about
Toon menu
Interview

Hilde Van Malderen: “Enkel uitkeringen optrekken lost armoedeprobleem niet op”

Hilde Van Malderen liet de glamoureuze wereld van de sportjournalistiek achter zich en maakte andere keuzes in haar leven. Ze vertelt over haar nieuwe leven, waarbij vrijwilligerswerk met mensen in armoede een belangrijke rol speelt. “Je lost het armoedeprobleem zeker niet op door alleen maar de uitkeringen op te trekken”, zegt Van Malderen. Onlangs publiceerde ze haar debuutroman ‘Kathaai’ bij uitgeverij Manteau.
maandag 6 november 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Hilde Van Malderen (38) studeerde aan de universiteiten van Gent en Antwerpen en verdiepte zich daar in de geschiedenis en de internationale politiek. Na haar studies wilde ze graag buitenlandjournaliste worden, maar dat bleek minder eenvoudig dan gedacht. Ze belandde in de sportjournalistiek en had voor ze het wist een vast contract beet. “Als kind heb ik nog naast Tia Hellebaut staan kogelstoten, heel veel later werd zij Olympisch kampioene”, grinnikt Van Malderen.

In de krantensector werkte de journaliste eerst bij De Morgen en daarna bij Het Laatste Nieuws. Ze was ook aan de slag bij de commerciële tv-zenders Sporting Telenet en VTM.

“Het voetbal is een rotte wereld”, bedenkt Van Malderen. “Op een bepaald ogenblik kon ik het niet meer hebben: die oppervlakkigheid, de bling-bling, het bedrog, de leugens, de machtsspelletjes en de grote ego’s. Naast mijn werk voor VTM was ik al reportages aan het maken voor het blad Vitaya. Eén van die reportages handelde over mensen in armoede, en dat inspireerde me om daar meer mee te willen doen. Toen ik hoorde dat ze bij De Zuidpoort in Gent vrijwilligers zochten, maakte ik daar werk van. In de wereld van het voetbal miste ik engagement.”

Hilde, je engageert je behoorlijk in de strijd tegen armoede, als vrijwilligster bij De Zuidpoort, een Gentse vereniging waar armen het woord nemen. Maar je hebt gemengde gevoelens over wat je ziet op het terrein?

Hilde Van Malderen: “Inderdaad. Bij De Zuidpoort is er slechts één betaalde kracht, de coördinator. Hij werkt samen met een groot aantal vrijwilligers. De coördinator rent van de ene vergadering naar het andere overlegmoment en heeft nauwelijks tijd voor de dagelijkse werkelijkheid. We hebben die vele vergaderingen heus niet nodig om te weten waar het schoentje knelt. Er zijn zoveel vzw’s met een beetje personeel, die zich allemaal kapot moeten vergaderen. De grootste noden zitten uiteraard op het terrein, bij de mensen in armoede zelf. Maar er moet met subsidies worden gewerkt, en dat gaat gepaard met veel vergaderen, het bijeenschrijven van zware subsidiedossiers, een hoop administratie. De verenigingen moeten van alles en nog wat bijhouden. Als we echt willen, kan er véél méér geld gaan naar de mensen zelf. Bij De Zuidpoort ben ik mee verantwoordelijk voor het thema ‘vrijetijdsparticipatie’; ook op dat punt is het véél vergaderen om iets in gang te zetten. Zo kan je van armoedebestrijding moeilijk een groot succes maken.”

“Er is ook veel versnippering, want de armoedebestrijding is versnipperd en verspreid over een hele reeks overheidsniveaus en –diensten. Niemand raakt nog wijs uit die ingewikkelde puzzel, zelfs niet wanneer je universitaire studies hebt gedaan. Alles lijkt te worden bedacht vanop bureaus. Als er wordt gepraat met mensen in armoede, gebeurt dat met de sterksten. Zelfs wij hebben moeite om de echte diepe armoede te bereiken.”

“Ik vind het echt deprimerend wanneer ik mensen bezoek in de grote blokken van Nieuw-Gent: gebouwen die slecht zijn onderhouden, het stinkt er, de muren zijn lelijk, bellen, parlofoons en liften werken vaak niet en er is veel vandalisme. Je ziet daar schrijnende toestanden.”

“Mijn eigen grootvader was ooit een boer zonder land. Hij had geen andere keus dan te gaan werken bij Union Chimique, en werd ziek van dat werk. De familie waarin ik zelf opgroeide bezat ook niet zoveel. We hadden juist genoeg maar niks te veel. Nu, als volwassene, behoor ik zelf tot de middenklasse maar desondanks besef ik heel goed dat het niet aan iedereen is gegeven om op eigen kracht de armoede achter zich te laten. Heel wat mensen worden gewoon arm door brute pech, en dat kan mij net zo goed overkomen. Er is zoveel dat mensen overkomt zonder dat ze daarom hebben gevraagd. Ik zie ze zo vaak: medemensen die elke euro drie keer moeten omkeren om toch maar rond te komen. Onze regering roept heel graag ‘jobs, jobs, jobs’, maar ik ken genoeg mensen die heel moeilijk rond komen, ook al hebben ze werk. Er mag dan niets mis gaan of ze tuimelen over de rand.”

‘State of mind’

Je zegt ook dat het niet kan volstaan om de minimumlonen te verhogen en sociale uitkeringen op te trekken. ‘Armoede wordt een state of mind’, zeg je. Wat bedoel je daar juist mee?

Van Malderen: “Als je arm bent, groeit er een soort van minderwaardigheidsgevoel dat gestadig je geest binnen sluipt. Iemand 100 of 200 euro extra geven per maand lost dat niet op. Veel mensen in armoede voelen zich geen deel van de samenleving. Sommigen beginnen zich te verwaarlozen. Ze verliezen de moed. Meer dan eens zijn ze sociaal geïsoleerd, drinken ze te veel en stapelen ze de problemen op. En dan zijn er nog al die beschuldigende vingers.”

“We moeten ook veel meer beseffen dat niet iedereen méé kan. Niet iedereen is in staat om te sms’en of e-mailen. Niet iedereen heeft alle vaardigheden die we tegenwoordig zo vanzelfsprekend achten. Armoede aanpakken is een veel ruimer verhaal dan gewoon maar wat uitkeringen verhogen. Veel mensen in armoede hebben voor alles schroom, ook al willen ze nog zo graag hun best doen.”

Neerbuigendheid

Je hebt ook ervaren dat er heel neerbuigend wordt gedaan tegenover wie in armoede leeft. Zelfs vrijwilligers uit het middenveld bezondigen zich daaraan?

Van Malderen: “Spijtig genoeg denken velen in termen van een ‘relatie tussen hulpverlener en cliënt’. Maar ik zie dat helemaal niet zo. Ik snap nog ergens dat een sociaal werker het zo opvat als gevolg van zijn opleiding. Maar van vrijwilligers kan ik dat niet begrijpen. Je kan toch niet zeggen: ‘Ik kom hier een paar uur per week helpen maar verder wil ik die mensen niet in mijn leven’. Waarom zou ik buiten De Zuidpoort niet afspreken met mensen in armoede als het gewoon klikt? Sommige vrijwilligers willen de twee werelden echt gescheiden houden. Soms is er ook veel aarzeling om mensen in armoede zelf verantwoordelijkheid te geven, alsof die dat niet zouden aan kunnen. Je moet ze gewoon de kans geven. Het beleid rond armoede en de hulpverlening zijn al te vaak heel paternalistisch en neerbuigend, en ik kan daar moeilijk mee om.”

Onlangs was er het bericht dat er tussen 2005 en 2016 bijna 500 daklozen stierven in Brussel. 494, om precies te zijn. Onwezenlijk. Mogelijk zijn burgers met normale inkomens, organisaties, politici gewoon niet gevoelig genoeg voor de problemen van daklozen?

Van Malderen: “Daar zit inderdaad het probleem, denk ik. Daklozen of mensen in armoede gaan niet stemmen. Als ze het wel doen, brengen ze een blanco stem of een proteststem uit. Daar hebben politici niet veel aan. Ze kunnen ook niet zwaar scoren door veel te doen voor daklozen of mensen in armoede. Nee, dan liever veel praatjes verkopen rond veiligheid! Er heerst ook onverschilligheid. Naarmate er in een samenleving meer welvaart en comfort is, groeit ook de neiging om dat allemaal te willen beschermen en neemt de angst toe om iets te kunnen verliezen.”

Geld = status

Je hebt het ook lastig met de link die velen leggen tussen ‘status’ en ‘geld’?

Van Malderen: “Ik heb een aantal jaren voor de tv gewerkt, en in die wereld is dat allemaal erg belangrijk. Toen ik een programma als De Gouden Schoen mocht presenteren, begonnen anderen mij opeens heel belangrijk te vinden. Ik mocht opdraven in programma’s als Café Corsari of De Afspraak. En ik kreeg opmerkingen over de manier waarop ik me kleedde. Het oogt allemaal heel glamoureus maar tegelijk voelde ik me ook erg eenzaam. Er wordt naar je opgekeken maar door al die glamour en glitter word je heus geen beter mens. Ik wilde gewoon graag mijn werk doen.”

“Al die ervaringen en indrukken deden me nadenken over status en geld. Als je al een comfortabel leven leidt, word je heus niet veel gelukkiger door nog meer geld te verzamelen.”

“Iets wat me onlangs frappeerde, is het bericht in de krant dat rijke voetballers de fiscus te slim af zijn. Zoiets passeert zonder dat er een golf van verontwaardiging door het land gaat. Maar als politici te veel mandaten hebben en zo veel geld bijverdienen, staat iedereen op zijn achterste poten. Ik begrijp best dat goede voetballers veel geld kunnen verdienen omdat ‘de markt’ dat zo wil. Maar het is erover als ze dan ook nog eens de belastingen oplichten. Onze politiek durft natuurlijk niet te raken aan het voetbal. Politici zitten maar al te graag in de zeer comfortabele lounges in nieuwe stadions.”

Schone schijn en eenzaamheid

Als sportjournaliste heb je veel over het voetbal bericht. Het is een wereld waarin heel veel geld omgaat en waarin voetballers en coaches enorme bedragen op hun rekening overgeschreven krijgen. Topvoetballers leven in een wereld waarin Geld de toon zet. Hoe ging jij daarmee om?

Van Malderen: “Er zijn genoeg jonge gasten die al ontdekt worden als ze 14 jaar zijn. Hun kop wordt zot gemaakt door managers en talent scouts uit het voetbal. Ik kende bijvoorbeeld een voetballer die al op zijn 15de een contract van 200.000 euro per jaar onder zijn neus geschoven kreeg. Velen draaien mee in die wereld en voelen zich halfgoden. Je kan hen dat eigenlijk niet kwalijk nemen. Maar uit Engels onderzoek is gebleken dat een flink percentage van de betere voetballers binnen de vijf jaar failliet gaat zodra de voetbalcarrière afgelopen is. Het is een wereldje van blinkend goud, maar er is even goed veel schone schijn en eenzaamheid. Ik herinner me een succesrijke voetballer die klein van gestalte was: hij verdiende erg veel geld maar besefte ook maar al te goed dat de meeste vrouwen niet op hém afkwamen maar op zijn fortuin. Toppers als Vincent Kompany en Romelu Lukaku hebben nog goede families die hen begeleiden en voor grote avonturen behoeden. Maar in heel wat gevallen ontbreekt die begeleiding, en worden zelfs de ouders verblind door het geld dat binnenstroomt.”

Je hebt veel eenzaamheid gezien in het voetbal. Vertel daar ’s wat meer over?

Van Malderen: “Een voetballer is maar zo goed als zijn laatste match. Als hij veel doelpunten scoort, heeft hij vele vrienden. Als hij met aanslepende blessures kampt, zijn de vrienden weg. Er zijn genoeg voetballers die problemen hebben met gokken, drugs, vrouwen. Wanneer hun sportieve loopbaan voorbij is, hebben ze soms ook geen leven meer. Ik denk ook aan de vele Afrikaanse spelers die in Europa terechtkomen, geen geslaagde carrière uitbouwen en niet naar huis terug durven te gaan.”

Ken je ook voetbaltoppers die je als mens zeer oké vond?

Van Malderen: “Die zijn er natuurlijk wel. Iemand als Vincent Kompany bijvoorbeeld is heel geëngageerd. Er zijn ook veel voetballers die een deel van hun geld naar huis sturen en die voetbalscholen oprichten in hun thuisland. Een internationale ster als Cristiano Ronaldo steekt veel geld in liefdadigheid in Portugal, ook al hangt hij dat niet te veel aan de grote klok. Brecht Dejaegere van AA Gent begeleidt jonge voetballers en is ook het gezicht van een campagne tegen pesten.”

Maatschappelijke ‘return’

Je hebt een uitgesproken mening over de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de voetbalsport?

Van Malderen: “Voetbalclubs zouden nog veel meer moeten teruggeven aan de samenleving, bijvoorbeeld door sociale projecten op te zetten. In Gent mocht het nieuwe voetbalstadion op grond van de stad worden neergepoot, maar het stadsbestuur eiste wel dat er in ruil een hele community-werking zou worden uitgebouwd. Elke stad zou zo’n maatschappelijke return moeten eisen van haar voetbalploegen.”

“AA Gent werkt bijvoorbeeld samen met het plaatselijke OCMW en met een plaatselijke psychiatrische instelling. De lokalen in het stadion kunnen worden gebruikt door scholen en verenigingen. De club moet ook meewerken aan initiatieven rond gezonde voeding. En er zijn tickets tegen sociaal tarief verkrijgbaar. AA Gent heeft ook personeelsleden voor zijn community-werking, wat redelijk weinig voorkomt in België. Akkoord, het is één van de topclubs, maar in wezen kan elke voetbalclub wel iets betekenen voor de maatschappij, klein of groot.”

Je leeft in Gent, een stad die veel in het nieuws was met haar omstreden circulatieplan. Heb je daar een mening over?

Van Malderen: “Ik sta achter het Gentse circulatieplan maar het is wel heel hautain doorgevoerd. ‘Het zal zo zijn, en niet anders’. Vrienden van me hebben een restaurant in het stadscentrum: zij merken effectief dat er nu minder klanten passeren. Een gevolg van het circulatieplan is ook dat de fietsers nu baas zijn in Gent. Persoonlijk constateer ik wel dat we onszelf verstikken met de auto. En ik pleit schuldig! Ik rijd altijd met de auto naar het werk in Brussel, en er gaat geen dag voorbij zonder dat ik in de file sta aan te schuiven. Maar zelfs met al die files ben ik met de auto nog altijd een stuk sneller op mijn werk dan met het openbaar vervoer.”

Debuutroman

 

 

 

Je hebt een debuutroman geschreven, ‘Kathaai’, uitgegeven bij Manteau (WPG). Kan je daarover wat meer vertellen?

 

Van Malderen: “De kathaai is een vis, maar dat doet verder weinig ter zake. De roman schetst de evolutie in het leven van een vrouw, Marie Margolis. Ze moet overeind krabbelen na een ingrijpende liefdesbreuk. Marie werd gedumpt door haar grote liefde. Als de crisis het diepst is, doet haar baas haar een oneerbaar voorstel, een weekendje Amsterdam, no strings attached. Marie gaat op zoek naar zichzelf maar balanceert daarbij op de grens van het fatsoen. Professioneel maakt ze een hele ontwikkeling door maar in de liefde blijft het sukkelen en leert ze ook de vuile kantjes kennen. Je weet wel, de kantjes die we allemaal hebben maar liever wegsteken.”

“Eigenlijk wilde ik al boeken schrijven toen ik 10 jaar oud was. Als kind schreef ik vaak toneeltjes. Een jaar of drie, vier geleden was ik het voetbal kotsbeu. Ik koos voor een carrièreswitch en belandde bij Visie, het blad van Beweging.net waar ik nu hoofdredacteur van ben. Op zeker moment kreeg ik opnieuw goesting om een boek te schrijven. Dat werd een verhaal met veel vallen en opstaan. Ik nam zelfs twee maanden onbetaald verlof om de roman te kunnen afwerken.”

“Het boek is te koop sinds half september, en de verkoop loopt niet zo slecht. Mijn grote geluk was dat drie uitgevers me zelf aanspraken toen ze hadden opgevangen dat ik een boek wilde uitbrengen. Ideaal zou ik graag leven van het schrijven, maar dat is lang niet vanzelfsprekend.”

Is je roman autobiografisch?

Van Malderen: “Goh, dat is op zich zelfs niet zo relevant. De gevoelens die erin zitten heb ik zeker ooit ook gehad. Ik ben in mijn leven ook meer dan eens zoekende geweest en ben meer dan eens met mijn kop tegen de muur gelopen. Eén van de thema’s is de vaststelling dat we soms eenzaam zijn, ook al worden we omringd door veel mensen. Iets wat naar mijn mening een almaar groter probleem wordt in onze maatschappij.”

Komen er nog meer boeken?

Van Malderen: “Ik hoop zeker nog meer romans te schrijven maar ik heb ook ideeën over non-fictieverhalen. Aan ideeën geen gebrek. Ik ben iemand die constant in verhalen denkt.”