about
Toon menu
Opinie

"De Block voert beleid ten dienste van farma-industrie in plaats van voor patiënt"

De budgettaire maatregelen in de gezondheidszorg voor 2018 zijn net aangekondigd. Van de farmaceutische sector wordt een inspanning van 187 miljoen gevraagd. Hiervoor zal de patiënt meer moeten betalen voor medicijnen in bepaalde verpakkingen en van bepaalde merken. Laat ons dan eens het ganse geneesmiddelenbeleid van minister De Block onder de loep nemen. In plaats van een evidence based, kosten-efficiënt en voor de patiënt toegankelijk beleid te voeren, lijkt ze zich vooral te schikken naar de winsten van 'big farma'.
donderdag 2 november 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Stelvia is 12 jaar oud en heeft sikkelcelanemie. Deze erfelijke aandoening maakt haar extra vatbaar voor infecties. Waar andere kinderen zelf een verkoudheid overwinnen, loopt Stelvia het risico om met een zware longontsteking in het ziekenhuis te belanden. Daarom neemt ze elke dag antibiotica, sindsdien is ze niet meer gehospitaliseerd geweest.

Sinds 1 april 2017 is die noodzakelijke medicatie voor haar echter twee keer zo duur geworden. Minister van Volksgezondheid Maggie De Block besliste eind 2016 om de terugbetaling van antibiotica te verlagen. Het gevolg voor Stelvia en haar familie is heel concreet: haar moeder telt telkens in het begin van de maand uit wanneer ze een volgend doosje kan gaan kopen, want op het einde van de maand zonder komen te zitten, wil meestal zeggen dat ze een nieuw doosje enkele dagen zullen moeten uitstellen …met opnieuw mogelijks ernstige infecties tot gevolg.

Minister De Block verdedigt haar beleid: “Door een paar euro meer te vragen voor een geneesmiddel dat overgeconsumeerd wordt, kunnen we voor honderden patiënten het medicijn tegen hepatitis C terugbetalen.” Dat was ook de inzet van haar toekomstpact met de farma-industrie dat ze in 2015 met veel bravoure aankondigde. Door meer in te zetten op generische geneesmiddelen en dus goedkopere prijzen, zou snellere toegang tot nieuwe therapieën mogelijk worden voor patiënten (1). In feite beperkt minister De Block echter de toegang tot enkele levensnoodzakelijke geneesmiddelen en geeft ze op die manier een “licence to steal” aan de farmaceutische industrie om de sociale zekerheid te plunderen.

Geheime deals met de farma-industrie

De terugbetaling van Sovaldi, het fameuze geneesmiddel dat chronische hepatitis C kan genezen, werd geregeld via het zogenaamde artikel 81. Hierdoor kan men nieuwe geneesmiddelen waarvan de werkzaamheid nog onzeker is, toch al beschikbaar maken voor de patiënt. Via een afspraak tussen het kabinet en de industrie wordt dan voor een bepaalde tijd een geheime prijs vastgelegd en wordt terugbetaling voor de patiënt verzekerd. Voor Sovaldi gaat het om ongeveer 45.000 euro voor één behandeling van 3 maanden. Heel wat geld dus: het wordt dan ook enkel voor bepaalde patiënten terugbetaald.

Nochtans maken Indische generische producenten hetzelfde medicijn aan een prijs van 300 euro voor de volledige behandeling. Dat kan via een dwanglicentie waarbij een land een producent verplicht om een geneesmiddel ook generisch te laten produceren omdat het essentiële medicijn anders de betaalbaarheid van de ziekteverzekering op de helling zou zetten. Minister De Block laat echter liever patiënten zoals Stelvia meer betalen voor hun noodzakelijke medicatie en beperkt de toegang tot innovatieve medicatie tot bepaalde groepen zodat de farmareus Gilead (producent van Sovaldi) haar gigantische winstmarges kan behouden.

Sovaldi is bovendien niet het enige artikel 81-medicijn. Volgens berekeningen van het maandblad Médor, zou er tussen 2015 en 2018 zo’n 2,1 miljard worden uitgegeven aan dit soort terugbetalingen en ieder jaar nemen de bedragen toe (2). Zou, want niemand weet om hoeveel geld het eigenlijk gaat. Om de onderhandelingspositie van de industrie in buurlanden niet te verzwakken, zijn deze akkoorden immers strikt geheim. Bovendien is het allesbehalve zeker of al deze geneesmiddelen wel écht een toegevoegde waarde hebben. Maar liefst 9 van de 74 medicijnen die vandaag onder artikel 81 vallen worden door het toonaangevende geneesmiddelentijdschrift Prescrire beschouwd als “flagrante voorbeelden van medicijnen die eerder gevaarlijk zijn dan nuttig” (3).

De medicijnen onder artikel 81 zijn echter niet de enige deals die de minister met de farma-industrie sluit: in het zomerakkoord werd beslist om het opstarten van een klinische proef om een nieuw geneesmiddel te testen gratis te maken. Dat betekent dat de staatskas jaarlijks zo’n 2,7 miljoen zal mislopen uit de sector (4). Daarnaast stelde ze in november vorig jaar Bart Vermeulen aan als haar adjunct-kabinetchef en hoofd van het geneesmiddelenbeleid. Vermeulen is nog hoofdeconoom bij pharma.be geweest: dé lobbygroep van de farmaceutische bedrijven in België. Toeval? Het beleid van het kabinet De Block doet alleszins vermoeden van niet.

Onafhankelijke wetenschappelijke informatie in gevaar?

Raf Mertens, algemeen directeur van het Federaal Kenniscentrum voor Gezondheidszorg (KCE) en ook 75 universiteitsprofessoren trokken onlangs aan de alarmbel over de fusie van het KCE en de Hoge Gezondheidsraad met enkele andere instellingen tot één grote “kennisinstelling.” De invloed van industrielobby’s en de politiek zou zo veel groter worden en dus de onafhankelijkheid van hun studiewerk in gevaar brengen (5). In juni 2016 kwam het KCE nog met een uitgebreid rapport en vier scenario’s om de spiraal van steeds stijgende prijzen van nieuwe geneesmiddelen te doorbreken. De onderzoekers namen de manier waarop de farma-industrie vandaag haar economische winstlogica laat voorgaan op de maatschappelijke noden stevig op de korrel en pleitten voor een meer door de overheid gestuurde ontwikkeling van geneesmiddelen (6). Maar ook dat kan toeval zijn natuurlijk.

Enkele weken geleden kwam bovendien het nieuws dat de vzw Farmaka al haar medewerkers zal moeten ontslaan omdat hun financiering zal worden stopgezet. De organisatie bereikt met haar 20 onafhankelijke artsenbezoekers bijna de helft van de Belgische huisartsen met wetenschappelijke informatie en de laatste richtlijnen over nieuwe en minder nieuwe medicijnen en dit voor een budget van slechts 1,2 miljoen per jaar (7). Onderzoek wees uit dat deze bezoeken ongeveer voor 3,2 miljoen per jaar besparingen opleveren door het verminderen van onnuttig en te duur voorschrijfgedrag (8). Daar tegenover staan enkele duizenden vertegenwoordigers en een marketingbudget van minstens 500 miljoen voor de farma-industrie. Zonder Farmaka zijn huisartsen weer meer aangewezen op die vertegenwoordigers om informatie over nieuwe behandelingen te bekomen. En het hoeft niet te verbazen dat die informatie bijna uitsluitend positief is over het laatste, nieuwste en vaak ook duurste medicijn dat die firma’s op de markt hebben gebracht.

“Overconsumerende” patiënten en artsen “die voor apotheker spelen”

En de patiënt? Die “overconsumeert” dus te veel medicatie en zal meer moeten betalen om het af te leren. De verlaging van de terugbetaling van antibiotica, maagzuurremmers en cortisone-neussprays van eerder dit jaar, maakt het voor patiënten als Stelvia moeilijker om hun noodzakelijke medicatie te betalen met ernstigere gezondheidsproblemen én dus bijkomende kosten tot gevolg. Daarnaast is het de dokter die voorschrijft en niet de patiënt. Zo staat Nederland bekend om zijn laag antibioticagebruik, terwijl antibiotica daar gratis zijn voor de patiënt. Bovendien betekent de verlaging van terugbetaling van de cortisone-neussprays dat deze medicijnen niet langer voorschriftplichtig zijn. Dat maakt reclame op televisie en via andere media mogelijk voor deze medicijnen. Die “direct to consumer advertising” is één van de sterkste manieren om consumptie van medicijnen op te drijven. Om overconsumptie aan te pakken moet men in de eerste plaats zowel arts als patiënt neutraal informeren, maar de laatste maatregelen van minister De Block hebben dus net het omgekeerde effect.

Toen eind augustus enkele artsen opriepen om het mogelijk te maken om medicijnen die anders worden weggegooid te verdelen aan patiënten die het minder breed hebben, wees minister De Block opnieuw naar overconsumptie bij de patiënt. Alsof patiënten die hun medicatie niet kunnen betalen allemaal onterecht aan de pillen zitten. “Artsen mogen geen apotheek spelen,” voegde de minister er nog aan toe, “al is er een uitzondering: het verspreiden van staaltjes geneesmiddelen” (9). Duidelijker kan het niet: geneesmiddelen uitdelen mag volgens de minister om reclame te maken voorde nieuwigheden van big farma, maar oh wee als het is om een patiënt uit de nood te helpen.

Het kiwimodel als alternatief

Het kan nochtans anders, bijvoorbeeld door het toepassen van het kiwi-model. Dat vertrekt ten eerste van een wetenschappelijke behoefte-analyse. Dan selecteert een onafhankelijke wetenschappelijke commissie op basis van objectieve, evidence based medicine-criteria de beste geneesmiddelen om aan deze behoefte te voldoen. Tenslotte wordt de gezamenlijke koopkracht van de gemeenschap aangewend om via de ziekteverzekering in onderhandeling met de firma’s, eventueel via openbare aanbestedingen, de beste prijs te bedingen voor de geneesmiddelen die objectief het beste zijn.

Een studie laat zien dat het toepassen van dit kiwi-model op alleen al de 25 aan het RIZIV meest kostende geneesmiddelen, een besparing van ongeveer 450 miljoen zou opleveren (10). Geld dat in onafhankelijk en innovatief onderzoek kan worden geïnvesteerd of in broodnodig extra personeel in de zorgsector. Maar minister De Block moet niets weten van het kiwi-model. Al in 2005 torpedeerde ze als parlementslid een wetsvoorstel in die richting, vandaag heeft ze het ene na het andere absurde argument klaar om het hernieuwde geloof in en vraag naar het kiwi-model te counteren.

Maak werk van wetenschap, kostenefficiëntie en toegankelijkheid

Een evidence-based, kostenefficiënt en maximaal toegankelijk gezondheidsbeleid, dat beloofde minister van volksgezondheid Maggie De Block bij haar aantreden drie jaar geleden. Als “groot voorstander van evidenced-based medicine” herhaalde ze meermaals de voordelen van wetenschappelijkheid voor arts, patiënt én de maatschappij (11). Van evidence-based medicine schiet er vandaag nog maar weinig over en kostenefficiënt is het beleid van minister De Block vooral voor de boekhouding van 'big farma'. Hoog tijd voor een geneesmiddelenbeleid op wetenschappelijke basis waar de gezondheid van de patiënt centraal staat in plaats van de winstlogica van de farma-industrie.

Anne Delespaul en Sofie Merckx,

PVDA-gezondheidsspecialisten

 

Referenties

  1. http://www.deblock.belgium.be/sites/default/files/articles/20150727%20toekomstpact.pdf
  2. https://medor.coop/fr/article/sante-600-daugmentation-pour-les-conventions-secretes-de-lindustrie-pharma/
  3. http://www.prescrire.org/fr/3/31/52690/0/NewsDetails.aspx
  4. https://www.demorgen.be/politiek/regering-wil-van-ons-land-pharma-valley-maken-b220d5b2/
  5. http://www.standaard.be/cnt/dmf20170915_03075492 http://www.standaard.be/cnt/dmf20170918_03080678
  6. https://kce.fgov.be/nl/press-release/toekomstscenario%E2%80%99s-voor-betaalbare-geneesmiddelen-belgi%C3%AB-en-nederland-verzamelen-inter
  7. http://www.standaard.be/cnt/dmf20170908_03062140
  8. https://createsend.com/t/r-347B2771CC0D9EF42540EF23F30FEDED
  9. https://www.demorgen.be/plus/-stop-met-weggooien-van-geneesmiddelen-b-1504136402784/
  10. https://pvda.be/artikels/hoe-onze-regering-ons-een-half-miljard-teveel-laat-betalen-voor-onze-geneesmiddelen

http://www.deblock.belgium.be/nl/maggie-de-block-%E2%80%98evidence-based-medicine-kan-kwaliteit-van-gezondheidszorg-nog-verbeteren%E2%80%99