about
Toon menu
VIDEO

Is 't sociale Europa gestrand tussen marktfundamentalisme en populisme?

Vanavond wordt de prijs voor de democratie uitgereikt aan Frank Moreels, voorzitter van de Europese Transportarbeidersbond, actief in de strijd tegen sociale dumping. Vorig jaar kreeg ik zelf de prijs Jaap Kruithof voor mijn werk rond sociale bescherming. We zitten hiermee midden in het debat over sociaal beleid en wat we al dan niet op Europees niveau gerealiseerd willen zien.
maandag 24 juli 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Het is een moeilijk debat omdat de Europese integratie altijd al een splijtzwam is geweest voor de linkerzijde. Maar het is ook een zeer dringend debat, tenminste indien de linkerzijde nog steeds sociale rechtvaardigheid hoog in het vaandel wil voeren.

Wat ik daarom wil doen is een kader aangeven waarbinnen onze discussie kan lopen met dit zeer ruim en gevarieerd panel.

Jarenlang al schreeuwt de linkerzijde dat we behoefte hebben aan een ‘sociaal en democratisch Europa’, maar wat dat juist betekent, geen kat die het weet en geen hond die het bespreekt.

Een ‘sociaal Europa’? Voor sommigen, ook hier in het panel, bestaat het niet eens. Alles hangt er natuurlijk van af hoe je het definieert. Wat zeker en vast wél bestaat is een model van sociale bescherming, hoe verscheiden ook, in alle landen van West-Europa. Zeker, de systemen verschillen van land tot land, maar ze zijn allemaal gebaseerd op burgerschap, op een vergaande regulering van de arbeidsmarkt, op bescherming van al wie niet op de arbeidsmarkt actief is en op een uitgebreid net van openbare diensten. Dat model staat zwaar onder druk, in sommige landen, zoals Nederland of het V.K. is het al zo goed als verdwenen, economische en sociale rechten worden in snel tempo afgebouwd. Terwijl de rest van de wereld met bewondering en afgunst toekijkt naar de bescherming, de vele voordelen en uitkeringen die wij hier hebben …

Ik denk dat we in dit debat moeten proberen twee vragen te beantwoorden:

  1. Wat willen we precies? Welk systeem van sociale bescherming willen we uitbouwen/versterken? Op welk niveau? Federaal, Vlaams, Europees?
  2. Waar vechten we voor wat we willen? In België? In Vlaanderen? In Europa? Mondiaal? 

Wat willen we precies?

Voor we echt aan dit debat beginnen wil ik een eerste vaststelling poneren: de Europese Unie heeft géén bevoegdheden om zich te moeien met het sociaal beleid van haar Lidstaten. Volgens de Verdragen kan ze enkel regels uitvaardigen ivm de gezondheid en veiligheid van de werknemers.

Hiermee heb ik echter NIET gezegd dat de EU geen invloed heeft op ons sociaal beleid. Zij heeft zelfs een grote invloed via de wetgeving op de vrije vestiging, op het vrij verkeer van personen en diensten (denk aan ‘Bolkestein’), via het zogenaamd ‘economisch bestuur’ en de regels ivm het ‘semester’. De Commissie doet jaarlijks aanbevelingen aan de lidstaten ivm dat economisch bestuur en een groot gedeelte daarvan gaat rechtstreeks over sociale bescherming en arbeidsrecht.

Daarnaast kan ze het beleid van de lidstaten, voor zover die dat aanvaarden, wel ‘coördineren’, wat ze doet b.v. op het vlak van armoede, pensioenen, gezondheidszorg …

Onderzoek wijst uit dat de Europese invloed op de verslechtering van de sociale omstandigheden in de Lidstaten groot is, maar tegelijk dat de Lidstaten zelf niet wachten op de ‘aanbevelingen’ van de Commissie om b.v. het arbeidsrecht ‘te moderniseren’.

Dit eerste punt is belangrijk om te vermijden dat we in de bespreking van de sociale situatie in de Europese landen enkel kijken naar alle ‘wandaden’ van de Europese Commissie. De Lidstaten behouden de meeste bevoegdheden en ook in de EU kan niets worden aangenomen zonder hun uitdrukkelijke toestemming.

Er komt veel beweging

 Er is op dit ogenblik veel in beweging aan het komen. Na Brexit, de verkiezing van Trump en de dreiging van rechts en links ‘populisme’ is men bij de Europese Commissie wakker geschoten. Als er iemand is die beseft dat de EU ten dode is opgeschreven als er niet snel een ander beleid komt, dan is het wel Juncker. Maar wat voor beleid?

De Commissie heeft de afgelopen maanden diverse ‘reflectiedocumenten’ uitgegeven, over de toekomst van de EU, over de mondialisering, over de begroting, over defensie én over de ‘sociale dimensie’. Bij zijn aantreden in 2015 zei Juncker een ‘sociale triple A’ voor de EU te willen, naar analogie met de financiële markten. Veel werd daar nog niet voor gedaan.

Hoe dan ook, is het wel erg jammer dat de linkerzijde niet reageert op voorstellen om de toekomst te bespreken. Betekent dit dat we geen positieve inbreng van de EU verwachten voor het sociaal beleid? Zou kunnen, maar ik stel tegelijk vast dat het ook in eigen land erg moeilijk, zoniet onmogelijk is om sociale bescherming bespreekbaar te maken. Velen van ons zeggen tégen een basisinkomen (daar hadden we het over in een ander debat), maar wat voor sociale bescherming we willen? Wie zal het zeggen? Is een status quo goed genoeg?

Sociale maatregelen

Een derde feit: welke sociale maatregelen zijn er de jongste jaren genomen in de EU?

Naast de voorstellen en maatregelen gericht op ‘sociale investeringen’ en ‘sociale innovatie’ kwam er een compensatiefonds om slachtoffers van de mondialisering (delocaliseringen) te vergoeden, een jeugdgarantie om jonge mensen na het eind van hun studies snel actief te laten worden, voorstellen om de detacheringsrichtlijn te verstrakken (maar de landen van Midden-Europa zijn tegen), en een voorstel voor een ‘Europese pijler voor sociale rechten’. Er is een raadpleging bezig over de deeleconomie, en er zijn – erg moeizame – discussies over de verbetering van de fiscaliteit.

Ideeën die al min of meer lang in de lucht hangen: een gegarandeerd minimum inkomen, een minimumloon op EU-niveau, een Europese werkloosheidsvergoeding, etc.

Wat denken wij daarvan? Willen we dergelijke maatregelen?

Werkende armen

Tenslotte nog dit: alle sociale maatregelen, op Europees, Belgisch of Vlaams niveau moeten gezien worden in het kader van het nieuwe – neoliberale – sociale paradigma. ‘Sociale bescherming’ wordt daarin iets anders dat wat wij er altijd onder verstaan hebben. Het kwam tot stand in Davos, bij de Wereldbank en bij de Oeso, ondermeer. De ‘nieuwe’ sociale bescherming staat in dienst van de economie, bepleit deregulering en privatisering en is, in de EU, een ondersteuning van de economisch-monetaire unie.

Indien Merkel, en bij ons Peeters, vandaag volledige werkgelegenheid beloven, is dit geenszins vast werk waarvan kan geleefd worden. Het nieuwe paradigma gaat uit van meer precair en onderbetaald werk. De kans dat er dus meer ‘werkende armen’ komen, zonder enige economische en sociale zekerheid, is zeer reëel.

 De vraag ‘Wat willen we?’ komt neer op het volgende: Willen we dat de EU méér sociale bevoegdheden krijgt en die aanwendt voor meer sociale maatregelen op EU-niveau, of willen we dat het sociaal beleid volledig in handen blijft van de nationale regeringen? En daarnaast en vooral: wat voor economische en sociale bescherming willen we?

Waar vechten we?

Indien we vraag één kunnen beantwoorden, is het antwoord van vraag twee min of meer evident. Wie wil dat het sociaal beleid volledig in handen blijft van de nationale staten, zal moeten vechten – en organiseren – op nationaal vlak. Wie wil dat de EU méér sociale maatregelen kan nemen, zal vechten – en organiseren – op Europees niveau.

Op dit punt wil ik zelf van meet af aan een standpunt innemen. De ‘Europese kwestie’ is iets wat de linkerzijde blijvend verdeelt, met legitieme standpunten aan weerszijden. We zijn wellicht allemaal voor een ‘ander Europa’, dit is een ander beleid, weg van het neoliberalisme. Sommigen denken dat hiervoor komaf moet worden gemaakt met de huidige instellingen en verdragen, anderen denken dat er binnen de bestaande instellingen en verdragen aan verandering kan/moet worden gewerkt. Het resultaat daarvan zal dan leiden tot nieuwe verdragen en (misschien) nieuwe instellingen.

Maar, en dit is mijn persoonlijke mening: vechten doe je IN de arena, niet erbuiten. Wat voor Europese Unie men ook wil, als men zich niet transnationaal organiseert en het gevecht met het bestaande beleid niet binnen de instellingen probeert te voeren, zal dat inderdaad nooit veranderen.

De ‘EU is niet hervormbaar’ zo wordt vaak gezegd. Vergeet echter niet dat de neoliberalen al dertig jaar bezig zijn met de hervorming van de verdragen, de instellingen én het beleid …

Té veel gaat radicaal links nog uit van de foute premisse dat de Europese Commissie alle macht in handen heeft en daar een pervers beleid mee voorstaat. Niets is minder waar. Het Europese beleid wordt gemaakt – meer en meer zelfs – door onze nationale regeringen.

Vandaag is de EU een stille dood aan het sterven, door een gebrek aan legitimiteit en door het gebrek aan solidariteit tussen de Lidstaten. Het duidelijkst is dit zichtbaar in het dossier Griekenland, maar ook in het migratiedossier en als het over de begroting na Brexit gaat of over de organisatie van de arbeidsmarkt (zie detachering).

Dit gebrek aan solidariteit maakt alles kapot, op Europees vlak zowel als nationaal. De hamvraag voor ons blijft daarom: hoe willen we daarop reageren? Wat zijn onze antwoorden? Kunnen we de machtsrelaties veranderen? Hoe?

Ik hoop zeer erg dat we in dit debat verder zullen komen dat het steriel blijven aanklagen van alles wat fout gaat in de EU en met onze rechtse regering.


Wie een analyse wil van ‘sociaal Europa’: (UN?)socializing the European Union: a history of some ups and many downs

http://socialcommons.eu/2016/10/06/un-socializing-the-european-union-a-history-of-some-ups-and-many-downs/#more-238

Check hier het hele debat op video (live op Facebook opgenomen door Stream Video):

(deel 1)

(deel 2)