about
Toon menu
Interview

“We moeten kiezen voor samenwerking in plaats van concurrentie”

"Om sociale dumping aan te pakken, zijn onder andere slagvaardige inspectiediensten nodig, maar ik stel vast dat die in de meeste landen onderbemand zijn, onder meer door besparingen", zegt Eduardo Chagas, algemeen secretaris bij de Europese Transportwerkers Federatie (ETF).
maandag 10 juli 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Een eerlijke transportsector, sociale rechtvaardigheid en solidariteit waren de thema’s van het vijfde algemene congres van de Europese Transportwerkers Federatie (ETF). Dat vond plaats van 24 tot 26 mei in Barcelona. We spraken met Eduardo Chagas, algemeen secretaris bij ETF over de grote uitdagingen voor de vakbonden en over de rol van de Europese koepel.

 

Hoe was het congres?

Eduardo: Ik kijk tevreden terug op de debatten en uitkomsten. Met meer dan 550 deelnemers uit ongeveer alle Europese landen was er een sterke vertegenwoordiging van iedereen die werkt in de transportsector. De kleinere vakbonden blijven jammer genoeg wel wat afwezig. Het algemeen congres is ook hét uitgelezen moment om elkaar uit de verschillende transportsectoren en landen beter te leren kennen.

Er stonden heel wat uiteenlopende thema’s op de agenda. Waar ging het over?

Eduardo: Onze belangrijkste vraag blijft natuurlijk hoe we de transportsector eerlijk kunnen maken voor iedereen. Voor dit thema breien we verder op de campagne van het Europees burgerinitiatief vorig jaar voor Fair Transport. We haalden met deze campagne helaas niet het vereiste miljoen handtekeningen om het op de agenda van het Europees Parlement te krijgen, maar de eisen en standpunten van de campagne zullen we blijven verdedigen.

De situaties en de belangen verschillen van land tot land. Hoe slaagt ETF erin om toch tot gezamenlijke standpunten te komen?

Eduardo: Eigenlijk lukt dat in de meeste gevallen vrij goed. Op het congres hebben we een aantal speerpunten voor de toekomst kunnen uitzetten, maar ook in ons dagelijks werk is er een goed overleg. Begin juni bijvoorbeeld kwam de Europese Commissie met een voorstel om het stakingsrecht van luchtverkeersleiders in te perken. Daar hebben we onmiddellijk als één blok vanuit ETF op gereageerd. We werken nu aan een uitgebreid dossier en zullen de komende maanden bekijken welke verdere stappen we ondernemen.

Is het altijd even gemakkelijk? Ik denk aan het wegvervoer, waar de belangen tussen Oost- en West-Europa toch erg verschillen?

Eduardo: Ook daar spreekt ETF voor alle transportwerkers van heel Europa. Wij zijn er wel in geslaagd door met elkaar te praten en elkaars standpunt te respecteren om een gezamenlijk standpunt in te nemen in het belang van álle Europese chauffeurs. Het probleem zit bij politici, die wel blijven enkel vasthouden aan het eigen nationaal belang.

Marianne Thyssen is momenteel bezig met een aantal regels uit te werken die sociale dumping moeten bestrijden. Maar niet iedereen is even positief?

Eduardo: Het is niet voldoende en het gaat te traag. De Europese Commissie besliste bijvoorbeeld om de slimme tachograaf in te voeren. Maar die zal uiteindelijk pas verplicht worden vanaf 2034! Nieuwe vrachtwagens moeten ermee uitgerust zijn vanaf 2019, maar dit zal enkel tot gevolg hebben dat de prijzen voor oude vrachtwagens de hoogte in zullen gaan.

Ook zijn vanwege het Brexit-referendum een aantal dossiers in de ijskast beland, zoals gelijk loon voor gelijk werk en de pijler over sociale rechten. Een verplicht vaderschapsverlof is allemaal mooi, maar dat gaat de sociale dumping natuurlijk niet oplossen. Daarvoor zijn onder andere slagvaardige inspectiediensten nodig, maar ik stel vast dat die in de meeste landen onderbemand zijn, onder meer door besparingen. Daarnaast moeten de schijnzelfstandigheid van chauffeurs en de brievenbusfirma’s worden aangepakt.

Als Europa hier niets aan doet, zullen de problemen blijven. Net hierdoor verliezen burgers hun vertrouwen in Europa en heeft extreem-rechts momenteel de wind in de zeilen.

In dit verband heb jij op het congres ook gewaarschuwd voor de opkomst van extreem-rechts?

Eduardo: Inderdaad, de groeiende ongelijkheid en jobonzekerheid maken mensen terecht bang. Daar komen de vluchtelingencrisis en arbeidsmigratie, die oneerlijke concurrentie in de hand werken, bij. De extreem-rechtse partijen spelen op die gevoelens in maar stellen simplistische oplossingen voor om de grenzen te sluiten en terug op zichzelf te plooien, dan zullen de jobs wel vanzelf terugkomen. Dat klinkt misschien goed, maar zo eenvoudig is het natuurlijk niet.

Ik ben zelf geschrokken van het gebrek aan solidariteit bij enkele vakbonden voor vluchtelingen, toen we dit thema hebben besproken in ons Uitvoerend Comité. Openheid en solidariteit is niet hetzelfde als een ongecontroleerd opengrenzenbeleid. We mogen toch vooral niet vergeten dat deze mensen op de vlucht zijn voor oorlog, geweld, of honger. Als zij hier worden ingezet als goedkope arbeidskrachten, is dat niet de schuld van de vluchtelingen, wel van een systeem dat arbeidsrechten onderuit wil halen. Men probeert mensen tegen elkaar uit te spelen, maar daar mogen we ons niet door laten vangen. Ook als vakbond hebben we een rol te spelen en moeten we nadenken over hoe we deze mensen een nieuwe kans kunnen geven. Wij moeten erover waken dat iedereen zijn recht op waardig werk kan opeisen.

Een probleem van de transportsector is dat het een vervuilende sector is. Het congres ging ook over duurzaamheid?

Eduardo: Sinds de uitspraak van ITUC-collega Sharan Burrow ‘There are no jobs on a dead planet’ (‘Er zijn geen jobs op een dode planeet’, nvdr) zijn veel vakbonden meer met klimaat bezig. Ook in het klimaatakkoord van Parijs zijn enkele bindende afspraken gemaakt voor onze sectoren, waarmee we rekening moeten houden. Maar om het klimaatprobleem fundamenteel aan te pakken is vooral samenwerking nodig met bijv. de milieubeweging, en politieke wil om te investeren in duurzame technologieën en transportmiddelen. Het gaat ook over de vraag wat voor samenleving we willen. Een belangrijke vraag, waar vakbonden niet alleen een antwoord op kunnen geven. Maar de goedkope prijzen van producten uit alle hoeken van de wereld in onze supermarkten bijvoorbeeld tonen wel aan hoe goedkoop transport is geworden. Voor zover een groenere transportsector in onze bevoegdheid ligt, kijken we naar goede voorbeelden, en proberen we die ook geïmplementeerd te krijgen in cao’s in andere landen. Onze leden in Spanje bijvoorbeeld zijn erin geslaagd om in heel wat cao’s een standaard clausule op te laten nemen die carpoolen naar het werk bevoordeelt. Dat zou in alle landen moeten kunnen.

Ook de duurzaamheid van jobs zelf komt onder druk?

Eduardo: Technologie en digitalisering is één van de oorzaken. De Amazons en Ubers zorgen niet enkel voor oneerlijke concurrentie, ze creëren ook precaire jobs en dragen niet bij aan de sociale zekerheid die zorgt voor onze pensioenen en onze ziekenhuizen betaalbaar houdt. Af en toe is er een succes. De Deense vakbonden slaagden erin om Uber buiten te houden. Ook het feit dat steeds meer grote bedrijven de kleine uit de markt concurreren is verontrustend. Zij krijgen teveel macht en stellen hun eigen wetten, uiteraard in het nadeel van de mensen.

Ook in de transportsector zet zich de liberalisering door. Ik denk bijvoorbeeld aan de spoorwegen?

Eduardo: Dat klopt. De liberalisering van de spoorwegen is natuurlijk al een hele tijd aan de gang, men heeft het daar ‘gesegmenteerd’ aangepakt, in ‘spoorwegpakketten’. Het vierde dat eind vorig jaar door het Europees Parlement werd goedgekeurd, betrof het personenvervoer. Dankzij verzet en acties van ETF en haar leden hebben we ervoor kunnen zorgen dat een aantal zaken uit het uiteindelijke plan zijn gehaald, zoals een verplichte minimale dienstverlening en een beperking van het stakingsrecht. Maar de liberalisering zelf hebben we niet kunnen tegenhouden. We kunnen enkel hopen dat wanneer landen dit gaan implementeren in hun land ze de bestaande sociale rechten zullen respecteren. In de meeste landen zijn de vakbonden van de spoorwegen weliswaar vrij goed georganiseerd, maar opnieuw door besparingen is er al heel wat ingeboet op jobs en dienstverlening. Een ander actueel voorbeeld in verband met de liberalisering is wat er momenteel gebeurt in de Spaanse havens.

Wat is er precies gaande?

Eduardo: Net als jullie land was Spanje in 2014 door de Europese Unie in gebreke gesteld voor haar organisatie van de havenarbeid. De minister heeft nu een hervorming van de havenwet doorgeduwd zonder enig sociaal overleg en die veel verder ging dan wat Europa vroeg. Ze betekent een vergaande liberalisering alsook een verlies van heel wat havenjobs. De nieuwe wet voorziet immers dat een deel van wat nu als exclusieve havenarbeid wordt beschouwd en dus enkel door geschoolde arbeiders mag worden uitgevoerd, straks ook door niet daartoe opgeleide arbeiders zal mogen worden gedaan. Met natuurlijk gevolgen voor de veiligheid. Maar ook voor de stabiliteit van de jobs. En de macht van de vakbonden zal er zeer sterk worden ingeperkt.

Hoe komt het dat de ingebrekestelling bij ons wel werd ingetrokken?

Eduardo: Ten eerste zijn de vakbonden in België veel sterker dan in Spanje. Het sociaal overleg is bij jullie veel meer verankerd in het systeem en de Europese Commissie zag in dat ze daar nu niet op kon inbeuken. Ook was de havenarbeid al veel beter georganiseerd dan in Spanje. Tussen de Europese havenarbeiders is er wel een grote solidariteit en er vinden momenteel in zo’n 41 landen acties plaats. De mensen beseffen natuurlijk ook dat dit niet enkel een Spaans probleem is, eens de liberalisering in één land is ingezet, zullen over een aantal jaren ook de havens in andere landen niet anders kunnen dan dezelfde weg te gaan, willen ze concurrentieel blijven.

Denk je dat de acties toch nog iets zullen kunnen veranderen?

Eduardo: Ik hoop het. Net vandaag (dat was op 14 juni, nvdr) heb ik bericht gekregen dat er toch een akkoord zou zijn tussen werkgevers- en werknemers. Het bewijst hoe belangrijk gezamenlijke, solidaire acties en lobbywerk zijn. Maar het is nog koffiedik kijken hoe het uiteindelijk zal uitdraaien.

Landen die economisch zwakker zijn, zijn de eerste slachtoffers?

Eduardo: Ja, kijk naar Griekenland, het is schrijnend wat daar gebeurt. Zowat alles staat te koop. Een groot deel van de luchthavens is in Duitse handen, de spoorwegen zijn opgekocht door de Italiaanse overheid, de havens komen in handen van de Chinezen. De vakbonden zijn er volledig buitenspel gezet. Dat gekoppeld aan de hoge werkloosheid maakt dat lonen en arbeidsvoorwaarden naar standaarden zijn gekelderd die beschamend zijn voor een zogenaamd welvarend Europa. Ook in andere landen zien we dezelfde mechanismen, zij het op veel kleinere schaal. De hoge werkloosheid in heel Europa zet lonen en arbeidsvoorwaarden enorm onder druk – maar politici beseffen dat de huidige situatie niet lang meer vol te houden is. Ze zullen wel nieuwe jobs creëren, maar dat zijn steevast minder stabiele en slechtere jobs. De nieuwe Portugese regering heeft daarentegen het hele besparingsbeleid achter zich gelaten en daar zien we intussen stilaan een kleine heropleving van de economie.

Hoe verloopt de internationale samenwerking?

Eduardo: Voor politici vandaag geldt dat iedereen concurrent moet zijn van elkaar. Wij geloven net in het tegendeel, we moeten vooral veel meer samenwerken. En daarin heeft ETF een grote rol te vervullen. Er zijn wel een aantal goede projecten. Zo werken de Belgische vakbonden, waaronder ACV-Transcom, samen met Deense, Zweedse vakbonden aan een project om de Oost-Europese vakbonden te versterken. Om allerlei redenen is daar niet veel vertrouwen in vakbonden, al zijn wij ervan overtuigd dat die wel degelijk beter en anders werken dan 30 jaar geleden. Het helpt als West-Europese vakbonden meewerken aan hun ledenwervingen. We willen de komende jaren de internationale samenwerking en uitwisseling nog versterken. Er ligt heel wat werk op de plank, en we zullen het samen moeten doen.


(Verscheen eerder in Transcom-Info van ACV-Transcom)