about
Toon menu

Weinig hulp voor Indiase verkrachtingsslachtoffers

Slachtoffers van verkrachting in India krijgen vijf jaar na een wereldschokkende verkrachting in een bus in Delhi nog steeds weinig juridische hulp. Ook is er sprake van vernederende behandeling bij ziekenhuizen en politiebureaus, zegt mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW).
woensdag 8 november 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

India paste de wetgeving aan en voerde andere hervormingen door na een gewelddadige verkrachting van een studente in een bus in 2012. Ze overleed aan de gevolgen van het geweld.

Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) stelt in het op 8 november 2017 verschenen rapport dat vrouwen en meisjes die een verkrachting overleven, vaak te maken krijgen met vernederende situaties op het politiebureau en in ziekenhuizen. De politie weigert soms de aangifte op te nemen, slachtoffers en getuigen krijgen nauwelijks bescherming en artsen voeren nog steeds vernederende ‘vingertesten’ uit.

Daarnaast is er sprake van onvoldoende zorg, hulp en juridische steun voor de slachtoffers tijdens rechtszaken.

Hervormingen

“Vijf jaar geleden was India geschokt door de gewelddadige groepsverkrachting in Delhi en werd er opgeroepen het taboe rond seksueel geweld te doorbreken en het justitiesysteem te hervormen”, zegt Meenakshi Ganguly, directeur Zuid-Azië bij HRW. “Vandaag zijn er betere wetten en is er een beter beleid, maar er moet nog veel gebeuren om te garanderen dat politie, artsen en rechtbanken de slachtoffers met respect behandelen.”

HRW deed onderzoek in vijf Indiase deelstaten, Haryana, Uttar Pradesh, Madhya Pradesh en Rajasthan. Voor deze deelstaten werd gekozen omdat er veel verkrachtingsgevallen worden gerapporteerd. Daarnaast richtte het onderzoek zich op New Delhi en Mumbai.

Volgens de Indiase wet kunnen politiebeambten die een aangifte van seksueel geweld weigeren, maximaal 2 jaar celstraf krijgen. HRW ontdekte echter dat de politie niet altijd een FIR (First Information Report) registreerde, de eerste stap op weg naar een politieonderzoek. Vooral als het slachtoffer uit een arme of gemarginaliseerde gemeenschap kwam, deed dat zich voor. In diverse gevallen oefende de politie druk uit op de familie om de zaak “onderling te regelen”, vooral als de vermoedelijke dader uit een rijke familie kwam.

Vingertesten

In 2014 standaardiseerde India de medische behandeling van slachtoffers van seksueel geweld. Intern vaginaal onderzoek, of een zogenoemde ‘vingertest’, wordt volgens de nieuwe regels alleen toegestaan bij “medische noodzaak”, en er mogen geen onwetenschappelijke en vernederende conclusies getrokken worden over de vraag of het slachtoffer “gewend was aan seks.”

Regeringen van deelstaten zijn er echter vrij in hun eigen beleid te bepalen. Volgens HRW worden de richtlijnen, zelfs in deelstaten die de nieuwe regels omarmen, vaak niet gevolgd.

HRW baseert de conclusies op de uitkomsten van meer dan 65 interviews met slachtoffers, familieleden, advocaten, mensenrechtenactivisten, artsen, forensisch experts, ambtenaren en politiebeambten. Daarnaast werd gebruik gemaakt van onderzoeken die werden uitgevoerd door Indiase organisaties.