about
Toon menu

1 op 5 Belgen balanceert op de rand van armoede

Aan de vooravond van 17 oktober, Werelddag van Verzet tegen Armoede, publiceerde Eurostat de reële cijfers die de harde werkelijkheid van armoede en sociale uitsluiting in kaart brengen. 20,7% of 2,33 miljoen Belgen – dat is meer dan alle inwoners van de provincies Luik en Vlaams-Brabant samen - lopen een risico op armoede of sociale uitsluiting. Het zijn hallucinante cijfers die de regering met het schaamrood op de wangen moet doen zitten, maar aan haar beleidskeuzes te zien, is de regering zich blijkbaar van geen kwaad bewust.
dinsdag 17 oktober 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Naast het eerder ontkennen dat sociale ongelijkheid in België is toegenomen, de verklaringen van de bevoegde staatssecretaris dat het optrekken van de uitkeringen tot boven de armoededrempel niet zal worden gerealiseerd, werkt de regering ondertussen verder aan de afbraak van sociale bescherming. Haar beleid inzake deeltijdse werknemers met een inkomensgarantie uitkering, is daar een voorbeeld van.

In het zomerakkoord kondigde de regering een ‘responsabilisering’ aan met betrekking tot deeltijdse werknemers met een inkomensgarantie-uitkering (IGU). Enerzijds zouden werkgevers die deeltijdse werknemers met IGU in dienst hebben en bijkomende beschikbare uren binnen het jaar niet aan deze werknemers geven, daarvoor een responsabiliseringsbijdrage van 25 euro per maand betalen. Anderzijds worden onvrijwillig deeltijdse werknemers met IGU aan doorgedreven en systematische controles onderworpen.

De vraag is in hoeverre een sanctie een bijkomende garantie op meer uren biedt voor de werknemer?

Het ABVV stelt scherpe kanttekeningen bij deze maatregel. Vrouwen zijn oververtegenwoordigd in deze groep van werknemers die daar in de meeste gevallen geen vragende partij voor zijn. Zij zijn oververtegenwoordigd in sectoren waar deeltijds werk de regel is en nauwelijks voltijdse jobs worden aangeboden. Daarnaast zijn het de stereotiepe taakverdelingen binnen het gezin (opvoeding kinderen, zorgtaken…) die ervoor verantwoordelijk zijn dat vrouwen deeltijds werken. Het zijn ook deze situaties die ervoor zorgen dat vrouwen niet aan een volledige loopbaan komen en zij enkel door gelijkgestelde periodes hun pensioen nog min of meer konden optrekken. Maar ook dat is verleden tijd nu de regering zwaar wil snijden in de gelijkgestelde periodes.

Deze maatregel komt bovenop tal van andere besparingsmaatregelen in de werkloosheid. Terwijl het aantal uitkeringsgerechtigde werklozen de laatste jaren sterk is afgenomen, blijft het aantal niet- uitkeringsgerechtigde geregistreerde werkzoekenden stabiel. Daarnaast is er een groep die niet meer in de statistieken voorkomt. Van de werkzoekenden die geen recht meer hebben op inschakelingsuitkeringen stroomt 15 procent door naar het leefloon en komt 25 procent volledig zonder inkomen te zitten.

De maatregel is in de eerste plaats een zoveelste besparingsmaatregel, maar de keerzijde van de medaille is dat de groep van werkende armen almaar groter wordt omdat het risico op armoede niet wordt ingedijkt en sociale bescherming gestaag wordt afgebouwd.

Het ABVV dringt dan ook aan op garanties dat de geplande regeringsmaatregel de nodige bijkomende kansen biedt aan deeltijdse werknemers en geen zoveelste sanctiemaatregel wordt.