about
Toon menu

Vrouwen breken moeizaam door glazen plafond bij VN

De Verenigde Naties (VN) worden er geregeld van beschuldigd dat ze zelf niet doen wat ze voorstaan: gendergelijkheid en het bevorderen van vrouwenrechten. Meestal gaat het dan over het achterblijvende aantal vrouwelijke voorzitters van de Algemene Vergadering.
donderdag 9 maart 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

De 193 leden tellende Algemene Vergadering had sinds het bestaan van de VN slechts drie vrouwelijke voorzitters: Vijaya Lakshmi Pandit uit India (1953), Angie Brooks uit Liberia (1969) en Sheika Haya Rashed Al-Khalifa uit Bahrein (2006). Slechts drie van de 71 voorzitters waren vrouwen, 68 mannen.

De reputatie van de vijftien leden tellende Veiligheidsraad is waarschijnlijk het slechtst. Die heeft tot nu toe alleen maar mannen gekozen als VN-secretaris-generaal, goedgekeurd door de Algemene Vergadering. Recentelijk gebeurde dat nog in december, ondanks de kandidatuur van verschillende geschikte vrouwen.

Een  vrouwelijke secretaris-generaal laat dus nog op zich wachten, na negen mannen: Trygve Lie uit Noorwegen, Dag Hammerskjold uit Zweden, U Thant uit Birma (Myanmar), Kurt Waldheim uit Oostenrijk, Javier Perez de Cuellar uit Peru, Boutros Boutros-Gali uit Egypte, Kofi Annan uit Ghana, Ban Ki-moon uit Zuid-Korea en momenteel, Antonio Guterres uit Portugal.

De twee hoogste politieke posities binnen de VN – waarvan één de status van staatshoofd heeft als het gaat om het diplomatieke protocol – werden lang gezien als het terrein van mannen.

Andere mindset

De Algemene Vergadering, het hoogste besluitvormingsorgaan binnen de VN, en de VN-Veiligheidsraad, hebben gedurende het 71-jarige bestaan van de VN een overweldigende voorkeur voor mannen tentoongespreid. Toch pleiten beide organen fanatiek voor vrouwenrechten en gendergelijkheid.

Daar staat tegenover dat het VN-secretariaat en 35 andere VN-organen wereldwijd, met wisselend succes, hebben gewerkt aan de implementatie van de 50:50-resolutie: de helft mannen, de helft vrouwen, in het  bijzonder op hoge VN-posities.

Uit het rapport Status of Women in the UN System blijkt in hoeverre die opzet geslaagd is. “We zien positieve vooruitgang in het VN-systeem, maar die is niet uniform en het gaat niet snel genoeg”, zegt Phumzile Mlambo-Ngcuka, ondersecretaris-generaal en directeur van VN-Vrouwen. “De benodigde verandering zal er niet komen zonder langdurige, serieuze betrokkenheid bij dit onderwerp op meerdere fronten.”

“Gelijkheid is geen statistiek”, zegt ze. “Het is een mindset. Zelfs nu de VN een campagne hebben gelanceerd om wereldwijd gendergelijkheid te bereiken op alle fronten voor 2030.”

Goede kandidaten

Bij slechts vijf van de 35 VN-organen is momenteel sprake van een verdeling van minimaal 50:50 als het gaat om mannen en vrouwen. VN-Vrouwen telt 78,9 procent vrouwen, het Internationaal Gerechtshof (ICJ) 57,1 procent, Unaids 50,8 procent, de Unesco 50,6 procent en de Wereldtoerismeorganisatie 50 procent. Bij zeventien andere organisaties werken tussen 40 en 49 procent vrouwen, inclusief het Secretariaat. Bij dertien organen gaat het om 40 procent.

Er bestaat een negatieve correlatie tussen de hoogte van de positie en het aantal vrouwen dat op dat niveau vertegenwoordigd is, staat in de studie. Op hoge posities worden in verhouding meer mannen benoemd.

Hoewel secretaris-generaal Guterres een belangrijke rol speelt bij benoemingen, “hangt het niet alleen van hem af”, zegt Mavic Cabrera-Bazella, internationaal coördinator bij het Global Network of Women Peacebuilders. Het is aan de lidstaten om goede vrouwelijke kandidaten voor te dragen voor belangrijke VN-posities, zegt ze. Het maatschappelijke middenveld heeft daarnaast een even belangrijke rol als het gaat om het voorstellen van selectiecriteria of het aanbevelen van kandidaten die de vereiste expertise en ervaring hebben op het gebied van vrouwenrechten en gendergelijkheid.

Vredesoperaties

Guterres benoemde in januari verschillende vrouwen op belangrijke posten, inclusief Amina J. Mohammed uit Nigeria als zijn plaatsvervanger, ambassadeur Maria Luiza Ribeiro Viotti uit Brazilië als kabinetschef, Kyung-wha Kang uit Zuid-Korea als chef van zijn Transitieteam, Melissa Fleming uit de VS als senior adviseur/woordvoerder en Michell Gyles-McDonnough uit Jamaica als senior adviseur.


Auteur: Thalif Deen