about
Toon menu

Regering Brazilië vergroot sociale ongelijkheid

De Braziliaanse regering wil de pensioenen hervormen. Daar worden alleen de arme Brazilianen de dupe van, want velen halen door hun levens- en werkomstandigheden de pensioenleeftijd van 65 jaar niet. De regering van president Michel Temer beweert de lat voor iedereen gelijk te leggen.
maandag 6 maart 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Sinds hij de macht overnam van Dilma Rousseff in wat door de buitenwereld als een coup wordt gezien, voert president Michel Temer een hard neoliberaal beleid dat de sociale overheidsprogramma's afschaft, die onder presidenten Rousseff en Lula waren opgericht. Een van de voornaamste projecten van zijn voorgangers was de invoering van een algemeen pensioenstelsel voor alle Brazilianen.

Rekening houdend met de hardheid van het leven van arme Brazilianen en hun minder lange levensverwachting werd een pensioenstelsel opgericht dat alle Brazilianen een klein pensioen garandeert vanaf de leeftijd van 60 jaar voor vrouwen en 65 voor mannen. De regering van Michel Temer wil de pensioenleeftijd nu voor iedereen op 65 brengen.

Wat wordt voorgesteld als een algemene maatregel die voor elke Braziliaan gelijk zou zijn, is in werkelijkheid uitsluitend nadelig voor de arme Brazilianen, voor wie een klein pensioen meestal een essentieel levensinkomen biedt. In het arme en grotendeels agrarische noorden worden Brazilianen gemiddeld 8 jaar minder oud dan in het zuiden van het land.

Zelfs binnen eenzelfde stad is de sociale ongelijkheid groot. In Alto Pinheiros, een rijke wijk van São Paulo, leven de mensen gemiddeld 25,8 jaar langer dan in Ciudad Tiradentes, een arme wijk in dezelfde stad: een levensverwachting van 79,6 jaar tegenover een van 53,8 jaar. Als de pensioenleeftijd op 65 jaar komt te liggen, dan zullen de meeste inwoners van Ciudad Tiradentes nooit de pensioengerechtigde leeftijd halen.

Gesubsidieerde elites

Vandaag kunnen Brazilianen met pensioen na 25 tot 35 jaar, afhankelijk van het soort werk dat ze gedaan hebben. Volgens het huidige pensioenstelsel ligt de pensioenleeftijd in de stedelijke gebieden voor vrouwen op 60 jaar en voor mannen op 65 jaar, op het platteland is dat respectievelijk 55 en 60 jaar.

Bepaalde groepen in de maatschappij hebben echter meer privileges. Ambtenaren krijgen hun volledige loon als pensioen, het pensioen van werknemers in de privésector is een fractie van hun loon. President Temer wil ambtenaren- en privé-pensioenen gelijkschakelen maar dat botst op groot verzet bij de ambtenaren. Onder meer militairen vallen daarom niet onder de hervorming die het parlement momenteel behandelt.

Het aantal “inactieve” ambtenaren en gepensioneerde militairen bedraagt minder dan een miljoen maar het tekort in hun pensioenstelsel is even groot als dat voor werknemers in de privésector, dat meer dan 30 miljoen begunstigden telt.

Door de autonomie van de verschillende machten hebben de magistratuur en de parlementairen herhaaldelijk hun eigen lonen verhoogd en duizenden assistenten aangeworven. Hun begrotingen behoren tot de zwaarste ter wereld.

Onderwijs kan een instrument zijn om ongelijkheid te verminderen maar in Brazilië gebeurt net het omgekeerde. De beste universiteiten zijn openbaar en helemaal gratis, maar door allerlei niet-officiële filters zijn ze grotendeels toch een monopolie van de rijkste Brazilianen.

Het beste basisonderwijs vind je in privéscholen, die minstens 500 dollar per leerling per maand kosten. Kinderen uit de middenklasse- en rijke gezinnen domineren daardoor de toegangsproeven tot de meest begeerde universiteiten, of hoe de overheid de intellectuele en economische elites subsidieert.

Bron: El Estado alimenta desigualdades en Brasil