about
Toon menu

Hele moslimgemeenschap in Myanmar gediscrimineerd

Het dodelijke geweld tegen de Rohingya en de exodus naar Bangladesh gaat nog steeds door. Dat zien we elke dag in het nieuws. Maar ook in de rest van het land maakt dit conflict slachtoffers. De hele moslimgemeenschap in Myanmar wordt gediscrimineerd, en dat is een oorlog die deels verborgen blijft, stelt IPS-correspondent Pascal Laureyn in Mandalay, Myanmar.
donderdag 12 oktober 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

In een stille straat weerklinken fragiele kinderstemmen door een raam. Eenstemmig citeren ze koranverzen. Het islamschooltje ligt een beetje verscholen in een ommuurde wijk waar alleen moslims wonen. Dat is een eiland van rust in het drukke Mandalay, de tweede stad van het overwegend boeddhistische Myanmar.

Vrede lijkt de norm in deze smalle straatjes die naar de Joonmoskee leiden. Maar sinds een paar jaar gaan de poorten van de wijk 's nachts op slot. Na eeuwen van vreedzaam samenleven, beginnen de spanningen tussen moslims en boeddhisten op te lopen. De inwoners van de islamitische wijk voelen zich niet meer op hun gemak.

"Soms komen boeddhistische monniken ons intimideren door religieuze teksten te roepen. Ze noemen ons 'kalar', een onbeleefd woord. De haat wordt steeds groter." U Wai Li Tin Aung is secretaris van de Joonmoskee, de grootste van Mandalay.

Volgens hem worden de spanningen veroorzaakt door het conflict in de deelstaat Rakhine. Daar worden de Rohingya - een moslimminderheid - al jaren vervolgd en vermoord door militairen en milities. Sinds augustus zijn een half miljoen Rohingya naar Bangladesh gevlucht. De Verenigde Naties noemen het een etnische zuivering.

Verspreiding van haat

De propaganda van de regering en de haatpraat van boeddhisten-nationalisten blijven niet exclusief gereserveerd voor de Rohingya uit Rakhine. Alle moslims in Myanmar moeten het ontgelden. Volgens sommigen zijn het terroristen die het land willen overnemen. Sinds de voorzichtige democratisering van Myanmar is de autoritaire controle op media weggevallen en krijgen deze extremistische ideeën een vrij forum. In grote delen van de samenleving is racisme normaal geworden. Geweld tegen moslims is aanvaardbaar.

U Wai Li Tin Aung is ongerust. "De regering doet niets. Onze winkeliers worden soms lastig gevallen door monniken. Maar als ze de politie bellen, komt die niet. Wetten gelden alleen in het voordeel van de boeddhisten van Birma."

Het was ooit anders. De moslimwijk rond de Joonmoskee heeft een eervolle geschiedenis. Mindom Min, de voorlaatste koning van Birma - het huidige Myanmar - , heeft deze wijk in 1863 aan de moslims van de stad geschonken. De vorst had in Mandalay een nieuwe hoofdstad gesticht en zijn administratie werd grotendeels door moslims bevolkt. Maar nu is die erkenning vergeten en zijn de bewoners het slachtoffer van discriminatie.

Pathe Aye Maung toont zijn identiteitskaart en die van zijn zoon. Beiden zijn officieel geregistreerd als moslim. Op het persoonsbewijs van de vader staat dat hij een Panthee is, een erkende etnische groep in Myanmar. Maar de zoon is gecatalogiseerd als 'Indiër'. Hij wordt dus als een illegale buitenlander beschouwd. "Toen mijn zoon hierover ging klagen, werd hij in de gevangenis gegooid."

Dit is een probleem dat ook de Rohingya maar al te goed kennen. Hoewel de Rohingya al eeuwen in Rakhine leven, worden ze al sinds de onafhankelijkheid in 1948 gediscrimineerd. De media en de regering mijden het woord Rohingya. Hen correct benoemen zou een erkenning van hun historische rechten betekenen. Voor de meeste Myanmarezen zijn ze Bengali en dus illegale buitenlanders die terug naar huis moeten. In de ongenadige overvloed aan toxische woorden worden nu ook de andere moslims geviseerd.

Toenemend geweld

Bij een groot aantal boeddhisten leeft het gevoel dat hun cultuur en religie bedreigd worden door 'buitenlanders'. Ze zijn bang voor islamisering. Ze denken dat Myanmar zal evolueren zoals Indonesië, een moslimland dat ooit boeddhistisch was. Alle moslims zijn dus verdacht.

Sommige monniken spelen daar handig op in. Zij hebben veel macht in Myanmar en krijgen makkelijk gehoor bij bange burgers. Sommige religieuze leiders proberen die angst om te buigen in geweld tegen moslims. "We laten ons niet provoceren," zegt secretaris U Wai Li Tin Aung. "Wat de extremistische monniken ook zeggen, wij blijven rustig en behouden de vrede. Dat hebben we geleerd van onze religie. Wij gebruiken geen geweld."

Maar dat lukt niet altijd. In 2014 ontstonden er rellen in Mandalay, het bastion van de Birmese cultuur. Er werd gezegd dat moslims een boeddhistische vrouw hadden verkracht, valse geruchten die razendsnel werden verspreid via sociale media. In de straatgevechten tussen honderden heethoofden, verloren een boeddhist en een moslim het leven.

In die woelige periode viel de politie binnen in de Joonmoskee. Er werden stokken, staven en knikkers in beslag genomen. Volgens de secretaris dienden die alleen maar ter verdediging. "Iedereen was bang toen. We kunnen geen bescherming verwachten van het leger of de politie als we aangevallen worden."

Een politiek conflict

Het geweld zet boeddhisten en moslims tegenover elkaar. Gevoelens rond religie en identiteit zijn makkelijk te bespelen. Daar hebben het leger en de opeenvolgende regeringen zich de afgelopen decennia in bekwaamd. Want dat is handig om de aandacht af te leiden van de povere economische en politieke situatie in het land.

Het conflict met "buitenlandse jihadi's" moet de Myanmarezen ook duidelijk maken dat het leger de enige betrouwbare beschermer des vaderlands is. Zo kan het zijn greep op de economie behouden, ook na de opkomst van Aung San Suu Kyi en haar partij NLD. Die beloofde democratisering heeft trouwens nog geen soelaas gebracht. Voor het eerst zit er geen enkele moslim in het parlement.

Een boeddhistische fruitverkoopster slentert door de moslimwijk met haar koopwaar op het hoofd. "Het is jammer dat er een conflict is. Ik kom hier al jaren en ik heb nooit een probleem gehad. Waarom zouden er nu plots wel problemen moeten zijn? Dat is slecht voor de verkoop.”

De meeste boeddhisten kunnen het nog steeds goed vinden met hun islamitische buren. Maar als de discriminatie, de giftige taal en de geweldspiraal niet ophouden, creëert de regering een voedingsbodem voor radicaliserende moslims. Dan kweekt ze de jihad waar ze voor waarschuwt.