about
Toon menu

Skopiumschuivers: De dolle seventies in cultureel Gent

In het kielzog van Film Fest Gent duikt Paya Germonprezs boek 'Skopiumschuivers', gekoppeld aan een tentoonstelling in de Zwarte Zaal van KASK gecoördineerd door Edwin Carels, in het woelige Gentse culturele leven tijdens de seventies. Het via getuigenissen vertelde verhaal van de dolle beginjaren van stadsbioscoop Studio Skoop, met name de periode van 1970 tot 1982, is tegelijk ook een reconstructie van een rebelse sfeer. Een nostalgische maar vooral ook inspirerende tijdmachine.
vrijdag 6 oktober 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Film is in Vlaanderen meer en meer het speelterrein van 'doorgeefluikcritici' geworden; filmcritici die braafjes de agendasetting van de marketingmachine volgen en zich ook inhoudelijk netjes bij de hand laten nemen. Promotie wordt zo informatie en omgekeerd verdwijnt analyse in het verdomhoekje van de 'spoilers'. Sfeerverpesters die enkel nog in academische ivoren torens getolereerd worden. Waarom vervelend doen wanneer een selfie met 'the talent' zoveel leuker is?

Samen met filmkritiek is ook filmgeschiedschrijving uit beeld verdwenen. Terwijl er tal van boeiende, relevante en inspirerende verhalen te rapen liggen. Verhalen over films, filmmakers, filmvertoners en filmverdelers. Verhalen van mensen en plaatsen, verhalen die spelen in steden en op het platteland, vroeger en nu. Een van die verhalen is opgetekend in het boek 'Skopiumschuivers'. Een werk van Paya Germonprez met de veelzeggende ondertitel 'De dolle jaren van Studio Skoop 1970-1982 en het woelige culturele leven in Gent'.

Mooie herinneringen aan bijzonder turbulente tijden

'Skopiumschuivers', de titel verwijst naar hoe stichter Ben ter Elst de bezoekers van zijn bioscoop (zijn café en zijn Filmgebeuren) noemde, is het levenswerk van kunstenares en echtgenote van Ter Elst Paya Germonprez. Een werk dat ze willens nillens 'moest' maken, ook al kleefden er ook veel slechte herinneringen aan het Studio Skoop verhaal. Persoonlijke ontgoochelingen, gedeelde trauma's en emotionele wonden.

Maar, schrijft Germonprez in haar voorwoord, "ik ontmoet ook vaak mensen die euforisch worden als we het hebben over de tijd toen we daar samen rondliepen. Die mensen vonden dat die 'mooie tijd' dringend moest gedocumenteerd worden, opgeschreven, herinnerd, om niet vergeten te worden. Want er waren andere krachten geweest in de stad, die dat verleden liefst in de vergeetput hadden gegooid."

De auteur begon in 2015 aan haar zoektocht naar getuigen en documentatie om zich na verloop van tijd te realiseren dat "de volledige culturele en maatschappelijke elite van Gent en Vlaanderen 'Skopiumschuivers' waren geweest. Het waren hun studentenjaren. De Skoop was bij wijze van spreken de voedingsbodem waarop hun ideeën wortel hadden geschoten. Later hadden ze Gent en Vlaanderen totaal omgevormd, de nieuwe tijden er door gedrukt. Op cultureel en maatschappelijk gebied."

Het deed Germonprez besluiten om het verhaal open te trekken "naar dit bredere landschap rond de Skoop. De kiem van de veranderingen. En geprobeerd dat landschap een beetje tot leven te laten komen." Daarvoor voerde ze tal van gesprekken en liet ze betrokkenen teksten opstellen. Het eindresultaat is te vinden in het op A4 formaat en lekker dik en nadrukkelijke naar inkt geurend papier uitgegeven 'Skopiumschuivers'. En een tentoonstelling die loopt in Zwarte Zaal van het KASK te Gent.

Van stadsbioscoop naar internationaal filmfestival

Onder impuls van de in Gent aangespoelde Nederlander Ben ter Elst opende in 1970 de alternatieve bioscoop de deuren met de vertoning van Goto, l'île d'amour van de controversiële Poolse cineast Walerian Borowczyk. De stadsbioscoop vertoonde voornamelijk films die in het commerciële circuit geen kans kregen. Het gigantische aanbod op dat vlak deed het idee ontstaan om een filmfestival te organiseren rond die moeilijkere werken. In 1974 werd het Internationaal Filmgebeuren Gent boven de doopvont gehouden.

Behoorlijk gedurfde initiatieven want Gent mocht dan nog niet in de greep van horeca, brouwers en vastgoedgiganten zitten; het was op dat ogenblik wel nog cultureel braakland. Maar daar waar jonge gezinnen in die periode wegtrokken uit de stad vormden studenten en artiesten een eigen gemeenschap met respectievelijk politieke en culturele strekkingen. Er leefde wat rond Het Pand, de Academie en 'De Skoop', de cinemazaal annex Grand Café aan het Gentse Sint-Annaplein. Voor Ben ter Elst bestond heel dit wereldje uit 'Skopiumschuivers'.

Gent transformeerde zich langzaam in een meer hippe stad, via enkele fases en conflicten werd het Filmgebeuren de gerespecteerde erfgenaam Film Fest Gent, de Skopiumschuivers zochten andere horizonten op en ook Studio Skoop ging een nieuw leven leiden. Eentje zonder Ben ter Elst.

Herinneringen van en aan Skopiumschuivers

Tijd dus om terug te kijken op deze turbulente tijden en de rebelse spirit die zorgde voor een sfeer van creativiteit, speelsheid en vernieuwing. Dat gebeurt met vallen en opstaan. Er zijn immers nogal wat slordigheidjes in de layout en de teksten gekropen. Vaak details maar ook dingen die aangeven hoe snel zaken in de vergetelheid sukkelen. Zo wordt terloops verwezen naar het tijdschrift Andere Sinema, een progressief en zoals in de seventies en begin eighties betaamde intellectueel kritisch filmblad dat bewust voor de 'S' in de titel koos. Hier wordt dat de 'C' van Cinema. Een pijnlijke illustratie van het feit dat geschiedschrijving op het vlak van Vlaamse filmcultuur nog een rol te vervullen heeft.

'Skopiumschuivers' geeft daartoe een interessante aanzet. Zo omschrijft Herman Balthazar de jaren 1968-1982 als een periode waarin "er voor iedereen boterhammen genoeg waren, de best belegde zelfs die onze maatschappij ooit gekend had. Het was de contestatie van de burgermoraal die eerst kwam. En we waren echt wereldverbeteraars, niet zeer eendrachtig, maar toch. Het waren mooie jaren..."

Affiches, krantenknipsels, programmabrochures, foto's, illustraties transporteren ons samen met een oude speech van Ben ter Elst en een informatieve tekst van Dirk De Meyer naar deze bewogen op opwindende periode. Diverse teksten voeden de nostalgie via anekdotes (zo schrijft filmjournalist Jan Temmerman lyrisch over de vertoning van Tarkovski's sci-fi klassieker Solaris) en heimwee (kunstenaar Paul van Gysegem betreurt de verdwenen inspiratie en durf) maar ook via warme pleidooien (professor Rik Pinxten stelt het verdwijnen van alternatieve cinema vast en roept parafraserend "sticht twee, drie, vier, vele Studio Skopen en dan zal de mens tot grote  persoonlijke en culturele ontplooiing kunnen komen").

Kijken naar morgen

De terugblik op het stukje Vlaams filmerfgoed genaamd Studio Skoop is gelukkig niet enkel gedrenkt in melancholie en teleurstelling. De erfenis van de Skopiumschuivers wordt ook naar voor geschoven als inspiratiebron voor nieuwe generaties.

Cultuurfilosof Eric Corijn wijst via een terugblik op het scharniermoment waarop Studio Skoop tot bloei kwam naar de toekomst en voor kunstenaar Dirk Pauwels werd "daar en toen (...) het absurde vanzelfsprekend, een resoluut en radicaal instrument om aan te tonen dat kunst het interessantst is als ze dingen en mensen uit hun evenwicht brengt."

Veel getuigenissen zijn anekdotisch (Nico was hier!) maar toch klinkt vaak door hoe stimulerend een alternatieve bioscoop kan zijn voor de verdere intellectuele, creatieve en persoonlijke ontwikkeling van mensen. Zo bekent Stefan Hertmans dat hij in Studio Skoop de intellectuele kracht van arthouse cinema leerde kennen, wat hem later bij het schrijven van pas zou komen.Terwijl Fernand Vanoutryve een link legt met zijn coming out en Arne Sierens mijmert over prikkelende filmdiscussies.

'Skopiumschuivers' sluit af met een epiloog waarin Paya Germonprez schrijft over "de dolle rit van Ben ter Elst" en de pijnlijke strubbelingen en financiële problemen waarin de stichter van Studio Skoop en Het Filmgebeuren verwikkeld raakte. Jammer en betreurenswaardig allemaal en hopelijk zorgt dit boek ook voor de verdiende erkenning van Ben ter Elst en zijn Skopiumschuivers.

Dit eerbetoon aan (de mensen achter) Studio Skoop overtuigt er ons nog meer dan ooit van dat er nog heel werk aan de winkel is op het vlak van culturele monumentenzorg in Gent. Wie voelt zich bijvoorbeeld geroepen om de geschiedenis van Radio Toestel, de eerste vrije stadsradio in het Gentse, te schetsen? En wie vertelt het verhaal van METRO, het stadsmagazine met punk spirit dat, gedreven door professioneel schenenschopper Eric Goeman, behoorlijk rebels uit de hoek kwam? Twee jaren tachtig verhalen met een hoog actualiteitsgehalte.

 

 

Paya Germonprez, SKOPIUMSCHUIVERS, uitgeverij Snoeck, Gent, 2017, 284 pag. 30eur.

Expo SKOPIUMSCHUIVERS, Zwarte Zaal KASK Conservatorium, Louis Pasteurlaan 2, 9000 Gent, tot zondag 22 oktober, di-vr 14u - 18u, do 14u - 22u.