about
Toon menu

Bedrag ontwikkelingshulp stijgt, maar pakken we structurele problemen aan?

Het bedrag dat België bij de OESO aangeeft als officiële ontwikkelingshulp is gestegen ondanks zware besparingen van deze regering op het budget. Van 0,42 procent van het BNI gaat België naar 0,49 procent. Dat blijkt uit cijfers die de OESO vandaag communiceert, een toename die ook voor andere rijke landen geldt. Oorzaak van de stijging? De opvang van vluchtelingen in eigen land en de stijgende humanitaire hulp. “Maar pakken we daarmee de structurele problemen aan?”, vraagt 11.11.11 zich af.
dinsdag 11 april 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

2016 zal een klein lichtpunt betekenen in een algemeen dalende lijn. Volgens de OESO zal deze regering in 2019, op het eind van haar legislatuur, uitkomen op 0,38 procent. Als deze voorspelling klopt, spendeerden we sinds Verhofstadt I nooit minder.

België kan zich internationaal op de borst kloppen omdat het bedrag voor officiële ontwikkelingshulp in 2016 is gestegen. Toch vallen hier voor 11.11.11 nog ernstige kanttekeningen bij te maken. Zo is het aandeel dat België aangeeft voor de opvang van vluchtelingen op zes jaar tijd vervijfvoudigd: van 3,16 procent in 2010 naar 16,8 procent in 2016. De cijfers mogen van de OESO weliswaar opgeteld worden bij de officiële ontwikkelingshulp, maar kunnen bezwaarlijk als echte steun gelden. “Het feit dat we hier voor iemand bed, bad en brood voorzien is nodig en moet gebeuren, maar zal niets veranderen aan de problemen in het Zuiden en is daarom geen ontwikkelingssamenwerking”, aldus 11.11.11. Een euvel waar de organisatie al eerder tegen protesteerde.

De netto stijging van officiële ontwikkelingshulp geldt volgens de OESO voor de meeste rijke landen. Gemiddeld ging het aangegeven bedrag met 8,9 procent vooruit. Maar, zo meldt ook de OESO, deze stijging is grotendeels toe te wijzen aan het bedrag dat landen besteden aan de opvang van vluchtelingen. In de praktijk gaat er zelfs minder geld dan vorig jaar naar de armste landen. Voor 11 van de 29 landen – waaronder wel België – telt de opvang voor meer dan 10 procent van de bestede hulp.

Een andere opvallende stijger is het geld dat ons land in 2016 besteedde aan humanitaire hulp. Met meer dan 170 miljoen euro doen we het ruim 20 miljoen beter dan in 2015. Ook ging er nog eens meer dan 50 miljoen naar de opvang van Syrische vluchtelingen in Turkije. Een goede zaak dat België zijn internationale verantwoordelijkheid neemt op vlak van de steeds groeiende humanitaire noden, maar ook hier blijft de vraag of we met deze middelen voldoende de structurele problemen aanpakken.

De realiteit achter de cijfers is immers dat deze regering tijdens haar legislatuur flink in het budget snijdt: 1 miljard euro op vijf jaar bovenop een systematische onderbenutting van jaarlijks ettelijke percenten of tientallen miljoenen. In 2016 werd er zo opnieuw voor zeker 125 miljoen niet uitgegeven en dus niet benut. 11.11.11 maakt zich net als voorgaande jaren ernstige zorgen over deze besparingen. Er is niet alleen steeds minder geld om de problemen in ontwikkelingslanden structureel aan te pakken, er moet ook steeds meer mee gedaan worden. Zo is er naast de ambitie om honger, armoede of ongelijkheid de wereld uit te helpen ook nog de alsmaar nijpend wordende klimaatproblematiek en het stijgend aantal conflicten.

Dat België in die context de volgende jaren niet meer, maar alsmaar minder wil investeren, blijft 11.11.11 een doorn in het oog. Ook de OESO laat zich door het ‘betere’ jaarcijfer geen rad voor de ogen draaien. Volgens hun voorspelling zal België in 2019 uitkomen op een schamele 0,38 procent voor ontwikkelingssamenwerking. Ver weg van de 0,7 procent die de wereld als minimum aanduidt. Sinds Verhofstadt I, 7 regeringen geleden, (2001) spendeerden we nooit minder.