about
Toon menu
Opinie

Chemische aanval Syrisch regime dreigt, VS zal 'gepast reageren'

Volgens de VS bereidt het Syrische regime een 'nieuwe' chemische aanval voor tegen de eigen bevolking. Trump dreigt met zware represailles als dat zou doorgaan. Het blijft verbazen hoe gemakkelijk de Amerikaanse regering er in slaagt zijn agenda in Syrië voor te stellen als 'feitelijk' en 'defensief'.
dinsdag 27 juni 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

De Amerikaanse regering stelt bewijzen te hebben dat het Syrisch regime een chemische aanval voorbereidt en dreigt met zware repressailles. Amerikaans VN-ambassadeur Nikki Haley tweette: “Eender welke nieuwe aanval op het Syrische volk zal aan Assad verweten worden, maar ook aan Rusland en Iran, die hem helpen zijn eigen volk te doden”.

Rusland reageerde onmiddellijk met te stellen dat dit een onaanvaardbare bedreiging is en dat er geen informatie voorhanden is die op een dergelijk plan wijst. Volgens de Russische regering wijst dit er eerder op dat de VS een nieuw militair initiatief plannen in Syrië. Net als bij eerdere gelijkaardige verklaringen gaf de Amerikaanse regering geen concrete bewijzen.

Daarmee neemt de spanning tussen Rusland en de VS opnieuw toe, kort nadat de VS een Syrisch vliegtuig hadden neergehaald dat stellingen van IS bestookte. President Trump kreeg eerder veel lof in de Amerikaanse media voor zijn represailles na een eerdere aanval in de stad Khan Sheikhoun, die volgens de VS een chemische aanval was, maar volgens waarnemers het gevolg van het ontploffen van een voorraad chemische voorraden voor wapens van de rebellen.. 

Amerikaanse en Britse media weerleggen de kritiek van Rusland en reproduceren de Amerikaanse stelling als een vaststaand feit. Enige scepsis en terughoudendheid is nochtans geraden, gezien wat voorafging. Er zijn bijvoorbeeld nooit afdoende bewijzen geleverd voor de betrokkenheid van het Syrische regime bij vorige chemische aanvallen.

Ghouta

Op 21 augustus 2013 kwamen tussen 281 en 1729 mensen om bij een aanval met chemische wapens op een wijk in Ghouta, in de rand van de hoofdstad Damascus. Onderzoek door de Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons (OCPW) kwam niet tot een sluitende conclusie over de verantwoordelijkheid voor die aanval.

Uit het onderzoek bleek bovendien dat ook het gewapend verzet van Al Nusra, een met Al Qaïda verbonden organisatie, over de onderdelen beschikt die nodig zijn voor het maken en lanceren van chemische wapens. De slachting van Ghouta leidde wel tot het ontmantelen van de voorraad aan chemische wapens van het regime.

Het Syrische regime is altijd al zeer brutaal en repressief geweest voor zijn bevolking onder vader en zoon Assad. Dat was ook zo in tijden dat het regime wel goede relaties had met het westen. President Assad kon nog op lovende kritiek rekenen in de media toen hij zijn vader opvolgde in juli 2000. Hij werd toen gezien als een 'moderne hervormer'. Nochtans zette hij de politiestaat van zijn vader gewoon verder.

Donald Rumsfeld, speciaal gezant van president Reagan, ontmoette Iraaks president Saddam Hoessein in Bagdad op 20 december 1983, om wapenleveringen te bespreken. In 2003 was hij als minister van Defensie van president W. Bush zeker van de aanwezigheid van chemische wapens in Irak.

Die slingerbeweging van vriend van het westen tot gezworen vijand - met bijhorende aangepaste mediacommentaar - hebben onder meer Iraaks dictator Saddam Hoessein in Irak en Khaddafi in Libië aan de lijve ondervonden. Khadaffi maakte de switch zelfs meerdere malen. Voorlopig overleeft Assad dus wel ... 

Overlever Assad

President Assad is een overlever. In tegenstelling tot Khadaffi, zijn collega in Libië, heeft hij de opstanden in zijn land, het gewapend verzet en de buitenlandse inmenging nog altijd overleefd. Hij wint al maanden terug terrein met ruime hulp van zijn Russische bondgenoot.

Waarom Assad nu een aanval met chemische wapens zou plannen – die hij (volgens het OCPW) niet meer bezit – tegen zijn eigen bevolking, terwijl hij militair aan de winnende hand is, is een raadsel. Een dergelijk initiatief dient immers geen enkel militair doel en maakt zijn reputatie in de buitenwereld alleen maar slechter. Bovendien geeft het zijn vijanden het perfecte excuus om militair tussenbeide te komen.

Fake news?

De VS heeft al tientallen jaren ervaring in het lanceren van berichten die achteraf vals blijken te zijn. De oorlog in Vietnam begon met de zogenaamde aanval van Noord-Vietnamese troepen op een Amerikaans marineschip in de Golf van Tonkin. Jaren later bleek er nooit een dergelijke aanval geweest te zijn. De bezetting van Irak, het begin van de huidige chaos en geweldspiraal in het Midden-Oosten, werd gemotiveerd door het beweerde gevaar van massavernietigingswapens in Irak. Die bleken onbestaand te zijn.

Nadat hackers aantoonden dat de top van de Democratische Partij doelbewust de verkiezingscampagne van Bernie Sanders had gesaboteerd, lanceerde de partij als afleidingsmanoeuvre de stelling dat Rusland de verkiezingen had gehackt. Een half jaar later is dat volledig uit de hand gelopen. Nog steeds ontbreekt ondertussen elk concreet bewijs dat er van Russische hacking sprake zou zijn.

Het ontbreken van bewijs voor een stelling is echter geen bewijs voor het omgekeerde. Niemand kan dus met zekerheid beweren dat er van Russische hacking geen sprake was. Net zo kan niemand met totale zekerheid beweren dat het Syrische regime geen chemische wapens meer zou hebben, gebruikt heeft of van plan is om ze te gebruiken. Het omgekeerde geldt echter ook. Er zijn geen bewijzen.

Selectieve verontwaardiging

Mainstream commentatoren nemen de stellingen van de Amerikaanse (Britse, Franse, Europese ...) beweringen zonder enige reserve over als 'feitelijkheden'. Rekening houdend met het verleden, lijkt de bewering van de VS dat Syrië een chemische aanval plant, echter eerder op de voorbereiding van verdere militaire actie in Syrië. Vermits door de VS gesteunde fanatieke verzetsorganisaties in Syrië over de capaciteit beschikken om chemische aanvallen uit te voeren mag een provocatie in de komende dagen en weken niet uitgesloten worden. Misschien is dat niet zo, maar in ieder geval is enige journalistieke scepsis geboden bij de recente bewering van de Amerikaanse regering.

De media geven de stellingen van de VS over wat in Syrië gebeurt ongeremde aandacht. Gelijkaardige beweringen van Rusland en het Syrische regime worden daarentegen altijd kritisch bekeken en in context geplaatst. Deze journalistieke aanpak van Russische beweringen is de enige juiste: stellingnames van grootmachten moeten altijd kritisch bekeken worden, wie zegt wat, waarom, wie heeft hier belang bij, hoe heeft dat regime of die regering eerder gehandeld in deze zaak?

Kritische analyse achterwege laten wanneer het eigen bondgenoten betreft, geeft het publiek niet de juiste informatie, maar een gekleurde en vooringenomen versie. Echte journalistiek is kritisch voor elke machthebber, ook als die aan onze kant staat.

Een rechtstreekse confrontatie tussen Russische en Amerikaanse troepen wordt ondertussen dreigender dan ooit. Het gevaar van escalatie van de oorlog in Syrië tot een veel groter conflict tussen twee grootmachten komt daarmee andermaal een stap dichterbij.