Opinie - IPS

De trage genocide van Myanmar

De Rohingya gaan door de donkerste periode in hun geschiedenis. De moslimminderheid wordt in Myanmar al 70 jaar vervolgd en vermoord. Voor die georganiseerde barbarij bestaat maar één woord: genocide. De internationale gemeenschap moet ingrijpen om een nieuw Rwanda te vermijden.

maandag 30 oktober 2017 16:31

Het etnische geweld in Myanmar heeft een nieuw dieptepunt bereikt. Sinds augustus zijn al meer dan 600.000 Rohingya naar Bangladesh gevlucht. Zij getuigen over standrechtelijke executies, systematische verkrachtingen en grootschalige verwoestingen. Landmijnen aan de grens dienen om willekeurige slachtoffers te maken. Naar het aantal doden is het alleen gissen. In de Myanmarese deelstaat Rakhine zitten nog eens honderdduizenden Rohingya gevangen in belegerde dorpen of detentiekampen.

Van een afstand lijkt dit op een plotse gewelduitbarsting of een laatste stuiptrekking van een uitdovend autoritair regime. Dat klopt niet. Dit is niets minder dan een georganiseerde etnische zuivering en zelfs een trage genocide. Want de discriminatie en het geweld volgen een doelbewuste strategie.

U Thu Satta, een extremistische monnik, gaf in een interview toe dat zijn anti-moslim organisatie financieel gesteund wordt door het leger. Onrechtstreeks, via gepensioneerde militairen. Het toont aan dat haat en geweld door de Tatmadaw (het leger) wordt gesponsord. Dat moet genoeg zijn voor een gerechtelijk onderzoek.

Racisme is alledaags

Sinds de militaire staatsgreep van 1962 zoekt de Tatmadaw steun bij de bevolking door te beweren dat de moslimminderheid het boeddhistische Birma bedreigt. Religie wordt door de Tatmadaw misbruikt om instabiliteit te creëren, zo kan het zich profileren als de enige betrouwbare beschermer van Myanmar. De Rohingya zijn de meest zichtbare moslimminderheid en hebben geen burgerrechten meer als bescherming. Het ideale slachtoffer.

Veel Birmezen geloven dat de Rohingya illegale, gewelddadige en kinderkwekende moslims zijn die niet thuishoren in het overwegend boeddhistische land. De meesten weigeren zelfs de naam Rohingya te gebruiken, Aung San Suu Kyi incluis. De haat tegenover de Rohingya is doorgesijpeld in alle geledingen van de maatschappij. Extremistische monniken met veel invloed sporen aan tot geweld. Racisme is genormaliseerd.

De haatpraat breidt zich uit naar alle moslims in Myanmar. In Mandalay vertelde een moslim mij dat zijn zoon geen burgerrechten meer heeft. De man behoort nochtans tot een erkende etnische minderheid. Maar op zijn nieuwe identiteitskaart staat nu dat hij Indiër is, een illegale vreemdeling. Toen hij durfde te protesteren, werd hij in de gevangenis gegooid. In Yangon sprak ik met een islamitische verkoper die was aangevallen door monniken omdat hij te dicht bij een pagode kwam.

De democratisering had hoop kunnen brengen voor de Rohingya en de moslims in het algemeen. Zoals in Zuid-Afrika na de afschaffing van apartheid. Maar daar werkte president F.W. de Klerk samen met Nelson Mandela aan een vlotte overgang. In Myanmar staan Aung San Suu Kyi en de Tatmadaw nog steeds tegenover elkaar. Door de bijzonder grondwet heeft de regering geen enkele macht over de Tatmadaw. De zwakte van Suu Kyi is in wetten gegoten.

Haar kiezers steunen het harde optreden tegen de Rohingya. Daarom spreekt Suu Kyi zich niet uit tegen het geweld. Anders dreigt ze kiezers te verliezen en geeft ze het leger een excuus om haar aan de kant te schuiven. Wie dacht dat Suu Kyi verandering zou brengen, komt dus bedrogen uit. Met de ‘eerlijke’ verkiezingen in 2015 werden de laatste rechten van de Rohingya afgeschaft, met de goedkeuring van Suu Kyi en haar partij. De Rohingya zijn nu officieel statenloos, terwijl ze al minstens sinds de 12de eeuw in Rakhine leven. In het parlement zit geen enkele moslim meer.

Internationale onverschilligheid

De Rohingya kunnen dus geen enkele hulp verwachten uit eigen land. Maar de internationale onverschilligheid geeft de Tatmadaw de indruk dat die ongestoord zijn gang mag gaan. Daarom moeten de Verenigde Naties (VN) zo snel mogelijk erkennen dat de Rohingya slachtoffers zijn van een genocide. Dat woord moet eindelijk gebruikt worden. Diplomaten blazen warm en koud over de beladen term omdat het politiek gevoelig ligt. Myanmar is te lang als een succesverhaal verkondigd door de internationale gemeenschap. Het duurt een tijd om die fout toe te geven. Maar ondertussen gaan er mensen dood.

Volgens de VN-conventies is er sprake van een genocide wanneer een etnische, religieuze, nationale of raciale groep vervolgd wordt met de bedoeling om ze (deels) te vernietigen of het samenleven onmogelijk te maken. Dat kan met fysiek geweld, maar bijvoorbeeld ook door verplichte geboortebeperking of de toegang tot gezondheidszorg te ontzeggen. Aan al deze voorwaarden wordt voldaan in Myanmar. In Rwanda duurde het maar 100 dagen om bijna een miljoen mensen om te brengen. In Myanmar gaat het trager, maar het is niettemin een genocide.

De VN moeten durven te zeggen dat de Tatmadaw de zwaarst mogelijke misdaad aan het plegen is. Dat is de meest doeltreffende manier om druk uit te oefenen. De legertop moet weten dat ze ooit verantwoording zal moeten afleggen in het Internationaal Strafhof in Den Haag als het bloedvergieten niet onmiddellijk stopt. Als de Tatmadaw hardnekkig doorgaat, moet opperbevelhebber Min Aung Hlaing, als eerste gedagvaard worden.

Maar de VN hebben weinig slagkracht. De Veiligheidsraad kan de zaak doorsturen naar het Internationaal Strafhof. Maar dat botst op de veto’s van China en Rusland, bondgenoten van de Tatmadaw. Een land kan ook zelf aan het Internationaal Strafhof vragen om recht te spreken over misdaden op het eigen grondgebied. Oekraïne heeft dat gedaan voor de situatie in Donbas en de Krim. De internationale gemeenschap kan Aung San Suu Kyi onder druk zetten om die aanvraag in te dienen. Maar haar kiezers en de Tatmadaw zullen haar met pensioen sturen.

Het is dus aan individuele landen zoals de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Duitsland om druk uit te oefenen. Maar het politieke klimaat is anti-moslim. President Macron van Frankrijk is de enige wereldleider die tot nog toe het woord genocide al in de mond heeft durven te nemen. De Rohingya hopen dat andere landen hem zullen volgen.

Cadeaus uit de hemel

In september brak religieus geweld uit in het dorp Taungdwingye. Een maand later sprak ik met een moslim wiens winkel was bestormd door een gemaskerde bende. Hij kon zich net op tijd uit te voeten maken, met de hulp van zijn boeddhistische buren. Die zeiden dat de relschoppers niet van Taungdwingyi waren. Ze hebben nog nooit een probleem met moslims gehad.

Er is dus hoop. Op vele plaatsen in Myanmar kunnen moslims en boeddhisten perfect met elkaar samenleven. Boeddhistische en islamitische leiders werken samen om de vrede te bewaren. Boeddhistische activisten nemen het op voor moslims. Zoals Tet Swei Win, de directeur van het ‘Centre for Youth and Social Harmony’ in Yangon. “Veel Myanmarezen dachten dat de democratie iets is dat uit de lucht komt vallen. Een cadeau uit de hemel. Maar ze realiseerden zich niet dat democratisering een proces is. Je moet er voor werken.”

De internationale gemeenschap moet ingrijpen om de Rohingya, de moslims en de democratisering te beschermen. Het is nog niet te laat.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!