about
Toon menu
Opinie

Gebruikers en zorgaanbieders willen een rechtvaardige verdeling van zorgbudget

Een gebruiker woont toevallig in voorziening A. Daarom bedraagt zijn zorgbudget 58.500 euro. Mocht deze gebruiker in voorziening B gewoond hebben 20km verder, dan bedraagt zijn zorgbudget 31.500 euro. Hoe kan dit? Het gaat om dezelfde gebruiker met dezelfde zorgvraag?! Het protest tegen nieuwe financieringssysteem van personen met een beperking wordt steeds groter. Er sluiten zich nu al 15 partijen aan bij de lopende procedure bij de Raad van State. Het gaat daarbij om gebruikers en zorgaanbieders.
donderdag 11 mei 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

 

Sinds januari 2017 is er in de sector zorg voor personen met een beperking een nieuw financieringssysteem. Voorheen kregen de zorgaanbieders subsidies van de overheid. Nu krijgen de personen met een beperking rechtstreeks hun budget ter beschikking. Dit budget kunnen zij inzetten bij de zorgaanbieder van hun keuze. Deze omwenteling op zich is een goede zaak.

De manier waarop de overgang moest gebeuren naar het nieuwe financieringssysteem voor de gebruikers, die al zorg en ondersteuning genoten, werd omschreven in een apart decreet. Op basis van een zorgzwaarte- inschatting zouden de budgetten individueel toegekend worden. De overheid hield er rekening mee dat er grote verschillen zijn tussen de subsidies die de verschillende zorgaanbieders kregen, wat een grote invloed zou hebben op de budgetten van de gebruikers.

Verschillen in subsidiëring

Die verschillen in subsidiëring kwamen er o.m. door een personeelsstop (besparingsmaatregel) die in de jaren 80 van de vorige eeuw werd ingevoerd, door een verschil in het profiel van de gebruikers die opgevangen werden of door een hoge of lagere bezettingsgraad. Door een herverdelingssysteem dat drie jaar zou duren, zou de ongelijkheid weggewerkt worden. Zo zou elke gebruiker tegen 2020 een zorgbudget hebben dat gebaseerd is op zijn ondersteuningsnood.

Eind 2016 werd er echter beslist om de herverdeling van de middelen over alle gebruikers niet uit te voeren zoals vastgelegd in het decreet. Dit betekent concreet dat sommige gebruikers slechts 70% ontvangen van het zorgbudget dat nodig is om zijn zorg te organiseren, en andere gebruikers 130% of zelfs nog meer. Minister Vandeurzen zou wel de opdracht geven aan een taskforce om een alternatieve manier te zoeken om de ongelijkheid zo goed mogelijk op te lossen”.

Grote ongelijkheid tussen gebruikers en zorgaanbieders

Dit stelt de betrokken partijen echter niet gerust. Zij vrezen dat niet alle gebruikers over een rechtvaardig en gelijkwaardig zorgbudget zullen beschikken. Om druk te zetten op de minister en de taskforce, werd de procedure bij de Raad van State gestart. Het fundament van het protest is de grote ongelijkheid tussen gebruikers van verschillende zorgaanbieders en ook tussen zorgaanbieders onderling. Die ongelijkheid bestaat dus al lang, maar is in het nieuwe zorglandschap een nog grotere hindernis dan voorheen. Gebruikers moeten over een toereikend budget beschikken om zorg in te kopen. Zorgaanbieders moeten met gelijke middelen ‘de markt’ op kunnen gaan.

Verschillende zorgaanbieders en gebruikers volgen al jaren nauwgezet de invoering van Persoonsvolgende Financiering. Op het moment dat duidelijk werd dat de belofte van gelijkheid op de helling stond, werd er actie ondernomen .

Snel vonden zorgaanbieder en gebruikers in elkaar medestanders. De deadline van 1 maart 2017 om de procedure bij de Raad van State te starten, was kort. Met vijf verzoekende partijen werd het protest ingezet: drie zorgaanbieders (Vesta vzw uit Sint-Niklaas, Den Dries vzw uit Evergem en Begeleid Wonen Pajottenland uit Ternat), een persoon met een verstandelijke beperking en de gebruikersraad van Vesta vzw.

Na de eerste berichten over de start van de procedure, bleek dat veel zorgaanbieders en gebruikers niet op de hoogte waren van de bestaande ongelijkheid. Vanuit het Vlaams Agentschap voor Personen met een

Handicap werd hierover nooit openlijk gecommuniceerd met de gebruikers, en pas laat met de zorgaanbieders. Eenmaal duidelijk hoe de vork écht aan de steel zit, meldden verschillende betrokkenen zich aan als tussenkomende partij in de procedure.

Stap naar Raad van State

De stap naar de Raad van State heeft overigens al effect. Minister Vandeurzen en het VAPH verwijzen er naar, wanneer ze communiceren over de stand van zaken in het zoeken naar een manier om tot correcte zorgbudgetten voor iedereen te komen. Dit is een eerste stap, er is geen enkele garantie dat er ook een degelijke oplossing zal gevonden worden. Er wordt immers ook verwezen naar de zogenaamde beleidsvrijheid. Hoe groot is die beleidsvrijheid? Hoe creatief zal men aan de slag gaan om gelijke budgetten te geven aan gebruikers met een gelijkaardige zorgvraag?

Ondertussen zijn er al 15 partijen die zich zullen aansluiten bij de procedure bij de Raad van State: 2 gebruikersraden en 13 zorgaanbieders. Tot en met 24 mei 2017, kunnen nog anderen zich aanmelden. We zijn er zeker van dat deze groep nog zal groeien.

De oproep aan minister Vandeurzen en de taskforce klinkt steeds luider: “Heb de moed om de juiste beslissingen te nemen. Stop de ongelijkheid, ga voor rechtvaardige budgetten voor álle gebruikers.” “Iedereen gelijk aan de meet”. Gebruikers met eenzelfde zorgzwaarte-inschaling moeten eenzelfde budget hebben, ongeacht de voorziening of de regio.