Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu
Interview

Chomsky en Pollin over een nieuwe, alternatieve sociale orde

Op de website Truthout verscheen op 19 november een enorm dubbelinterview van C.J. Polychroniou met de gerenommeerde politieke denkers Noam Chomsky en Robert Pollin. Zij bespreken de misschien wel meest dringende vraag van dit moment, namelijk hoe er een linkse strategie zou kunnen zijn om de VS uit de neoliberale puinhopen te slepen. Hun antwoorden zijn uitgebreid, goed onderbouwd met bronnen en cijfermateriaal, en dus overtuigend in hun ‘haalbaarheid’. Hieronder een samenvatting.
maandag 4 december 2017

Het interview zelf telt zo’n twintig pagina’s. Sommige antwoorden zijn vier pagina’s lang. Toch staat er geen overbodige zin in en zou het de moeite waarde zijn om integraal te vertalen. Maar allereerst maar een snelle samenvatting en vertaling van de hoogtepunten.

Noam Chomsky kennen we allemaal waarschijnlijk al. Robert Pollin (Bob) is professor aan de economie en mededirecteur van het Political Economy Research Institute in Amherst, New York. Hij is ook betrokken bij initiatieven in New York om een netwerk van economische alternatieven op te zetten. De interviewer C.J. Polychroniou is politiek econoom en is een vaste interviewer van Noam Chomsky, en heeft onlangs het boek Optimism Over Despair: Noam Chomsky On Capitalism, Empire, and Social Change uitgebracht.

Waar in de samenvatting de tekst cursief staat, is het een letterlijke vertaling uit het interview.

Doel van het dubbelinterview (dat oorspronkelijk in drie delen op truthout werd gepubliceerd) is om theoretische en praktische richting te geven aan de meest dringende sociale, economische en politieke thema’s die nu in de Verenigde Staten spelen. Het maakt deel uit van een streven om links te helpen in het opnieuw definiëren van een alternatieve maar realistische sociale orde, nu dat de oude orde op het punt van afsterven staat.

Extreem-rechts, ultra-rechts en wat hoop

De eerst vraag van C.J. Polychroniou is aan Noam Chomsky, namelijk of hij ook vindt dat er eigenlijk door de opkomst van Donald Trump een hoopvolle reactie is ontstaan in de vorm van een vrij ongekende golf van sociaal verzet in de VS. En of dat betekent dat de tijd rijp is voor een massale progressieve beweging in dit land die in staat is om echte verandering af te dwingen?.

Chomsky vindt ook dat de golf aan sociaal verzet verheugend is en groter dan recentelijk in het verleden al zou hij deze niet ongekend noemen. Ook moeten we niet uit het oog verliezen dat ondertussen vooral (extreem)rechts  een grote opgang kent.

Verder waarschuwt Chomsky dat de man die momenteel aan de macht is weliswaar vaak belachelijk wordt gemaakt, maar aardig goed in staat is om de media te bespelen en zijn toch grote achterban te mobiliseren. Daarbij wijst Chomsky ook op het beangstigende fenomeen dat er een deel van de bevolking in de VS zelfs Trump te “gematigd” vindt en nog extreem-rechtsere griezels steunt, zoals Roy Moore in Alabama (als kandidaat voor de Republikeinse partij voor de komende verkiezingen). Dit is wat Chomsky noemt een aanval van ultra-rechts op extreem-rechts, onder leiding van Steve Bannon en met geld van de Mercer familie, geholpen door media als Breitbard news.

Chomsky gaat nog een tijd verder in op deze golf naar rechts, die een gruwelijke toekomst dreigt te creëren. De geest lijkt uit de fles nu de overwinning van Trump een legitimering vormt voor neo-nazisme, botte witte suprematie, vrouwenhaat en andere pathologieën die onder de oppervlakte aan het sudderen waren.

Chomsky ziet een soort dubbele strategie: terwijl Trump de aandacht afleidt met de door hem gevormde dreigingen, zijn de Republikeinen ‘onder de radar’bezig om allerlei overheidsprogramma’s te slopen die voorheen relatief goed werkten. Martin Wolf van de Financial Times noemt dat volgens Chomsky ‘pluto-populisme’: beleid dat de toplaag ten goede komt, dat goedgepraat wordt met populistische retoriek. De buitensporige aandacht van democraten en andere media voor mogelijke Russische inmenging, doet daarbij weinig goeds, want ze hadden beter kunnen wijzen op de sowieso al volstrekt gecorrumpeerde verkiezingssysteem en andere beïnvloeding door ‘binnenlandse’ extreem rijke en ‘corporate’ krachten. Bovendien vergeten ze zo dat het nog steeds vooral Amerikaanse propaganda-instellingen zijn, zoals Harris Media, die overal op de wereld verkiezingen proberen te manipuleren.

Maar toch is niet alles alleen maar donker. Chomsky wijst op de verheugende ontwikkeling van de campagne van Sanders. Als de partijtop van de democraten het niet had voorkomen, zou hij wellicht zelfs de verkiezingen gewonnen kunnen hebben. Sanders is nog steeds heel populair en gaat hij verder met het vergaren van steun voor een set gematigde sociaal-democratische voorstellen. Voorstellen die voor iemand als President Eisenhower geen verrassing zouden zijn geweest, maar vandaag bijna revolutionair klinken nu beide partijen naar rechts zijn verschoven.

Een andere verheugende ontwikkeling volgens Chomsky zijn de uitgebreide en effectieve mobilisaties tegen racisme en witte suprematie, vaak aangevoerd door de dynamische Black Live Matters beweging. Ook wordt er weerstand geboden op gebied van global warming en allerlei andere thema’s.

Degrowth?

Aan Bob Pollin wordt gevraagd, nu duidelijk is dat Trump helemaal geen plan heeft om banen te scheppen, hoe een progressief beleid , dat ook rekening houdt met milieu en klimaat er kan uitzien.

Bob Pollin komt met een tamelijk neo-Keynesiaans verhaal. Uitgangspunten zijn volledige werkgelegenheid, degelijke lonen en arbeidsomstandigheden. Pollin gaat verder met uiteenzetten hoe het werkt om banen te scheppen in een moderne economie. Niet alleen is de groei (uitgedrukt in BBP) sinds 2007 achtergebleven, maar ook het aandeel daarvan dat naar het scheppen van werkgelegenheid daalde. En dat terwijl de arbeidsproductiviteit enorm gestegen is. Grote sommen zijn dus verdwenen in de zakken van eigenaren en aandeelhouders van de bedrijven.

Om het tij te keren zijn er sterkere en actievere vakbonden nodig, en is de introductie van  een landelijk minimumloon van tenminste 15$ noodzakelijk. Wat klimaat en milieu betreft komt investeren in een groene economie jobcreatie enkel ten goede. In de fossiele energie sector zouden er natuurlijk banen verdwijnen, maar dat kan goed opgevangen worden met Just Transition programs. Bijkomend voordeel is dat er relatief weinig mensen in de steenkoolsector werken: 65.000 mensen oftewel 0,05 procent van de totale hoeveelheid werkenden. Interessant is dat Pollin geen voorstander van ‘degrowth’ is; er moet nu juist hard geïnvesteerd worden in productievormen die het klimaat kunnen stabiliseren, anders redden we ‘het’ niet.

De volgende vraag, ook voor Pollin, is wat er gedaan kan worden tegen de destructieve neigingen van financieel kapitaal, en de volgende crisis.

Pollin legt uit dat ongereguleerde financiële markten gedurende de hele geschiedenis van het kapitalisme voor dood en verderf hebben gezorgd, zoals uiteengezet werd in het vermaarde boek van Charles Kindleberger Manias, Panics, and Crashes. Er is een periode geweest waarin dat minder het geval was, namelijk na de Tweede Wereldoorlog (1946-1975) toen er strikte regelgeving kwam om te voorkomen dat er weer een crash zou komen.

Maar natuurlijk wilde Wall Street die regels zo snel mogelijk uit de weg hebben, wat uiteindelijk definitief gebeurde in 1999 toen de democratische president Bill Clinton aan de macht was. Ze dachten toen allemaal dat het niet meer nodig was. Het gevolg was hyperspeculatie door Wall Street en een ineenstorting, die alleen niet het hele systeem ten onder sleurde doordat er ongekende overheids-interventies uitgevoerd werden en Wall Street massaal door hen ‘gered’ werd. De wetgeving die als reactie daarop ingevoerd is (met name Dodd-Frank) is een zwak aftreksel van Glass-Steagall en Trump heeft plannen om ook die weer af te schaffen.

Pollin pleit voor een financieel systeem dat stabiel is en een duurzame economie steunt die volledige werkgelegenheid creëert. Dat systeem zou flexibel genoeg moeten zijn om ook in te grijpen bij nieuwe constructies. Verder pleit hij voor de aloude ‘Robin Hood Tax’ en regelgeving over de noodzaak van genoeg onderpand bij leningen. Dergelijke instrumenten zouden ook kunnen dienen om financiële instellingen te dwingen om hun krediet te investeren in projecten die sociaal welzijn bevorderen. Daarnaast moeten er ook nieuwe publieke ontwikkelingsbanken opgezet worden, die vroeger heel gewoon waren.

Vuurwapens en racisme

Aan Noam Chomsky wordt gevraagd hoe er progressief beleid mogelijk zou zijn op het gebied van (het tegengaan van) racisme, ongelijkheid, de grote aantallen gevangenen en vuurwapengeweld.

Chomsky schetst eerst de geschiedenis van racisme in de VS door de eeuwen heen. Verschillende etnische groepen migranten waren soms specifiek de klos. Maar voor de oorspronkelijk bewoners en Afro-Amerikanen is het altijd een constante praktijk geweest. Ernstige vormen van racistisch denken tierden ook welig onder machthebbers en kunstenaars.

Dat geldt niet voor die andere drie thema’s die genoemd werden, die zijn namelijk van veel recentere datum. Ongelijkheid bijvoorbeeld. Lange tijd was die in de VS veel minder ernstig dan in Europa. Dat begon te veranderen met de industrialisering en bereikte een hoogtepunt in 1928, toen de vakbeweging kapot gemaakt werd. Die kon er wel voor zorgen dat de ongelijkheid in de grote depressie van de jaren dertig weer verminderde. De trend werd weer omgegooid onder het neoliberalisme, en de ongelijkheid bereikt nu misschien wel een record. De ongelijkheid is ook gruwelijk raciaal verdeeld: de armste lagen bestaan uit een veel groter deel zwarten en hispanics dan witten.

Ook het gevangen houden van een groot deel van de bevolking is specifiek voor bepaalde periodes. Toen er een einde kwam aan de slavernij bijvoorbeeld, zorgden gevangenen voor aanvulling van goedkope arbeidskrachten. 30 jaar geleden waren de gemiddelden in de VS nog aardig vergelijkbaar met anderen ‘ontwikkelde’ landen. Nu zijn die 5 tot 10 keer hoger.

En dan is er nog de vuurwapen-cultuur. Geweren zijn ooit nodig geweest om de twee grootste misdaden uit de Amerikaanse geschiedenis uit te voeren: het onderwerpen van slaven en uitroeien van de oorspronkelijke bewoners. Maar de doorsnee inwoner had daar verder weinig mee van doen. Het was de wapenindustrie die in de 19e eeuw een reclamecampagne voor vuurwapens begon. En nu zijn die dingen overal en zorgen onder andere voor 20.000 zelfmoorden per jaar.

Maar er zijn ook voorbeelden genoeg te vinden van bewegingen die op elk van deze vier thema’s indrukwekkend weerwerk bieden. De beweging voor burgerrechten die z’n hoogtepunt had in het midden van de jaren 1960 bijvoorbeeld, had grote invloed op het politieke systeem. Democraten in het zuiden waren in die tijd hardcore racistische. Na de verschuiving door de burgerrechtenbeweging, verschoven de blanke zuiderlingen veelal door naar de Republikeinen.

Financialisering

Wat heeft nu gezorgd voor het omslagpunt tussen gereguleerd kapitalisme en de neoliberale bende van nu? Een van de factoren was de financialisering van de economie, die nog steeds gaande is. Vreemd genoeg is die invloed tot nu toe nauwelijks onderzocht, zoals ook geconstateerd wordt door de door Chomsky aangehaalde econoom Robert Solow.

Eén van de gevolgen van die financialisering is achteruitgang van productiviteit, omdat er meer geld gestopt wordt in vastgoed en bouw dan in echte productie. Dat levert namelijk veel sneller winst op. Lonen zijn bevroren en voor witte arbeiders zelfs gedaald. De onzekerheid neemt toe door deregulering. Regulering zoals een minimumloon zorgt juist voor economische vooruitgang. En niet te vergeten: veel overheidsgeld gaat naar de financiële instellingen en andere grote bedrijven. Vergeet ook niet dat de voortdurende aanval op vakbonden en beleid om belastingen te verlagen als factor. “Zulke maatregelen hebben een elkaar versterkend effect. Terwijl de rijkdom meer geconcentreerd raakt, gebeurt datzelfde automatisch ook met politieke macht, wat weer voert tot overheidsbeleid dat het kringetje verder versterkt.”, zo stelt Chomsky die daarna nog een paar alinea’s verder gaat op de kenmerken van de neoliberale aanval.

Het neoliberaal beleid kan teruggedraaid worden. Daar zijn heel veel realistische opties voor, zelfs als je alleen naar korte termijn zou kijken... Chomsky noemt er een aantal van: de eerder ook door Pollin al genoemde financiële transactie-belasting, investeren in infrastructuur, programma’s voor een leefbaar loon/inkomen en een groene economie. Een andere belangrijke bijdrage zou bestaan uit een billijk gezondheidssysteem.

In feite zou alleen al het schrappen van de exuberante patentbeschermingsregels die onderdeel zijn van de neoliberale ‘vrijhandelsovereenkomsten’ een grote zege zijn voor de algemene economie (...). Ook zou er een wettelijk verbod moeten komen op de anti-vakbondswetgeving die in veel deelstaten in opkomst is onder de Orwelliaanse noemer “right to work”. Een andere onmiddellijk te nemen beleidsmaatregel van een gematigd progressief beleid is sterk snijden in het enorme defensiebudget. Alleen al omdat het voert tot grote onveiligheid, ook voor Amerikanen zelf. Geld dat vrijkomt kan dan onder meer naar het uitfaseren van gebruik van fossiele brandstoffen. Maar dit zijn maar wat voorbeelden. De lijst is lang.

Gezondheidszorg

De interviewer wil dan nog verder ingaan op mogelijkheden voor een ‘socialised health care system’. Chomsky beschrijft eerst de waanzin van het huidige systeem dat het duurste van de wereld is, terwijl het heel laag scoort in internationale vergelijkingen.

De VS is het enige land dat zijn gezondheidszorg grotendeels baseert op ongereguleerde private verzekeringsbedrijven. En ook een van de weinige landen waar het de overheid niet is toegestaan om over de prijzen van medicijnen te onderhandelen. Maar het tij keert misschien. Sanders is heel populair door een stappen-voorstel voor algemene gezondheidszorg. De geschiedenis leert dat de economisch-politieke elite reageren op militante acties van de bevolking - en de dreiging van meer daarvan - door verbeteringen toe te staan die op hun beurt hun leidende positie in de samenleving in stand houden. De maatregelen van de New Deal zijn maar een van vele voorbeelden.

Bob Pollin heeft onderzoek gedaan naar het beleid in Californië voor een Single-payer Bill en meegewerkt aan het voorstel van Sanders. Pollin legt uit dat uitgegaan wordt van twee basisgegevens: dat elke burger toegang heeft tot redelijke gezondheidszorg en dat de kosten beperkt blijven ten opzichte van het huidige systeem, door administratieve kosten te beperken en de prijzen van medicijnen en tarieven van specialisten in de hand te houden. Pollin heeft berekend dat er in Californië wordt geschat dat er zo’n 8 procent minder kosten zullen zijn, terwijl dan voor het eerst iedereen in ieder geval voor een basisgezondheid verzekerd zal zijn. Maar dan moet wel de slag tegen ‘Big Pharma’ gewonnen worden.

Pollin wijst naar partners als de California Nurses Association/National Nurses United, die al 20 jaar campagne voeren voor een degelijk gezondheidssysteem. Het is geen geheim dat die vakbond van verplegers strijd voert voor een algemene gezondheidsverzekering. Ze geloven in hun zaak en zijn zeer effectief in de manieren waarop ze zich organiseren en hun positie naar voren brengen. “The basics are as simple as that”.

Onderwijs

De volgende vraag gaat over het onderwijs in de VS, dat net als de gezondheid extreem duur is, en studenten opzadelt met ‘honderden miljarden aan leningen’. De vraag is of het mogelijk is om gratis hoger onderwijs te hebben naast de commerciële variant? Daarnaast rijst de vraag wat de oplossing is voor de studieschulden waar nu alle studenten mee zitten (gesteld dat ze geen rijke ouders hebben).

Chomsky begint met te stellen dat het onderwijssysteem een zeer voorspelbaar slachtoffer was van de neoliberale reactie, die aangevoerd werd door het motto “private rijkdom en publieke ellende”. Hij beschrijft hoe de publieke financiering van onderwijs sterk gedaald is en studiegelden juist sterk zijn gestegen, waardoor er alleen nog maar gestudeerd kan worden met enorme leningen.

Het terugdringen van de kosten zoals opgedragen door de bewierookte marktprincipes, voert natuurlijk tot extreme uitbuiting van de meest kwetsbaren, waarbij een nieuw precariaat wordt gevormd van afstudeerders en assistenten die moeten overleven op een schijntje, ter vervanging van vast docenten. Dit allemaal blijkt ook een goede techniek te zijn om te disciplineren, om duidelijke redenen. Want, dat hadden de machthebbers in de jaren 1970 wel goed in de gaten: jongeren moesten beter geïndoctrineerd worden en gedisciplineerd om zich aan ‘de regels’ te houden.

Chomsky verwijst naar de ongelofelijke adviezen van de zakenlobbyist lewis Powell aan de Kamer van Koophandel (later werd Powel hoogste rechter) om op te staan en zich “te verdedigen” tegen het linkse tuig dat de universiteiten over had genomen als Ralph Nader en Herbert Marcuse. Maar even interessant is dat aan de andere kant van het politieke spectrum de ‘progressieve internationalisten van de Trilaterale Commissie’ stonden met hun analyse van de ‘crisis van de democratie’ die in de ‘verschrikkelijke jaren ‘60’ zou zijn ontstaan. Hun advies was om democratie in te perken, zoals Harvard-professor Samuel Huntington voor hun onder woorden bracht. Een van de manieren om de studenten (en het personeel) in het gareel te krijgen, is ze overladen met studieschuld waarmee ze afgeknepen kunnen worden. Maar, besluit Chomsky, er is geen enkele reden waarom onderwijs tot aan het hoogste niveau niet gratis zou kunnen zijn, dat is geen economische zaak maar een politieke beslissing.

Bob Pollin gaat daar verder op in, met veel cijfers en onderbouwing, om met een interessante oplossing te komen. Een van de problemen is dat de lonen in niet-academische sectoren enorm achteruit zijn gegaan. De enige garantie om een goed inkomen te verzekeren voor de toekomst, is door te gaan studeren. Als arbeid in andere sectoren weer meer achting (en beloning) zou krijgen, zouden veel mensen zich daar weer op gaan richten en zou de stormloop op hoger onderwijs vanzelf weer minder worden.

Daarnaast is interessant  om vast te stellen dat bijna alle studieschuld bij de overheid uitstaat. Dat maakt het veel makkelijker om het beleid te veranderen en schulden kwijt te schelden. Maar, waarschuwt Pollin, zo’n maatregel zou gepaard moeten gaan met het verlichten van schulden van andere arme huishoudens, met name de hypotheekschulden. En het beleid zou verder moeten gaan met zorgen voor betere lonen en werkgelegenheid voor mensen die niet studeren.

Linkse eenheid?

De interviewer vraagt naar de blauwdruk ‘blueprint for a progressive US’ waar beiden aan meegewerkt hebben. Om die werkelijkheid te zien worden, zou er meer politieke actie gevoerd moeten worden, wat onder meer behelst dat er ‘education of the masses’ plaatsvindt. Maar links is in de VS heel versnipperd, dus hoe zou dat moeten gebeuren?

Chomsky antwoordt dat het zowel makkelijk als moeilijk te beantwoorden is. Het antwoord is makkelijk te formuleren en zal ook op herkenning stuiten. Maar de uitvoering is vervolgens in de praktijk moeilijk. Het antwoord is opvoeden (education), organiseren (organization) en activisme (activism) naargelang de omstandigheden dat toelaten. Niet makkelijk, maar vaak succesvol geweest en er is geen reden waarom dat nu niet zo zou kunnen zijn.

Het engagement van de bevolking is, hoewel verspreid, tamelijk hoog, evenals enthousiasme en bezorgdheid. Er zijn ook belangrijke elementen van eenheid, zoals het Left Forum, dat nieuw en veelbelovend is. En de bewegingen waar we het eerder al over hadden. (...) Links is natuurlijk berucht om zijn constante splitsingen en interne debatten, maar ik denk niet dat dat nu erger is dan in het verleden.

Chomsky verwijst naar de sterke arbeidsbeweging die opkwam uit de ‘ruïnes van de jaren ‘20’ en verklaart veel vertrouwen te hebben in het vermogen tot initiatieven in ‘working -class and poor and deprived communities today’. Hij verwijst naar de beweging in Texas en de Midwest die geleid werd door arme boeren en landarbeiders, die nauwelijks onderwijs hadden gehad, maar heel goed wisten dat ze weerstand moesten bieden tegen de ‘powerfull banking and commercial sectors’.

Chomsky verwijst ook naar zijn ervaringen met arme gemeenschappen in Colombia en West Bengalen (een deelstaat in India, vert.) waar door de bevolking onder zware omstandigheden ontwikkelingsprojecten uit de grond gestampt werden. Chomsky zegt: "ik denk niet dat het loze romantiek is om het potentieel aan te wijzen dat kan worden ontwikkeld of onafhankelijk kan ontstaan in gemeenschappen die zich bevrijden van indoctrinatie en passieve ondergeschiktheid. De kansen daartoe zijn er, denk ik, om aangegrepen en verder ontwikkeld te worden." (I don't think it is idle romanticism to recognize the potential that can be awakened, or arise independently, in communities that free themselves from indoctrination and passive subordination. The opportunities I think are there, to be grasped and carried forward).

Pollin voegt daar aan toe dat het volgens hem onvermijdelijk is dat de linkerkant wat fragmenteert. Het zal altijd zo zijn dat sommigen zich meer richten op de thematiek van economische gelijkheid, anderen op thema’s als klimaat, imperialisme, militarisme en buitenlands beleid , racisme, gendergelijkheid etc. Er is geen formule om zo’n wirwar weer aan elkaar te krijgen. Maar er zijn voorbeelden waar we van kunnen leren, zoals de Sanders-campagne, de California Nurses Association, die niet alleen in de weer kwam voor een algemene gezondheidsverzekering, maar ook voor de belasting op financiële speculatie.

Andere succesvolle progressieve organisaties zijn bijvoorbeeld de Los Angeles Alliance for a New Economy, die al lang in de weer is voor redelijke lonen en arbeidsomstandigheden. In New York is onlangs NY Renews gevormd, waarin 126 organisaties uit de staat New York samen werken “om een serieus programma naar voren te brengen dat zowel de uitstoot van broeikasgassen enorm zou reduceren, als dat er werkgelegenheid voor goede banen zou worden geschapen. In Washington is bij de vakbonden de Washington State Labour Council met iets dergelijks bezig. Links in de VS moet leren van dergelijke successen en vergelijkbare initiatieven en daarop voortbouwen. In feite is er zoals Margaret Thatcher pleegde te zeggen “geen alternatief”- als we serieus willen dat er een succesvol links alternatief ontwikkeld wordt tegenover de ramp die veroorzaakt is door veertig jaar neoliberale hegemonie.

Tot zover de samenvatting van dit interview dat in zijn geheel in het Engels bij truthout gelezen kan worden.

(Door C.J. Polychroniou, Origineel op Truthout, vertaling globalinfo.nl) 

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.