about
Toon menu
Boekrecensie

Zoekinstrument collaboratie en repressie

‘Zelden verscheen er een nuttiger werk over de Tweede Wereldoorlog in België. Het is een godsgeschenk voor wie op zoek is naar correcte informatie en bronnen over collaboratie en repressie.’ (Bruno De Wever)
donderdag 9 november 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Boek en tv-reeks

‘Het onderzoek naar de collaboratie is veel te lang het exclusieve domein geweest van een paar “ingewijden”, die door de goden van de gerechtelijke Olympos werden beschermd.’

Dat schrijft José Gotovitch zeer terecht op de binnenflap van dit boek. Deze emeritus professor aan de Université Libre de Bruxelles weet waarover hij schrijft. Samen met Chantal Kesteloot, maar ook met de medewerking van Nederlandstalige historici als Dirk Luyten, Marnix Beyen, Jaap Kruithof, Frans-Jos Verdoodt en Bruno De Wever, schreef hij in 2002 Collaboration, répression, un passé qui résiste. Gotovitch was de voormalige directeur van CEGES, nu CegeSoma, het Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij; zeg maar hét Belgische kenniscentrum voor de geschiedenis van de conflicten van de 20ste eeuw. 

Ongeveer gelijktijdig met het boek verschijnt nu ook een tv-reeks van zes afleveringen Kinderen van de collaboratie waarin kinderen van Vlaamse collaborateurs hun getuigenissen afleggen. Veertien getuigen vertellen zonder taboes maar met veel emotie over hoe de keuze van hun ouders hun eigen leven heeft beïnvloed en bepaald. 

Op 7 november verscheen de eerste aflevering die in nauwe samenwerking met CegeSoma tot stand is gekomen. Historicus Nico Wouters, hoofd van CegeSoma, benadrukte dat het belangrijk is dat we hier spreken van een constructieve dialoog tussen historici en de media. Tijdens het lanceringsmoment bleek dat deze uitzendingen waarschijnlijk veel reactie zullen losweken en daarmee hopelijk ook een echt debat over de erfenis van de Tweede Wereldoorlog en de manier waarop onze beeldvorming tot stand is gekomen.

Dat hoopt ook de Gentse historicus Koen Aerts die niet alleen instond voor de wetenschappelijke begeleiding van de reeks, maar ook samen met zijn collega’s Dirk Luyten, Bart Willems, Paul Drossens en Pieter Lagrou, de samensteller is van het boek Was opa een nazi?, dat daardoor een uitstekend samenwerkingsverband is geworden tussen historische onderzoekers en archivarissen en ook tussen uitgeverijen, want Lannoo en Racine hebben ervoor gezorgd dat het boek zowel in het Nederlands als in het Frans verschijnt.

Zonder omwegen naar verleden

De opzet van dit werk? Zonder omwegen naar het verleden, dat schrijven de samenstellers zelf in hun inleiding. Het boek wil in de eerste plaats een zoekwijzer zijn die tegemoet komt aan de behoefte aan kennis over relevante, correcte en volledige informatie over de repressieperiode. Het is een toolbox geworden voor de vele kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen die dagelijks op zoek gaan naar dat ‘zwijgzame’ verleden.

Het gaat over heel veel mensen. Ze zijn naar schatting met 300.000: de kinderen van Belgen die na de Tweede Wereldoorlog verdacht of beschuldigd werden van collaboratie met nazi-Duitsland. De auteurs geven nog meer cijfers: van de 405.493 dossiers die door een van de vier Belgische krijgsraden (Antwerpen, Brussel, Gent en Luik) werden behandeld kreeg ongeveer 71 procent een klassering zonder gevolg.

Op het toenmalige Belgische bevolkingsaantal van ruim 8.300.000 inwoners vertegenwoordigt het aantal geopende dossiers 4 à 5 procent. Het maximum lag in de Oostkantons waar het aantal dossiers in Eupen en Malmedy goed was voor respectievelijk 28 en 22,9 procent van het bevolkingsaantal, wat verklaard wordt door de Duitse annexatie in 1940.

De auteurs benadrukken ook op dat een vergelijking van de Vlaamse en Franstalige arrondissementen geen noemenswaardige verschillen ten opzichte van het nationale gemiddelde van de vervolgingsgraad aan het licht bracht. Zo’n 100.000 burgers kregen ook effectief een straf voor het meewerken met nazi-Duitsland: van terechtstelling over vrijheidsberoving tot verlies van rechten. In België zaten maximaal 70.000 personen achter tralies, terwijl in Nederland tussen de 120.000 tot 150.000 personen vastzaten. Tussen 1944 en 1950 stierven 244 personen voor het vuurpeloton. Behalve die executies en de korte gevangenisstraffen in de eerste twee jaren na de bevrijding, voerde de Belgische staat de bestraffing lang niet tot het uiterste door.

Het boek brengt niet alleen cijfermateriaal, maar nodigt ook uit tot nuancering. ‘In de historische werkelijkheid bestaat er niet zoiets als dé collaboratie. Samenwerking met nazi-Duitsland kent een oneindig aantal tinten en gradaties. Dit boek helpt om die verscheidenheid in te kleuren zowel het decor als het tafereel op de voorgrond.’ (p. 14)

Het werk bestaat uit twee grote delen. De opbouw van het eerste deel brengt een goede schets van de historische context en brengt respectievelijk het bestraffen van de samenwerking met de vijand in beeld. In de volgende hoofdstukken waarin de justitiële context geschetst wordt, wijzen de auteurs er ook op dat de term ‘repressie’ een belgicisme is voor ‘zuivering’ dat meestal gebruikt wordt voor de afrekening met de vrienden van de vijand.

Nuttig navigatiesysteem

Het tweede en meest omvangrijke deel van dit boek is een handzame handleiding op maat van de persoonlijke zoektocht naar het oorlogsverleden van familieleden en bekenden. Een grondige kennismaking met het archieflandschap is daarvoor zeer belangrijk. Drie vragen staan hierbij centraal: Hoe navigeer ik naar de juiste bronnen? Welke archieven bewaren die bronnen? Hoe kom ik daar? Op elk van die vragen wordt zeer uitvoerig en op een heldere manier ingegaan.

Het geheel wordt gecompleteerd met een beredeneerde bibliografie, want de auteurs zijn er zich van bewust dat het vaak zeer moeilijk is om door de bomen van weinig kritische pro domo verhalen en martelaarskronieken nog het bos te kunnen zien. Het is daarom dat zij in de bibliografie alleen verwijzen naar de relatief kleine stapel van kritisch-wetenschappelijke bijdragen.

Was mijn opa een nazi? is een uitstekend zoekinstrument, geschreven in een heldere, zeer toegankelijke taal, voor iedereen die op speurtocht wil gaan naar een vaak onuitgesproken oorlogsverleden. Ook historicus Bruno De Wever is niet karig met zijn lof: ‘Zelden verscheen er een nuttiger werk over de Tweede Wereldoorlog in België. Het is een godsgeschenk voor wie op zoek is naar correcte informatie en bronnen over collaboratie en repressie.’