about
Toon menu
Boekrecensie

Alain Platel: "Catherine toont dat geschiedenis van Israël platte kolonisatie is"

Alain Platel las het nieuwe boek van Lucas Catherine, 'Palestina, geschiedenis van een kolonisatie' en was daar danig van onder de indruk. Hij schreef er deze indrukken bij neer.
woensdag 6 september 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Hoeveel boeken als die van Lucas Catherine hebben we nog nodig om in te zien dat de geschiedenis van Israël er één is van platte kolonisatie die niet begonnen en gestopt is in 1948, maar tot op vandaag gewoon verder loopt via de illegale nederzettingspolitiek in de Bezette Gebieden?

Langsheen een gedetailleerde beschrijving van (gruwelijke) geschiedkundige feiten en gebeurtenissen toont Catherine ons aan hoe die kolonisatie al volop bezig was een halve eeuw vóór de Nakba (1948)! Sedertdien kennen we een eindeloze reeks aan kleine en grotere intifada’s en vooral een onontwarbaar kluwen van meningen en gepolariseerde discussies die steevast eindigen in het vasthouden aan het eigen gelijk. Als je niet vóór Israël bent, kan je alleen antisemiet zijn. Als je de claims van het Palestijnse volk wilt begrijpen, steun je meteen ook Hamas en de hele internationale terroristenkliek.

In één van de fragmenten uit het boek van Catherine dat mij bijzonder heeft getroffen, wordt geciteerd uit “Fighting the Media War for Israël” en het Hasbara Handbook, handleidingen met betrekking tot de communicatie over “the situation” voor Israëlische woordvoerders (ondertussen overgenomen door àlle verdedigers van de Israëlische politiek). Hier worden een reeks “zeg niet … maar zeg wel…” aangeboden om tegenstanders van de Israëlische politiek te paaien en niet meteen voor het hoofd te stoten. Of hoe communicatiestrategieën een doeltreffend wapen kunnen zijn.

Samen met de gestage en ongestoorde voortgang waarmee opeenvolgende Israëlische regeringen verder bouwen aan de illegale nederzettingen, zorgt het isoleren, discrimineren, straffen, vernederen en wegpesten van Palestijnen al decennia voor een verstikkend gevoel van hopeloosheid.

De tweestatenoplossing is, mede door de nederzettingen, definitief onmogelijk gemaakt. Als we de huidige toestand bekijken dan zien we een gebied waarin minstens twee gemeenschappen leven, lang genoeg om te kunnen zeggen dat ze allebei het recht hebben om daar te blijven. Als de gemeenschap die de macht heeft, beweert een moderne westerse seculiere democratie te zijn, dan blijft uiteindelijk maar één optie over: één staat, één-persoon-één-stem.

Tijd speelt in het voordeel van Israël, de status quo betekent winst. Het komt erop aan om elk gewelddadig protest in de kiem te smoren, dan komt er vanzelf wel sleet op de discussies over “the situation”. Ondertussen kan er rustig verder worden gekoloniseerd, is het bon ton om BDS en andere mensenrechten organisaties (in eigen rangen bijvoorbeeld ook B’Tselem en “Breaking the Silence”) te criminaliseren en te verbieden, kan aan culturele organisatie die wordt gesubsidieerd worden gevraagd een document te tekenen waarop ze onvoorwaardelijke loyaliteit zweren aan de staat Israël en kunnen buitenlandse pottenkijkers (zoals onlangs Brigitte Herremans, Midden Oosten deskundige van Broederlijk Delen) voor jàren de toegang tot het grondgebied worden ontzegd.

Maar tijd is in dit geval óók een tikkende tijdbom. Hoelang kunnen deze onderdrukking en vernederingen blijven voortduren? Want aan beide zijden zorgt dit vooral voor toenemende radicalisering.

Hoe kan de Israëlische regering onder druk worden gezet om een duurzame oplossing te vinden voor een misdadige situatie die ondertussen al meer dan 70 jaar duurt? Wanneer zullen internationale veroordelingen niet langer dode letters blijven, maar aanleiding geven tot concrete en daadwerkelijke sancties? Tot zolang blijft de internationale academische en culturele boycot een belangrijk geweldloos drukkingsmiddel.

Maar ik treed Lucas Catherine ook bij wanneer hij wijst op de gigantische verantwoordelijkheid van de Joodse gemeenschap buiten Israël. Voor kritiek uit die hoek blijven de opeenvolgende Israëlische regeringen uiterst gevoelig.

En toch moet het een en-en-verhaal worden. De externe druk opvoeren is één ding, toch moet ook het ondersteunen van initiatieven die oprecht zoeken naar samenwerking tussen Israëli’s en Palestijnen, worden aangemoedigd. En dat kan gaan van het steunen van critici (zoals de columnist en schrijver Gideon Levi), als het aanmoedigen en ondersteunen van (economische, politieke, wetenschappelijke of artistieke) projecten. Voor- en tegenstanders van de (culturele) boycot zouden mekaar daarin moeten vinden!

Stel u voor: historisch Palestina als plek waar Joden en Arabieren niet alleen vreedzaam en met wederzijds respect naast en met elkaar leven, maar mekaar ook béter maken en samen werken aan de realisatie van een wereld die de som is van het beste uit beide werelden. Zoals het op verschillende momenten van hun eeuwenlange gezamenlijke geschiedenis al vaker een evidentie is geweest.