about
Toon menu
Opinie

Iedereen digitaal?

Hoe zit het met de digitale geletterdheid in Vlaanderen?
vrijdag 5 mei 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Onderschrift

De impact van digitalisering valt niet meer weg te denken. Computers en internet zijn alomtegenwoordig op de werkplek, in de interactie tussen mensen onderling en tussen burgers en de overheid. De opvattingen over het geletterdheidsprobleem zijn de voorbije jaren dan ook sterk geëvolueerd.

Waar voorheen een opsplitsing gemaakt werd tussen alfabeten en analfabeten, met een focus op het al dan niet kunnen lezen en schrijven, wordt nu gesproken over ‘geletterdheid’ in een bredere betekenis.

De klassieke omschrijving van geletterdheid (niet kunnen lezen en schrijven) volstaat niet meer.

In het Plan Geletterdheid Verhogen wordt geletterdheid omschreven als de kennis en vaardigheid die nodig is om via geschreven taal te communiceren en informatie te verwerken, de vaardigheid om met numerieke en grafische gegevens om te gaan en de vaardigheid voor het gebruik van ICT.

Vandaag is de kernvraag: “Hebben volwassenen genoeg basisvaardigheden om actief deel te nemen aan de samenleving? Die basisvaardigheden zijn door de digitale revolutie bovendien erg aan het veranderen.

Naar schatting is 1 op de 6 tot 1 op de 7 Vlamingen  onvoldoende geletterd om goed te kunnen functioneren in een opleiding, op het werk en in het maatschappelijk leven.

Die digitale kloof is realiteit en weerspiegelt eveneens de sociale ongelijkheid. We zoomen dieper in op de mismatch tussen ‘digitale vaardigheden’ en ‘digitale verwachtingen’.

Digitale haves en have nots

Het lijkt niet meer van deze tijd: geen computer bezitten of er niet mee kunnen werken. Toch heeft 16 procent van de Vlaamse huishoudens geen computer en internet. 11 procent van de Vlamingen tussen 16 en 74 jaar heeft zelfs nog nooit een computer gebruikt. Laaggeschoolde, inactieve vrouwen tussen 55 en 74 jaar vormen daarbinnen de grootste groep.

tabel
Bron: ICT-monitor, 2015

Computer- en internetgebruik, alsook computer- en internetbezit worden in grote mate bepaald door het inkomen, de leeftijd, het opleidingsniveau en het hebben van kinderen.

De digitale kloof heeft slechts een impact op 2,5% van de bevolking met het hoogste gezinsinkomen, tegenover 28,2 procent van de bevolking met een laag gezinsinkomen.

De kloof is bovendien bijna niet voelbaar bij jongeren, maar heeft een impact op 3 op de 10 personen tussen 55 en 74 jaar. Ze speelt bijna niet bij mensen met een hoog opleidingsniveau (2,1 procent), maar duidelijk wel bij mensen met een laag opleidingsniveau (29,4 procent). Ook mensen met kinderen beschikken vaker over toegang tot een computer en internet.

Een digitale overheid vraagt digitale geletterdheid

De Vlaamse Overheid lanceerde haar programma ‘Radicaal Digitaal’, waarmee ze stelt dat tegen 2020 alle transacties met de overheid digitaal dienen te gebeuren. Hiermee lijkt de laatste rechte lijn naar een volledig digitale samenleving ingezet. De vraag is natuurlijk of iedereen zijn wagonnetje zal kunnen aanpikken.

Denken we bijvoorbeeld aan de digitale dienstverlening van de VDAB. Werkwinkels verdwijnen, de communicatie verloopt zoveel als mogelijk digitaal en de cliënt krijgt vacatures digitaal toegestuurd. En dat terwijl 16 procent van de werklozen nog nooit gesurft heeft. Wanneer we de toegang tot een uitkering gaan koppelen aan het hebben van (en kunnen werken met) een e-mailadres – wat we vandaag al voor een stuk doen – dan is dat voor de meeste mensen geen probleem … maar voor een beperkte groep wel. Voor die mensen wordt de toegang tot een recht moeilijker gemaakt.

20 procent van de mensen is niet in staat om zijn kinderen te helpen informatie op het web te zoeken.

Ook op andere vlakken zie je nadelen opduiken voor wie minder digitaalvaardig is. Het gaat ook over alledaagse dingen. Denk aan digitale platformen waarop leerkrachten communiceren over de leerlingen. Ook wie de schoolresultaten van de kinderen wil opvolgen, kent dus best zijn weg online. 20 procent van de mensen is niet in staat om zijn kinderen te helpen informatie op het web te zoeken.

Nog een voorbeeld: een ticketje bij De Lijn kost meer wanneer je het bij de chauffeur koopt in plaats van via je smartphone.

De discussie gaat echter verder dan de vraag wie wel of niet met een computer kan werken. Veel te vaak gaat men ervan uit dat je ofwel wel ofwel niet digitaalvaardig bent, maar daar tussenin zit er heel wat grijze zone. Zo is kunnen werken met e-mail of Facebook nog niet hetzelfde als tax-on-web kunnen invullen voor de belastingen of Mijn Loopbaan up-to-date houden voor de VDAB.

Uit een studie van de Gezinsbond blijkt dat momenteel 40 procent er niet in slaagt om zijn belastingen online in te vullen via tax-on-web. Online formulieren invullen om bepaalde sociale uitkeringen aan te vragen lukt niet bij 38 procent van de mensen met een lager opleidingsniveau in vergelijking met 16 procent van de mensen met een hoger opleidingsniveau. En in 1 op de 5 gezinnen kan niemand een online overschrijving doen.

De verwachting leeft dat iedereen, liefst constant, toegang heeft tot het internet en digitale vaardigheden bezit. Maar zo vanzelfsprekend is dat niet. Er is nog heel wat werk aan de winkel.

Te ingewikkelde digitale administratie kan bovendien voor heel wat mensen een drempel op zich worden. Als de overheid steeds meer zaken alleen online wil regelen, dan zal ze ook werk moeten maken van online instrumenten die voor iedereen, ongeacht of die nu professor, verpleger, poetsvrouw of vrachtwagenchauffeur is, gebruiksvriendelijk en toegankelijk zijn.

En we gaan, tot slot, best stilaan eens nadenken over welke nieuwe rechten we moeten formuleren om mensen doorheen de digitalisering te loodsen. Deze week nog werd beslist dat wie zijn huis grondig verbouwt of een nieuwbouw neerzet, alleen nog de verplichte bouwvergunning krijgt wanneer hij de woning tegelijk ook ‘internetklaar’ maakt. Op Europees niveau en bij de Verenigde Naties wordt al langer gediscussieerd over internettoegang als basisrecht.

Hoe gaan we dat bij ons aanpakken? Moet een basispakket internet dan bijvoorbeeld gratis zijn voor iedereen? Moet de VDAB gratis tablets geven aan werklozen als je alleen online kan bewijzen of je werk zoekt? Krijgen we binnenkort korting op onze belastingen als de app van de fiscus niet laagdrempelig genoeg is? Als dat allemaal niet eens een grondig publiek debat verdient …

Dit artikel verscheen ook op ABVV-Experten.
Auteur: Lore Tack, Adviseur onderwijs- en competentiebeleid, diversiteitsbeleid en sectoraal arbeidsmarktbeleid op de Studiedienst van het Vlaams ABVV