about
Toon menu
Opinie

'Wachtkamergesprekken'

Maggie De Block liet afgelopen week weten 'not amused' te zijn dat Geneeskunde voor het Volk Genk een speeddate organiseert 'met Maggie'. Waarover klaagt ze? Patiënten reageren. Zij zijn op hun beurt 'not amused' met de aanhoudende besparingsmaatregelen van deze factuurregering. Dat blijkt hoe langer hoe meer uit de wachtkamergesprekken bij GVHV. Een bloemlezing van deze gesprekken.
vrijdag 17 februari 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

“De hele nacht heb ik wakker gelegen”, zucht Peter tegen een andere patiënt die in de wachtkamer naast hem zit. “De afrekeningsfactuur van het water stak gisteren in de brievenbus. Ik moet vierhonderd euro bijbetalen”. “Ik slaap de laatste tijd ook niet zo goed”, antwoordt Serge. “Mijn vader moet in een rusthuis opgenomen worden. Ik vraag mij af hoe we dat gaan moeten betalen.” De gesprekken die patiënten dagelijks in de wachtkamer van ons wijkgezondheidscentrum van Geneeskunde voor het Volk in Genk voeren, zijn een weerspiegeling van wat gewone mensen in onze samenleving bezighoudt. Het lijkt of mensen van elkaar willen horen dat ze niet de enige zijn die moeite hebben het hoofd boven water te houden. Het afgelopen jaar werd voor mij en mijn collega’s wel één zaak duidelijk: onze ‘wachtkamergesprekken’ worden steeds grimmiger. Daarom besloot ik gedurende één week de volgende vraag aan onze patiënten te stellen: “Waar lig jij ’s nachts wakker van?”. De drie meest opmerkelijke antwoorden heb ik samengevat.  

“Mijn dochter bepaalde dingen moeten ontzeggen” 

Dinsdagnamiddag. Tijdens de verpleegconsultatie krijg ik het bericht dat er iemand voor wondzorg in de wachtzaal zit. Het is Melissa, een alleenstaande moeder van 26 jaar. Ze werkt als verkoopster van vlees en charcuterie in een lokale supermarkt. Om haar wijsvinger zit een met bloed doordrenkte handdoek gewikkeld. “Kan dit dichtgeschroeid worden?”, vraagt ze. “Mijn bazin zegt dat ik dit moet laten dichtschroeien, zodat ik zo snel mogelijk terug aan het werk kan.” Als ik de wonde zie, roep ik er onmiddellijk een dokter bij. De huid om haar wijsvinger is over een aantal centimeter weg geschaafd. Ik vermoed dat hij gehecht moet worden. Mijn vermoedens kloppen. De wijsvinger krijgt vier hechtingen. De dokter vraagt of Melissa van haar werkgeefster documenten voor arbeidsongevallen heeft meegekregen. Hij geeft ook aan dat ze met deze wonde best niet terug aan het werk gaat. Melissa begint te lachen: “Ik heb maar een tijdelijk contract en de bazin heeft al aangegeven dat er voor mijn job al tien anderen in de rij staan te wachten. Ik ga terug naar mijn werk en doe verder.”  

Nadat ik een verband heb aangebracht, stel ik haar mijn vraag. “Melissa, waar lig jij ’s nachts wakker van?” “Dat ik mijn dochter bepaalde dingen moet ontzeggen. Als ze tijdens het wandelen door de winkelstraat mooie schoenen ziet staan en ik haar zie kijken, weet ik dat ze die dolgraag zou dragen. Ze is nog maar zeven jaar maar toch beseft ze dat haar mama deze schoenen niet kan betalen. Dus vraagt ze er niet naar. Dat doet pijn. Steeds alles tot de laatste eurocent moeten uitrekenen om zeker te zijn dat je de rekeningen kan betalen en dan met dat kleine overschot toekomen tot het einde van de maand. Ook de jobonzekerheid zorgt voor slapeloze nachten. Ik heb nog nooit een vaste job gehad, weet je?”   

“Bij ons werkt er niemand van boven de 45 jaar” 

Tijdens de verpleegconsultatie van woensdag krijg ik Dirk over de vloer voor een bloedafname. Hij had een afspraak met de dokter omwille van een verkoudheid en aanhoudende vermoeidheid. Dirk is een stevige kerel van 33 jaar die als productiearbeider de kost verdient. Hij is gehuwd en heeft twee kinderen. Als ik hem vraag hoe het met hem gaat, blaast hij. “Goed zeker. Zolang we kunnen gaan werken gaat alles toch goed, niet?” Ik vraag hem hoe het op het werk is en of hij zijn job nog graag doet. “Bij ons is er veel veranderd. Toen ik negen jaar geleden in ons bedrijf begon, kon ik tijdens het werk nog een gesprek hebben met de collega die naast mij stond. Maar sinds ons bedrijf drie jaar geleden werd overgenomen, hebben ze de productiesnelheid systematisch opgevoerd. Dit terwijl het bedrijf toen al miljoenen winst maakte. Met de chronometer kwam men kijken hoeveel tijd iedere handeling in beslag nam. Het is zo ver gekomen dat je, als je een loopneus hebt, beter thuis kan blijven. Er is geen ruimte meer om je neus te vegen. Als je dat wel doet, rolt de band snel door en heb je een probleem.” Ik schud mijn hoofd en vraag of hij dit meent. “Ik maak je niks wijs”, reageert hij. “Bij ons werkt er niemand van boven de 45. Vanaf het moment dat je niet meer goed kan volgen, kan je het gaan uitleggen. Van aangepast werk is er ook geen sprake. Al wat niet rechtstreeks met de productie te maken heeft, is uitbesteed. Dus ofwel steek je een tandje bij en probeer je vol te houden, ofwel ga je op zoek naar ander werk.”  

Als ik hem vraag waarvan hij ’s nachts wakker ligt, antwoordt hij: “Ik weet dat wij geen reden hebben tot klagen. Zowel ik als mijn vrouw hebben werk. Toch stel ik mij de vraag wat er in de toekomst zal gebeuren als ik niet meer in staat zal zijn mijn job uit te oefenen. Ze mogen zeggen wat ze willen, maar een andere goed betaalde job met een vast contract vinden, is echt niet vanzelfsprekend. Mijn vrouw poetst met dienstencheques. Geloof me, dat is ook een zwaar beroep. Ik kan je nu al vertellen dat zij dat ook niet tot haar 67ste kan doen. Maar ja, ik heb zo het gevoel dat we binnenkort een ‘Win For Lifeke’ gaan krabben”, zegt hij al lachend. Dirk bedankt me, staat op en vertrekt.     

“Ik lig niet wakker van mijn zorgen maar van mijn dromen”  

Vrijdagmorgen krijg ik Naïma over de vloer. Zij komt de bloeddrukmeter terugbrengen die ze van de praktijk leende. Naïma is 46 jaar en moeder van vijf kinderen. Drie jongens en twee dochters. Haar dochters zijn de jongsten en hebben allebei verder gestudeerd. Haar oudste dochter is maatschappelijk werkster, de jongste studeert binnenkort af als ergotherapeute. Naïma is erg trots op haar dochters en vertelt graag over de lange weg die ze hebben moeten afleggen om er te geraken. Als ik haar mijn vraag stel, krijg ik een merkwaardig antwoord: “Niet hetgeen mij wakker houdt maar hetgeen mij moe maakt zal ik u vertellen”, zegt ze. “Toen mijn dochters in de humaniora zaten, waren zij de enigen van allochtone afkomst in hun klas. Er zaten nauwelijks allochtone kinderen op het ASO, laat staan in de Latijnse. Hadden mijn dochters een slechte toets, dan vertelde de leerkracht dat ze hun les niet goed geleerd hadden. Maakten de kinderen van een dokter of advocaat slechte toetsen, dan kregen ze tijdens de middag bijles. Daar word ik nog steeds woedend van. We wonen met zeven in een sociaal appartement, veel ruimte om in alle rust te studeren is er dan niet. Toen ze besloten verder te gaan studeren, was dit niet vanzelfsprekend.” 

Daar stopt haar verhaal niet. Naïma’s echtgenoot heeft een aantal jaren geleden een arbeidsongeval gehad. Hij was dakwerker en is door een oud dak gezakt. Na maanden in het ziekenhuis, werd hij arbeidsongeschikt verklaard. Naïma: “Financieel was dit een ramp. Ik werkte toen negentien uur voor een poetsfirma. Toen ik om meer uren vroeg, kregen collega’s van niet allochtone afkomst voorrang. Het bedrijf waar ik voor werk informeert nog steeds eerst bij haar klanten of ze het niet erg vinden een moslima over de vloer te krijgen om te poetsen. Het duurde meer dan een half jaar alvorens ik fulltime aan de slag kon.”  

“Mijn oudste dochter was eerst van plan om te starten met universitaire studies. We wisten dat onze jongste dochter ook verder zou gaan studeren en dat we op een bepaald moment twee studerende kinderen zouden hebben. Nadat we alles berekend hadden, kwam mijn oudste dochter naar mij toe en vertelde me dat ze naar de hogeschool zou gaan in plaats van naar de unief. Ze zou haar masterdiploma nadien wel halen. Ze wou mij op dat moment eigenlijk duidelijk maken dat ze haar dromen wel even zou opbergen omwille van de financiële toestand van haar ouders. Mijn echtgenoot en ik hadden echt het gevoel dat we als ouder gefaald hadden. Als het over het financiële plaatje gaat, kan ik je vertellen dat we de laatste jaren echt goed moeten opletten om alles betaald te krijgen. Ons sociale appartement wordt elektrisch verwarmd. Daardoor is onze elektriciteitsfactuur het laatste jaar enorm toegenomen. Ook de prijs van het water is enorm gestegen, ondanks dat we thuis op ons verbruik letten. Je kan je natuurlijk wel inbeelden hoeveel machines was ik per week moet laten draaien.” 

“Jouw vraag was eigenlijk of ik van al hetgeen ik je nu verteld heb ’s avonds wakker lig. Mijn antwoord is neen. Als ik in bed wakker lig, is dit niet omwille van mijn zorgen. Dan droom ik van een samenleving waar iedereen op een gelijke en warme manier met elkaar samenleeft. Waar het niet uitmaakt welk geloof, kleur, dikte van je portefeuille of mensen die je al dan niet kent, jouw toekomst kunnen bepalen. En wanneer ik dit doe, val ik als een blok in slaap.” Hier eindigt ons gesprek. Naïma bedankt me om geluisterd te hebben zonder te oordelen. Ik bedank haar en vertel dat het niet makkelijk zal zijn haar verhaal in het kort neer te pennen. Ze lacht en zegt: “Jij kan dat”.  

Wie ligt wakker van onze problemen? 

Vrijdag, de week zit er bijna op en de getuigenissen zijn samengevat. Een van de laatste patiënten komt langs voor een spuit tegen Tetanus. Ik vraag of hij even tijd heeft om een paar getuigenissen te lezen en zijn mening te geven. Na een paar minuten stilte zegt hij: “Erg hé, maar daar kunnen zowel jij als ik niets aan veranderen. Denk je nu echt dat die politiekers wakker gaan liggen van onze problemen? Misschien kan je eens aan hen vragen waar zij wakker van liggen?”

Dat het welzijn van de bevolking niet de voornaamste bekommernis van de huidige regering is, hebben we deze week duidelijk begrepen. Dienen ze onze belangen, hun eigen of die van een bevoorrecht groepje, een kleine elite? Zijn ze wel oprecht als ze zeggen dat er geen alternatief is voor de huidige besparingspolitiek? In ieder geval wekken ze het gevoel dat ze onze bekommernissen niet willen horen. Als reactie daarop willen mijn collega’s en ik een belangrijke taak op ons nemen. Amused or not amused, de verhalen uit onze wachtkamer zullen gehoord worden. 

Yves Wuyard is medewerker bij Geneeskunde voor het Volk in Genk

reageer

Er zijn nog geen reacties op dit artikel.