about
Toon menu
Opinie

Oma’s en opa’s voor de klas? Geen goed idee

Een recente SERV studie bevestigt nu wat mensen op de werkvloer al langer weten: het is onzinnig en ondoenbaar om zestigers voor een klas te laten staan. Hoog tijd dus voor een andere koers. Maar dan zal minister Crevits haar verantwoordelijkheid moeten opnemen en zich niet langer laten gijzelen door haar coalitiepartners.
maandag 15 mei 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) bracht begin mei een opmerkelijke studie uit. Daaruit blijkt dat nog slechts de helft van de leerkrachten het ziet zitten om te blijven werken tot aan zijn pensioen. In 2007 was dat nog driekwart van het korps. De werkbaarheidsgraad, die psychische vermoeidheid, welbevinden in het werk, leermogelijkheden en de balans werk-privé meet, is de afgelopen tien jaar gedaald van 60 naar 53 procent. Liefst één op zeven van de leraars kampt met burn-outsymptomen.

Deze studie bevestigt wat mensen op de werkvloer al langer weten. Het aantal langdurige zieken swingt de laatste jaren de pan uit, vooral bij de vijfenvijftigplussers. De ouderen zien het niet meer zitten en vluchten massaal in verlofstelsels, nu het nog kan.

De redenen daarvoor hoeft men niet ver te zoeken. De laatste decennia is het lesgeven aanzienlijk lastiger geworden als gevolg van mondigere leerlingen, veeleisendere ouders, juridisering, meer zorgleerlingen, toegenomen diversiteit en taalachterstand, en een stijgende papierberg. Taken en prestaties zoals klastitularis of kassenraden die vroeger meetelden als werkuren, tellen nu niet meer mee.

De werkdruk heeft daardoor een alarmerend hoog peil bereikt. Volgens het Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving van de KU Leuven, bedraagt de gemiddelde werkweek van een leraar net geen 45 uur, met pieken die veel hoger liggen. Bovendien is de stressbelasting tijdens het lesgeven zelf bij heel wat leerkrachten bijzonder groot omwille van de hoge kwaliteitseisen en vooral omwille van het management van ‘moeilijke’ klassen op gebied van tucht. Andere klasgroepen vragen dan weer zware inspanningen en kosten veel energie om ze dagelijks te blijven motiveren.

Daarnaast wordt geen enkele sector zo zwaar getroffen door de pensioenhervormingen als het onderwijs. Leerkrachten moeten nu vijf tot zeven jaar langer werken. De geheel of gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf 58 jaar werd bovendien ook afgeschaft. Dat zogenaamd brugpensioen was geen luxeregeling. Voorbij de 55 jaar snakken onderwijsmensen ernaar om het kalmer aan te doen en om er dus geheel of gedeeltelijk mee te stoppen. Bijna iedereen die het zich financieel kon permitteren deed dat in het verleden ook. Van de 60-plussers stond vóór de nieuwe pensioenregeling slechts vier à zes procent voor de klas. Dat was meestal uit pure noodzaak, omdat het financieel niet anders kon.

De reden is niet dat de onderwijsmensen niet graag les geven. De reden is dat vanaf een zekere leeftijd er gewoon geen voldoende energie meer is om nog (voltijds) voor een klas te staan en alle overige taken erbij te combineren. Buitenstaanders beseffen dat vaak niet, maar anno 2017 voor een klas staan vergt veel, heel veel energie. Zoals je niet een beetje zwanger kan zijn, kan je ook niet ‘een beetje’ voor de klas staan. Je moet er honderd procent staan, elke seconde, anders wordt dat direct en genadeloos afgestraft door de leerlingen.

Minister Crevits is zich bewust van het probleem en heeft in het verleden al aangegeven dat ze deze kwestie willen aanpakken. Maar dan zal ze haar intenties moeten verzilveren met extra middelen. Want wat blijkt? De laatste jaren gaat er in verhouding steeds minder geld naar onderwijs. Indien de Vlaamse regering vandaag aan onderwijs een even groot aandeel van het bruto regionaal product zou besteden als in 2010, dan zou het budget nu 560 miljoen euro groter zijn. Met dat bedrag kan er al heel wat gerealiseerd worden, o.a. een werkbare eindeloopbaan voor het personeel. Ondertussen pronkt haar collega Weyts met zes miljard geplande investeringen in mobiliteit en beton …

Het lijkt er meer en meer op dat minister Crevits gegijzeld wordt door haar coalitiepartners. De onderwijshervormingen werden door hen grotendeels gesaboteerd en bij gebrek aan middelen zal er van het loopbaanpact ook al niet veel terechtkomen. In de politiek moeten er ongetwijfeld compromissen gesloten worden, maar er zijn grenzen. Als de minister nog iets serieus wil realiseren tijdens deze legislatuur, dan zal ze zich dringend moeten profileren. Veel tijd is er niet meer.

Marc Vandepitte is leerkracht in het secundair onderwijs