about
Toon menu
Opinie

Bij het begin van het schooljaar: Wat als leraars zouden verdienen zoals politici?

Leerkrachten zijn gekend als nette, brave burgers, die meestal mooi binnen de lijntjes kleuren. Ze zijn gedreven door hun job, vertonen een flinke dosis idealisme en zijn in de regel tevreden met hun bescheiden verloning. Maar wat als ze zouden betaald worden zoals politici en wat als ze het voorbeeld zouden volgen van de heren en dames volksvertegenwoordigers? Een denkoefening.
vrijdag 1 september 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Vooreerst zouden ze hun loon meer dan verdubbeld zien. Leerkrachten verdienen pakweg 1.500 tot 3.000 euro netto per maand, bij politici is dat tussen 4.000 en 7.000 euro. Daarnaast zouden ze ook hun onkosten kunnen inbrengen. Daar hoort een laptop bij met vakgebonden software. Maar ook een smartphone, want tegenwoordig verlopen nogal wat didactische applicaties via smartphone. Om mee te zijn, kunnen ze ook niet zonder vakliteratuur en een aantal vakgebonden abonnementen. Een schoolreisje naar Barcelona dienen ze uiteraard ter plaatse voor te bereiden. Tenslotte moeten ze een goed voorkomen hebben en dat betekent regelmatig een nieuw kostuum of kleedje en geklede schoenen. De factuur kan al gauw oplopen tot enkele honderden euro’s per maand.

Maar dat is al bij al nog binnen de lijntjes. Het is geweten dat het onderwijs een bijzonder moeilijke materie is. Om dat allemaal in goede banen te leiden is overleg en advies onontbeerlijk. Het is evident dat leerkrachten daarin een onvervangbare rol te spelen hebben. Het schoolleven bevat heel veel aspecten. Om er maar enkele te noemen: didactiek, klasmanagement, omgaan met leerstoornissen en moeilijke leerlingen, machines en materiaal voor praktijkvakken, ICT-integratie, buitenschoolse activiteiten, creëren van een goede teamgeest. De lijst is heel veel langer en voor elk van die aspecten zijn dus werkgroepen, adviesraden of overlegorganen nodig.

Naast hun reguliere job zullen de leerkrachten dus ook in verschillende van die organen zetelen, waarbij elke vergadering enkele tientallen tot honderden euro’s oplevert. Vermoedelijk zal de overheid die organen en de bijbehorende zitpenningen ervan reglementeren. Maar leerkrachten zijn nu eenmaal creatief en zullen snel allerhande vzw’s uit de grond stampen die op hun beurt advies zullen leveren aan die officiële organen, vanzelfsprekend met een iets betere vergoeding.

Er zal een nooit geziene overlegcultuur tot stand komen en de onderwijsverstrekkers zullen overweldigd worden met advies tot in de kleinste details. Op zich is dat geen slechte zaak. Er mag zeker meer advies komen vanuit de werkvloer, maar een wildgroei aan gesubsidieerde vzw’s op basis van een zelfbedieningscultuur is niet de meest efficiënte wijze om dat te bekomen. Er zijn vandaag bovendien meer dringende noden waarvoor het onderwijsbudget moet aangesproken én verhoogd worden: tientallen jaren achterstand in het scholenbouw, te grote klassen in het basisonderwijs, meer omkadering in secundair onderwijs voor zorg, remediëring en ICT, betere financiering van het hoger onderwijs, betere omkadering en zekerheid voor starters, planlastvermindering, werkbare jobs voor oudere leerkrachten (uitdoofbanen), grote schooluitval, … Het lijstje is lang.

De vergelijking met een beroepspoliticus is eigenlijk nog klein hier. Laten we eens de denkoefening maken als de leraar zou verloond worden zoals een arts-specialist. Om te beginnen zou hij van zijn job een vrij beroep maken, zodat hij niet langer per uur, maar wel per prestatie betaald zal worden. Elke les die hij of zij presteert wordt vergoed, maar ook de verbetering van een toets, een huistaak of een examen. De kans is groot dat er proliferatie komt van toetsen en taken, want die leveren telkens wat op. Een klassenraad, dat is kassa kassa, idem voor elk oudercontact, oriëntatiegesprek of remediëring. Als ouders buiten de voorziene oudercontacten een dringend onderhoud vragen, dan kan je erelonen aanrekenen. Kassa kassa kassa.

Als er velen zijn die met elkaar moeten concurreren dan gaat de marktwaarde snel naar beneden, als je met weinig bent dan geldt het omgekeerde. De nog op te richten Orde van leerkrachten zal er dan ook voor zorgen dat het beroep van leraar beschermd wordt en dat het aantal onderwijsjobs beperkt wordt zodat er schaarste is of net niet. Die (bijna) schaarste zal de verloning per prestatie een boost geven. De inkomsten van een modale leerkracht zullen gemakkelijk boven de 4 à 5.000 euro netto klimmen.

Alle kinderen hebben onderwijs nodig, dat is bepalend voor hun toekomst. Dat geeft je als leraar een sterke onderhandelingspositie, zeker in het geval van (bijna) schaarste. De overheid zal weliswaar tarieven vastleggen per prestatie, maar je kan die naast je neerleggen. Er zal snel een categorie van niet-geconventioneerde leraars ontstaan en naast de schoolopdracht zullen heel wat leerkrachten privé-opleidingen en -lessen organiseren. Zeker leraars met een goede reputatie zullen geprikkeld zijn om op zichzelf te beginnen, want dat brengt nog een pak meer op. 

Voor een doorsnee leerling zal de kostprijs voor onderwijs zo goed als onbetaalbaar worden. Daarom zal er een mutualiteit voor onderwijs moeten opgericht worden. Er zullen ook private schoolverzekeringen ontstaan naar het voorbeeld van hospitalisatieverzekeringen. En wie weet zullen er grootschalige acties worden georganiseerd in het kader van Kom op tegen Leerachterstand.

Leraar zal in dat scenario ongetwijfeld een van de meest gegeerde beroepen worden. Van schaarste aan leerkrachten wiskunde, fysica, Frans en aardrijkskunde zal geen sprake meer zijn en er zullen heel wat Porsches te zien zijn op de parkings van de scholen. Maar of je daarmee de mensen met de juiste motivatie aantrekt om onze jongeren op te voeden is maar zeer de vraag.

Er zal nochtans iets moeten gebeuren. De komende periode zullen er jaarlijks 6.000 nieuwe leerkrachten moeten gevonden worden, bij voorkeur zowel gekwalificeerd als gemotiveerd. Maar ondertussen heeft de aantrekkelijkheid van de onderwijsjob een dieptepunt bereikt. De werkdruk en het aantal burn-outs heeft een alarmerend hoog peil bereikt, de lonen lopen achter op de privé, en een van de belangrijkste ‘voordelen’ van het onderwijs is zwaar aangepakt: het pensioen. Leraars zullen tot 7 jaar langer moeten werken voor een aanzienlijk lager pensioen dan voorheen.

Mensen met ruggengraat of minimale ambitie zullen in de toekomst moeilijk verleid kunnen worden voor een loopbaan in het onderwijs. Op dit moment al is de lerarenopleiding vaak de tweede keuze voor jongeren. Eén op vier starters kapt er al mee binnen de vijf jaar. Onderwijs zal meer en meer een negatieve keuze worden bij jongeren of op latere leeftijd, als noodoplossing wegens ontslag elders. In plaats dat de beste mensen worden ingezet in het onderwijs wordt leerkracht op die manier een afvalberoep, met alle gevolgen van dien voor de kwaliteit van het onderwijs en de leerlingen.

In de aantrekkelijkheid van een job spelen veel factoren een rol, maar een voldoende verloning in vergelijking met andere sectoren is vaak beslissend in de keuze voor onderwijs. Geen geld, zal de minister van Onderwijs zeggen. Hoezo? Indien de Vlaamse regering vandaag aan onderwijs een even groot aandeel van het bruto regionaal product zou besteden als in 2010, dan zou het budget nu 560 miljoen euro groter zijn. Dat is een smak geld waar al heel wat mee kan gebeuren. Ondertussen pronkt haar collega van Mobiliteit en Openbare Werken met geplande investeringen van zes miljard in beton en mobiliteit.

Finland toont dat het anders kan. In dat land is een job in het onderwijs het tweede meest gegeerde en derde meest gerespecteerde beroep. Niet toevallig scoort dat land qua onderwijsprestaties ook bij de allerbesten van de wereld. Investeren in het personeel, dat loont.