about
Toon menu
Opinie

Werken bij Unia: de hete adem van het beleid

Een jaar geleden schreef ik in mijn ontslagbrief aan Unia, waar ik gedurende twee jaar als lokaal vertegenwoordiger werkte, dat Unia zichzelf dermate overbodig had gemaakt dat het nog slechts het schaamdoekje was voor een beleid om te kunnen discrimineren.
dinsdag 4 april 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Vlak voor mijn exit gesprek had ik Rachida Lamrabet nog gesproken in haar bureau. Even voelde ik twijfel opkomen, want de samenwerking met collega’s zoals Rachida had me professioneel en menselijk erg verrijkt. Een golf van heimwee overspoelde me toen ik haar een afscheidsknuffel gaf. Ze drukte me op het hart dat mijn beslissing om te vertrekken de goede was, want dat ook zij de hete adem van het beleid in de nek voelde. 

Het is die hete adem die me deed verstikken. Ik heb me bij mijn aantreden bij Unia, zoals vele andere collega’s, in mijn werk gegooid vanuit het idealisme om iets te kunnen betekenen in de strijd tegen racisme en discriminatie. Ik geloofde dat we het recht aan onze zijde hadden. Dat we met een vuist op tafel zouden kunnen slaan om onze grenzen te duiden. Helaas heb ik niet veel vuistkracht gezien. Integendeel, we moesten dialogeren, bemiddelen, sensibiliseren. De wet niet meer dan een vodje. Zeg mij, zou het aantal verkeersdoden zijn gedaald als men leukweg met hardrijders of dronken chauffeurs had bemiddeld? De mens is hardleers, en de wet bestaat om gerespecteerd te worden.

Maar dat respect kon je ook gewoon afkopen. Ik kan geen details geven uit respect voor de betrokkenen, maar ik heb verschillende rechtszaken opgevolgd waarbij er zeer duidelijk een inbreuk was op de anti-racisme of anti-discriminatiewetgeving, maar waarbij de beklaagden rijk genoeg waren om een schare American style advocaten te betalen, die de pro deo’s van de slachtoffers met een pokerface schaakmat zetten. Dat recht was geen recht, het was een spel, een spel waarbij veel geld werd ingezet en waarbij men over lijken ging. In verschillende gevallen waren de slachtoffers na afloop psychologisch, professioneel en financieel gebroken.

Bemiddeling

Dus enerzijds geloofde ik niet in bemiddeling bij hardleerse overtreders van de wet – vaak mensen in maatschappelijke posities met veel impact – anderzijds was het duidelijk dat de wet laten zegevieren veel geld kost – niet meteen een drempel voor mensen in maatschappelijke posities met veel impact. En Unia stond erbij en keek ernaar, zeker wat betreft racisme, want dat lag te gevoelig. Die gevoeligheid bleek ook uit de naamswijziging – het woord ‘racismebestrijding’ verdween gewoon. Maar ook uit de zogenaamde sensibiliseringsacties. De internationaal bekende 21 maart, dag tegen racisme, werd omgedoopt tot ‘dag tegen racisme en discriminatie’, met nadruk op discriminatie. 

Toen ik vorig jaar samen met andere collega’s op 21 maart een symposium organiseerde om racisme op een structurele manier aan de kaak te stellen, werd me dit niet in dank afgenomen wegens te expliciet. Te expliciet wat? Dus racisme mocht wel expliciet gebeuren, maar een reactie daarop niet? Beleidsmakers die bepaalde bevolkingsgroepen stigmatiseerden … “reageren heeft geen zin”. Politie die geweld gebruikte tegen bepaalde etnische groepen … “er is een intern dossier geopend”. Mediafiguren die tot haat opriepen jegens bepaalde religieuze groepen … “een standaardmail om te informeren dat we ons daarmee niet kunnen bezighouden”. Hoofddoekenverbod … “we hebben een interne werkgroep die dit bestudeert”.

Steeds minder burgers geloofden nog in Unia als waakhond voor de naleving van de anti-racismewetgeving. Hoewel racisme toeneemt aldus verschillende onderzoeken – waarvan sommige mede gedragen door Unia – hoeft het beleid racisme niet ernstig te nemen, want mensen kunnen terecht bij Unia. Jaar na jaar stapelen de beleidsadviezen zich op bij Unia, maar tegelijkertijd is Unia ook heel erg gebonden aan datzelfde beleid. En zo komt het dus dat Unia, onder druk van het beleid, één van haar meest gedreven juristen gewoonweg ontslaat.

Unia, dat erop moet toezien dat mensenrechten, waaronder de vrijheid van meningsuiting, worden gerespecteerd en nageleefd, heeft met het ontslag van Rachida zelf een zware inbreuk gepleegd op diezelfde rechten en heeft zichzelf hiermee gemuilkorfd. Dat is het einde van Unia – net zoals het beleid het voor ogen had. Een beleid waarvoor vrijheid van meningsuiting slechts een waarde is voor zij die knikken. Rachida heeft niet geknikt. De hete adem van het beleid heeft haar gebrandmerkt. Maar Rachida heeft veel bondgenoten. Ze staat niet alleen. Samen zullen we strijden voor gelijke rechten voor iedereen. We zullen nooit zwijgen tegen onrecht!

reacties

Eén reactie

  • door MaartenV op dinsdag 4 april 2017

    Nu is het niet van 'je suis charlie', nu is het van 'zwijgen of opkrassen'. Misschien had Lamrabet een vunzige cartoon moeten maken om haar opinie duidelijk te maken met 'Je suis Charlie' op. Dan had ze hen kunnen confronteren met hun eigen hypocrisie over de vrije meningsuiting. Zelf vrij mogen spotten met wat heilig is voor een ander onder de vlag van 'je suis charlie', maar o wee als die ander zelf eens vrij zijn of haar mening zegt.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties