about
Toon menu
Analyse

Zuhal Demir moet onafhankelijk mensenrechteninstituut oprichten (maar zal dat niet doen)

Volgende week dinsdag stelt staatssecretaris Zuhal Demir haar beleidsnota voor in het parlement. CD&V heeft dan wel gedreigd om dwars te liggen na de recente uithaal van Demir, maar zal dinsdag toch braaf op het groene knopje drukken. Nochtans is er een grote kans dat de beleidsnota ingaat tegen het regeerakkoord.
donderdag 13 april 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

“Conform onze internationale engagementen, zal een nationaal mensenrechtenmechanisme worden opgericht.”

Achter dat korte zinnetje uit het regeerakkoord van de regering-Michel zit een lang verhaal. Het is stilaan een evergreen aan het worden. De tweede regering onder Verhofstadt beloofde in 2003 al werk te maken van zo’n mensenrechteninstituut en de regering-Di Rupo herhaalde dat nog eens in 2011. Een jaar later werd de concrete uitwerking van die belofte uitbesteed aan een interkabinetaire werkgroep, maar zelfs die werkgroep oprichten bleek een te zware opdracht. Er werd sindsdien nooit meer iets van vernomen.

Dat het voorstel toch blijft opduiken, heeft te maken met internationale druk. In Europa hebben 22 landen zo’n instituut. Elk buurland van België heeft er één. De VN heeft er ons land al twee keer voor op de vingers getikt: in 2011 en onlangs nog in 2016. Na die laatste berisping maakte minister van Justitie Koen Geens zich sterk dat de oprichting van een mensenrechteninstituut een prioriteit was van de regering en dat de plannen nog voor 2019 gerealiseerd zouden zijn. "Het dossier is klaar", zei hij toen.

Toen hij deze week op Twitter nog eens herinnerd werd aan die belofte, reageerde Geens: “Samen met het kabinet van staatssecretaris Demir nemen we dit dossier in handen”. Uitkijken dus naar wat er in de beleidsnota staat.

In België bestaat er wel iets als Unia, het Interfederaal Gelijkekansencentrum. De voorganger van Unia probeerde al twee keer om erkend te worden als A-status Mensenrechteninstituut. Zo’n A-status zou Unia stemrecht opleveren in het International Coordination Committee of National Institutions for the Promotion and Protection of Human Rights (ICC). Die twee pogingen leverden niets op. Beide keren werd de B-status bevestigd. België heeft daardoor geen enkele vertegenwoordiger met een A-status.

De kritiek luidt dat Unia niet opkomt voor alle mensenrechten. Zo heeft het centrum niets te zeggen over seksisme (dat zit bij het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen) of over bijvoorbeeld een werkneemster die vindt dat ze door haar vakbondsactiviteiten ontslagen werd.

Maar de VN vindt Unia ook niet echt onafhankelijk. De directeur wordt aangesteld door de regering en de raad van bestuur wordt samengesteld door de verschillende parlementen. “Het blijft onduidelijk of en hoe de sociale krachten zoals de civiele maatschappij, academici en vakbonden vertegenwoordigd worden”, oordeelde de VN in 2010. Er is ook een probleem van transparantie, klonk het toen.

Krijgt België nu wel zo’n instituut dat echt onafhankelijk is? Met de N-VA in de regering is daar weinig kans toe. N-VA wil het liefst Unia splitsen. Zij hopen dat ze in Vlaanderen een raad van bestuur kunnen samenstellen en een directeur aanstellen die nog inschikkelijker is. Alleen eist de VN dat federale staten via één stem spreken. Er moet dus een federaal instituut zijn. Wellicht biedt een heel lichte structuur boven de regionale instellingen, die dan de internationale contacten kan verzorgen, een oplossing. Alleen is het onzeker dat de VN zoiets ooit door de vingers ziet.

Dat België zo’n instituut met het almaar openlijker racisme en de aangehouden aanvallen op de rechtsstaat vanuit de top van politiek hard nodig heeft, is zeker. Maar hoe komt zo’n instituut er als net de partij die er het meest last van zal hebben, verantwoordelijk is voor de oprichting?

Met dank aan Saskia Van Nieuwenhove voor de input