about
Toon menu
Opinie

De broeksriempolitiek faalt

Een beleid van snijden in overheidsdiensten en langer en harder werken voor minder geld, dat is volgens onze beleidsmakers de weg naar economisch herstel. Er is echter één probleem: zo’n broeksriempolitiek werkt gewoon niet.
dinsdag 7 maart 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Al bijna tien jaar lang voeren Europa en nationale regeringen een soberheidspolitiek. Austerity, zo heet dat in het Engels. “We kunnen niet meer uitgeven dan er binnenkomt.” “De tering naar de nering zetten.” “Snoeien om te groeien.” “We mogen toekomstige generaties niet met nog meer schuld opzadelen.” Het klinkt logisch, maar er is één probleem met de soberheidspolitiek: ze werkt gewoon niet. Of toch niet voor de doelstellingen die regeringen ons willen doen geloven.

Overheden overal ter wereld hebben de mond vol van groei en competitiviteit. “We moeten de concurrentiepositie van onze bedrijven versterken”, zo klinkt het. De theorie is dat dit voor meer werkgelegenheid zorgt, wat de economie doet groeien en waardoor de belastinginkomsten voor de staat toenemen.

Euro staat in de weg

Vroeger kon een land in economische moeilijkheden vrij eenvoudig de ‘concurrentiepositie’ versterken door middel van een devaluatie van de munt. Stel dat Italië zich in moeilijk economisch vaarwater bevond. De regering (samen met de centrale bank) kon dan de nationale munt, de lire, devalueren, waardoor die minder waard werd ten opzichte van, bijvoorbeeld, de Duitse mark. Buitenlanders gingen eerder een Italiaanse Fiat kopen dan een Duitse BMW, omdat die eerste relatief een stuk goedkoper werd. De Italiaanse export kwam weer op gang en dat leidde op zijn beurt tot meer werkgelegenheid in Italië en een aanzienlijke versterking van de economische positie.

Toen kwam de euro en veranderde alles. Sinds 1999 (voor consumenten sinds 2002) maken de eurolanden gebruik van de gezamenlijke munt. Wisselkoersen konden niet meer onderling aangepast worden. Een land in economische moeilijkheden moest op zoek naar andere oplossingen.

Financiële crisis

Zolang alles economisch goed verliep, was er geen probleem. Alles was koek en ei, zo leek het wel: een lang tijdperk van stabiele economische groei in heel Europa en geen geknutsel meer met wisselkoersen. Maar in 2008 barstte de economische bom. De crisis begon in de financiële wereld, bij de banken, maar sloeg al snel over naar de hele economie. Tot vandaag voelen we de gevolgen van de ‘Grote Recessie’.

Tal van landen kreeg het economisch hard te verduren. Een oplossing had erin kunnen bestaan de nationale munt te devalueren om de economie weer op gang te trekken. Dat ging natuurlijk niet meer, sinds de komst van de euro. Overheden moesten daarom iets anders verzinnen om de massa nieuwe schulden – onder meer het gevolg van de redding van de banken – terug te betalen.

De ‘oplossing’ waar regeringen en eurocraten mee voor de dag kwamen: interne devaluatie en austerity.

Interne devaluatie

Een interne devaluatie betekent samengevat een daling van de lonen. Ondernemingen moeten hun personeel minder uitbetalen per gepresteerde uur arbeid. De totale kostprijs van de productie gaat omlaag en de onderneming staat weer sterker tegenover buitenlandse concurrenten. Dit zou de economie weer in gang moeten zetten en de crisis tot een einde brengen.

Wanneer de lonen dalen, dan gaat de binnenlandse consumptie achteruit. Een product of dienst zal wel goedkoper worden – hetgeen de concurrentiepositie met het buitenland inderdaad versterkt – maar wie schiet er dan nog over om de producten in het eigen land te kopen?

Onze regering is al een tijdje in hetzelfde bedje ziek. Eerst kregen alle werknemers een indexsprong te slikken, waardoor ze voor de rest van hun leven twee procent koopkracht kwijt zijn. Nu komt minister van Werk Kris Peeters met zijn plan voor ‘werkbaar en wendbaar werk’, waardoor werknemers minder uitbetaald krijgen voor hun gepresteerde overuren. Of politici pleiten voor flexi-jobs, waaraan lagere sociale zekerheidsbijdragen zijn gekoppeld. Dit kadert perfect binnen de interne devaluatie: het drukken van de loonkost.

Soberheid

Maar daarmee zijn de overheidsschulden natuurlijk nog niet afbetaald. Hier komt de soberheidspolitiek in het spel, strengheid oftewel austerity in het Engels. Het is “erop gericht overheidsschuld af te bouwen, economische competitiviteit te verhogen en ondernemersvertrouwen op te krikken”, aldus econoom Mark Blyth, auteur van het boek ‘Austerity: The History of a Dangerous Idea’ (2013). De aanhangers denken dit te doen door te besparen op allerlei overheidsdiensten, zoals gezondheidszorg of openbaar vervoer, de pensioenen te verlagen, de pensioenleeftijd te verhogen of de taksen op consumptie op te trekken.

Het grote probleem is dat austeriteit niet werkt. De landen die deze politiek hanteerden om uit de schulden te geraken, zijn er na jarenlange besparingsmaatregelen slechter aan toe dan tevoren. Hun schuldgraad (de schuld ten opzichte van het bruto nationaal product) is in de meeste gevallen enkel maar gestegen. Griekenland is hiervan het meest schrijnende voorbeeld. Terwijl de pensioenen in twee geknipt werden en patiënten in wachtzalen stierven omwille van een kapotbespaarde gezondheidszorg, bedraagt de Griekse schuldgraad vandaag 175 procent, ten opzichte van 106 procent in 2007, voordat de crisis toesloeg. Griekenland zal zijn schulden nooit kunnen afbetalen. Alleen willen de eurocraten dit nog niet onder ogen zien.

Investeren in de mens en in de toekomst, dat is wat vandaag moet gebeuren

Dit is het gevolg wanneer iedereen tegelijk bespaart. Toen de financieel-economische crisis uitbrak, namen private investeringen snel af omwille van een onzekere toekomst. Op zo’n moment zou de overheid de plaats van private investeerders moeten innemen om de economie op gang te brengen. Dit zou zorgen voor werkgelegenheid, meer belastinginkomsten – noodzakelijk om overheidsschuld in te lossen – en een infrastructuur die klaar is voor de toekomst. Helaas wordt zulk beleid verboden door de Europese Commissie. Econoom Paul De Grauwe is hiervoor snoeihard: “[dit is] een buitengewoon domme regel die ons niet toelaat te doen wat moet gedaan worden: investeren in de toekomst” (De Morgen, 12 december 2016).

Investeren in de toekomst

En dat is precies wat vandaag moet gebeuren: investeren in de mens en in de toekomst. Overheden lenen vandaag aan extreem lage tarieven. Dit is het uitgelezen moment om te investeren in duurzame economie, in hernieuwbare energie, in het openbaar vervoer van de 21ste eeuw, in democratisch onderwijs en een performante gezondheidszorg. Dit zijn stuk voor stuk waardevolle activa die de huidige én toekomstige generaties ten goede komen.

Daarnaast moeten de lonen omhoog. De collectieve sterkte van vakbonden zijn hiervoor de beste garantie. Een fatsoenlijk loon waar je waardig van kunt leven, dat is de beste manier om de economie weer op gang te trekken. Wie vandaag bijvoorbeeld zijn nettoloon van 1.500 euro met tien procent ziet stijgen, zal volgende maand allicht een groot stuk van die 150 euro spenderen. Een topmanager – of een bijklussende parlementsvoorzitter, we zeggen maar wat – die tien procent extra krijgt op zijn loon van 16.000 euro netto, zal in verhouding waarschijnlijk een kleiner deel daarvan in de economie pompen.

Omgekeerde herverdeling

De broeksriempolitiek heeft gefaald. Dat is de conclusie na bijna een decennium ongewijzigd beleid. Maar afgezien daarvan is deze politiek ook bijzonder onrechtvaardig. Lage inkomensgroepen voelen het snoeiwerk in de publieke dienstverlening veel harder dan hogere inkomensgroepen. Jan Modaal neemt de bus of de trein, de rijken beschikken over hun privévervoer. De doorsnee burger maakt gebruik van gezondheidszorg of zoekt sociale bescherming wanneer hij een tegenslag ondervindt, de rijke kan ook wel in een privéziekenhuis terecht. Een gezin met een bescheiden inkomen wil de kinderen graag naar de universiteit sturen. Dat kan omdat onderwijs in ons land gesubsidieerd wordt. De rijkste 1 procent kan zoon of dochter ook wel aan een dure privé-instelling laten studeren.

Burgers betalen twee keer: eerst om de banken te redden en daarna door harde besparingen

“De effecten van soberheid zijn ongelijk in verschillende segmenten van de samenleving,” aldus Mark Blyth. “Wie betaalt en wie betaalt niet? Zij die verantwoordelijk zijn voor deze puinhoop (de financieel-economische crisis, nvdr), betalen niet. Zij die al betaalden voor de redding van de banken (de belastingbetaler, nvdr), zullen opnieuw betalen door de soberheidspolitiek.” Het is omgekeerde herverdeling: van arm naar rijk.

Dit is geen controversiële economische theorie. Economen zijn het er grotendeels over eens dat een economie niet uit het slop raakt door allen op hetzelfde moment te besparen. Twee vragen blijven onbeantwoord. Weten de politici dit allemaal niet en volharden ze toch in hun neoliberale boosheid? Of weten ze het wel en zien ze het als een positief maatschappelijk verhaal? Als het antwoord op de eerste vraag positief is, zijn ze schrijnend incompetent en dringend aan vervanging toe. Is het antwoord op de tweede vraag positief, dan zijn ze hun moreel kompas voorgoed kwijt en zijn ze ook – en nog dringender – aan vervanging toe.

Deze bijdrage verscheen eerder in De Nieuwe Werker, het ledenblad van het ABVV.

reacties

3 reacties

  • door Bart op dinsdag 7 maart 2017

    Je vertrekt van verkeerde aannames. Er is inderdaad veel retoriek geweest over besparen, broeksriem aanhalen en austerity maar de feiten komen compleet niet overeen met die retoriek...

    Elk jaar wordt er door de overheid meer uitgeven dan het jaar ervoor (belgostat geeft overheidsuitgaven van 216 miljard aan in 2012, 218 milard in 2013, 220 miljard in 2014, en 221 milard in 2015)

    Elk jaar wordt er door de overheid tussen de 10 en 16 miljard meer uitgegeven dan er binnenkomt.

    Elk jaar wordt er door de overheid 12-14 miljard uitgegeven aan rente op staatsschuld

    Er wordt dus niet bespaard op de totale overheidsuitgaven, dat bedrag blijft groeien en is altijd groter dan de overheids-inkomsten. Er wordt wel verschoven binnen die overheidsuitgaven, en de gemaakte verschuivingen zorgen voor sociale afbraak, zonder dat ze ons dichter bij het doel van een sluitende begroting brengen.

    Actie voeren tegen de gemaakte verschuivingen, prima ga zo door. Maar richt je energie waar die thuishoort: de discrepantie tussen de retoriek en de acties van politici (en voor de duidelijk heid dat geldt voor zowel linkse als rechtse politici, budgetair gezien zijn alle partijen even onverantwoordelijk).

    Het kernidee dat we niet kunnen blijven meer uitgeven dan er binnenkomt is juist en noodzakelijk. De acties die door de huidige rechtse overheid genomen zijn, alle retoriek en spijt, in tegenstrijd met dat idee.

    • door PVDPUTTE op donderdag 9 maart 2017

      Elk jaar wordt er door de overheid meer uitgegeven omdat er meer leningen afbetaald moeten worden. Elk jaar wordt er door de overheid meer uitgegeven omdat er meer mensen hulp en zorg behoeven. Elk jaar wordt er door de overheid meer uitgegeven omdat er meer betaald dient te worden voor hetgeen ze vroeger zelf goedkoper deden en nu omwille van de heilige liberale markt-koe die dingen moeten uitbesteden aan de privé-sector. Elk jaar wordt er door de overheid meer uitgegeven omdat de kroonjuwelen tegen bodemprijzen verkocht moeten worden en dat dus weer elders een verlies aan inkomsten genereert. Elk jaar wordt er door de overheid meer uitgegeven omdat bepaalde categorieën mensen nog steeds denken dat belastingen betalen iets is voor de armen en de overheid het dus met minder geld moet doen.

      Over verkeerde aannames gesproken....

  • door Roland Horvath op dinsdag 7 maart 2017

    Bezuinigingen doen een consument geld overhouden als zijn inkomen gelijk blijft. Maar in een hele staathuishouding betekent bezuinigingen minder bestedingen, - productie, - inkomen, - export, minder waarde van de euro. En er blijft ook niet meer geld over. Dus het resultaat is armoede en afbraak van de economie vooral van KMO.

    De bezuinigingen zijn er zogenaamd om de waarde van de euro hoog te houden en voor het concurrentie vermogen. De waarde van de euro is gedaald door de bezuinigingen en het concurrentievermogen is verminderd want de export is gedaald. De bezuinigingen zijn er uitsluitend om de Sociale Zekerheid SZ volledig af te bouwen door de overheden in geldmoeilijkheden te brengen. Ze moeten tegelijkertijd: Bezuinigen, niet meer belastingen heffen, geen bijkomende leningen, versneld overheidsschulden afbetalen, afschrijven van investeringen in 1 jaar door die te boeken bij lopende uitgaven en nu meer wapens kopen voor de NAVO. Daar kunnen ze aan voldoen als ze bezuinigen in de SZ. De GMO willen van de EU een goedkope werkplaats maken, dus moet de SZ er uit en zo worden hun bedrijfslasten behalve dividenden kleiner.

    Bezuinigingen moeten afgeschaft. Dan pas is er groei mogelijk en het afbetalen van de overheidsschuld.

    De soberheid/ bezuinigingen politiek is goedgekeurd door regeringen en parlementen van de eurozone en het EU parlement. Dat illustreert de onbekwaamheid en het gebrek aan kennis van economie van de politici in het EU bestuur en in de staten.

    De politici begrijpen niet dat ze verkeerd doen. Maar ze voldoen aan de neoliberale grillen van de GMO. En die weten wel dat ze verkeerd doen en dat het resultaat is een maatschappij in verval gedurende jaren, agressief, extreme armoede bij de 99% en super rijkdom bij enkelen.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties