about
Toon menu
Opinie

Meer rechtvaardigheid moet zorgen voor effectieve klimaatbescherming

Klimaatonderhandelaars van over de hele wereld komen vanaf volgende week samen in Bonn om het klimaatakkoord van Parijs uit 2015 verder op het spoor te zetten. Hoewel de onderhandelingen in Duitsland doorgaan, zal het kleine en klimaatkwetsbare Fiji de conferentie voorzitten. Dat is dan ook een uitgelezen kans om de sociale aspecten van het klimaatbeleid in de verf te zetten.
vrijdag 3 november 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Dat is ook de ambitie van Frank Bainimarama, de eerste minister van Fiji: “We who are most vulnerable must be heard, whether we come from the Pacific or other Small Island Developing States, other low lying nations and states or threatened cities in the developed world like Miami, New York, Venice, or Rotterdam.”

Zo’n 150 vakbondsvertegenwoordigers uit vijf continenten zullen de onderhandelingen in Bonn van dichtbij opvolgen. Zij hebben hiervoor meer dan genoeg redenen. Stap voor stap moeten de landen die het akkoord van Parijs ondertekenden hun engagement omzetten in concrete acties en maatregelen.

Het engagement is duidelijk: de opwarming van de aarde onder de 2°C houden en streven naar een maximale opwarming van 1,5°C. De onderhandelaars werken in Bonn aan twee grote pakketten: het vastleggen van het Paris Rulebook (met praktische werkafspraken) en de voorbereiding van de Facilitative Dialogue in 2018 (FD 2018). Rond beide thema’s moet de weg bereid worden om volgend jaar tijdens de conferentie in Katowice (Polen) beslissingen te kunnen nemen.

Paris Rulebook

Een robuust en coherent geheel van regels en procedures is noodzakelijk om te zorgen voor een effectieve en billijke uitvoering van het Akkoord van Parijs. De lidstaten moeten weten dat de klimaatmaatregelen die ze nemen correct gemeten en geregistreerd worden en vervolgens publiek gemaakt worden om te zorgen voor een gelijk speelveld tussen alle betrokken partijen. Dit moet zorgen voor vertrouwen, wat noodzakelijk is om draagvlak te creëren en samen de doelstellingen te realiseren.

Zonder een brede consensus over de spelregels zal er geen bereidheid zijn om snel tot ambitieuze maatregelen te komen. De uitdaging voor de onderhandelaars bestaat er in om snel en efficiënt voort te bouwen op het Akkoord van Parijs zonder discussies uit Parijs opnieuw te openen.

Voorbereiding van de 2018 Facilitative Dialogue

Het Akkoord van Parijs voorziet in een discussie tussen de lidstaten in 2018 om na te kijken of de landen op het goede pad zijn om de klimaatdoelstellingen te halen. Deze dialoog – en vooral de gevolgen die er aan gegeven zullen worden –  is bijzonder belangrijk aangezien we ondertussen weten dat dit absoluut niet het geval is.[1] Daarenboven moeten ook de aanbevelingen van de klimaatwetenschappers van het IPCC over de impact van een opwarming met 1,5°C meegenomen worden in deze dialoog.[2]

We zien vandaag dat er onvoldoende vooruitgang geboekt wordt in het klimaatbeleid en dat quasi over heel de wereld. Daarom is het noodzakelijk dat de FD 2018 verder kijkt dan enkel het reduceren van emissies. De brede socio-economische context moet meegenomen worden om enige kans op vooruitgang te hebben. Wat werkt er wel? Wat werkt er niet om de transitie naar een koolstofarme samenleving te realiseren? Deze vragen moeten beantwoord worden. Ook de inspanningen inzake adaptatie (aanpassing aan de klimaatverandering) moeten meegenomen worden.

Het doel van de FD 2018 is er voor te zorgen dat de landen meer ambitieuze klimaatplannen (de Nationally Determined Contributions of NDCs) voorstellen tegen 2020. De sleutel van het succes van Parijs lag bij dit proces van progressief toenemende nationaal bepaalde doelstellingen waarop niet mag teruggekomen worden. Het is nu aan de landen om dat engagement te honoreren.

Rechtvaardige transitie

De FD 2018 mag niet beperkt worden tot een gesprek tussen de lidstaten. Heel wat steden, bedrijven, milieu- en sociale organisaties, vakbonden, enz. dragen concreet bij tot de bescherming van het klimaat. Het zijn cruciale actoren om tot een effectief beleid te komen, ze moeten dan ook betrokken worden bij de FD 2018.

Vakbondsvertegenwoordigers uit heel de wereld kijken er op toe hoe het engagement uit het Akkoord van Parijs, waarin gepleit wordt voor “een rechtvaardige transitie voor de werknemers en de creatie van waardig werk en kwaliteitsvolle jobs” gerealiseerd wordt. Dat politiek engagement moet vertaald worden in de nationale klimaatplannen. In die plannen moeten dus duidelijke afspraken en maatregelen komen over de tewerkstellingsimpact van het klimaatbeleid, welke begeleidende maatregelen voorzien worden voor werknemers in sectoren waar het klimaatbeleid leidt tot jobverliezen, wat de rol hierbij is van sociale zekerheidssystemen, hoe het sociaal overleg hierbij betrokken wordt, wat de gevolgen zullen zijn voor bepaalde getroffen regio’s enz. Samengevat, in elk klimaatplan moet er een hoofdstuk over een “rechtvaardige transitie” komen en de FD 2018 moet hier mee voor zorgen.

Het klimaatbeleid dat noodzakelijk is, is zeer verschillend in elk land en in elke regio. Vooral in de ontwikkelingslanden zal dat niet mogelijk zijn zonder aanzienlijke financiële ondersteuning. Sinds 2009 (!) beloven de rijke landen dat ze tegen 2020 jaarlijks USD 100 miljard aan klimaatfinanciering zullen voorzien. De conferenties in Bonn en volgend jaar in Katowice moeten ervoor zorgen dat dit geld (van publieke en privébronnen) effectief beschikbaar zal zijn.

Het is positief vast te stellen dat er heel wat aandacht zal zijn voor een rechtvaardig klimaatbeleid op de klimaatconferentie in Bonn. Binnen de officiële onderhandelingen moet dit omgezet worden in concrete afspraken over de nationale klimaatplannen. Verder moet er ook een permanent spoor in de onderhandelingen gecreëerd worden waar lidstaten ervaringen kunnen uitwisselen. Dat gebeurt best in het kader van de Response Measures, waar het nu reeds aan bod komt. De sociale aspecten van het klimaatbeleid moeten een vaste plek krijgen in de onderhandelingen.

Vakbonden doen mee

Ook de vakbonden en andere middenveldorganisaties zullen in Bonn er mee voor zorgen dat de ‘rechtvaardige transitie’ hoger op de agenda komt.[3] De internationale en Europese vakbondskoepels zullen hun plannen voorstellen samen met de Duitse, Japanse en Canadese vakbonden. Ook de milieuorganisaties Greenpeace, WWF en Friends of the Earth hebben in Bonn aandacht voor de sociale en tewerkstellingsimpact van het klimaatbeleid. Zelfs sommige werkgeversorganisaties hebben aandacht voor de sociale impact van het klimaatbeleid, bv. in een gezamenlijk event van het B-team en het Just Transition Centre.[4]

Op een effectieve manier de sociale impact van het klimaatbeleid op de tewerkstelling maar ook inzake ongelijkheid aanpakken is ongetwijfeld één van de cruciale sleutels om de klimaatverandering onder controle te brengen. Werknemers en hun families moeten de garantie krijgen op een waardige job en een waardig leven waarbij tegelijkertijd de noodzakelijke klimaatmaatregelen worden genomen. Dit is de boodschap die de vele vakbondsvertegenwoordigers zullen meegeven aan de klimaatonderhandelaars in Bonn.  

Bert De Wel is raadgever milieu en energie ACV, deelnemer vakbondsdelegatie op COP23 in Bonn.

[1] http://www.unenvironment.org/news-and-stories/press-release/emissions-gap-report-2017-governments-non-state-actors-must-do-more

[2] http://www.ipcc.ch/report/sr15/

[3] Een overzicht van de standpunten kan je hier vinden: https://www.ituc-csi.org/IMG/pdf/cop23frontline.pdf

[4] https://www.wemeanbusinesscoalition.org/event/cop23-just-transition-business-briefing/ en www.justtransitioncentre.org