Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu

Edward Herman (1925-2017): één van de belangrijkste mediacritici is niet meer

Op 92-jarige leeftijd is Amerikaans econoom en media-analyst Edward Herman overleden. Hij was vooral bekend als mede-auteur met Noam Chomsky van 'Manufacturing Consent', maar schreef ook zelf talloze boeken over de massamedia, over mensenrechten en over Amerikaans terrorisme, het 'grootschalige' zoals hij dat zelf noemde.
woensdag 15 november 2017

Edward Herman was tot aan zijn pensioen professor economie aan de Wharton School of Business, een afdeling van de University of Pennsylvania. Samen met Noam Chomsky schreef hij in 1988 het boek Manufacturing Consent – The Political Economy of the Mass Media, het boek dat dikwijls onterecht aan Chomsky alleen wordt toegedicht. Zijn bijdrage aan dit boek – nog steeds hét standaardboek voor elke mediacriticus – was echter aanzienlijk.

Hij bedacht de vijf filters die bepalen hoe de grote media werken: eigendom, bronnen van inkomsten (reclame), bronnen van informatie (overheid en bedrijven), flak (onderdrukking van dissidente opinies door 'protesten' van lezers) en ideologie (toen anti-communisme, nu neoliberalisme).

Het was niet hun eerste samenwerking. In 1979 schreven ze samen reeds twee boeken over het reële buitenlandse beleid van hun vaderland, de VS, met als voornaamste focus de manier waarop mensenrechten al dan niet worden gerespecteerd in landen die ruime Amerikaanse steun genieten. De lange titels van beide boeken waren duidelijk genoeg The Washington Connection and Third World Fascism – The Political Economy of Human Rights: Volume I en After the Cataclysm – Postwar Indochina & The Reconstruction of Imperial Ideology – The Political Economy of Human Rights: Volume II.

In die boeken vergeleken zij de retoriek van Amerikaanse politieke leiders met het reële buitenlandse beleid. Aan de hand van talrijke voorbeelden toonden beide auteurs aan dat de enige echte doelstelling van het Amerikaans buitenlands beleid 'veiligheid' is, veiligheid van de uitbuiting van andere landen en volkeren voor de belangen van de eigen multinationals, wat steun aan brutale militaire en politiestaten noodzakelijk maakt. Om die realiteit af te schermen is een ideologisch kader nodig dat dit beleid afschildert als een strijd voor democratie en mensenrechten. Het is vandaag niet anders.

Edward Herman is altijd in de schaduw gebleven van zijn kompaan Noam Chomsky. Dat is onterecht, want hij heeft zelf een zeer grote verdienste als analist van het Amerikaans buitenlands beleid en van de rol die de Amerikaanse massamedia spelen in het verdedigen van dat beleid.

In 1970 publiceerde hij Atrocities in Vietnam over de systematische wreedheden die het Amerikaans leger tijdens de bezetting van Zuid-Vietnam beging. Het kostte hem onmiddellijk de banvloek van de grote media, die hem zijn hele leven lang hebben genegeerd of verkeerd geciteerd. Zijn kritiek werd bijvoorbeeld systematisch verdraaid om de schijn te wekken dat hij de misdaden van officiële vijanden van de VS goedpraatte. Dat dat niet het geval was, was blijkbaar geen probleem om die insinuatie te blijven herhalen. De tactiek is niet nieuw. Het bracht hem wel in contact met andere gelijkgestemde zielen als Chomsky.

Terrorisme, het grote en het kleine

Na de eerste samenwerking met Chomsky schreef hij Corporate Control, Corporate Power (1981) en The Real Terror Network (1982), een antwoord op het boek The Terror Network (1981) van Claire Sterling, dat toen zwaar werd gepromoot. Dat boek had als centrale stelling dat de Sovjet-Unie zowat alle terroristische groeperingen in de wereld controleerde en gebruikte.

Het was een verzameling van roddels, suggestie van onbewezen verbanden, ideologische vooringenomenheid en doelbewuste misinformatie. Herman vergeleek de stellingen in het boek met documenten en rapporten en toonde zo aan dat het een complete vervalsing was. Daarnaast ontrafelde hij de terreurnetwerken die de VS in Latijns-Amerika, Afrika en Azië ondersteunde en de manier waarop de Amerikaanse massamedia dat verband negeerden of minimaliseerden.

Het is in dit boek dat hij voor het eerst de termen 'wholesale terrorism' en 'retail terrorism' gebruikte. Dit zijn termen uit de handel, 'wholesale' slaat op de grote bedrijven die leveren aan de lokale winkels, 'retail' is de kleinhandel. Grootschalig terrorisme wordt met troepen, bombardementen, tanks uitgevoerd (vandaag kan je er drones aan toevoegen), kleinschalig terrorisme is het gewelddadige verzet daartegen. Herman gaf geen rechtvaardiging voor dat 'kleinschalige terrorisme', maar wees er op dat het zijn ontstaan volledig te danken had aan dat grootschalig terrorisme, waarin zijn land zo bedrijvig was (en is).

In 1987 gaf Melvin Goodman, diensthoofd Soviet Affairs van de CIA toe dat het boek The Terror Network een onderdeel was van een propagandaoperatie die door de CIA was opgezet, waarmee hij impliciet alle bevindingen van Edward Herman in zijn boek The Real Terror Network bevestigde.

Daarna volgden nog Demonstration Elections (1984), The Terrorism Industry (1990), Beyond Hypocrisy: decoding the news in an age of propaganda (1990), Triumph of the Market (1995), een verzameling van eerder gepubliceerde essays in tijdschriften en kranten en The Global Media – The New Missionaries of Corporate Capitalism (1997) samen met Robert McChesney.

De mythe van de liberale media

The Myth of the Liberal Media – An Edward Herman Reader (1999) is eveneens een bundel nieuwe en eerder geschreven essays, waarin hij de vijf mediafilters verder ontwikkelt, die hij elf jaar eerder in Manufacturing Consent voor het eerst had neergeschreven. Daarin ontmaskert hij tevens de steeds weer gebruikte tactiek van critici dat zijn media-analyse slechts een zoveelste samenzweringsmodel zou zijn.

Zijn propagandamodel van vijf mediafilters is zoals hij zelf stelt niet absoluut: “Dit propagandamodel suggereert niet dat lokale en zelfs grotere overwinningen onmogelijk zouden zijn, vooral wanneer elites het zelf onderling oneens zijn of wanneer het gaat over zaken waar ze geen eigen belang bij hebben... We denken dat het propagandamodel activisten kan helpen in te zien waar ze best hun krachten inzetten om de mainstream media te beïnvloeden.” (Citaat uit het essay 'The Propaganda Model Revisited' in The Myth of the Liberal Media).

“Mainstream critici (van het propagandamodel) kunnen het niet laten die beschuldiging (dat het een samenzweringsmodel is) te blijven herhalen, deels omdat ze te lui zijn om een complexe analyse te lezen, deels omdat ze goed weten dat een radicale kritiek vals beschuldigen van samenzweringdenken hen geen enkele moeite kost, deels vanuit de volgens hen vanzelfsprekende evidentie dat duizenden 'onafhankelijke' journalisten en bedrijven het onmogelijk maken dat een 'partijlijn' zou gevolgd worden.”

Edward Herman schreef zijn analyses in het pre-internettijdperk. Zijn analyse klopt echter nog steeds. De ijver waarmee zowat alle westerse mainstream media vandaag een Russische hand zien achter elke mogelijke evolutie die hen ontgaat of die hen niet bevalt lijkt zeer sterk op de anti-Sovjetpropaganda van de jaren 1970 en 1980. We weten ondertussen hoeveel daar toen van waar was. Leren uit het verleden is vandaag blijkbaar geen vereiste om mainstream journalist te worden...

Echokamers, groot en klein

Herman schreef zijn analyses in een tijd dat de grote media nog zeer dominant waren en de toegang tot informatie domineerden. Vandaag zijn zij dat monopolie kwijt. Sociale media zijn daarom niet altijd betrouwbaar, er zit veel bagger tussen. Herman wijst er op dat de hedendaagse kritiek vanuit de grote media op de sociale media voor een deel zeker terecht is, maar dat die kritiek ook altijd op henzelf slaat. Dat sociale media circuleren in een 'echokamer' van gelijkgestemde meningen klopt zeker, wat dat betreft zijn ze echter slechts kleine kopieën van de enorme echokamers die de grote media zelf zijn.

Hij blijft een essentiële bron van informatie voor ieder die een historisch inzicht wil krijgen in de werking en evolutie van de naoorlogse media en de rol die zij tot vandaag spelen in het politiek bestel, niet objectief, niet neutraal maar ten dienste van belangen die ingaan tegen de wil van de gewone mens. Dat gaat van het zaaien van verwarring over de klimaatopwarming over het promoten van vrijhandelsakkoorden tot het al dan niet doelbewust verkeerd weergeven van de oorzaken van sociaal protest.

De grote media zijn hun monopolie op de doorstroming van informatie kwijt. Dat is een evolutie met vele angels, maar zoals Herman zelf schreef: “Inzicht in de werking van de media geeft activisten de middelen om er tegen in te gaan.” Met zijn werk gaf Edward Herman dat inzicht, waarvoor dank.

Edward Herman was de laatste jaren van zijn leven niet meer actief. In 2012 was zijn gezondheid al zeer zwak, maar nam hij nog de tijd voor een interview met TheRealNews (zie hieronder), een van de vele alternatieve media die in de VS zijn ontstaan, vanuit de bewustwording die zijn werk heeft veroorzaakt. Vandaag nemen nieuwe stemmen als Naomi Klein zijn werk over.

Edward Herman over 'Manufacturing Consent” (15'29”):

Edward Herman over 'Humanitarian Imperialism' (10'29”):


Edward Herman over 'Global Finance' (14'42”):

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.