen als het wordt berekend als het gemiddelde van de volledige loopbaan. Dit voornemen staat ingeschreven in het federaal regeerakkoord.

Voor een collega die aan het begin van zijn/haar loopbaan staat, zou deze maatregel een bijkomend pensioenverlies betekenen van 230 euro (bachelor) tot 290 euro (master) netto per maand.

Deze nachtmerrie wordt werkelijkheid als de regering er in slaagt om het pensioen “op punten” in te voeren. Elk jaar telt dan immers ongeveer even veel mee voor de berekening van het pensioenbedrag. Met het puntensysteem, dat de regering zowel voor de privé als voor de ambtenaren wil doorvoeren, wordt het toekomstig pensioenbedrag bovendien onzeker omdat de waarde van een punt ook afhankelijk zou zijn van de toestand van de begroting, de schuldenlast, de gemiddelde levensverwachting … Allemaal zaken waar jijzelf geen impact op hebt, maar die tot een lager pensioenbedrag kunnen leiden.

Als we de bedragen samentellen van alle doorgevoerde en geplande pensioenmaatregelen, komen we op een verlies van 420 euro netto per maand voor een bachelor en van 620 euro netto per maand voor een master. Dat zijn de perspectieven voor de jongeren die nu in de lerarenopleiding zitten of pas aan hun lerarenloopbaan zijn begonnen. De jongeren worden het zwaarst getroffen door de pensioenmaatregelen van deze regering.

Wie gelooft die mensen nog?

Op 20 november 2014 verklaarde minister van Pensioenen Bacquelaine in een persmededeling: “Le montant des pensions ne va pas diminuer. Les années de bonification de diplôme restent intégrées dans le calcul du montant de la pension". «Het pensioenbedrag zal niet verminderen. De diplomabonificatie blijft gelden voor het pensioenbedrag»

Op 13 januari 2015 verklaarde de voorzitter van de grootste regeringspartij, De Wever, in een brief aan COC: “Het systeem van diplomabonificatie in de publieke sector zal geleidelijk vanaf 2016 worden afgebouwd wat de loopbaanvoorwaarde betreft om vervroegd te stoppen, maar niet voor het pensioenbedrag”.

Bacquelaine en De Wever hebben gelogen. Deze regering heeft met de wet van 2 oktober 2017 ook voor het pensioenbedrag de diplomabonificatie afgeschaft.

Vandaag beloven Bacquelaine en de regeringspartijen met hetzelfde pokergezicht dat het pensioen op punten niet zal leiden tot een vermindering van het pensioen. Geloof die mensen niet!


25 delegees van zes Vlaamse en Franstalige onderwijsvakbonden schreven een scherp opiniestuk over het onderwijspensioen: “Leven we om te werken of werken we om te leven?”, waarin ze 7 eisen formuleren voor een fatsoenlijk pensioen, werkbaar werk en werkzekerheid voor jonge starters in het onderwijs.

Via deze link kan je de Petitie tegen de afbraak van het onderwijspensioen ondertekenen, die deze 7 eisen herneemt.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.