about
Toon menu
Opinie

Beurs als Brussels Volkshuis

Cultuurfilosoof Lieven De Cauter antwoordt op het verwijt dat zijn stukken over de Beurs als Biertempel te passioneel zijn: activisme is polemisch of is niet. En het heeft ook deze keer weer geloond. Er was eindelijk een groot publiek debat. In dit laatste stuk zoekt hij naar een diepe consensus in dat geanimeerde debat, en wel in de naam die al een tijd circuleert: de Beurs moet een volkshuis worden.
woensdag 1 november 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Yannick Schandené vindt dat het debat over de Beurs gematigder moet en acht vooral mijn stukken te passioneel. Waar gaan we naartoe als ook activisten Tjeven worden? Sorry, Yannick, grapje. Nu, in de grond zijn we het inderdaad over veel eens. Ik ben relatief tevreden over het bereikte compromis. Het discreter maken van de architecturale ingrepen lijkt me een mooi gebaar naar de Brusselaars toe, die terecht houden van het Beursgebouw en dus afkerig staan tegenover grote, al te zichtbare interventies. En ook het kordaat vrijwaren van het openstellen van het gelijkvloers en het vermijden van een dominantie van AB Imbev - allemaal stappen in de goede richting. De betere integratie van de archeologische site ernaast was sowieso al een van de sterke kanten van het ontwerp van Robrecht en Daem.

Maar het blijft een feit dat er nooit een rondvraag aan de Brusselse bevolking of een publiek debat is geweest over de toekomst van het Beursgebouw. En ja, vurige betogen die de boel oppoken, zijn nuttig om alsnog het vuur aan de lont te steken (het is nooit te laat om goed te doen), indien al niet noodzakelijk - en ook best aangenaam, wat mij betreft. In het zog van mijn en Gideon Boies stukken, die echokamers waren voor de petitie met meer dan 6.000 handtekeningen, hebben achtereenvolgens de architecten, de Vlaamse Minister van Cultuur, de Vlaamse Bouwmeester, de Brusselse bouwmeester en de nieuwe Brusselse Schepen van toerisme zich geroepen gevoeld om te antwoorden en zich te mengen. Polemiek en activisme zijn twee handen op een buik. Ik zou zelfs meer zeggen: polemiek is activisme, en activisme is polemisch. Of is niet.

Volkshuis

Nu goed, het opiniestuk van Yannick Schandené heeft me duidelijker dan ooit doen inzien dat de discussie vooral moet gaan over de naam, nu zeker. ‘Volkshuis’, - Maison du peuple pour le XXI siècle, een benaming die jij terecht in herinnering brengt, vind ik perfect, zoals je weet uit onze groepsdiscussies per mail van weleer. Maar ergens is dat historisch ook een beetje onjuist, omdat volkshuizen horen bij de arbeidersbeweging. Tegelijk zou het natuurlijk een fantastische symbolische omkering zijn: de tempel van het kapitaal transformeren tot Volkshuis. Dus 100 procent voor.

“Brussels Volkshuis/ Maison Bruxellois du peuple/ Brussels People’s Palace”, ik zie het al voor me. Maison Bruxellois du peuple of Maison du peuple Bruxellois, dat laat ik aan native speakers over. Maar ik denk dat het tweede geestiger is. Juist omdat het een soort van verdraaiing vormt. Er bestaat geen peuple Bruxellois: er is veel ‘Brussels volk’, maar geen ‘het Brusselse volk’. Maar juist dat is de uitdaging vandaag, in zekere zin. Vraag het maar aan Eric Corijn, we moeten koste wat kost onze eenheid in diversiteit, onze gedeelde identiteit vinden in het feit dat we allemaal Brusselaars zijn! Nu, en dus, uiteraard is dat Volkshuis ook ‘het huis van de Brusselse culturen’. Daarover zijn we het eens.

Belgian Beer World

Ik denk echt dat die naam belangrijk en in feite allesbepalend wordt. De Belgian Beer World neemt dan een relatief bescheiden plaats in (wat intussen ruimtelijk ook zo is - gelukkig) en kan ook na verloop van tijd een betere plek vinden, om een heuse Belgian Beer World te worden in een oude Brouwerij. Ik wil meteen een hele schare architectuurstudenten aan het werk zetten om een ‘contre-projet’ te maken rond een aantal oude brouwerijen. Ik denk bijvoorbeeld aan de fraaie site van Witbread, aan Rotterdamstraat, een zijstraat van de Jubileumlaan, een van de zeer mooie lanen van Brussel (ik wou al zeggen ‘een van de mooiste lanen van Brussel’, maar je houdt kennelijk niet van overdrijvingen, maar toch is het zo: een van de mooiste lanen van Brussel).

Nu zit er een Lidl in, maar die kan ongetwijfeld overgehaald worden om over vijf à tien jaar te ruilen met een andere site op basis van een interessante financiële deal. En zo zou je toeristen uitnodigen om de stad te verkennen. Een ideale tussenstop op weg naar het Atomium. Er bestaat bij mijn weten geen (wandel)parcours naar het Atomium, met als gevolg dat toeristen vaak verdwalen en ergens ter hoogte van Belgica of de kerk van Laken, radeloos de weg vragen (weet ik uit ervaring en niet alleen de mijne). Ik geef maar een voorbeeld. Ik wed dat er nog minstens drie van dergelijke oude brouwerij-sites te vinden zijn.

Museum van het kapitalisme?

Ik lees in het hoopgevende interview in Le Soir, waar je naar verwijst, met de nieuwe Schepen van toerisme, Karine Lalieux, dat er ook een presentatie komt over de geschiedenis van de Beurs en zelfs een heus ‘musée du capitalisme’. Een museum van het kapitalisme? Zoek alvast maar een zeer ‘gecalleerde’ curator, Edelachtbare Mevrouw de Schepen. De geschiedenis van het kapitalisme is complex en vooral een lange lijst van grootschalige misdaden, zoals de enclosures vanaf het einde van de 15de eeuw, die voortduren tot op vandaag; en de verwevenheid van het kapitalisme met het militair-industrieel complex is zo gigantisch dat men kan stellen dat dit complex de spin in het web is.

Dat is allemaal bijna letterlijk onvoorstelbaar. Dus, erg moeilijk om dat te visualiseren en toegankelijk te maken en het wordt algauw een onuitstaanbaar didactische pedaneteire of een goed gemarketeerde, relativerende poppenkast, of erger nog: propaganda. 

Dus er blijft wel degelijk nood aan een grondige discussie over het programma. En ja, duidelijke standpunten zijn niet wishy washy. Ooit de spreuk gehoord, dat de soep nooit zo heet gegeten wordt, als ze wordt opgediend? Maar, en dat wordt vaak vergeten: ze moet wel degelijk heet worden opgediend, anders krijg je lauwe pap. Dus, voor alle duidelijkheid: ik ben en blijf tegen de Beurs als biertempel.

Met een Belgian Beer World erin kan ik voorlopig leven – ik moet wel - maar de Beurs verdient na de aanslagen beter. Daar blijf ik bij. En ook het Belgisch en Brussels bier verdient beter, namelijk een oude brouwerij (ik kijk er echt al naar uit, het water of beter het Zinnebir, komt me al in de mond om zo te zeggen).

Disneyficatie van de Beurs

Ik ben het ook eens met de Brusselse Bouwmeester (de Brusselse Bouwmeester, weet perfect de geest van wat ik wil zeggen te onderscheiden van de letter) Christiaan Borret komt in Bruzz duidelijk en uitdrukkelijk op tegen de verdere Disneyficatie van de binnenstad. I like the spirit.

Zo zou de Beurs, zeker na de aanslagen, niet meer mogen worden omgevormd tot kerstboom tijdens de Kerstmarkt (zo schreeuwerig kitscherig, bijna pijnlijk) en zouden die vermaledijde stalletjes van het Beursplein moeten verdwijnen. Toch zeker van voor de trappen, die ze nu zes weken lang ontoegankelijk maken. Dat is gewoon stom en, in feite, ontoelaatbaar. Ik vind dat we daar desnoods actie tegen moeten voeren. Ik word kwaad en intriest tegelijk als ik eraan denk dat die aanblik van het door mij zo geliefde Beursgebouw mij dit jaar weer te wachten staat. 

Verhuis Winterpret naar Brussels Bad

Mijn voorstel is, zoals gebruikelijk radicaal: verhuis die hele Winterpret naar Brussels Bad: aan de Akenkaai kan je een va et vient organiseren van vier rijen stalletjes over 1 kilometer. Dat is al twee kilometer op zich. Laat de anderhalfmiljoen bezoekers maar komen. En dan zullen de bewoners, Beste Nieuwe Schepen Toerisme én Cultuur, herademen en ook de kerstmarkttoeristen zullen dan eindelijk weer de fraaie Brusselse binnenstad kunnen zien, die nu op afzichtelijke wijze aan het gezicht wordt onttrokken.

U kan (compromis, Yannick!) beginnen aan de zijkant van Kathelijnekerk en zo langs alle oude kaaien tot aan de Akenkaai. Een schitterend parcours (echt, googlemap het even, als was het in je geest)! Met eventueel ook speciale evenementen in de hal van de Citroënsite, die zo al meteen ontsloten wordt. Het Kaaitheater zorgt wel voor een culturele meerwaarde. En ook de horeca in de binnenstad zou minder concurrentie hebben van de stalletjes en er dus wel bij varen. Want die toeristen komen natuurlijk na hun lange wandeling terug naar het centrum, al dan niet met elektrische toeristentreintjes, pendelbussen en riksja’s tussen begin- en eindpunt. 

In elk geval: het zou zonde zijn als de Beurs officieel zou worden benoemd als Belgian Beer World. Ik sterf op de dag dat ik het buiten zie hangen aan het Beursgebouw. Dus ik steun jouw ‘radicale’ voorstel, Yannick, om de Beurs vanaf nu het Brussels Volkshuis te noemen. Bijkomend voordeel is dat dat bier daar vrij goed in past. Maar ‘het huis van de Brusselse culturen’ vind ik ook nog altijd mooi (onze Belgische biercultuur is Unesco-erfgoed heb ik van zowat al mijn respondenten geleerd, en dus is dat ook Brusselse cultuur, toch?).

Leve het Volkshuis

Iemand nog een betere naam? Dat mag voor mijn part een heuse prijsvraag worden, met publieke stemming en al. En een naamsverandering kan: tot 2015 was biertempel de min of meer officiële benaming voor de Beurs. Men kon in dat jaar in Bruzz titels lezen als Stad wil Brusselse brouwers in Biertempel, of Biertempel met bar op het dak. De naam werd stilzwijgend afgevoerd. Aha. Dus: de Biertempel is dood en begraven! Leve het Volkshuis! Ik droom al luidop van een discreet maar fraai ontwerp – het mag zelfs in een lettering van Horta om de afbraak van zijn wereldberoemde Volkshuis enigszins goed te maken én in herinnering te houden - binnen op de wanden van het glazen sas achter de toegangspoorten bijvoorbeeld:   

Maison du peuple Bruxellois / Brussels Volkshuis /  Brussels People’s Palace

En dat moet er natuurlijk ook op in het Arabisch, het Turks en het Spaans. En ga zo maar door. Die benaming, in alle talen van Brussel, zou al een prachtige boodschap op zich vormen, zelfs een heel programma.