about
Toon menu
Opinie

Het deficit binnen links

'Mannelijk' of 'wit privilege' zijn voor mij termen die broodnodig zijn om onze eigen positie binnen deze Westerse maatschappij in vraag te durven stellen. Deze concepten als dooddoeners omschrijven zorgt er net voor dat je de personen, die deze woorden gebruiken in hun strijd tegen de dominante macht, het zwijgen oplegt. Naar mijn gevoel hebben heel wat mensen uit de linkerzijde hier een probleem mee.
woensdag 4 oktober 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

De laatste paar jaar zien we een backlash verschijnen op het vlak van inclusie en diversiteit binnen de progressieve zijde van ons land. Bepaalde begrippen die ikzelf als onlosmakelijk beschouw om de strijd aan te gaan tegen machtsmisbruik en ons normerend denkkader, worden niet als vanzelfsprekend beschouwd bij te veel linkse rakkers. Dat is jammer genoeg geen nieuw fenomeen en is waarschijnlijk al honderden keren aangekaart door andere bezorgde burgers.

Zelf probeer ik een duit in het zakje te doen. De algemene boodschap die Ikrame Kastit ons nog niet zo lang geleden heeft meegegeven, namelijk “zwijg niet over machtsverschillen”, is er één die ik graag in de praktijk uitoefen. In tegenstelling tot mevrouw Kastit hou ik het in dit artikel niet algemeen, hoewel deze tekst van toepassing is op iedere Belgische burger. Ik benadruk graag het belang van een mentaliteitswijziging binnen de linker en/of progressieve zijde opdat we ons kunnen verenigen en kunnen strijden voor hetgeen echt belangrijk is, namelijk rechtvaardigheid. Jammer genoeg zal dit moeilijk gaan als concepten zoals safe space en mannelijk of wit privilege niet eens erkend worden binnen een heel luid roepend deel van de progressieve zijde. 

To safe space or not to safe space?

A Room of One’s Own van Virginia Woolf beschrijft het snakken naar een eigen plek (en financiële middelen) om rustig te kunnen nadenken en schrijven. Voor mij kan dat concept uitgebreid worden naar een plaats voor de meest onderdrukten in onze samenleving om op hun gemak te kunnen discussiëren over hetgeen hen dagelijks ofwel individueel ofwel structureel overkomt. Hierbij zijn we dan beland bij de cruciale vraag of het creëren van subgroepen binnen een beweging wel een goed idee is.

Ikzelf ben een voorstander voor een dualistische aanpak: creëer je eigen subgroep binnen de beweging, maar wees ook te allen tijde aanwezig buiten die subgroep opdat er geen segregatie ontstaat. In de praktijk leidt dit vaak tot een delicate evenwichtsoefening waarbij men moet durven balanceren tussen het accepteren van safe spaces en het erkennen dat ook de groep met het structurele machtsoverwicht een subgroep is en geen norm waarvan we onszelf moeten distantiëren.

Het concept van een safe space is een recht dat ieder individu uit een groep die structureel onderdrukt wordt zou mogen uitoefenen. Het betreft immers een plaats waarbij men vrij is van dagdagelijkse micro-agressies en waar men met elkaar kan omgaan als gelijken met min of meer eenzelfde machtsniveau. Iedereen weet dat we als burgers nooit eenzelfde machtsniveau zullen bereiken, maar vergeleken met de maatschappij is het grote verschil dat deelnemers binnen zulke safe spaces eenzelfde (of een intersectie van) structurele onderdrukking(en) meemaken.

Binnen zulke safe spaces is er dan uiteraard de mogelijkheid om de eigen privileges tegenover de andere te (h)erkennen waarbij het de bedoeling is om elkaar met respect en als gelijken te behandelen. Soms lukt dat, andere keren lukt dat niet waardoor er een nieuwe afscheiding kan ontstaan en een andere safe space kan ontworpen worden die met meerdere (of andere) intersecties van discriminatie rekening houdt.

Dat laatste fenomeen wordt momenteel veel te snel gecategoriseerd als een verzwakking van de algemene strijd voor rechtvaardigheid. De slogan “alles wat ons verdeelt, verzwakt ons” wordt hierbij aangehaald op een niet zo positieve manier. In het verleden werd dit op internationaal vlak gebruikt door de marxisten tegenover de feministen[1] alsook in ons land door de socialisten om zo de invoering van het vrouwenstemrecht uit te stellen.

Zelf hoopte ik dat de linkerzijde tegen nu al geleerd had van hun vroegere misstappen en de slogan momenteel dus herinterpreteert als het tegelijkertijd bestrijden van alle vormen van discriminatie, opdat het ganse volk verenigd kan worden in de strijd tegen onrecht. Maar als ik sommige discussies via de online media volg zijn we nog ver verwijderd van dat doel. Voor mij betekent een safe space het herbronnen van jezelf bij gelijkgezinden, op welke manier dan ook. Om dan met hernieuwde energie de wijde wereld te betreden en samen met anderen te vechten tegen het onrecht dat voor jezelf en je naasten belangrijk is. 

Mannelijk of wit privilege: broodnodige termen of bewuste dooddoeners?  

Het erkennen dat de dominante (maar niet per se de grootste) groep momenteel als de norm wordt beschouwd, maar dat in werkelijkheid niet is, vergt heel wat denkwerk binnen ons andro- en euro/etnocentrisch wereldbeeld. Ten eerste moeten we het mannelijk en daarnaast ook het wit privilege kunnen herkennen en erkennen vooraleer we dat wereldbeeld in vraag kunnen stellen en dus ook kunnen samenwerken naar een meer divers en inclusieve maatschappij.

Laat dit (h)erkennen van de eigen privilege nu één van onze pijnpunten zijn in dit conservatief Belgenland. De laatste weken (in feite al jaren, maar kom, we houden het op de meest recente gebeurtenissen) zagen we opnieuw een heropleving van het debat rond wit privilege als gevolg van de aanklacht van Dalilla Hermans over het stereotiepe beeld van de zwarte medemens. Een meer dan terechte kritiek, waarvan ik dacht dat iedereen mee akkoord zou gaan, ware het niet dat opnieuw een witte man zijn gedacht moest verkondigen zonder enige vorm van begrip rond het structureel racisme dat nog diep aanwezig is in onze hoofden. Gelukkig bestaan er nog andere witte mensen die hun privilege gebruiken om deze man van weerwoord te dienen. Want in onze maatschappij wordt een kritische stem afkomstig uit een etnische minderheidsgroep automatisch als biased gezien[2][3].

Het in vraag stellen van concepten zoals mannelijk en wit privilege is een fenomeen dat ik heel vaak zie in mijn strijd tegen onrecht. De weerstand die deze termen oproept bij mensen uit de groepen waarop deze woorden van toepassing zijn, is logisch.

De allereerste keer toen ikzelf mentaal in opstand kwam tegen het gebruik van de term ‘wit privilege’ was nog niet zo lang geleden. Twee jaar om precies te zijn en dat speelde zich af binnen de master Gender en Diversiteit, waarbij Émma Lee Amponsah[4] ons duidelijk maakte wat cultural appropriation is en hoe wit privilege daarbij een belangrijke factor is. Ik was verward en nieuwsgierig, dus stelde ik een vraag, luisterde ik en dacht ik na. Vaak hoeft dat niet meer te zijn: luisteren naar de persoon die het probleem aankaart en respecteren hoe deze persoon de eigen ervaring omschrijft.

Toch gebeurt dat niet altijd op deze manier. Een psychologisch zelfverdedigingsmechanisme verhindert veel mensen om zichzelf kritisch in vraag te stellen en zorgt ervoor dat men zich afsluit van diegenen die hen in vraag stellen. Iedereen maakt dat mee. Ikzelf ook. Maar het echte probleem is als de persoon zich afsluit in de eigen privilegebubbel. Op dat moment heeft de persoon in kwestie geen voeling meer met de groepen die zich in een lagere machtspositie bevinden, waardoor het moeilijker wordt om begrip op te brengen voor de strijd die zulke groepen voeren om gelijke rechten en kansen te verkrijgen.

Mannelijk of wit privilege zijn voor mij dus termen die broodnodig zijn om onze eigen positie binnen deze Westerse maatschappij in vraag te durven stellen. Deze concepten als dooddoeners omschrijven zorgt er net voor dat je de personen, die deze woorden gebruiken in hun strijd tegen de dominante macht, het zwijgen oplegt[5]. Naar mijn gevoel hebben heel wat mensen uit de linkerzijde hier een probleem mee.

Net zoals de safe spaces waarover ik het had, denkt men dat dit soort terminologie een te verregaande vorm van identiteitspolitiek is en ‘ons’ dus opnieuw verdeelt. Het grootste probleem dat ik heb met deze redenering is dat men vertrekt van een eigen norm die voornamelijk gebaseerd is op een wit en zelfverklaard progressief mensbeeld dat meestal gesteund wordt op een anti-kapitalistische en -neoliberale visie. Men stelt blijkbaar graag de norm in vraag, een norm die momenteel overeenkomt met een rechtsconservatief wereldbeeld, maar kijkt niet in eigen boezem. De consistente weigering om zichzelf in vraag te stellen en om kritische stemmen vanuit het feminisme en de antiracismebewegingen binnen en buiten de eigen gelederen geen uitgebreid platform aan te reiken, kan ervoor zorgen dat de linkerzijde zichzelf verdeelt en verzwakt. 

Kennis is macht!

Geen enkele activist/e die strijdt tegen onrechtvaardigheid wenst de progressieve zijde zo’n verzwakte positie toe, gezien dat enkel de conservatieve kant van ons land ten goede komt. Maar als we keer op keer wijzen op de hypocrisie binnen de linkerzijde wat betreft thema’s zoals seksisme en racisme, en als deze strijden telkenmale opnieuw als een middel gebruikt worden om de eigen agenda te dienen -in plaats van op zichzelf staande strijden die wel met elkaar en andere discriminaties, bijv. klassisme of validisme, gelinkt zijn door de prominente aanwezigheid van het machtsconcept - en men doet geen aanstalten deze strijden au sérieux te nemen, dan moet men in mijn ogen niet verwonderd zijn dat er scheuren ontstaan aan de linkerzijde en men op eigen houtje een nieuwe beweging of politieke partij opricht[6].

Het wordt hoog tijd dat de linkerzijde zichzelf herpakt en toegeeft dat het niet op de hoogte is van de theoretische en praktische kennis die men vergaard heeft binnen de strijden tegen seksisme en racisme. Hiermee bedoel ik niet dat de talloze experts die in dienst zijn van verschillende verenigingen of politieke partijen opnieuw een cursus of workshop moeten volgen. Integendeel, deze personen hebben vaak al kennis genoeg. Het probleem bevindt zich in het feit dat deze kennis niet doorsijpelt naar de achterban, maar een voorrecht blijft van een paar enkelingen. Wat mij in het algemeen verbaast, is het feit dat we als gemeenschap al eeuwenlang weet hebben van de strijd rond seksisme en racisme, maar dat we keer op keer opnieuw het warm water proberen uit te vinden binnen de media, het middenveld, de politieke partijen, enzovoort.

Het lijkt me duidelijk dat we binnen ons educatiesysteem een steek laten vallen wat betreft onderwerpen over menselijke relaties en de daarbij horende machtsdynamieken. Als radicaal feministe en activiste prijs ik mezelf gelukkig dat ik de master Gender en Diversiteit kan volgen in Vlaanderen, want voor mij geeft deze master me zelfvertrouwen en kennis om mijn strijd tegen onrechtvaardigheid te kunnen onderbouwen. Het jammere van de zaak is dat heel wat mensen zich niet zo’n master kunnen permitteren alsook heel wat mensen, voornamelijk zij in een machtspositie, denken dat zo’n master overbodig is en dus onwetend blijven.

Het kennen van je eigen geschiedenis, zowel de goede als de slechte kanten, en het zien van historische rolmodellen waaraan je jezelf kan spiegelen, is voor mij een voorwaarde om jezelf ten volle te kunnen ontplooien als mens alsook om te kunnen strijden voor rechtvaardigheid. Zolang de geschiedenislessen in het lager en middelbaar onderwijs dwepen met een andro- en euro/etnocentrisch wereldbeeld, geven we vrouwen, gender non-binaire personen en mensen met een andere etnische afkomst niet dezelfde individuele alsook maatschappelijke kansen die ze verdienen. Ik wil graag afsluiten met een warme oproep: voeg lessen over feminisme en kolonialisme toe aan het lessenpakket, opdat we als individu, maar ook als maatschappij leren omgaan met de aanwezige machtsdynamieken.

DISCLAIMER: Hetgeen hierboven wordt omschreven is niet enkel een probleem binnen links of de progressieve zijde, maar een probleem binnen onze ganse maatschappij. Ik focus me hier in dit artikel op de linkerzijde omdat deze naar mijn gevoel niet kritisch genoeg zijn naar bepaalde personen binnen de gelederen die thematieken als seksisme en racisme niet au sérieux nemen en hierdoor verdeeldheid zaaien.

  

[1] Waarbij men de terechte kritiek heeft geuit dat de grootste stroming van het feminisme van toen er één was voor de vrouwen van hogere klasse, maar wat niet wegneemt dat men zelf na een paar jaar hoogtij voor de vrouwen na de Russische revolutie, opnieuw de traditionele genderrolpatronen verheerlijkte.

[2] Een schoolvoorbeeld hiervan betreft de ganse hetze die is ontstaan na het onderzoek van de sociologe Dounia Bourabain over het verdoken racisme bij winkelbediendes.

[3] Toch baat het niet, want in een recent artikel heeft Luckas Vander Taelen zelf Laurence Ostyn persoonlijk proberen neer te halen met tegenargumenten die altijd terug komen wanneer men mannelijk en wit privilege probeert aan te kaarten.

[4] Émma Lee Amponsah heeft mede Black speaks Back opgericht, een platform dat de pluraliteit onder zwarte mensen in Europa, met name België en Nederland, wilt tonen door stereotypen te deconstrueren en anderzijds de Afro-Europese jongeren wilt aanmoedigen om hun plek in de maatschappij als volwaardige burgers te reclaimen.

[5] De voorbije week werd dit ook letterlijk uitgevoerd bij bepaalde activisten op het sociale medium Facebook omdat zij de onwetendheid van een persoon over het begrip ‘wit privilege’ in vraag stelden. De persoon in kwestie vond immers dat dit begrip witte mensen het zwijgen oplegde zonder in feite rekening te houden met de aanwezige machtsdynamieken binnen ons land. Een denkfout die niet vreemd is aan onze neoliberale maatschappij.

[6] Een voorbeeld hiervan is de aankondiging van een nieuwe politieke partij in mei 2017 door Dyab Abou Jahjah en Ahmet Koç.