about
Toon menu

Het referendum in Turkije verandert in feite weinig

Turks buitenlandminister Cavusoglu wil in Nederland ja-campagne voeren voor het referendum op 16 april, waarbij beslist gaat worden over de (formele) invoering van een presidentieel systeem. Den Haag ging er en bloc over op de kast en onderzoekt of de komst van Cavusoglu voorkomen kan worden. Is dat slim? Peter Edel meent dat het er niet echt toe doet.
woensdag 8 maart 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Zelf meen ik dat het Turks referendum er niet veel toe doet. Mag Cavusoglu niet komen, dan zal president Erdogan dat ongetwijfeld gebruiken. Omdat Turkije zich in meerdere opzichten in een crisis bevindt, grijpt hij naar iedere buitenlandse bliksemafleider waarmee hij het electoraat om de tuin kan leiden.

De EU is voor Erdogan sowieso al kop van Jut, dus als zijn ministers in daartoe behorende landen geweigerd worden om campagne te voeren zal hij dat volledig uitbuiten. We zullen dan zeker nogmaals horen wat hij al vaker heeft gezegd: dat vrijheden nergens zo goed zijn geregeld als in Turkije (echt, hij zei het).

Wedstrijd

Aan de andere kant, mag Cavusoglu wel naar Nederland komen dan maakt Erdogan daar onder de onder de ontstane omstandigheden waarschijnlijk net zo zeer gebruik van. In dat geval zal hij een appel doen op nationalistische gevoelens onder de Turken door te zeggen dat Nederland na alle heisa gezwicht is voor het ‘machtige nieuwe Turkije.’

Slimmer was het geweest wanneer Den Haag totaal geen aandacht had besteed aan de eventuele komst van Cavusoglu naar Nederland. Maar ja, we weten het natuurlijk, ook Nederland gaat naar de stembus.

En zo begon de verkiezingscampagne de laatste dagen aardig op een wedstrijd inbeuken op Erdogan te lijken. Niet erg smaakvol om de abominabele mensenrechtensituatie onder zijn regime te gebruiken ten einde daar politieke munt uit te slaan in Nederland. Maar doet het er veel toe? Ach, heel weinig.

Onzekerheid

Dat Erdogans Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP) het zo belangrijk vindt om ook in Nederland campagne te voeren verraadt onzekerheid over het referendum. Er zijn dan ook veel variabele factoren.

Zo is het onduidelijk in welke mate Erdogan voor een presidentieel systeem kan rekenen op de meest conservatieve Turken én Koerden binnen de AKP-achterban. Daarnaast is er de verdeeldheid binnen de ultranationalistische Partij van de Nationale Beweging (MHP). Zonder de steun van hun leider, Devlet Bahceli, was het referendum niet mogelijk geweest, maar dat is hem vanuit zijn eigen gelederen op veel kritiek komen te staan.

Peilers

De onzekerheid wordt benadrukt door de onbetrouwbaarheid van Turkse opiniepeilers. Hun reputatie liep naar aanleiding van de verkiezingen in november 2015 zo veel schade op dat hun voorspellingen zich nu zo ongeveer op het niveau van vage geruchten bevinden. Het meest geloofwaardige wat peilers nu zeggen is dat veel stemmers twijfelen, maar juist daarmee halen ze hun voorspellingen over percentages onderuit.

Toch hecht het nee-kamp veel geloof aan wat opiniepeilers zeggen. Hoe ver dat gaat bleek toen de anti-AKP-media onlangs volop meegingen in de voorspelling van opiniepeiler Themis als zou 57,6 van de stemmers zich bij het referendum tegen het voorstel over een presidentieel systeem gaan uitspreken. Themis is een nieuwe opiniepeiler die nog geen enkele betrouwbaarheid heeft bewezen. Riskant dus om daar vanuit te gaan. Wishful thinking, daar komt het op neer.

Voor november 2015 kwam geen enkele peiler dicht in de buurt van de 49,5 procent voor de AKP bij de verkiezingen. Het warmst was opiniepeiler A&G met 47,2 procent. Daarom lijkt het me niet onbelangrijk dat A&G het in haar laatste peiling op 53,2 procent ‘ja’ hield voor het referendum. In Turkije bestaat daar echter opmerkelijk weinig aandacht voor en kijkt iedereen vooral naar de peiling die het best in het eigen straatje past.

‘Positieve’ campagne

Het lijkt er ook veel op dat de tegenstanders van een presidentieel systeem de factoren onderschatten waar Erdogan en zijn AKP voordeel uit kunnen putten. De verregaande controle van de regeringspartij over de media, die door de noodtoestand alleen maar intensiever werd, is er daar slechts een van.

Een andere voordeel voor de AKP is dat ze in tegenstelling tot de oppositie een ‘positieve’ campagne kan voeren. De AKP kan met andere woorden beloften doen over verbeteringen die een presidentieel systeem met zich mee zou brengen. Alles wat de oppositie kan beloven is dat het blijft zoals het nu is, wat door niemand als een vooruitgang kan worden gezien.

Die ongelijkheid plaatst over het algemeen vraagtekens bij het fenomeen referendum. Eerlijker zou het zijn wanneer een keuze kan worden gemaakt tussen twee voorstellen over een grondwetswijziging, omdat dan door meerdere partijen een positieve campagne gevoerd kan worden. Met een dergelijk referendum zou de AKP natuurlijk nooit akkoord gaan.

Belang

Er wordt gezegd dat de Turken voor de belangrijkste beslissing uit de geschiedenis van hun republiek staan, maar zelf ben ik geneigd dat belang te bagatelliseren. In werkelijkheid gaat het namelijk niet echt om de invoering van een presidentieel systeem, want die bestuursvorm kent Turkije in de praktijk al sinds Erdogan in 2014 president werd en hij de omschrijving van dat ambt in de grondwet aan zijn laars lapte. Erdogan zei twee jaar geleden zelf dat het presidentieel systeem een feit was in Turkije en dat die situatie niet meer teruggedraaid kon worden.

Dat laatste maakt de beloften die de AKP nu aan een presidentieel systeem verbindt ook tot grote kolder, zoals de belofte over meer stabiliteit. Waarom zorgde Erdogan daar niet voor in de twee jaar waarin Turkije volgens zijn eigen zeggen al over een presidentieel systeem beschikte?

Hij zal zonder enige twijfel zeggen dat de samenzwering van buitenlandse machten (waarvan de samenstelling immer verandert) Turkije van stabiliteit weerhielden, maar zelfs als het zo zit, wat kan hij dan tegen die samenzweerders beginnen met een ja-meerderheid bij het referendum wat hij daarvoor al niet kon verwezenlijken?

De beloften van Erdogan & Co. zijn als een groot zwart gat waar iedere ratio in verdwijnt.

Bottom line

Het enige dat zal veranderen wanneer het op 16 april ‘ja’ wordt is dat een door Erdogan afgedwongen illegale situatie gelegitimeerd wordt. Wordt het die dag ‘nee’ dan zal Erdogan geen spat minder autocratisch worden. De afbraak van de rechtsstaat die Turkije de afgelopen jaren heeft meegemaakt zal dan bijvoorbeeld ook zeker niet terug worden gedraaid.

De bottom line is dat in Turkije geen kans bestaat op democratisering, een verbetering van de mensenrechten, of meer sociale rechtvaardigheid, zolang Erdogan aan de macht is. Een ‘nee’ bij het referendum zal niets veranderen; de belangen van tachtig miljoen Turken zullen hoe dan ook ondergeschikt blijven aan die van een man.

Kortom, als het op 16 april ‘nee’ wordt zou dat hooguit leuk zijn omdat het Erdogans psyche waarschijnlijk een deuk geeft. Meer relevantie herken ik hier echter niet. Of buitenlandminister Cavusoglu wel of niet campagne komt voeren in Nederland kan me eerlijk gezegd nog minder boeien.

Volg Peter Edel op Twitter

Peter Edel is schrijver van De diepte van de Bosporus, een politieke biografie van Turkije (2012, Uitgeverij EPO, Antwerpen)