about
Toon menu
Open Brief

"Wit privilege is geen kwestie van rechten"

De voorbije weken werd op sociale media en op blogs duchtig gedebatteerd over het belang en de draagwijdte van de notie "white privilege". Onder meer professor Jan Blommaert nam enkele duidelijke standpunten in binnen deze discussie. Filosofe Petra Van Brabandt schrijft Jan Blommaert aan om enkele bedenkingen te delen.
maandag 16 oktober 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Beste Jan Blommaert,

Ik heb je reacties op de white privilege opinies gelezen, zowel op je blog als op sociale media; ik ken ook je werk en jarenlange inzet.1 Ik denk te begrijpen wat je bedoelt met ‘vanzelfsprekende rechten voor allochtonen werden voorwaardelijk gesteld door middel van een enorme reeks informele, moraliserende en individualiserende criteria van integratie’.2 Ik volg ook dat dit duidelijk naar voor komt in het debat over de hoofddoek, de taaleisen, de ‘integratie’ retoriek, en ik kan dat lijstje nog verder aanvullen: het debat over religie, over de inzet van ouders in de buurtschool, over hangjongeren, over het geloof in creationisme, …

Ik kan ook onderschrijven dat dit geen exclusief probleem is van rechts, maar dat ook links enthousiast aan deze evolutie heeft bijgedragen. Alle bovengenoemde criteria hoor ik dagelijks in de witte, linkse, hoogopgeleide discussies over racisme. Er is discriminatie in het onderwijs? Ja, maar de ouders engageren zich te weinig. Er is discriminatie op de arbeidsmarkt? Ja, maar ze dragen een hoofddoek. Er is discriminatie op de huisvestingsmarkt? Ja, maar ze komen niet naar het buurtfeest.

Als ik je goed volg, is jouw volgende punt dat deze verschuiving van rechten naar niet-afdwingbare criteria ook het uitgangspunt werd van het anti-racismebeleid. In plaats van op rechten te hameren, en deze af te dwingen en te beschermen, probeerde men de witte burger tot tolerantie aan te sporen. Deze verschuiving is ingrijpend: het betekent dat de gevoeligheden van de witte burger gelegitimeerd werden en dat rechten dus als voorwaardelijk beschouwd werden. Waar extreem-rechts deze gevoeligheden als uitgangspunt nam, deed het anti-racisme-beleid niet veel anders: door op te roepen tot tolerantie, legitimeert men gevoeligheden, en maakt men anti-racisme tot een kwestie van goede wil. ‘Ja, we begrijpen dat je de hoofddoek niet fijn vindt, maar wees tolerant’. Ja, het is niet leuk dat de buurman niet naar je straat-bbq, maar wees tolerant’… En dat terwijl het er in een liberale democratie niet toe doet wat de burger al dan niet ‘fijn’ vindt; het gaat om onvoorwaardelijke rechten, en in deze weegschaal hebben gevoeligheden geen gewicht.

Door deze positie van onvoorwaardelijke rechten te verlaten, werd het racisme enkel versterkt; er is geen enkele gevoeligheid die niet in de weegschaal kan geworpen worden. Maar eigenlijk zouden we moeten stellen: natuurlijk is het racisme hierdoor enkel versterkt; de vooronderstelling van anti-racisme als tolerantie relativeert de onvoorwaardelijke en afdwingbare rechten, en is dus op zich al racistisch.

Nu is het net hier dat ik de relatie met de white privilege-denkers wil leggen. De ‘bewustwording’ waar zij op wijzen is niet de bewustwording met als doel ‘tolerantie’ die jij heel terecht problematiseert. Jouw werk heeft toch ook als doel om een zekere bewustwording te bewerkstelligen? Jij wil toch ook dat je lezers inzichten verwerven en de dingen anders gaan zien, zodat ze anders gaan stemmen, of een anti-racismebeleid afdwingen dat andere prioriteiten stelt? Het white privilege denken doelt op een vergelijkbare bewustwording; het is een aanklacht tegen de situatie waarin de gevoeligheden van de dominante partij de rechten van een minderheid hypothekeren.

Onwetendheid en onschuld

Is het niet precies dat wat white privilege is; het privilege dat de witte bevolking heeft om met haar ‘gevoeligheden’ de rechten van de niet-witte bevolking voorwaardelijk te maken? De vooronderstelling dat de witte bevolking het anti-racisme (al dan niet) kan realiseren door ‘tolerantie’, zegt filosofe Barbara Applebaum, “presumes a position of dominance in which there is a judge who confers or withholds recognition and whose position itself is never questioned.”3 Deze rechter en haar voorwaarden komen boven de onvoorwaardelijke rechten te staan.

Het white privilege denken gaat niet enkel om bewustmaking; het is in de eerste plaats een aanklacht. En heel specifiek ook een aanklacht tegen een links dat zich vanuit deze tolerantie-positie definieert als anti-racistisch, maar de facto racistisch is. Het white privilege denken gaat niet zonder een denken over white innocence en white ignorance. De witte onwetendheid betreft precies dat waar jij het over hebt: men wil niet weten dat een tolerantie-discours geen anti-racisme is, en men onderhoudt een positie van anti-racistische onschuld (ik ben een anti-racist, want ik ben tolerant), die in feite witte privileges legitimeert (mijn tolerantie is een voorwaarde voor jouw rechten).

Ik kan het verkeerd begrepen hebben, maar er lijken me twee dingen te zijn waar je het zeer moeilijk mee hebt in deze discussie: de termen ‘wit privilege’ en de aanvallen op de racistische beeldcultuur. In Europa wijst wit op die groep van mensen die geen (post-)koloniale migratie- of diaspora-afkomst heeft. Ik denk dat we niet kunnen ontkennen dat dit ‘wit’ een belangrijke sociale marker is. Als je als lid van deze groep geboren wordt, heb je de facto meer kansen op sociale mobiliteit, op werk, op goede huisvesting,… en wat essentieel is, leveren de schendingen van de rechten van niet-witte mensen je comparatieve voordelen op.

Je hebt gelijk wanneer je stelt dat de onvoorwaardelijkheid van rechten geen privilege is, maar wat wel een privilege is, is dat de schending van andermans rechten in jouw voordeel is. Er is een directe relatie tussen de discriminatie van niet-witte mensen en de voordelen van witte mensen, zoals er ook een directe relatie is tussen discriminatie van vrouwen en de voordelen van mannen. En dit noemen we white of male privilege.

Dus white of male privilege is geen term voor de onvoorwaardelijke rechten van witte mensen en mannen, maar duidt op hoe de discriminatie van niet-witte mensen of vrouwen in het voordeel van witte mensen of mannen werkt. Op dit voordeel heb je geen recht.

Als vrouwen minder gevraagd worden voor debatten, levert dit een voordeel op voor mannen die dan relatief meer gevraagd worden, meer visibiliteit krijgen, meer oefening in spreken, en dus meer gelegenheid krijgen om beter te worden en nog meer gevraagd te worden, en dus nog meer relatieve macht te verwerven.

Hetzelfde geldt voor kleur. Mijn partner bijvoorbeeld geeft cv- en sollicitatie-trainingen aan jonge eurocraten. Jonge witte professionals vinden het steevast normaal dat ze een foto op hun cv plaatsen, ook al weten zij dat discriminatie en racisme bij aanwervingen niet uitzonderlijk is. Zij hebben inderdaad het recht om een foto te plaatsen, en hierop niet gediscrimineerd te worden, zoals ook niet-witte eurocraten dat recht hebben, maar in een situatie van de facto discriminatie is het wel zo dat het in het voordeel van de witte mens speelt om te opteren voor een cv met foto. Dit is white privilege: witte mensen kunnen het zich permitteren te negeren dat racisme speelt bij aanwervingen; meer nog deze ‘onwetendheid’ speelt in hun voordeel. Een niet-witte persoon kan zich deze onwetendheid niet veroorloven.

Jij kan natuurlijk stellen dat iedereen zijn foto zou moeten kunnen toevoegen en dat iedereen het recht heeft op een eerlijke beoordeling, maar de facto is dit niet het geval, en is het ook moeilijk deze rechten af te dwingen of te beschermen. Een van overheidswege verbod op foto’s is een moeilijk af te dwingen regel, en natuurlijk kan je een sollicitatieprocedure aanklagen op basis van discriminatie, maar dit is veelal moeilijk hard te maken, net door mechanismes als stereotypical threat en implicit bias die geen directe discriminatie zijn maar wel discriminerend werken.

In deze specifieke gevallen is witte onwetendheid (er is niks mis met een foto op een cv) een manier om witte onschuld (ik onderhoud geen racistisch systeem) te handhaven, wat je witte privileges vrijwaart, want uiteindelijk is deze onwetendheid in het voordeel van de witte sollicitant. Rechten zijn inderdaad geen privileges, maar wit privilege is geen kwestie van rechten; het wijst erop hoe het schaden van de rechten van niet-witte mensen de witte mensen een (comparatief) voordeel oplevert, en dat dit structureel is. Dit aanbrengen is niet louter een kwestie van bewustwording, maar een aanklacht: ‘Jouw ‘antiracisme’ (onschuld) is geen antiracisme, zolang jij voordeel haalt uit de schendingen van mijn rechten!’

Ik denk dat ik goed gelezen heb dat je schreef dat de strijd niet tussen wit en niet-wit is, en dat macht geconcentreerd is in een kleine groep die een wereldwijd systeem van uitbuiting organiseert (Wallerstein).4 Ik stel het hier wat kort door de bocht. Ik kan deze redenering volgen, maar dit sluit niet uit dat macht op vele niveaus speelt. In de context van democratische representatie, van elite-vorming, en sociale mobiliteit zijn mannelijke en witte privileges relevante strijdpunten in al deze domeinen en niveaus.

Zolang vrouwen en niet-witte mensen (o.a.) niet op een representatieve manier academische, politieke, culturele, economische en machtsposities in de media bezetten, is het legitiem om hiervoor te strijden. Het betreft inderdaad het recht op gelijkheid, maar dit recht op gelijkheid wordt gerealiseerd in institutionele structuren en organisaties, en in deze organisaties zijn het mensen die deze rechten realiseren, garanderen, beschermen, afdwingen, of frustreren en in de weg staan. Het zijn ook mensen die voordeel halen uit discriminerende institutionele structuren. Vind jij dan dat er helemaal geen neo-aristotelisch argument te maken is dat zij die (meer) voordelen halen uit deze structuren, ook (meer) verantwoordelijkheid hebben om deze voordelen te ondermijnen en de rechten te realiseren?5

Beeldcultuur

Nog een punt over racistische beeldcultuur, wat jij tot het niveau van het anekdotische lijkt te herleiden, maar misschien heb ik jou niet goed begrepen. Als niet-witte mensen een racistische beeldcultuur aanklagen, omdat dit hen kwetst, omdat dit hun kinderen belast, omdat dit direct én indirect racisme en discriminatie versterkt, dan lijkt dit me een belangrijke aanklacht en strijd die we moeten ondersteunen.

Anti-racisme is inderdaad een kwestie van onvoorwaardelijke rechten en niet te herleiden tot ingrepen in de beeldcultuur, maar de banalisering van de inbreuken op deze rechten of, eerder nog, het feit dat deze rechten niet gerealiseerd zijn, vindt ook zijn oorsprong in (historische) onderdrukking en de daarmee gepaard gaande stereotypering, die ook in de beeldcultuur zijn neerslag en bestendiging vindt.

Het gaat hier niet om een of-of, maar een en-en-verhaal. Niet-witte mensen die een racistische beeldcultuur aanvallen zijn ook dezelfde niet-witte mensen die strijden voor hun rechten; zij geloven niet dat het einde van zwarte piet het einde van het racisme betekent. Zij zien wel hoe zwarte piet een visuele representatie is van hoe hun rechten steeds weer geschonden werden en worden. De beeldcultuur staat niet los van maatschappelijke onrechtvaardigheden; en een racistische beeldcultuur of een maatschappij waar een racistische beeldcultuur gerelativeerd wordt, is niet toevallig ook een maatschappij waar racisme geduld wordt en de rechten van niet-witte personen nog steeds voorwaardelijk zijn. Het gaat er dus niet om dat het bannen van zwarte piet het racisme zal wegwerken; het gaat erom dat racistische beeldtaal niet geduld wordt door mensen die strijden voor hun rechten.

Bovendien draagt racistische beeldcultuur ook bij tot witte privileges, net zoals seksistische beeldcultuur bijdraagt tot mannelijke privileges. Studies tonen bijvoorbeeld de negatieve impact aan van racistische en seksistische beeldcultuur op de zelfzekerheid, eigenwaarde, en verwachtingen van niet-witte kinderen en meisjes; een obstakel dat witte kinderen en jongens een comparatief voordeel geeft. Hebben jongens en niet-witte kinderen een onvoorwaardelijke recht op een dergelijk comparatief voordeel? Ik denk het niet.

Voor groepen die dus al af te rekenen hebben met structurele discriminatie, is een dergelijke beeldcultuur een extra obstakel. Witte mensen die de effecten hiervan minimaliseren, de relevantie in vraag stellen, of dit vergelijken met praktijken van pesten die niet ingebed zijn in structurele discriminatie (sociale markers), gaan voorbij aan die historische en structurele discriminatie waarin een dergelijke beeldcultuur ingebed is, en dus ook aan hun eigen comparatief voordeel en dus aandeel in racisme. Het occasionele verwijt "zwijg witte man" is dan ook geen ontologische maar epistemologische kwestie. 

Eve Sedgwick heeft aangetoond hoe witte onwetendheid geen gebrek aan kennis is, maar een actief toepassen van strategieën om de witte “onschuld” te beschermen.6 Voor Linda Alcoff is witte onwetendheid dan ook geen slechte kennispraktijk, maar eerder ‘‘a substantive epistemic practice itself.”7 Het is die witte “onwetendheid” en “onschuld” die woede oproept. Audre Lorde beschrijft het als volgt:

“When women of Color speak out of the anger that laces so many of our contacts with white women, we are often told that we are “creating a mood of hopelessness,” “preventing white women from getting past guilt,” or “standing in the way of trusting communication and action.” (…) One woman wrote, “Because you are Black and Lesbian, you seem to speak with the moral authority of suffering.” Yes, I am Black and Lesbian, and what you hear in my voice is fury, not suffering. Anger, not moral authority. There is a difference.”8

Audre Lorde benadrukt ook hoe deze kwaadheid vol zit van informatie en energie, en dat het niet deze kwaadheid is die een mogelijke samenwerking tussen wit en niet-wit in het gedrang brengt, maar eerder de weigering om erbij stil te staan, om te luisteren naar haar ritmes, om er in te leren, om naar haar hart te gaan, en om eruit te putten als een belangrijke bron van empowerment.9

Ik denk niet dat jij zou ontkennen dat denkers als Gloria Wekker, Sara Ahmed, George Yancy, en vele anderen, strijden voor onvoorwaardelijke rechten.10


Met vriendelijke groeten,
Petra Van Brabandt

Petra Van Brabandt is als docente verbonden aan Sint-Lucas Antwerpen

Noten

(1) Zie o.a. https://jmeblommaert.wordpress.com/2017/05/23/heibel-in-antiracismeland-alweer/,https://jmeblommaert.wordpress.com/2017/09/29/de-lotgevallen-van-de-witte-over-privileges-rechten-en-macht/, https://jmeblommaert.wordpress.com/2017/10/04/structureel-racisme-ad-nauseam/

(2) https://jmeblommaert.wordpress.com/2017/09/29/de-lotgevallen-van-de-witte-over-privileges-rechten-en-macht/, https://jmeblommaert.wordpress.com/2017/10/04/structureel-racisme-ad-nauseam/

(3) Barbara Applebaum, “Vigilance as a Response to White Complicity,” Educational Theory. Feb 2013, Vol. 63, Issue 1, pp.18-19.

(4) Zie https://jmeblommaert.wordpress.com/2017/09/29/de-lotgevallen-van-de-witte-over-privileges-rechten-en-macht/

(5) Met dank aan Eric Schliesser die dit argument maakt in de context van de feministische strijd: http://digressionsnimpressions.typepad.com/digressionsimpressions/2015/09/on-femenist-credentials.html

(6) Eve Sedgwick, Epistemology of the Closet, Oxford University Press, 1980.

(7) Linda Martin Alcoff, ‘‘Epistemologies of Ignorance: Three Types,’’ in Race and Epistemologies of Ignorance, eds. Shannon Sullivan and Nancy Tuana, State University of New York Press, 2007.

(8) Audre Lorde, “The Uses of Anger: Women Responding to Racism,” in Sister Outsider. Essays & Speeches by Audre Lorde, Crossing Press, 1984, pp.131-132. Zie http://www.blackpast.org/1981-audre-lorde-uses-anger-women-responding-racism

(9) Id, p.130.

(10) Zie o.a. Gloria Wekker, White Innocence: Paradoxes of Colonialism and Race, Duke University Press Books, 2016; Sara Ahmed, On Being Included: Racism and Diversity in Institutional Life, Duke University Press, 2012; George Yancy, On Race. 34 Conversations in a Time of Crisis, Oxford University Press, 2017 en George Yancy, “Dear White America,” The New York Times, 24 December 2015, https://opinionator.blogs.nytimes.com/2015/12/24/dear-white-america/