about
Toon menu
Opinie

KMO’s worden in de watten gelegd

Het ziet ernaar uit dat Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) zijn slag gaat binnenhalen om de vennootschapsbelasting te verlagen. Omdat zijn eerste voorstel niet op een akkoord kon rekenen, heeft premier Michel een nieuw voorstel afgetoetst waarmee alle coalitiepartners akkoord lijken te gaan. Wilde Van Overtveldt nog alle mogelijke aftrekken schrappen om de verlaging van de vennootschapsbelasting betaalbaar te houden, dan is de operatie nu beperkter en gefocust op de Kleine en Middelgrote Ondernemingen (KMO’s).
dinsdag 25 juli 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Vanaf 2018 zou het verlaagde tarief van 25 procent voor de KMO’s meteen worden verminderd naar 20 procent. Voor grote bedrijven zal de hervorming in stappen verlopen. De vennootschapsbelasting zal in eerste instantie worden teruggebracht van 33,99 procent tot onder de 30 procent. Het tarief zou dan stapsgewijs verder worden verlaagd naar 25 procent.

Stapsgewijs wekt minder weerstand op 

Om de kritiek over de belastingontwijkingen van grote bedrijven te milderen, gaat men niet onmiddellijk over tot een algemene belastingverlaging voor alle bedrijven. Men doet het stapsgewijs en men leidt de aandacht af van het intussen aanvaarde idee, dat KMO’s minder ondersteuning genieten dan grote bedrijven. Niets is minder waar en het lijstje van ondersteuning is behoorlijk. 

KMO’s met een belastbare winst die niet hoger is dan 322.500 euro op een jaar, genieten van een verlaagd opklimmend tarief. Dat wil zeggen dat de eerste schijf van 25.000 euro winst slechts belast wordt aan 24,25 procent. Hogere bedragen, tot maximum 322.500 euro, worden belast tegen 31 procent en 34,5 procent. Dit systeem zorgt voor een lagere gemiddelde belastingdruk.

Daarbij komen nog een aantal maatregelen die de kapitaalkosten van KMO’s helpen verminderen:

  • Zo krijgt een KMO een vrijstelling van belasting op kapitaal dat het tot een bepaald maximum in reserve houdt, op voorwaarde dat het de vrijgestelde bedragen opnieuw investeert.
  • KMO’s kunnen net als grote bedrijven ook gebruik maken van de notionele interestaftrek. Dat komt hierop neer dat bedrijven van hun belastbare winst een bedrag in mindering mogen brengen dat overeenstemt met een bepaald percentage. KMO’s mogen 0,5 procent meer in mindering brengen dan grote bedrijven.
  • Vanaf 1 juli 2013 kunnen KMO’s winst uitkeren tegen een verlaagde belasting, als vergoeding op de inbreng van nieuw geld voor de oprichting of een kapitaalsverhoging van een KMO. 

Bovendien niet voor KMO’s:

  • De meerwaardebelasting op aandelen: voor grote bedrijven werd er vanaf 1 januari 2013 een belasting van 0,4 procent ingevoerd op meerwaarden van aandelen. Deze heffing geldt niet voor kleine bedrijven.
  • De fairness taks: omdat grote bedrijven het zich meer konden permitteren om meer belastingen te ontwijken dan KMO’s, werd er door de vorige regering een taks ingevoerd die niet wordt geheven op de bedrijfswinst, maar in bepaalde omstandigheden op de winstuitkeringen die vennootschappen aan hun aandeelhouders uitkeren.
  • De beperking van de eerste afschrijving in het jaar: een voorbeeld maakt dit duidelijk. Een bedrijf koopt op 1 juli 2016 een machine van 70.000 euro - af te schrijven over tien jaar, dus 7.000 euro per jaar. Het bedrijf mag tijdens 2016 slechts de helft van de normale jaarlijkse afschrijving doen, namelijk 3.500 euro voor het gebruik van juli tot december. Een KMO is niet aan deze beperking onderworpen. Mocht het bedrijf in dit voorbeeld een KMO zijn, kon het in 2013 al 7.000 euro afschrijven, zelfs al werd de machine pas aangekocht op 1 december.

En er is nog meer

Daarnaast heeft de regering-Michel een mechanisme ingevoerd voor KMO’s, waardoor ondernemers bij de liquidatie van hun bedrijf geen belasting moeten betalen. Dat gaat als volgt: een ondernemer kan zijn winst in reserve houden mits betaling van een bijzondere heffing van 10 procent. Op het moment dat het bedrijf overgaat tot liquidatie, kan deze gereserveerde winst verdeeld worden onder de aandeelhouders zonder belast te worden. 

Eveneens het vermelden waard, is dat de KMO’s ook kunnen genieten van belastingverminderingen die gelden voor alle bedrijven zoals bijvoorbeeld voor onderzoek en ontwikkeling en voor octrooi-inkomsten*, …

Naast de fiscale voordelen die KMO ’s genieten, krijgen ze de toelating om vakbonden niet te erkennen. Het is in diezelfde ondernemingen dat er heel dikwijls met de arbeidsomstandigheden een loopje wordt genomen. Door het ontbreken van vakbondscontrole gebeuren er dan ook meer arbeidsongevallen in kleine ondernemingen dan in grote. Daarbovenop komen ook nog eens alle loonkostsubsidies die gelden voor alle bedrijven. Nu al krijgen de Belgische privé-bedrijven bijna evenveel terug aan loonkostsubsidies als dat ze belastingen betalen. België zou volgens de Nationale Bank hiermee koploper zijn in de Europese Unie. Vergeleken met de buurlanden Frankrijk, Nederland en Duitsland krijgen de Belgische bedrijven drie keer meer subsidies. 

Waarom een bedrijf belastingen moet betalen 

Het antwoord op deze vraag werd mooi verwoord op de VRT door Michel Maus, hoogleraar aan de VUB. ‘Typisch aan het maatschappelijk denken van vermogende ondernemers is, dat zij er vaak rotsvast van overtuigd zijn dat ze het gemaakt hebben op basis van hun eigen kunnen, maar het zijn in de eerste plaats de politieke en maatschappelijke structuren die ervoor hebben gezorgd dat ondernemers de kansen hebben gekregen om succesvol te zijn en te blijven. Ons onderwijssysteem, onze transportinfrastructuur, onze overheidssubsidies, etc. zorgen onmiskenbaar voor een kader waarin elk individu zich kan ontplooien tot een succesvol ondernemer. En daar staat een fiscale kostprijs tegenover.’

Naar een billijke belasting op bedrijven

Gezien de globalisering is het in eerste instantie beter om beslissingen over bedrijfsbelastingen te nemen op Europees niveau. Te hoog gegrepen? Neen! Want als er Europese regels kunnen afgesproken worden voor de btw, dan kan dat ook voor de vennootschapsbelasting. 

Om de fiscale concurrentie tussen bedrijven te stoppen, zou er een onderlinge afstemming moeten komen binnen de Europese Unie. Een vergelijkbare grondslag en een minimumtarief kunnen er voor zorgen dat er een einde aan de fiscale dumping komt. 

En waarom zou er niet over kunnen nagedacht worden om de bedrijfswinsten op dezelfde manier te belasten als de inkomsten uit arbeid? Inkomsten uit arbeid worden met opklimmende tarieven belast. Het hele inkomen wordt opgedeeld in schijven, van laag naar hoog. Op elke hogere schijf rust een hogere aanslagvoet. Zo dragen de sterkste schouders de zwaarste lasten. Het zou rechtvaardig zijn dit ook te doen voor de bedrijven. En het bestaat al voor Belgische bedrijven met een belastbare winst die niet hoger is dan 322.500 euro per jaar. Ook Nederland gebruikt op dit moment twee tarieven: 20 procent voor de winst tot 200.000 euro en 25 procent daar­boven.

Tenslotte moeten de winsten van bedrijven en filialen van multinationals belast worden in het land waar ze daadwerkelijk gerealiseerd worden.

*Een octrooi of patent is een exclusief (uitsluitend) recht tot het industrieel maken of verkopen van een product of anderszins het exploiteren van een uitvinding. Een octrooi kan door de rechthebbende worden gebruikt als een monopolie op een bepaald stuk techniek.

Bronnen:

  • De Tijd, 20/07/2017, p.1
  • http://www.kmocockpit.be/p_1094.htm
  • http://www.practicali.be/blog/vvpr-bis-dividenden-wanneer-uitkeren-15-RV/
  • https://home.kpmg.com/be/nl/home/insights/2016/02/belasting-meerwaarde-aandelen.html
  • http://www.taxworld.be/taxworld/afwijkende-fiscale-regels-voor-kmos-een-overzicht.html?LangType=2067
  • http://www.vmb.be/posts/de-liquidatiereserve-als-alternatief-voor-de-liquidatiebonus/
  • http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/opinieblog/opinie/1.3023288
  • De standaard, 20/05/2017,p.8
  • https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/winst/vennootschapsbelasting/tarieven_vennootschapsbelasting