about
Toon menu
Opinie

Waarom het echte kiwimodel wel degelijk werkt

Federaal minister van volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld) heeft beslist de prijs van antibiotica te verhogen. Zij weigert het zogenaamde kiwimodel te overwegen, een aankoopsysteem dat geneesmiddelen voor de patiënt goedkoper maakt, en doet er misleidende uitspraken over. Socioloog Jasper De Witte weerlegt haar argumenten.
dinsdag 9 mei 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Kiwi: de vogel die nooit zal vliegen?

Ondanks het enorme potentieel van het zogenaamde kiwimodel (voor uitleg over deze naam, zie voetnoot 1 onder deze tekst, nvdr) om de uitgaven voor geneesmiddelen te drukken, weigert minister Maggie De Block begin mei nog maar eens dit model in overweging te nemen (De Morgen, 3 mei 2017). Eind 2004 kwam het kiwimodel op de politieke agenda als een manier om te besparen op de uitgaven in de zorgsector en als oplossing voor enkele problemen van het geneesmiddelenbeleid, zoals zogenaamde me-too geneesmiddelen en de uitvoerige reclame.

De kern van het model bestaat uit openbare aanbestedingen voor de aankoop van geneesmiddelen door de overheid. Ondanks de initiële eensgezindheid van allerhande politieke partijen werd het model enkele jaren later definitief begraven, na een enorme lobbycampagne door de farmaceutische industrie.

Onder druk van de farma-industrie paste toenmalig minister Rudy Demotte (PS) het kiwimodel op zo’n fundamentele wijze aan (door onder patentrecht vallende geneesmiddelen niet op te nemen in de openbare aanbesteding) dat het uitgeholde model haar doel volledig voorbijschoot. Het model was bijgevolg politiek verbrand en verdween van de agenda. Desondanks lijkt het kiwimodel in de huidige politieke context nog steeds veel potentieel te bevatten.

“Minister De Block: hogere geneesmiddelenprijzen om overconsumptie te bestrijden?”

Sinds jaar en dag worden maatregelen genomen om de toenemende uitgaven in de gezondheidszorg, en meer specifiek de geneesmiddelensector, te beperken. Experts zijn het immers eens dat we efficiënter met ons budget kunnen omgaan. In dit kader heeft minister Maggie De Block onlangs besloten om de prijzen van antibiotica te verhogen teneinde overconsumptie tegen te gaan. Net als haar suikertaks (die onder meer ook gold voor frisdrank die geen suiker bevat), heeft deze maatregel weinig met de volksgezondheid te maken, maar eerder met het overheidsbudget.  

(WikiMedia Commons)

Professor Jan De Maeseneer (Universiteit Gent) noemde dit dan ook vlakaf een domme maatregel: “De patiënt wordt bestraft, terwijl het probleem bij het voorschrijfgedrag van de artsen ligt”. De minister zou overconsumptie beter bestrijden door bijvoorbeeld vaste huisartsenpraktijken toe te wijzen en de rechtstreekse toegang tot specialisten te beperken (De Morgen, 2 mei 2017).

De hoge prijs van geneesmiddelen heeft heel wat negatieve effecten voor patiënt en overheid. Zo blijkt uit de Gezondheidsenquête 2013 dat een vierde van de Belgische huishoudens het moeilijk heeft om de uitgaven voor gezondheidszorg te dragen en dat 8,4 procent van de huishoudens medische consumptie in de 12 voorafgaande maanden heeft uitgesteld om financiële redenen. Verder weegt de hoge prijs van geneesmiddelen op het overheidsbudget. Kortom, lagere geneesmiddelenprijzen zouden de toegankelijkheid tot de zorg kunnen vergroten én een besparing in de sociale zekerheid betekenen. 

Kiwimodel: prijsdaling, innovatie en objectieve informatie

In dit kader komt het zogenaamde kiwimodel uit Nieuw-Zeeland overwaaien, op initiatief van Dirk Van Duppen (PVDA). Dit model respecteert de regels van de vrije markt, maar buigt ze om in het voordeel van patiënt en overheid, door de gezamenlijke koopkracht van de gemeenschap aan te wenden en de concurrentie onder producenten te laten spelen.

Hoe werkt het? Vooreerst selecteert een onafhankelijk overheidsorgaan, op basis van een behoefteanalyse en wetenschappelijk onderzoek, de kwalitatief beste geneesmiddelen met een gelijksoortige indicatie (bijvoorbeeld cholesterolverlagers). Vervolgens organiseert de overheid een openbare aanbesteding voor die kwalitatief gelijkwaardige geneesmiddelen. Hierdoor zal de concurrentie tussen geneesmiddelenproducenten volop spelen, wat sterke prijsdalingen met zich meebrengt.

De overheid zou dan gedurende een bepaalde periode het geneesmiddel dat als goedkoopste uit de aanbesteding naar boven komt, volledig terugbetalen. Dit gebeurt zonder de kwaliteit van de zorg te beperken, want als een patiënt het “winnende” geneesmiddel bijvoorbeeld niet goed zou verdragen, kan de arts nog steeds - mits een eenvoudige motivering - een ander geneesmiddel voorschrijven dat dan eveneens wordt terugbetaald.

Via dit kiwimodel zou men de uitgaven voor geneesmiddelen sterk kunnen drukken. Dat dit geen fictie is, bewijzen de grote prijsverschillen tussen geneesmiddelen in België en Nederland. Zo kost de cholesterolverlager Atorvastatine bij ons bijvoorbeeld 16,03 euro, maar slechts 2,7 euro bij onze noorderburen. Mochten we de Nederlandse prijzen betalen voor de 25 geneesmiddelen die de overheid het meeste geld kosten, dan zouden we bijna 480 miljoen euro besparen, aldus Dirk Van Duppen (De Morgen, 3 mei 2017).

Naast besparingen zou het kiwimodel er bovendien toe leiden dat enkel écht vernieuwende geneesmiddelen nog worden terugbetaald. Aangezien de ziekteverzekering een geneesmiddel enkel zou terugbetalen als er geen goedkopere alternatieven voorhanden zijn, zouden bedrijven niet langer een incentive hebben om te investeren in Onderzoek en Ontwikkeling (O&O) naar zogenaamde me-too-geneesmiddelen ('ik ook').

Deze me-too-geneesmiddelen zijn imitaties of aanpassingen van reeds bestaande succesvolle geneesmiddelen door bijvoorbeeld de chemische samenstelling te wijzigen, zonder aan het actieve (genezende) bestanddeel te raken. Momenteel mogen bedrijven voor zulke geneesmiddelen een patent bekomen en er zo een hoge prijs voor vragen, om ze vervolgens via reclame en artsenbezoekers aan de man te brengen.

Het leidt er toe dat dure geneesmiddelen worden geconsumeerd waar gelijkwaardige én goedkopere alternatieven voorhanden zijn. En dat op kosten van de gemeenschap. Onder druk van het kiwimodel zouden farmaceutische bedrijven eerder investeren in O&O naar écht vernieuwende medicijnen, omdat enkel voor zulke geneesmiddelen een gepaste vergoeding zou worden betaald. Een geneesmiddel dat niet echt vernieuwend is (maar dat wel onder patent ligt) zou via de aanbestedingsprocedure de concurrentie immers moeten aangaan met de goedkopere alternatieven.

Verder zou het voorschrijfgedrag van artsen via het kiwimodel in mindere mate worden bepaald door de farmaceutische industrie, omdat een onafhankelijk centrum hen zou inlichten over de voor- en nadelen van geneesmiddelen. Dat is een goede zaak omdat de farmaceutische industrie allesbehalve een objectieve informatieverstrekker is.

Uit het rapport van de Europese Commissie Samenvatting van het verslag over het sectorale onderzoek naar de farmaceutische sector van 2009 blijkt dat de farmaceutische industrie in Europa meer geld investeert in reclame en marketing dan in O&O naar nieuwe geneesmiddelen. Met het adagium “een goed geneesmiddel verkoopt zichzelf” in het achterhoofd, kan men hier toch wel enkele vraagtekens bij plaatsen.

Kortom, het kiwimodel kan voordelen opleveren voor patiënten (betere en volledig terugbetaalde geneesmiddelen), voor artsen (makkelijker om kwaliteitsvol voor te schrijven), voor de ziekteverzekering (die zou ettelijke miljoenen euro’s besparen) en voor onderzoekers (hun werk zou op echte medische noden worden afgestemd). Het hoeft dan ook niet te verbazen dat dit model eind 2004 steun kreeg vanuit alle hoeken: de PVDA, de Socialistische en Christelijke Mutualiteiten, Spirit, Groen!, SPA, en de PS. Zelfs de toenmalige voorzittters van CD&V (Jo Vandeurzen) en VLD (Bart Somers) gaven in De Zevende Dag aan dat ze iets in het model zagen.

Ongeziene lobbycampagne reduceerde kiwimodel tot kiwimoes

Begin mei zei minister De Block dat haar voorganger Rudy Demotte (PS) het kiwimodel tijdens de Regering Verhofstadt II al zou hebben willen invoeren, maar dat dit is mislukt. De minister wil zo het debat afblokken… met manifest foute informatie.  

(liveanimalslist.com)

Onder druk van een ongeziene lobbycampagne van de farmaceutische industrie heeft Demotte het initiële voorstel volledig uitgehold én gebrekkig uitgevoerd, waardoor het inderdaad is mislukt. Een essentieel element van het kiwimodel is immers dat ook geneesmiddelen waarvoor nog patentrechten gelden in de aanbesteding worden opgenomen, aangezien die instaan voor 90 procent van de uitgaven van het Rijksinistituut voor Ziekte en Invaliditeitsverzekering (RIZIV).  

Herman Van Eeckhout, destijds adjunct-algemeen directeur van de Algemene vereniging van de Geneesmiddelenindustrie Pharma.be, liet in een interview voor een licentiaatsverhandeling weten dat de farmaceutische industrie in die periode “de grootste lobbycampagne uit haar geschiedenis heeft opgezet om het model te beperken tot uitpatentproducten” (De Morgen, 9 augustus 2007).

Met de steun van toenmalig VLD-kamerlid Maggie De Block heeft volksvertegenwoordiger Yolande Avontroodt (Open VLD) toen een reeks amendementen ingediend waardoor het kiwimodel volledig werd uitgehold. Zo werden geneesmiddelen onder patent uit de openbare aanbesteding gelaten, waardoor enkel concurrentie werd gerealiseerd tussen de reeds veel goedkopere generische geneesmiddelen.

Een tweede cruciale amputatie van het originele kiwimodel was dat het “winnende” geneesmiddel niet volledig werd terugbetaald én dat andere geneesmiddelen nog steeds ook werden terugbetaald (zij het in mindere mate). Hierdoor hadden bedrijven minder incentives om de prijs van hun geneesmiddel te laten dalen omdat het “winnende” geneesmiddel niet de hele afzetmarkt voor zich kreeg, en bleef het nuttig om het voorschrijfgedrag van artsen via reclame te beïnvloeden. Ten gevolge van deze amendementen kreeg de regering vanuit allerlei hoeken kritiek: zowel wetenschappers als belangengroepen keurden deze uitgeholde versie van het kiwimodel af.

Kortom, in tegenstelling tot wat minister De Block beweert, heeft men het kiwimodel zoals het oorspronkelijk werd bedoeld, nooit uitgevoerd. Verder beweerde minister De Block in de tweede week van mei aan dat onze wetgeving niet zou toelaten het kiwimodel in te voeren. Ook dit klopt niet: uit een rapport van het advocatenkantoor CMS DeBacker dat in 2009 op vraag van Laurette Onkelinx (PS) werd besteld, blijkt immers dat dit model wel degelijk juridisch haalbaar is in de Belgische context. Ten bewijze ook het feit dat bepaalde principes ervan momenteel in andere Europese landen zoals Nederland worden toegepast.

De potentiële kracht van het kiwimodel

In lijn met de verwachtingen was de uitvoering van het uitgeholde kiwimodel van Demotte (voor de testcase ‘cholesterolverlagers’) dus inderdaad negatief. Er werden geen besparingen gerealiseerd, de generische sector boycotte de maatregel, rechtszaken werden aangespannen tegen de uitvoeringsbesluiten van het kiwimodel, er kwam veel juridische rompslomp bij kijken, en meermaals veranderden de onduidelijke spelregels.

Enkele jaren later, in 2008, heeft de Raad van State het KB waarop dit uitgeholde model berustte dan ook vernietigd. Desalniettemin heeft dit geamputeerde model de potentiële kracht van het model aangetoond, aangezien de prijs van de cholesterolverlagers met maar liefst 40 procent was gedaald.

Na het falen van de testcase en de juridische heisa die hiermee gepaard ging, verdween het kiwimodel van de politieke agenda. Volgens Luc Goutry, gewezen gezondheidszorgexpert van de CD&V, heeft de farma-industrie de regering op de knieën gekregen (Goutry in De Morgen, 16 februari 2007). De socialisten in de toenmalige regering wilden kost wat kost hun symbooldossier redden en gaven voortdurend toe aan de liberalen, die onder rechtstreekse druk stonden van de farmalobby. De winnaar is de farmaceutische industrie gebleken.

De verliezer is de patiënt. Hij slikt immers nog steeds wat de arts voorschrijft en die laatste verdwaalt in de wildgroei van producten met allemaal verschillende prijzen. De andere verliezer is de ziekteverzekering, aangezien een evidente besparingspost is verloren gegaan.

Aangezien het kiwimodel een performante gezondheidszorg tegen een betaalbare prijs beoogt, zou een minister van Volksgezondheid minstens de reflex moeten hebben om te willen onderzoeken of men de prijzen van geneesmiddelen kan laten dalen door geneesmiddelenproducenten meer tegen elkaar uit te spelen. Dit werd eerder al door professoren als Rene Westhovens (KU Leuven) en Lieven Annemans (Universiteit Gent) in De Morgen gesteld (3 mei 2017).

Prijsdalingen zouden immers zowel patiënt als overheid ten goede komen. En dat is niet specifiek tegen de farmaceutische industrie gericht: men moet ingrijpen waar de middelen niet doelmatig worden besteed. Dát is de filosofie van het kiwimodel.

Jasper De Witte studeerde in 2011 af aan de KULeuven met zijn eindwerk 'Kiwi, de vogel die nooit zal kunnen vliegen?' over het politieke besluitvormingsproces omtrent het kiwimodel. Hij is wetenschappelijk medewerker van het Steunpunt Thuislozenzorg Brussel http://www.sociaalbrussel.irisnet.be/CDCS-CMDC/organizationPrint.jsf?orgID=014965, waar hij onderzoek verricht over thuislozen in het Brussels Gewest.

1    De kiwi is niet alleen de roepnaam van de bekende groene vrucht uit Nieuw-Zeeland (echte naam is Chinese kruisbes). Het is oorspronkelijk de Maori-naam van een kleine loopvogel zo groot als een kip (Apteryx, zie foto) in Nieuw-Zeeland, die verwant is met de struisvogel en de emoe. De kiwi is dus letterlijk een vogel die niet kan vliegen. Het kiwimodel voor aankoop en verkoop van geneesmiddelen wordt zo genoemd omdat Nieuw-Zeeland een van de eerste landen is om dat systeem toe te passen.