about
Toon menu
Interview

VN-rapporteur laakt gebrek aan reactie op Rohingya-crisis

De repressie tegen het volk der Rohingya in Myanmar gaat onverminderd door. De frustratie over de trage reactie van de internationale gemeenschap groeit. “Deze passiviteit ondermijnt mijn multilaterale geloof in mensenrechten”, zegt VN-rapporteur Idriss Jazairy.
dinsdag 24 oktober 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Sinds augustus 2017 vluchtten reeds 650.000 Rohingya uit de deelstaat Rakhine in Myanmar naar buurland Bangladesh. De VN waarschuwen dat dat aantal kan oplopen tot een miljoen – de totale moslimbevolking van Rakhine – als de crisis niet bedwongen wordt.

Ondanks bewijzen van geweld en mensenrechtenschendingen op grote schaal zweeg de VN-Mensenrechtenraad grotendeels over deze crisis. Verdeeldheid in de VN-Veiligheidsraad leidde ertoe dat besluiten over effectieve maatregelen ook daar uitbleven.

VN-Rapporteur Idriss Jazairy (UN/Eskinder Debebe)

Persagentschap IPS sprak hierover met Idriss Jazairy, directeur van het Geneva Centre for Human Rights Advancement and Global Dialogue en VN-rapporteur over de Negatieve Impact van Unilaterale Dwangmaatregelen en Mensenrechten.

 

Wat is uw antwoord op de crisis in Myanmar en wat doet het Geneva Centre om te helpen een einde te maken aan de crisis?

“Ik heb alle leden van de VN-Mensenrechtenraad een brief gestuurd met de oproep om een speciale sessie bijeen te roepen over de wanhopige situatie van de Rohingya. Tot nu toe heb ik nog niet één antwoord ontvangen. Ongeveer 650.000 Rohingya zijn genadeloos verdreven. Al hun bezittingen werden verbrand of verwoest. Veel van hen zijn verdwenen, vrouwen werden verkracht, kinderen vermoord. En er gebeurt niets.”

“Ik weet dat er politiek gezien van alles speelt waar we rekening mee moeten houden. Op een zeker moment kunnen schendingen over de mensenrechten echter een zodanige omvang krijgen, dat we ons moeten uitspreken, ongeacht de politieke omstandigheden. Anders toont dit aan dat in de VN-Mensenrechtenraad de politiek definitief de overhand heeft gekregen over menselijke waarden. Dat zou het begin van het einde van de raad betekenen.”

Het is voldoende dat zestien landen het initiatief nemen tot een speciale sessie. Kunnen we onder alle VN-lidstaten niet nog een paar landen vinden die beweren mensenrechten hoog in het vaandel te voeren, en die dit initiatief oppakken?

In 2007 hield de Mensenrechtenraad reeds een speciale sessie over Myanmar omdat er enkele vreedzame demonstraties waren geweest waar het leger gewelddadig op had gereageerd. De situatie is nu honderd keer erger, dus ik begrijp niet waarom er niet een soortgelijke reactie komt.”

Kunnen de mensenrechtenschendingen in Myanmar omschreven worden als misdaden tegen de mensheid of zelfs als genocide?

“Dat kan ik vanuit mijn positie niet beoordelen, maar mensen die dat waarschijnlijk beter kunnen dan ik noemen het op zijn minst etnische zuivering. Dit is etnische zuivering, maar niemand heeft geantwoord op mijn verzoek om een speciale sessie te beleggen die in feite twee doelstellingen heeft. Ten eerste het onder VN-toezicht laten terugkeren van deze mensen die op grove wijze uit het land gegooid zijn waar ze zijn geboren en al generaties lang leven. Ten tweede hulp bieden aan de overheid van buurland Bangladesh, dat een van de armste landen in de wereld is en grote moeite heeft met de financiële gevolgen van deze vluchtelingenstroom.”

“We hebben een dubbele morele verplichting. Het gaat om de levens van 650.000 mensen die hun huis zijn kwijtgeraakt. Is dat niet voldoende voor een speciale sessie van één dag, als we speciale sessies hebben over elk andere land en elke andere crisis in de wereld? Dat begrijp ik niet. Mijn multilaterale geloof in mensenrechten wordt hierdoor ondermijnd.”

Als er zo’n speciale sessie komt, op welk resultaat hoopt u dan?

“Erkenning van de rechten van de Rohingya om terug te keren naar hun land, inclusief erkenning van hun staatsburgerschap van Myanmar. Ik realiseer me dat deze crisis voor een groot deel een consequentie is van het Britse koloniale bewind dat arbeiders uit toenmalige India naar Myanmar bracht om te werken.”

“De wortels van het probleem gaan eeuwen terug, maar je kunt de geschiedenis niet terugdraaien. Deze mensen leven hier al generaties lang, soms zelfs honderden jaren. Het moet wettelijk geregeld worden dat ze staatsburgerschap krijgen. Burgerschap mag niet gebaseerd zijn op ras.

Bangladesh moet financiële compensatie krijgen net als de vluchtelingen en slachtoffers, voor wat ze hebben moeten ondergaan. Het klopt dat een groep demonstranten onaanvaardbaar gewelddadige acties heeft uitgevoerd, zoals aanvallen op politiebureaus. Dat moeten we niet vergoelijken. Laat dat door een onderzoekscommissie onderzoeken die een officieel rapport kan opstellen.”

Als deze crisis voortduurt, moet de internationale gemeenschap dan drastischer maatregelen nemen? Sommigen willen een wapenembargo of financiële sancties. Wat is uw mening daarover?

“Ik ben doorgaans niet enthousiast over sancties. Myanmar kreeg eerder sancties opgelegd, daarna werden die opgeheven. In beide situaties leidde dat niet tot beter gedrag. Het is nu zelfs nog erger geworden. Het is voor mij dus niet een kwestie van alleen sancties. Het is een ernstige kwestie en de VN-secretaris-generaal heeft die al vier keer aangekaart in de VN-Veiligheidsraad. Ik hoop dat de internationale gemeenschap en het VN-systeem gezamenlijk deze situatie kunnen aanpakken.

Wat is uw antwoord op de huidige verdeeldheid binnen de VN-Veiligheidsraad over deze crisis? Zowel Rusland als China verwijzen naar kwesties als soevereiniteit en vragen “geduld uit te oefenen.”

“Daarom zeg ik: ik begrijp de politiek achter deze kwesties, maar ik heb het gevoel dat de situatie zodanig uit de hand is gelopen dat er actie ondernomen moet worden. De VN-Veiligheidsraad is er voor de politiek, de Mensenrechtenraad voor de ethiek. Maar waar is die ethiek nu?”

Bron: Lack of International Action on Rohingya Crisis Called a “Disgrace”