about
Toon menu
Essay

Hoe het platformkapitalisme nieuwe monopolies en machtsconcentraties voortbrengt

Platformkapitalisme is een term die steeds meer valt. Maar wat is dat platformkapitalisme nu precies en wat zijn de effecten ervan?
donderdag 2 maart 2017

Werken in the cloud maakt een kantoor overbodig, met streamingdiensten staat je hele muziekbibliotheek altijd ter beschikking, met Uber ben je taxichauffeur wanneer je maar wil en sociale media stellen ons in staat om op horizontale en directe wijze te communiceren. De nieuwe digitale revolutie rijmt op vrijheid en blijheid als je de techno-optimisten mag geloven.

Dat digitalisering niet leidde tot de utopie die techno-opitimisten ons voorspiegelden, sijpelt ondertussen steeds meer door in het collectieve bewustzijn. Een smartphone is minstens even verknechtend als bevrijdend en sites als Uber of Airbnb dragen bij tot verregaande precarisering. Ook sociale media brachten niet het utopia van de vrije, machtsvrije communicatie, ze zadelden ons evengoed met fake news en een verregaande reductie van de privacy.

Toch blijft het verbazingwekkend hoe weinig pogingen er ondernomen worden om de echte, economische betekenis te begrijpen van wat we digitalisering noemen. Eén van de weinigen die dit wel probeert is de Brit Nick Snricek. In zijn pas verschenen boek Platform Capitalism analyseert hij de digitale economie en wat die ons vertelt over onze huidige economie.

De centrale stelling van Snricek is dat wat we digitalisering noemen eigenlijk een nieuwe fase inluidt van het kapitalisme. Wat we vandaag meemaken is de opkomst van het platformkapitalisme. Het is een kapitalisme dat gebaseerd is op nieuwe technologieën, nieuwe vormen van winstmaximalistie en nieuwe types arbeid. Eigenlijk gaat het om een fundamentele economische reorganisatie die vergelijkbaar is met de introductie van fabrieken of spoorwegen: het leidt tot een heel nieuwe economische en maatschappelijke werkelijkheid. En het is die werkelijkheid die vandaag nauwelijks begrepen wordt.

Het nieuwe goud

Het platformkapitalisme is een kapitalisme waarin data het nieuwe goud zijn. Een steeds groter deel van de economie is gericht op het toegang krijgen en ontsluiten van nieuwe data en het ontwikkelen van technieken om die data te analyseren. Toegang tot meer data stelt producenten in staat om bestaande algoritmes te verbeteren, om productieprocessen efficiënter te maken en weinig winstgevende producten om te toveren tot lucratieve diensten. En vooral: hoe groter de toegang tot data en hoe beter de technieken worden om data te verwerken, hoe meer nuttige data weer kunnen ontsloten worden.

Data hebben de unieke eigenschap dat ze zichzelf vermenigvuldigen tijdens het verwerkingsproces. Het patroon van wat je liket op Facebook bijvoorbeeld, laat na analyse toe te bepalen wat je persoonlijkheidstype is, wat je potentieel koopgedrag is, hoe je je verhoudt tot andere contacten en om voorspellingen te doen over toekomstig gedrag. Eén set van data opent op die manier de deur naar een veelheid aan andere datasets.

In een economie die gecentreerd is rond data, wordt het van cruciaal belang om methodes te ontwikkelen om zoveel mogelijk data te verzamelen en te analyseren. De beste manier om dat te doen is het ontwikkelen van digitale platforms. Het platform is voor het platformkapitalisme wat de fabriek voor het industriële kapitalisme was. Het is het instrument waarmee waarde gecreëerd wordt, waarin ruwe grondstoffen (primaire data) verzameld worden en verwerkt worden tot bruikbare, lucratieve producten (geanalyseerde data).

In de meeste elementaire betekenis is het platform een digitale plaats waarin twee of meerdere groepen in interactie kunnen treden met elkaar. Het is een plaats waarin al die interacties kunnen geregistreerd en geanalyseerd worden, zodat nieuwe data geproduceerd worden.

Platformen zijn geen neutrale ruimtes, ze zijn erop gericht om bepaalde types interacties te produceren of andere af te remmen en bepaalde soorten data voort te brengen. De macht ligt bij diegenen die het platform ontwerpen, sturen en de geproduceerde data kunnen monopoliseren. De nieuwe bezittende klasse is een klasse die vooral data weet toe te eigenen.

Outsourcing

Platformen kennen we allemaal. De kans is groot dat u dit artikel leest via een link die gedeeld werd op een platform als Twitter of Facebook. Toch zijn die sociale media slechts een klein en weinig substantieel deel van het platformkapitalisme. Grosso modo heb je vijf verschillende types platformen. Facebook en Twitter kan je beschouwen als advertentieplatformen. Het zijn platformen die aan de hand van verzamelde data de juiste gebruikers met de juiste adverteerders wil verbinden en die het meeste inkomsten halen uit advertenties.

Ook welgekend zijn de ‘product platforms’ en ‘lean platforms’. De bekendste ‘lean platforms’ zijn Uber en Airbnb. Ze kunnen ‘lean platforms’ genoemd worden omdat ze zelf niets produceren of aanbieden, eerder faciliteren of creëren ze het contact tussen aanbod en vraag. Uber bezit bijvoorbeeld geen taxis, net zoals Airbnb geen bedden of kamers bezit. Dit is meteen ook het voornaamste verschil tussen ‘product platforms’ en ‘lean platforms’. In tegenstelling tot ‘lean platforms’ bieden ‘product platforms’ wel producten aan. Bekendste voorbeeld hier is een streamingdienst zoals Spotify.

De meest belangrijke en revolutionaire platforms van het platformkapitalisme zijn diegene die nagenoeg onzichtbaar zijn. Onzichtbaar, omdat ze vooral ingezet worden in productieprocessen, waardoor er geen rechtstreeks contact met consumenten bestaat. In dit verband zijn de zogenaamde ‘cloud platforms’ heel interessant. 'Cloud platforms' zijn ontstaan vanuit een interne noodzaak binnen bedrijven. Amazon ontwikkelde bijvoorbeeld een intern platform, Amazon Web Services (AWS), om de eigen logistieke operaties zo efficiënt mogelijk te organiseren. Het is een platform dat data over klanten, trajecten, producten en dergelijk meer bijhoudt, analyseert en optimaliseert.

Eenmaal dit intern platform ontwikkeld was, zag Amazon gauw in dat de ontwikkelde technologie kon verhuurd worden aan andere bedrijven. Analyse van data, opslagruimte, onderhoud van servers of het bijhouden van klantengegevens zijn immers zaken waar de meeste bedrijven niet de nodige expertise voor in huis hebben om het zelf te organiseren. Bovendien kunnen al die zaken vanop afstand en online – in de cloud dus – opgevolgd en beheerd worden.

Eigenlijk is het een soort outsourcing van informatietechnologie. Ook andere bedrijven als Google en Microsoft begeven zich steeds nadrukkelijker op deze markt. De adder onder het gras is echter dat deze bedrijven natuurlijk eigenaar blijven van de cloud-platforms die ze aanbieden, de data vloeien dus ook naar hen door. Op die manier verwerven ze steeds grotere macht binnen verschillende sectoren.

Industriële platforms hebben veel gemeen met de cloud-platforms. Ook zij zijn ontstaan vanuit een interne nood van bedrijven, maar dan specifiek industriële bedrijven. Net als in andere sectoren heeft zich in het industriële proces een digitale revolutie voltrokken. Machines zijn uitgerust met sensoren en chips, aangesloten op het ‘internet of things’ en genereren zo een massadata. General Electric ontwikkelt bijvoorbeeld meer data in zijn productie dan Facebook.

Om al die data te verzamelen en te verwerken wordt eveneens gebruik gemaakt van platformen. Die platformen worden zowel ontwikkeld door bedrijven die er gebruik van maken (General Electric en Siemens bijvoorbeeld) maar evengoed door externe bedrijven die niet in de industrie actief zijn (Microsoft en Intel bijvoorbeeld).

Opnieuw geldt hier hetzelfde mechanisme als bij de cloud-platforms. Bedrijven die industriële platformen ontwikkelen, verhuren de ontwikkelde technologie en expertise aan andere bedrijven en leggen op die manier beslag op nieuwe data. Ontwikkelaars van industriële platforms graven zich zo steeds meer in in diverse industriële sectoren.

Monopolie en macht

Vandaag vindt een ware datarush plaats. Bedrijven die actief zijn binnen het platformkapitalisme proberen op heel agressieve wijze zoveel mogelijk beslag te leggen op zoveel mogelijk data. Het gaat dus om een nieuwe vorm van competitie, één die niet gericht is op de scherpste prijs of de meest efficiënte productie maar de accumulatie van data. Dit gaat gepaard met een politiek van privatisering en de creatie van nieuwe afhankelijkheidsrelaties.

Facebook, bijvoorbeeld, experimenteert met de ontwikkeling van een chatbot die Google zou kunnen wegconcurreren en meteen ook het gros van het internet zou privatiseren. Iedere mogelijke vraag, wens of info zou je kunnen vragen aan die chatbot, waarop meteen een antwoord volgt. Op die manier zou je in principe nooit meer de interface van Facebook moeten verlaten. Het sluit aan bij een meer algemene tendens waarbij gebruikers steeds meer ‘opgesloten’ worden in een bepaalde omgeving, of bij de privatisering van het internet door middel van apps.

Silicon Valley

In het platformkapitalisme zit een ingebouwde neiging tot monopolievorming. Dat heeft, naast de jacht op data, ook veel te maken met de manier waarop platformen zelf functioneren. Op platformen krijg je gauw netwerk-effecten, dat wil zeggen: hoe meer interactie en data, hoe sterker en performanter het platform wordt en hoe minder concurrentie er mogelijk wordt.

Dat effect kennen we allemaal. Kijk bijvoorbeeld naar Facebook: het sociale netwerk is zo groot geworden en daardoor zo sterk dat het heel moeilijk is om er de concurrentie mee aan te gaan. Verschillende pogingen daartoe hebben steeds gefaald. Maar dit effect is niet enkel werkzaam bij Facebook, het speelt evengoed bij de andere types platformen. Gevolg is dat je in steeds meer sectoren een toenemende macht krijgt van een heel beperkt aantal spelers.

Bubble

Toch kent het platformkapitalisme ook zijn zwakke plekken. Platforms die afhankelijk zijn van advertentie-inkomsten, zoals Facebook of Twitter, zijn ook afhankelijk van een context van economische groei. Wanneer die groei sputtert zullen ook de advertentie-inkomsten dalen. Ofwel gaat een platform dan over de kop, ofwel zoekt het nieuwe inkomstenbronnen door zijn diensten of sommige delen daarvan betalend te maken.

Een andere zwakte van sommige platforms is dat ze gebaseerd zijn op het growth before profit model. Dat wil zeggen dat groei belangrijker wordt geacht dan winst. Uber, Twitter of Snapchat zijn bijvoorbeeld helemaal niet rendabel, maar ze groeien wel snel en zijn daarom aantrekkelijk voor beleggers. Dat soort platforms dreigen uiteindelijk bubbels te worden en ten onder te gaan als ze op termijn niet rendabel worden. Het is een scenario dat sterk doet denken aan de dotcom bubble in het begin van de jaren 2000.

Platforms die ingezet worden in de productie zullen vermoedelijk wel blijvers zijn, en enkel aan belang inwinnen. Dat is niet zonder gevaar. Omdat het betekent dat de basisinfrastructuur van onze samenlevingen – communicatie, energie, industrie, distributie – steeds meer in handen komt van een kleine groep machtige bedrijven. Via platformen worden verschillende sectoren van binnenuit overgenomen en dat zal op termijn tot grote democratische uitdagingen leiden. De komende strijd zal er dus ook één zijn voor de democratisering van bestaande platformen en de oprichting van nieuwe, democratische platformen die data publiek ter beschikking stellen en delen.

 

 

Dit artikel is gebaseerd op het boek Platform Capitalism van Nick Srnicek. Meer info vind je alvast in dat boek terug.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

3 reacties

  • door Carlos Pauwels op donderdag 2 maart 2017

    Die verwijzing naar de dotcom bubble van begin de jaren 2000 zou best ernstig genomen worden omwille van de kuddegeest.

  • door Lucie Evers op vrijdag 3 maart 2017

    In dit artikel wordt veel op één hoop gegooid. En vooral, niets vertelt over de 'alternatieven' die ook bestaan. 1. de inkomsten uit advertenties dalen en zullen dat blijven doen, een belangrijke bron van inkomsten wordt het verkopen van sets van data met bijhorende informatie (data is geen informatie, informatie is geen kennis) 2. Er bestaat ook een beweging 'platform co-operatism' als reactie op platform capitalism, maar die is - typisch links- hopeloos versplinterd en discuteert over het geslacht der engelen ipv een krachtig (dus economisch en dus gekapitaliseerd) antwoord te bieden 3. Een democratisch georganiseerd platform mag dan al gecontroleerd worden, dat betekent nog niet dat de data die gegeneerd worden ook vrij beschikbaar zijn, dat is pas een overtreding van de privacy. Je moet een onderscheid maken tussen de data over het beheer het platform ( metadata ) en de productie data zelf 4. De platformen in handen van hyperkapitalisten zijn geen eigenaar van data, maar van meta data , dat is niet het zelfde. 5. Coöperatief werken is niet hetzelfde als open source werken en ook al geen garantie voor bv faire arbeidsvoorwaarden. Transparantie is vaak een a-symetrische communicatie. 5. Code (die de basis vormen van platformen) is niets waard zonder de koppeling aan een markt. Dat laatste kan je 'juist' of 'fout' doen. Daarom is de code zelf niet 'juist' of 'fout'. Elk hebben ze 'ethische en ideologische' grondslag.

  • door Peter Braet op vrijdag 3 maart 2017

    Positief dat U hierover schrijft. Er bestaat ook een federaal Belgisch platform: dat heet G-Cloud. Als U het "Googelt" vindt U vast wel links naar het Britse voorbeeld, daarom hier de URL van de Belgische versie: https://www.gcloud.belgium.be/nl/index.html Eind vorig jaar kreeg fgov hiervoor de technologieprijs van Agoria. Helaas had de staatssecretaris voor administratieve vereenvoudiging het toen veel te druk met Tweets te versturen over zijn andere bevoegdheid, iets over een visum voor een gezin uit Aleppo, en vonden onze kranten het nodig daarover de halve gazet vol te schrijven, net als radio en TV het daar uitgebreid over hadden, om over de social media maar te zwijgen. Zo werd dit uiterst belangrijke nieuws waar we de komende jaren allemaal mee te maken krijgen, zeker zodra we ook met de telefoon draadloos onze eID gaan gebruiken, achterwege gelaten in de media. Toch kan ook de nieuwe digitale economie positief bekeken worden. Mensen worden verlost van geestdodende arbeid. Bijvoorbeeld kan een machine het werk waar een boekhouder een heel jaar over doet in een uurtje klaren. Zo worden ook tal van andere loonslaven van hun labeur verlost. Kan wel alleen maar voor iedereen goed zijn als er een basisinkomen bestaat waarboven op er naar hartenlust mag bijverdiend worden. Want flexi-jobs, mini-jobs en allerlei klusjes blijven bestaan. Tenzij voor universitair geschoolden, techneuten en andere -nog- niet te automatiseren taken zal het "vast werk" niet meer bestaan. Ik zie dat als een bevrijding en ben optimist.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties