about
Toon menu

Myanmar: nieuwe bewijzen leggen systematiek en grootschaligheid bloot van bruut geweld tegen Rohingya

Amnesty International publiceert vandaag voor het eerst een gedetailleerd onderzoeksrapport over de doelgerichte geweldscampagne van de Myanmarese veiligheidsdiensten tegen de Rohingya. De afgelopen weken sloegen meer dan 530.000 Rohingya-mannen, -vrouwen en -kinderen uit de noordelijke Rakhine-staat op de vlucht voor de talrijke moorden, verkrachtingen en branden.
woensdag 18 oktober 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Het nieuwe rapport ‘My world is finished’: Rohingya Targeted in Crimes against Humanity in Myanmar beschrijft hoe de Myanmarese veiligheidsdiensten systematisch, georganiseerd en nietsontziend geweld plegen tegen de volledige Rohingya-bevolking in Rakhine. De geweldcampagne kwam op gang nadat een gewapende Rohingya-groep op 25 augustus een 30-tal kantoren van de veiligheidsdiensten aanviel.

Tijdens Amnesty’s onderzoek maakten tientallen ooggetuigen consequent melding van specifieke veiligheidseenheden als verantwoordelijken voor de ergste geweldplegingen. Daarbij zijn steevast het Westelijke Commando van het leger, de 33e Infanterie Divisie en de Grenswachtpolitie.

“De Myanmarese veiligheidsdiensten voeren in Rakhine een wraakcampagne uit tegen de volledige Rohingya-bevolking waarbij het blijkbaar de bedoeling is om hen permanent uit het land te verdrijven. Door het brute geweld blijft de immense vluchtelingencrisis in de regio aanhouden”, zegt Tirana Hassan, Amnesty’s Crisis Response Director.

“Deze weerzinwekkende misdaden registreren en rapporteren is een eerste stap in de richting van gerechtigheid voor de slachtoffers. De verantwoordelijken moeten vervolgd worden. Het leger van Myanmar mag deze ernstige schendingen niet onder de mat vegen met een intern neponderzoek. Opperbevelhebber Min Aung Hlaing moet onmiddellijk actie ondernemen om ervoor te zorgen dat zijn troepen niet langer gruweldaden plegen.”

Misdaden tegen de mensheid

Honderdduizenden Rohingya werden het slachtoffer van misdaden tegen de mensheid: gewelddaden die gepleegd worden in het kader van een systematische en grootschalige aanval op burgers. Uit het onderzoek van Amnesty blijkt dat het gaat over moord, deportatie en verdrijving, foltering, verkrachting en ander seksueel geweld, vervolging en andere mensonwaardige behandelingen zoals het weigeren van voedsel.

Amnesty’s vaststellingen zijn gebaseerd op diepgaande gesprekken met meer dan 120 Rohingya die de afgelopen weken naar Bangladesh gevlucht zijn. De mensenrechtenorganisatie interviewde eveneens 30 dokters, hulpverleners, journalisten en Bengalese ambtenaren. Amnesty’s experten analyseerden ook satellietbeelden en -data, en verifieerden foto’s en video’s met beelden vanuit Rakhine. Amnesty heeft toegang gevraagd tot het gebied om onderzoek ter plaatse te doen en roept Myanmar op om waarnemers van de VN toe te laten.

Moord en bloedbaden

Na de aanvallen door de gewapende Rohingya-groep op 25 augustus werden dorpen systematisch omsingeld door de Myanmarese veiligheidstroepen, soms met de hulp van plaatselijke milities. Van zodra de Rohingya-inwoners op de vluchten sloegen, begonnen de soldaten en de politieagenten te schieten. Honderden burgers raakten daarbij gewond of werden gedood. Vervolgens werden de huizen platgebrand. De ouderen en mensen met een fysieke beperking die niet konden vluchten, werden levend verbrand.

Dit dodelijke patroon werd toegepast in tientallen dorpen. Amnesty documenteert in zijn onderzoeksrapport de toepassing van de tactiek in vijf verschillende dorpen.

De organisatie interviewde 17 overlevenden van het bloedbad in het dorp Chut Pyin. Zes van hen hadden kogelwonden, waaronder de twaalfjarige Fatima. Ze werd getroffen achteraan in haar rechterbeen vlak boven de knie. Op het ogenblik van de aanval was ze thuis met haar ouders, grootmoeder en 6 broers en zussen. Ze sloegen op de vlucht van zodra ze brandhaarden opmerkten in het dorp. De familie werd in de rug beschoten. Naast Fatima raakten ook haar vader en 10-jarig broertje gewond, maar pas een week later kregen ze verzorging in Bangladesh. De moeder van Fatima en een oudere broer raakten niet levend weg uit het dorp.

In het dorp Koe Tan Kauk speelden zich gelijkaardige gruwelijke taferelen af. De 20-jarige Ranya Khatun was door een fysieke beperking niet in staat om zelf te vluchten toen het dorp omsingeld werd en de soldaten begonnen te schieten. Haar broer droeg haar daarom op zijn rug, maar toen de schoten gevaarlijk dichterbij kwamen, moest hij haar noodgedwongen achterlaten in een verlaten huis.

De 77-jarige vader van Ranya vertelde zijn verhaal aan Amnesty: “We vreesden dat we de heuvels niet zouden halen. Ik zei aan Ranya dat we zouden terugkomen. Toen we op de heuvel waren hadden we zicht op het huis waar we haar achtergelaten hadden. Het stond een beetje apart, maar we konden het zien. De soldaten waren huizen aan het platbranden en uiteindelijke zagen we ook dat huis in vlammen opgaan.”

In de late namiddag, toen de soldaten vertrokken waren, keerden de broers van Ranya terug naar het huis. Ze vonden haar verbrande lichaam en begroeven het op de binnenplaats.

Verkrachting en ander seksueel geweld

Amnesty interviewde zeven slachtoffers van seksueel geweld gepleegd door de Myanmarese veiligheidsdiensten. Van hen werden vier vrouwen en een 15-jarig meisje verkracht. Elk van hen werd in een aparte groep samen met andere vrouwen en meisjes verkracht.

Zoals eerder gedocumenteerd door Human Rights Watch en The Guardian werden de inwoners van het dorp Min Gyi op 30 augustus verdreven tot aan de oever van de rivier. Daar werden de mannen gescheiden van vrouwen en kinderen. Verschillende inwoners werden geëxecuteerd en vrouwen werden in nabijgelegen huizen verkracht vooraleer delen van het dorp in de as gelegd werden.

De 30-jarige S.K. vertelde aan Amnesty hoe ze, na het aanschouwen van de executies, apart genomen werd: “Ze namen de vrouwen in groep mee naar verschillende huizen … We waren met vijf [vrouwen]. Ze namen ons geld, bezittingen en sloegen ons met houten stokken. Mijn kinderen waren bij me. Ze werden ook geslagen. Shafi, mijn tweejarige zoon, kregen een klap met een houten stok. Eén klap en hij was dood … Drie van mijn kinderen stierven.”

“Alle vrouwen werden volledig uitgekleed … Ze hadden hele sterke houten stokken. We kregen eerst klappen op het hoofd om ons te verzwakken. Dan sloegen ze ons [in de vagina] met de houten stokken. Ze verkrachtten ons. Een andere soldaat voor elke [vrouw].”

Georganiseerd platbranden van dorpen

Amnesty analyseerde data van warmtebronnen geregistreerd door klimaatsatellieten. Daaruit blijkt dat er in Rakhine-staat sinds 25 augustus minstens 156 grote branden gewoed hebben. Wellicht zijn het er meer omdat niet alle brandhaarden door de satellieten gedetecteerd worden. In dezelfde periode de afgelopen vijf jaar werd er geen enkele brand gedetecteerd. Dit is een sterke aanwijzing dat de branden opzettelijk aangestoken zijn. Voor en na satellietbeelden illustreren ook duidelijk dat enkel Rohingya-dorpen of -gebieden in de as werden gelegd. Dit strookt met wat getuigen daarover vertellen.

“De Myanmarese autoriteiten blijven de feiten ontkennen en denken blijkbaar dat ze kunnen wegkomen met grootschalige moordpartijen. Maar de resultaten van diepgaand mensenrechtenonderzoek en moderne technologie kunnen niet langer genegeerd worden”, zegt Tirana Hassan.

“Het is hoogtijd dat de internationale gemeenschap actie onderneemt tegen het geweld dat al meer dan een half miljoen Rohingya uit Myanmar verdreef. Het uiten van publieke verontwaardiging volstaat niet langer. Er moet een duidelijk signaal komen tegen de misdaden tegen de mensheid die momenteel gepleegd worden door het leger in Myanmar. Militaire samenwerkingsverbanden moeten opgezegd worden, wapenembargo’s ingevoerd en sancties uitgevaardigd tegen individuen die verantwoordelijk zijn voor het geweld.”

“De internationale gemeenschap moet ervoor zorgen dat de verwerpelijke campagne van etnische zuivering zijn einddoel niet kan bereiken. Bangladesh moet voldoende steun krijgen bij de opvang van Rohingya-vluchtelingen en Myanmar moet onder druk gezet worden om een einde te maken aan het huidige geweld maar ook aan de jarenlange discriminatie tegen de Rohingya en andere grondoorzaken van de actuele crisis. De Rohingya moeten uiteindelijk in alle veiligheid en waardigheid kunnen terugkeren.”