about
Toon menu
Boekrecensie

'Het boek van Sint-Niklaas': stijlvolle en wijze stadsbiografie

‘Het boek van Sint-Niklaas’ is geen wetenschappelijke stadsbiografie van een onderzoeker, maar de stijlvolle en wijze home made studie van een ervaringsdeskundige die andermaal zijn kwaliteiten van schrijver én fotograaf ten volle weet aan te wenden om als buurtbewoner zijn persoonlijk licht te laten schijnen op die middelgrote tussenstad die Sint-Niklaas is.
dinsdag 18 april 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Een schrijvende fotograaf

Johan de Vos kan goed uit de voeten zowel met het fototoestel als met de pen. Dat bewees deze ex-directeur van de Stedelijke Academie van Sint-Niklaas al vaak, zowel in zijn boeken over fotografie als in zijn stukken voor De Morgen en De Standaard en, als ik me goed herinner, ooit nog voor het Wereldtijdschrift van wijlen Herman de Coninck. Ook als gepensioneerde blijft De Vos zeer actief als schrijvende fotograaf of omgekeerd.

In het recente ‘Godelieve van Amerika’, ook bij EPO uitgegeven, vertelt De Vos over zijn zuster Godelieve die als missiezuster vertrok, maar die, als dat fysiek te zwaar blijkt voor haar wankele gezondheid, kiest voor een contemplatief leven bij de arme klaren in Cleveland in de Verenigde Staten. Na haar dood gaat De Vos aan de hand van brieven en privéfoto’s op zoek naar het leven en het denken van zijn diepgelovige zus die non is geworden en die hij amper heeft gekend. De zeer bijzondere zwart-wit foto’s met commentaren en observaties van de auteur, gecombineerd met zijn zeer goede pen, maken het tot een boekje om te koesteren.

Afkeer en genegenheid

Dat mag ook gezegd van ‘Het boek van Sint-Niklaas’ dat een eigenzinnig boek is geworden over die ‘middelgrote tussenstad’ waar de auteur, een aangespoelde Bruggeling, nu al 45 jaar woont en werkt. ‘Ik maakte het onderwijs en de jeugdbewegingen in Sint-Niklaas niet mee. Zo werd ik een blijvende buitenstaander en zo kijk ik ook naar mijn stad. Ik zie wat er te zien is, maar ik heb daarbij vaak het groeiproces gemist.’ (p. 47)

Het is een eigenzinnig werk omdat het zeker geen kritiekloos huldeboek is geworden voor de 800ste verjaardag van deze stad, die maar voor de auteur alleen maar een aanleiding was om via een batterij aan zoetzure oprispingen - hij noemt het zelf ‘bedenkingen van afkeer en genegenheid’ - het onbeschrijflijke te beschrijven.

De stad werkt op zijn zenuwen en toch, schrijft hij: ‘Sint-Niklaas is uniek. De stad is als die inwonende ambetante tante. U moet ze meegemaakt hebben om te begrijpen hoe het zover is kunnen komen.’ (p. 8)

De auteur begint zijn verhaal met het aanbrengen van het Punt Nul op de straatstenen van het kruispunt tussen Grote Markt, Stationsstraat en Houtbriel. Dat cirkeltje in krijt is voor hem het fysieke centrum van de publieke beleving van de stad. Dat Punt Nul noemt hij vrijblijvend: niet esthetisch, niet historisch, niet plechtig en zelfs niet gevaarlijk. ‘Het is Sint-Niklaas op zijn sint-niklaast. Niet om fier op te zijn maar ook niet onaangenaam. ‘(p. 14)

Wandelen met De Vos

Met die gemengde gevoelens in het achterhoofd nodigt de auteur de lezer uit om twaalf hoofdstukken lang met hem op stap en op zoek te gaan naar de gelaagdheden en merkwaardigheden van zijn thuisstad. Na elk hoofdstuk neemt de fotograaf het even over van de schrijver en krijgt de lezer een geïnterviewde, een wandelaar, een postbode, een lege ruimte, een containerpark of een afgebrand pand in beeld dat de tekst versterkt ,zeker dan voor de niet Sint-Niklazenaar die daardoor een concrete inkijk krijgt in het dagelijkse reilen en zeilen van deze ‘middelgrote tussenstad’.

Ook bij die foto’s kan De Vos het vaak niet laten om scherp uit de hoek te komen. (‘De regionale pers staat op een streng dieet. Het leidt tot magerte en tot onzichtbaarheid op den duur’). Zijn excursies gaan over woningbouw, de ‘Definitieve Nieuwe Kaalheid’ van de binnenstad (met dank aan het nieuwe shoppingcenter), de veelheid aan overwegend katholieke scholen - Sint-Niklaas is een scholenstad! -, het niet zo gekke cultuuraanbod, het leefmilieu en het plaatselijke asbestfabriek, de middenstand en de teloorgegane textielindustrie, de plaatselijke pers, de buurt- en jeugdwerking, de plaats van de kerken en moskeeën, de woon- en zorgcentra, de ziekenhuizen en het psychiatrisch centrum.

De auteur maakt het zich niet gemakkelijk, want op al die excursies zoekt hij tientallen gesprekspartners op die hem helpen de gelaagdheid en complexiteit van Sint-Niklaas te doorgronden. Zo spreekt hij bijvoorbeeld met veel liefde over de familievoetbalclub SK Gerda die op basis van vrijwilligheid niet alleen jonge voetballertjes opleidt, maar hen ook mooie dingen bijbrengt (In het reglement staat bijvoorbeeld: ‘de winnaar is degene die ook tegen zijn verlies kan’). Ook over stadscultuur heeft hij wijze woorden klaar: ‘Laten we onze buren niet liefhebben, het mag, maar te veel aan liefde is vermoeiend. Een aangename stadscultuur heeft niet zozeer met een gevoel te maken, het is vooral een techniek, een manier om zich te gedragen.’ (p. 113) Het is een benadering die je ook bij de stadssocioloog Eric Corijn aantreft.

De Vos komt in verschillende kringen terecht, ook in wat hij de onderlaag van geëngageerde mensen noemt, maar alleen op het stadhuis blijft hij weg. Het is inderdaad opvallend dat hij geen poging doet om de rol van de politiek in de vormgeving van de stad in beeld te brengen. Er wordt in het boek bijvoorbeeld met geen woord gerept over een figuur als Freddy Willockx die toch van 1989 tot 1994 en van 2001 tot 2010 burgemeester was van Sint-Niklaas. Ik vraag me af waarom.

Stijlvol en wijs

De Vos is vaak niet mals voor die stad die hij met een inwonende ambetante tante vergelijkt (‘De inrichting van de Grote Markt is dom en lelijk’) maar toch is het ook zijn stad geworden waarmee hij een haat-liefde verhouding heeft.

‘Het boek van Sint-Niklaas’ is geen wetenschappelijke stadsbiografie van een onderzoeker, maar de stijlvolle en wijze home made studie van een ervaringsdeskundige die andermaal zijn kwaliteiten van schrijver én fotograaf ten volle weet aan te wenden om als buurtbewoner zijn persoonlijk licht te laten schijnen op die middelgrote tussenstad die Sint-Niklaas is.