about
Toon menu

Vonnis Keniaans Hooggerechtshof verergert politieke crisis

Het Keniaanse Hooggerechtshof heeft de uitslag van de presidentsverkiezingen van 8 augustus ongeldig verklaard en wijst met een beschuldigende vinger naar de officiële kiescommissie van de overheid. Dat vonnis wordt geloofd als een overwinning van de rechtstaat, maar de vraag is nog maar hoe het land nu uit uit de politieke impasse zal raken, schrijft Dominic Burbidge van de University of Oxford.
dinsdag 5 september 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Het Keniaanse Hooggerechtshof beschouwt de verkiezingen van 8 augustus 2017 als ongeldig en beveelt een nieuwe stembusgang op 17 oktober 2017, binnen de zestig dagen, zoals de Keniaanse grondwet voorschrijft. Het Hof beschuldigt de Independent Electoral and Boundaries Commission (IEBC), niet uittredend president Uhuru Kenyatta die 54,17 procent van de stemmen behaalde. Het probleem is dat het hof er niet heeft bijgezegd wat de precies verkeerd heeft gedaan. Het gevolg is dat Kenia nieuwe en betere verkiezingen moet organiseren - maar met dezelfde controversiële kiescommissie.

Het vonnis van het Hooggerechtshof is nog onvolledig. Dat is begrijpelijk, want het Hof moest volgens de grondwet binnen veertien dagen reageren op de vraag van de oppositie. Had het dat niet gedaan, dan was het land in een grondwettelijke crisis beland. Door geen duidelijke uitspraak te doen over de tekortkomingen bij de IEBC creëert het hof echter een nieuw probleem: het is onmogelijk om de IEBC te hervormen en tijdig nieuwe verkiezingen te organiseren.

Het Hof geeft zichzelf drie weken extra om tot een volledig vonnis te komen. Dan zijn er nog amper 39 dagen over voor nieuwe verkiezingen. Oppositieleider Raila Odinga heeft al aangekondigd dat zijn coalitie zal weigeren deel te nemen aan verkiezingen onder auspiciën van de huidige IEBC. Tegelijk is het onmogelijk om de leden van de IEBC te ontslaan zonder een vonnis door een tribunaal, dat gecontroleerd moet worden door het parlement. Om de zaken nog ingewikkelder te maken, hebben drie burgers een aparte zaak aangespannen tegen bepaalde leden van de IEBC.

Zelfs als het volledige vonnis er komt, zal het waarschijnlijk geen uitspraak doen over criminele activiteiten door individuen. Het hof werd immers enkel gevraagd uitspraak te doen over de geldigheid van de verkiezingen op zich. Het kan wel aanwijzen op welke manier het verkiezingsproces verbeterd kan worden.

De stembusgang van 8 augustus werd ongeldig verklaard omdat de verkiezingscommissie in de fout ging. Dat suggereert dat er een verandering in de procedures of het personeel doorgevoerd zal moeten worden om correcte verkiezingen mogelijk te maken. Een nieuwe verkiezing moet echter de fouten vermijden die bij de vorige gemaakt werden. Het gaat onder meer over het verzenden van de resultaten, de inzet van veiligheidsdiensten en het onevenwichtig gebruik van overheidsmiddelen. Slechts weinig van die correcties kunnen tijdig uitgevoerd worden voor 17 oktober.

Maanden voor de verkiezingen had een rechtbank het drukken van nieuwe stembrieven reeds laten stilleggen, omdat de firma Ghurair uit Dubai die de stembrieven heeft gedrukt te nauwe banden zou hebben met zetelend president Uhuru Kenyatta. Die klacht werd uiteindelijk verworpen wegens gebrek aan bewijs. Een deel van de verdediging van de IEBC was echter het tijdsgebrek, zo kort voor de verkiezingen. Als tijdsgebrek toen een geldige reden was, waarom zou het dat nu ook niet kunnen zijn? En waarom zou een nog haastiger georganiseerde verkiezing wel geloofwaardig zijn?

De moord op Chris Msando, IT-manager van de IEBC, zal nu door de Keniaanse media nog nauwkeuriger onderzocht worden .Zelfs als deze moord rechtstreeks in verband gebracht kan worden met stemfraude, is er onvoldoende tijd om de verantwoordelijken te vinden nog voor de nieuwe verkiezingen. Het is bovendien erg onwaarschijnlijk dat het Hooggerechtshof naar de controversiële moord zal verwijzen in zijn vonnis, waardoor de geloofwaardigheid van de huidige IEBC verder wordt aangetast.

De IEBC kampt al veel langer dan nu recent met een bedenkelijk imago, dat teruggaat op het zogenaamde “Chickengate-schandaal”. Een Britse firma werd in 2010 veroordeeld voor omkoping van de IEBC (die toen nog Interim Independent Electoral Commission hette) om de stemformulieren te mogen drukken voor het grondwettelijk referendum van dat jaar. De Britse verdachten werden schuldig bevonden door een Britse rechtbank, maar in Kenia werd niemand veroordeeld. Dat creëert wantrouwen en de huidige crisis kan dergelijke oude spoken doen herleven.

Tijdens de Keniaanse verkiezingen moeten lokale getuigen de officiële formulieren tekenen om te verzekeren dat de cijfers kloppen. Het centraal elektronisch telsysteem moet overeenstemmen met deze lokale resultaten. Als de cijfers kloppen, wordt de verkiezing als eerlijk beschouwd. Het hooggerechtshof oordeelde echter dat zowel de IEBC als geheel als zijn voorzitter, Wafula Chebukati, verantwoordelijk zijn voor de mislukking op 8 augustus. Chebukati weigert echter af te treden. Ook dat is nefast voor het vertrouwen van de bevolking in de IEBC.

Om de bevolking te overtuigen van de eerlijkheid van de verkiezingen, moet het ontslag van Chebukati de eerste stap zijn. Vervolgens moet de IEBC het Hooggerechtshof om meer tijd vragen. Dat zou overigens niet de eerste keer zijn: ook de verkiezingen in 2013 werden uitgesteld. Toen gebeurde dat omdat er te weinig tijd was om de nieuwe grondwet te implementeren.

Sectie 86 van de Keniaanse grondwet wijst op de plicht van de IEBC om de resultaten van de verkiezingen transparant en accuraat te verzamelen. Aan die verplichtingen kan de commissie momenteel niet voldoen, omdat ze niet weet wat ze nu moet veranderen tegenover de vorige stembusgang. Dit grondwetsartikel geeft de commissie een duidelijke reden om het hof meer tijd te vragen.

Dominic Burbidge is postdoctoraal onderzoeker en grondwetspecialist aan de Universiteit van Oxford