about
Toon menu
Opinie

Lezing Francken: 'Journalisten werden wel degelijk gevraagd om aula te verlaten'

Het stilzwijgen van de andere aanwezige journalisten die weigeren om hun collega Thomas Decreus – die in het artikel van De Morgen onder vuur komt te liggen – te ondersteunen, illustreert de angst en de intimiderende sfeer die de staatssecretaris en de N-VA in ons land veroorzaken. Of dit tot een grotere en trotsere Vlaamse identiteit zal leiden is maar de vraag.
vrijdag 5 mei 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

In de krant De Morgen van vrijdag 5 mei 2017 wordt een artikel gepubliceerd waarbij er wordt ontkend dat tijdens de lezing van Theo Francken – georganiseerd door het Vlaams Rechtsgenootschap aan de UGent op donderdag 23 maart ll. – journalisten werden geweerd.

Ik was zelf op de lezing aanwezig en wil de berichtgeving die De Morgen publiceerde corrigeren. Rond 20h – de lezing startte later dan aangekondigd – stapten 2 jonge mede-organisatoren door de aula. Ze stapten naar het achterste gedeelte van de aula en stelden luidop de vraag: ‘Zijn er journalisten aanwezig?’ Dicht in m’n buurt zaten er 2 journalisten van VTM Nieuws, een journaliste en fotograaf van De Gentenaar, een journalist van Het Laatste Nieuws en 3 journalisten van De Wereld Morgen. Enkel de 2 journalisten van VTM Nieuws gaven meteen te kennen dat zij journalist waren. Daarop reageerden de 2 jonge mede-organisatoren met de boodschap: ‘Op vraag van de staatssecretaris vragen we jullie om de zaal te verlaten’. De cameraman van VTM Nieuws vertrok spoorslags uit de zaal. De andere aanwezige journalisten reageerden onwennig.

Als burger vond ik dit bijzonder vreemd en stelde ik als aanwezige de vraag: ‘Waar in het reglement van de Ugent staat vermeld dat journalisten niet aanwezig kunnen zijn op een publieke lezing?’. De studenten herhaalden: ‘Het is op vraag van de staatssecretaris dat we de journalisten vragen om de aula te verlaten, dat is vooraf zo afgesproken’. Ik stelde meteen opnieuw de vraag of ze hun vraag konden onderbouwen met een verwijzing naar het reglement van de UGent. Thomas Decreus, journalist van De Wereld Morgen stond recht en nam plaats verderop in de zaal. De andere vermelde journalisten (met uizondering van de cameraman van VTM Nieuws) bleven op hun plaats. Er onstpon zich een korte, hevige doch beleefde discussie en uiteindelijk vertrokken de 2 jonge mede-organisatoren. Iedereen rond mij reageerde verbaasd en verbouwereerd.

Tien minuten later startte Theo Francken z’n lezing met de vraag of er journalisten aanwezig waren in de zaal. Niemand van de aanwezige journalisten liet merkbaar blijken als ‘journalist’ aanwezig te zijn. De intimiderende tussenkomst van net ervoor had wellicht de aanwezige journalisten uit hun lood geslagen. Toen de staatssecretaris doorhad dat de audiovisuele pers niet aanwezig was toonde hij al grappend z’n opluchting. Het blijft vreemd dat er niemand van de aanwezige journalisten – buiten de journalisten van De Wereld Morgen – de moed en durf hanteert om deze feiten te onderschrijven. Is dit stilzwijgen reeds een gevolg van de intimiderende aanpak van de staatssecretaris? Welke andere verklaringen kunnen dit stilzwijgen verklaren?

Zelf vind ik niet dat de staatssecretaris moet verhinderd worden te spreken of lezingen te houden. Wel heb ik stevige bedenkingen bij het ontegensprekelijke karakter van de lezingen die Francken in diverse aula’s organiseert. Als aandachtige toehoorder merkte ik de eenzijdige en propagandistische aanpak van de staatssecratris rond de thema’s asiel en migratie op. Toen de staatssecrataris het over de Libië-route had (vluchtelingen die via de Middellandse Zee-route proberen Europa te bereiken) stelde de staatssecratris dat hij nog steeds achter de eliminatie van Khadafi stond en dat het eigenlijke probleem er uit bestond dat het regime van Khadafi over overvolle munitiedepots beschikten, die eerst door de Toearegs werden leeggeroofd die nadien massaal de wapens verkochten aan islamitische rebellen. Toen ik de vraag stelde wie de wapens had geleverd aan het Libische regime weigerde de Staatssecretaris deze vraag te beantwoorden. Ik herhaalde tot drie maal op een rustige toon dezelfde vraag en kreeg uiteindelijk te horen: ‘Meneer, u bent onbeleefd - straks op het eind van de lezing – is er ruimte voor vragen’.

Feiten

De lezing die de staatssecreatris gaf was weinig feitelijk maar bestond vooral uit een opeenvolging van interpretaties die tot doel hebben om een pleidooi voor gesloten grenzen en een push back beleid te promoten. Een illustratie van de propaganda die de staatssecreatris aan de toehoorders verkoopt, is het momentum waarop Francken de net gestemde nieuwe vreemdelingenwet toelichtte. Met pretoogjes en een resem monkellachjes vertelde Francken trots hoe gemakkelijk het weldra wordt om criminele illegalen ons land uit te zetten. Vol trots benadrukte Francken hoe het terugkeerbeleid een speerpunt van z’n beleid is geworden. Er volgde geen toelichting over het gebrek aan juridische onderbouw en verweer die de nieuwe vreemdelingenwet vertoont. Er was enkel een euforische Staatssecretaris. Ik reageerde een laatste keer met de boodschap dat de nieuwe vreemdelingenwet volgens mij tot een tragische dieptepunt in de Belgische geschiedenis behoort. Na deze uitspraak verliet ik onder luid gejoel bij een deel van de aanwezige studenten de zaal.

Opmerkelijk in onze politieke geschiedenis is dat voor het eerst een federaal regeringslid door ons land trekt om rond het uitgestippelde asiel- en migratiebeleid een propagandashow te verkopen. Wat maakt dat studentenverenigingen gretig ingaan op het aanbod van onze staatssecretaris om z’n propaganda telkens zonder tegensprekelijk debat aan een ruime groep studenten te verkopen? Is het niet de opdracht van één ieder om democratisch debat te stimuleren en organiseren? Roept het niet bij één ieder verbazing op om te lezen dat de organisatoren aan het begin van een lezing van de staatssecretaris de vraag stellen aan de aanwezige journalisten om de zaal te verlaten? De alleenspraak waar de staatssecretaris voor kiest is een typisch fenomeen dat we in dictatoriale regimes herkennen. Z’n aanpak heeft weinig tot niets met vrije mening te maken. Vrije meningsuiting ontstaat enkel wanneer er een tegensprekelijk publiek debat wordt toegelaten. De studenten die eerder deze week aan de VUB actie voerden verzetten zich in wezen tegen de alleenspraak en de weigering van de staatssecretaris om in debat te treden. Wanneer Theo Francken op Twitter reageert met de uitspraak: ‘Mensen mogen tegen mij zijn, maar in een democratie moet je het debat toch kunnen aangaan’ maakt zichtbaar op welke manier de staatssecretaris het begrip democratie tot zijn eigen grote gelijk verengt.

Lijdzaam een propagandaspeech moeten ondergaan heeft weinig tot niets met democratie te maken. Daarom dagen we de staatssecretaris graag uit om in de toekomst te kiezen voor een tegensprekelijk debat rond de thema’s asiel en migratie. Opdat de studenten een veelheid van standpunten en visies rondom deze thema’s te mogen aanhoren. Een tegensprekelijk debat waarop iedereen – ook kritische journalisten en toehoorders welkom zijn – is democratie zoals we deze in West-Europa voorstaan en verdedigen.

Laat ons meteen ook maar hopen dat de staatssecratris in de toekomst minder snel en vaak kritische stemmen op de sociale media blokkeert. Want ook deze praktijk doet heel erg denken aan de aanpak binnen totalitaire regimes.

Het stilzwijgen van de andere aanwezige journalisten die weigeren om hun collega Thomas Decreus – die in het artikel van De Morgen onder vuur komt te liggen – te ondersteunen, illustreert de angst en de intimiderende sfeer die de staatssecretaris en de N-VA in ons land veroorzaken. Of dit tot een grotere en trotsere Vlaamse identiteit zal leiden is maar de vraag.