about
Toon menu
Opinie

Militairen op straat? Een juweel van misleiding

Militairen op straat wordt door de federale regering-Michel verdedigd als een belangrijke bijdrage tot de veiligheid. IS dat wel zo? Antwerps welzijnswerker Marc Vercoutere ziet het anders. Geen verwijt aan de soldaten zelf, die zo best mogelijk hun opdracht uitvoeren. De regering heeft met deze inzet heel andere, politiek-ideologische doeleinden die zeer misleidend zijn.
dinsdag 12 september 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Militairen voeren taken uit. Opdrachten. Dat ze dit naar best behoren doen en zich volledig geven voor de opdracht, daar bestaat geen twijfel over. Dit artikel is derhalve niet gericht tegen de militairen of de wijze waarop ze hun opdracht uitvoeren. Wel tegen de politieke beslissing die geleid heeft tot dit nieuwe fenomeen. Een politieke beslissing die meer uitgaat van het politieke eigen belang dan van de bekommernis voor de samenleving of de openbare orde (inclusief welzijn wel te verstaan).

Deze kritische bedenkingen zijn gericht tegen de politieke besluitvormers en niet tegen de uitvoerders ervan (in casu de militairen).  Het leger wordt immers gebruikt (misbruikt) voor politieke doeleinden. De democratische rechtstaat wordt op geen enkel moment bedreigd door de militaire aanwezigheid, wel door politici die de democratie misbruiken (inclusief het leger) voor politiek gewin. Het is geeneens een verborgen agenda. De samenleving op zich wordt in toenemende mate ziende blind.

De effecten van meer blauw op straat

Er zijn al studies geweest. Meer blauw op straat leidt niet tot meer veiligheid. Hoogstens tot een tijdelijk rustiger buurt. De criminaliteit of overlast verschuift naar andere wijken of stadsdelen. De Antwerpse “War on drugs”, bijvoorbeeld leidt niet tot een daling van het aantal dealers of gebruikers. In het beste geval verplaatsen de fenomenen zich naar andere plekken, in het slechtste geval gaan de fenomenen ondergronds (wat in onze over gedigitaliseerde wereld ook kan betekenen: transacties etc. … gebeuren online).

Een voorbeeld: de strijd tegen de straatprostitutie in de Antwerpse Atheneumbuurt. Op een lezing uitte een procureur haar verregaande bezorgdheid over de Antwerpse aanpak. Straatprostituées verdwijnen uit beeld maar blijven actief. Maar dan in schimmige milieus, via internet of ondergrondse kanalen. Meteen wordt ook alle hulpverlening de pas afgesneden. Contacten gaan verloren. Dit is niet alleen nefast voor de prostituées zelf (gezondheid, bescherming, …) maar ook voor de samenleving. De mogelijkheid om preventieve actie te ondernemen wordt moeilijker door gebrek aan rechtstreekse contacten. Idem voor de “War on drugs”.

Meer blauw op straat leidt bovendien tot hogere onveiligheidsgevoelens. Objectieve metingen hebben aangetoond dat mensen risico’s gaan overschatten wanneer er meer politie op straat te zien is. Het buikgevoel kan dan wel spreken van “mijn buurt is veiliger”, het achterliggend gevoel gaat uit van risico’s die buiten proportionaliteit zijn.

De effecten van militairen op straat

Uiteraard geldt hierover hetzelfde als in de vorige paragraaf. De subjectieve onveiligheid wordt zwaar verhoogd. De aanwezigheid van militairen in het straatbeeld geeft gevoelens van permanente onveiligheid. En dit terwijl erop zich niets bestreden wordt!

Een hoog onveiligheidsgevoel is de ideale bliksemafleider voor alle andere politieke problemen: de gapende begroting, armoedebestrijding, asielcrisis en vluchtelingenproblematiek, de afbraak van de sociale welvaart én welzijnsstaat, de afbraak van het maatschappelijk middenveld, …

In Frankrijk, waar al heel lang militairen in het straatbeeld aanwezig zijn is het algemeen aangenomen dat zij geen terroristische aanslagen kunnen voorkomen. Logisch: het aantal mogelijke doelwitten is oneindig groot. Een voorbeeld: militairen in Antwerpen-Centraal kunnen onmogelijk aanslagen voorkomen. Er is een voortdurend aan en afrijden van treinen en metro. Wie echt het station wil viseren kan moeiteloos het station bereiken. Terwijl militairen op het ene perron staan, zijn er tientallen perrons en andere  in- en uitgangen onbewaakt.

De enige aanslagen waar militairen mee geconfronteerd worden zijn aanslagen tegen henzelf. Of ze komen ter plaatse na de aanslag of na een poging tot. Dit heeft niets te maken met de kwaliteit van de militairen, wel met de oneindigheid van de opdracht.

Waarom dan wel militairen op straat?

In de eerste plaats om burgers het gevoel te geven beschermd te zijn. Om de indruk te wekken dat de politiek wel weet hoe de openbare ruimte te beschermen. In Frankrijk zijn militairen verworden tot straatmeubilair. Functioneel kan je hun opdracht niet echt noemen. Aanslagen worden nu gepleegd op andere plaatsen en met andere methodes. Dit is een flagrant misbruik van de militairen en een dure geldverspilling. Alhoewel!

Voor een stad als Antwerpen zijn de militairen budgettair uiterst welkom. Dit is immers een externalisering van stedelijke politiekosten naar het federaal defensiebudget. Op zich enerzijds een besparing voor de stad, maar tegelijk een oneigenlijke financiering van de stad. Mocht iedere stad of gemeente daarop beroep doen dan gaat defensie zwaar in het rood.

Militairen zijn ook nodig om een zekere staat van beleg blijvend te verantwoorden. Op zich is er niets mis met de dreigingsanalyse en het bepalen van het risiconiveau. Het permanent in stand houden ervan betekent iets anders. Dit laat de politiek toe om maatregelen te nemen die verregaand de rechtstaat onderuithalen. 

Normalisering van staat van beleg

Iedereen weet dat aanslagen mogelijk zijn. Dit is al tientallen jaren zo. Je kan niet tegelijk gaan vechten in risicogebieden (al dan niet terecht) zonder mogelijke tegenreactie. Het permanent aanhouden van niveau drie heeft enkel kwalijke gevolgen. De betekenis ervan is compleet verdwenen. Het is een genormaliseerde toestand geworden. Terwijl er specifiek weinig anders aan de hand is dan tien jaar geleden (kijk naar 9/11, Londen, Madrid, …).

De politieke verantwoording voor de “staat van beleg” en de aanwezigheid van militairen wordt vakkundig gecommuniceerd. Op politiek doordachte wijze. Ministers en partijvoorzitters die al langer (van ver voor de niveau 3 periode nu) pleitten voor aanwezigheid van militairen op straat en meer bewakingsopdrachten voor het leger, zijn er telkens als de kippen bij om te applaudisseren als er ergens iets gebeurt, waar de ingezette militairen rechtstreeks bij betrokken raken.

Voorbeeld één: toen een benevelde chauffeur de Meir in Antwerpen opscheurde, was er bijna instant applaus van Bart De Wever over een 'geslaagde actie tegen terreur'. Dat achteraf bleek, dat het niets van doen had met terreur en de verdachte pas werd aangehouden, versuft in zijn auto, kon de pret niet meer bederven.

Voorbeeld twee: bij het incident van de steekpartij tegen militairen in Brussel was er applaus zo snel als sociale media kunnen draaien, onder andere door minister Jambon. Geen voorzichtigheid, niet wachten op enig onderzoek of evaluatie. Direct applaus. Gevolg: polarisering op de sociale media tussen mensen die bedachtzaam willen evalueren en de supporters van Jambon en co. Toen de dader een psychiatrisch patiënt bleek te zijn was hij al lang gebrandmerkt als gevaarlijk terrorist.

In beide gevallen gebruikten politici de feiten ad hoc om hun beslissingen te motiveren. Wat de effectieve waarheid is, is hierbij van ondergeschikt belang.

Dubbel besluit

In een democratische rechtstaat is het de taak van de politie om de orde te handhaven en niet van het leger. Opdrachten bij uitzondering, tot daar aan toe, maar permanente aanwezigheid van militairen is nefast voor reële veiligheid en veiligheidsgevoelens.

De huidige politieke meerderheid misbruikt het leger om een deel van hun politieke agenda door te voeren (inzet leger voor politietaken). Het debat over veiligheid wordt permanent op scherp gezet en kunstmatig permanent hoog gehouden uit politiek gewin en polarisering. Een hoog onveiligheidsgevoel is immers de ideale voedingsbodem om groepen in de maatschappij tegen elkaar op te zetten, te schaven aan rechten en vrijheden, e.d.

Bovendien is een hoog onveiligheidsgevoel de ideale bliksemafleider voor alle andere politieke problemen. Zoals daar zijn: de gapende begroting, armoedebestrijding, asielcrisis en vluchtelingenproblematiek, de afbraak van de sociale welvaart én welzijnsstaat, de afbraak van het middenveld, …

En de maatschappij is ziende blind. Kritische stemmen doen er al lang niet meer toe. Ben je al te kritisch of durf je een mening te hebben, dan hou je die best voor jezelf. Zo niet staan scheldpartijen, bedreigingen of laster je te wachten, tot in je privé- of werksfeer.

Marc Vercoutere is welzijnswerker in Antwerpen

Dit is een overname van de blog van Marc Vercoutere op 8 september 2017