about
Toon menu
Getuigenis

Refu Fest: "Laat je niet wijsmaken dat je geen verschil kan maken"

“Ik ben Deniza Miftari en ben 21 jaar oud. Op papier ben ik een Belg. In mijn vroegste herinneringen ben ik een Kosovaarse vluchteling. 18 jaar geleden was ik één van die angstige gezichten op het nieuws in de armen van mijn vermoeide vader. Mijn ouders legden toen, net als veel mensen vandaag, de langste weg van hun leven af.”
maandag 11 september 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Dit zullen altijd de woorden zijn waarmee ik mezelf zal voorstellen of introduceren. Niet omdat ik per sé wil blijven gezien worden als vluchteling. Maar omdat mijn naam verklapt dat ik ‘niet van hier’ ben en ik telkens opnieuw dezelfde vraag krijg. Zo stelde ik mezelf dan ook voor, in februari aan het kabinet van onze geliefde staatssecretaris, Theo Francken. We betoogden toen tegen het heen-en-weer-geschuif van vluchtelingen in asielcentra. De reden dat ik vanuit Roeselare naar Brussel trok met mijn spandoek is omdat vluchtelingen mij nauw aan het hart liggen. Misschien omdat mijn ouders dat ook waren en het geen ver-van-mijn-bed-show is? Misschien omdat ik een zwak heb voor de mensenrechten en alles wat humaan is. Misschien omdat ik geloof in eerlijke kansen, verdraagzaamheid, liefde en verbondenheid. Misschien omdat ik geloof dat elk kind een eerlijke kans verdient om zijn dromen na te jagen en zijn persoonlijkheid ten volle te ontwikkelen en hij daarvoor recht heeft op de nodige middelen. Of misschien ben ik gewoon naïef.

Het ging mij toen eigenlijk niet zozeer om de volwassenen. Zij zijn sterk en zelfbewust genoeg om toch een beetje te beseffen wat er gebeurt. Hun kinderen, waren en zijn nog steeds wat mij het meeste zorgen baart. Kinderen horen de wereld aan hun voeten te hebben. Elk kind verdient een kans op een leven waar ze zichzelf kunnen zijn en de job kunnen uitoefenen waar ze met plezier voor opstaan. Deze woorden klinken zo betekenisloos maar het is belangrijk dat we goed beseffen wat ze betekenen wanneer we ze zeggen. Elke pedagoog, (weetje: meneer Francken heeft een licentiaat in de Pedagogische Wetenschappen), zal mij gelijk geven wanneer ik zeg dat kinderen stabiliteit en zekerheid nodig hebben. Dit is allesbehalve wat kinderen in oorlogsgebieden hebben. Als deze kinderen hier, in het veilige Europa van de ene kant naar de andere kant van het land gestuurd worden, staan ze even ver wat betreft toekomstvooruitzichten. Wanneer ze om de zoveel maand van school moeten veranderen, nieuwe vrienden moeten maken en moeten wennen aan de nieuwe omgeving, blijven ze achterop hinkelen en komen leerlingen in studiegebieden terecht waar ze eigenlijk veel te slim voor zijn. Ze geraken gedemotiveerd, weigeren nog hun best te doen en beginnen te rebelleren tegen de maatschappij. Zo doen we alleen maar aan sociale reproductie en gooien we hen in een negatieve spiraal waar ze moeilijk uit kunnen geraken. Hun leven is niet meer in gevaar, maar wel hun toekomst. Daarom stond ik toen met zoveel anderen aan meneer Franckens deur.

De oorlog van Kosovo was een genocide. Wanneer ik vrienden van mijn papa hoor vertellen over wat met hun ouders gebeurd is, moet ik altijd even naar een andere kamer om even op adem te komen. Eén van hen vertelde eens dat de lichamen van zijn ouders terug zijn gevonden tussen de mest. Blijkbaar zijn ze daar uitgehongerd geweest. Nog een andere vriend heeft de lichaamsdelen van zijn gemassacreerde vader moeten oprapen en identificeren. Mensen hebben weken lang door de sneeuw gelopen. Al sleurend met hun zakken, hun kinderen en hun ouderen. Wanneer het te lastig werd, lieten ze iemand achter. Wanneer baby’s niet stopten met huilen en er Serven in de buurt waren, werden moeders genoodzaakt hen de hand voor de mond te houden tot ze stopten met ademen. Het was kiezen tussen leven en dood. Elke dag opnieuw. Stel je gewoon eens voor dat jij het bent. Dat er hier morgen oorlog uitbreekt en je wegvlucht met je gezin. Dat je ouders gemarteld worden en aan hun lot worden overgelaten, ergens gedumpt in een bos als een stuk vuil. Dat je kinderen het koud hebben en willen eten. Wij wisten een jaar niets af van onze familie tot we op een dag telefoon kregen van de zus van mijn mama uit Kosovo. Iedereen leefde en was ongedeerd. We besloten terug te keren naar Kosovo en konden niet wachten ons leven weer op te pikken. Al gauw merkten mijn ouders dat er daar geen toekomstperspectieven waren voor mijn broer en mij. Papa verhuisde naar België, vroeg hier asiel aan, kreeg erkenning en ging aan het werk. Na enkele maanden volgden mama, mijn broer en ik. Het is niet altijd even gemakkelijk geweest maar hardwerkend als ze waren, kwamen we dankzij mijn ouders niets tekort. Alleen al daarvoor zal ik mijn trots nooit verliezen en zal ik hen altijd oneindig dankbaar zijn. Tezelfdertijd breekt het mijn hart wanneer ik ze hoor vertellen. De onzekerheid die ze hadden en het minderwaardigheidsgevoel die ze kregen door hier van 0 te beginnen doet pijn. Mijn ouders verdienen alleen maar het beste omdat het helden zijn. Al deze ouders die we op het nieuws zien, en alle mensen achter de angstaanjagende cijfers die ons land “binnendringen” zijn helden. Konden we maar inzien dat mensen met zo’n levensverhaal alleen maar een verrijking kunnen zijn voor onze samenleving. Dat ze onze kinderen veel kunnen leren over dankbaarheid, liefde voor je ouders, respect, je dromen najagen, maar vooral, genieten van hetgeen je hebt. Alles waar sommigen niet stil bij staan, en waar anderen de oceaan voor oversteken en het leven van zichzelf en hun kinderen in gevaar voor brengen.

Omdat dit festival Refugees for Refugees heet, wil ik eigenlijk tot jullie, mijn lotgenoten spreken. Of laat me zeggen, de lotgenoten van mijn ouders. Ik ken jullie niet persoonlijk en toch voel ik me verbonden met jullie. Wij hebben allemaal hetzelfde gebroken hart voor alles wat we thuis achterlieten. Onze ouders, grootouders, tantes, nonkels, neven en nichten. Onze job, onze school, ons diploma die daar wél erkend werd. Onze identiteit. Ik was drie jaar oud toen ik mijn land uit gejaagd werd en gelukkig herinner ik me er niet zoveel van. Ik herinner me de hardgekookte eitjes in een potje die ik van oma kreeg bij het afscheid en ik herinner me mijn vader die van mij weggetrokken werd bij de grenscontrole. Tot op heden, is dat mijn grootste angst. Mijn vader verliezen. Toen hij terugkwam heb ik me aan hem vastgeklampt en tot op vandaag heb ik hem nog altijd niet losgelaten. Als dat mijn grootste trauma is, die op zich best wel meevalt, dan kan ik me niet inbeelden welke trauma’s de kinderen van de vluchtelingen van vandaag voor de rest van hun leven met zich zullen meedragen. Vluchten heeft een grote impact op het leven van mensen. Zelfs op dat van een driejarig meisje. Het blijft altijd een groot deel van jezelf en beïnvloedt elke keuze in je leven.

Doorheen mijn jeugd kwam ik vaak in contact met kinderen en jongeren met een migratieachtergrond. Ieder van ons met een ander verhaal maar met dezelfde onzekerheden, gevoelens en frustraties. We voelden ons vaak uitgesloten en onbegrepen. We waren bang om geen kansen te krijgen wegens onze achtergrond. “Moeten wij nu ons best doen op school of maakt het niet uit?”. “Krijgen wij evenveel kansen later op de arbeidsmarkt met onze vreemde namen of nemen onze Vlaamse klasgenoten die van ons in?” Wat we ook gemeen hadden was de motivatie om iets te maken van ons leven. Onze ouders trots te maken om hen toch iets terug te geven voor hetgeen zij hadden gedaan voor ons. Wanneer ik kijk waar mijn lotgenoten van toen en mezelf nu staan is er heel veel veranderd. We zijn met een klein aantal dat heeft verder gestudeerd en velen onder hen zijn gedemotiveerd geraakt. “Waarom zouden wij moeite doen? Het is toch nooit goed genoeg.” “Belgen zijn racisten”, is vaak hun antwoord wanneer ik hen vraag waarom ze hebben opgegeven en zich met nutteloze dingen bezighouden. Velen van hen willen ook niets liever dan weer in hun land van herkomst gaan wonen. Het is aan ons als samenleving om hen het gevoel te geven dat ze hier thuis en welkom zijn. Jammer genoeg slagen we daar nog niet goed in en is de verdeeldheid nog heel duidelijk zichtbaar. Tijdens mijn studies zowel in het middelbaar als in het hoger, werd ik in een kotje geduwd. ‘Volgens de statistieken zou het jou niet lukken om te slagen in het hoger onderwijs omdat kinderen met ouders met een migratieachtergrond het niet halen.’ Mijn beste vriendin (ook een Kosovaarse) en ik waren altijd bij de beste van de klas. Ik wilde hen tonen dat ik het kan, en ik wil meer doen dan wat van mij verwacht wordt. Ik garandeer jullie dat ik niet de enige ben. Meer nog, ik ben ervan overtuigd dat er meisjes zijn mét migratieachtergrond die het zelfs beter zouden doen dan ik als voorzitter van de overkoepelende studentenraad, als Oxfam-jongere of als feminist/activist. Alleen missen zij het zelfvertrouwen door steeds herhaaldelijke kritieken en hebben ze geen motivatie. Ze geloven dat ze niets kunnen bijbrengen of ze hebben plankenkoorts om hier te komen staan en hun verhaal te delen. Of nog erger. Ze zitten in een kelder ondergedoken met twintig andere familieleden, dwalen eenzaam en verloren rond in een oorlogsgebied of hebben hun identiteit verloren in de cellen van IS waar ze enkel dienen als seksslavinnen.

Het feit dat ik jullie hier zie, betekent dat we het gehaald hebben. Dat wij een van hen zijn die geluk hebben gehad om er te geraken. De een met wat meer bagage dan de ander maar we zijn er. Wij zijn vechters, overlevers. Laat ons niet vergeten dat we vanavond heel wat mensen missen. Vanavond spreek ik ook voor zij die er niet bij konden zijn omdat ze minder geluk hadden. Omdat ze er niet bij hoorden volgens het reglement of omdat de reis hiernaartoe te lang, te koud, te pijnlijk en zonder resultaat bleek te zijn. Jullie, en ikzelf, zullen in ons hart altijd een vluchteling zijn. Een wegloper van onrecht en haat. Gelukzoekers, dromers, noem ons wat je wilt maar geef alstublieft nooit op want wij hebben al bewezen dat we het kunnen. Laat ons samen een inspiratie zijn voor anderen en het goede voorbeeld tonen. Studeer, werk, leg je lat hoog want wij zijn veel meer waard dan wat statistieken beweren. Wij kunnen hoge diploma’s halen en bedrijven leiden. Wij kunnen in de politiek gaan als we dat willen en wij kunnen ook boeken schrijven. Laat je niet wijsmaken dat je geen verschil kan maken want dat kun je wel, anders stond je hier niet vandaag en stond ik jullie hier ook niet toe te spreken. Intelligentie en doorzettingsvermogen zijn niet Westers, het zijn menselijke eigenschappen. Als je het niet voor jezelf doet, doe het dan voor hen. De kinderen aan wiens leven op een afschuwelijke wijze een einde kwam. Doe het voor onze kinderen.