about
Toon menu

België is niet transparant over militaire inzet in Irak/Syrië tegen IS

De Belgische militaire campagne in Irak en Syrië is na Jordanië en Nederland het minst transparant, volgens een vergelijkend onderzoek van de organisatie AirWars. Bij gebrek aan correcte informatie over de bombardementen is het onmogelijk uit te maken of de Belgische luchtmacht al dan niet verantwoordelijk is voor de dood van burgers in Irak en Syrië.
vrijdag 17 februari 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

De monitoringgroep AirWars organiseerde op 13 februari de Belgische lancering van zijn rapport Limited Accountability - A transparency audit of the Coalition air war against so-called Islamic State bij koepelorganisatie 11.11.11. Kamerleden Alain Top (sp.a) en Benoît Hellings (Ecolo-Groen) spraken daar hun zorgen uit over de zeer gebrekkige rapportering door Defensie. 

AirWars analyseerde de methoden die de coalitie tegen IS gebruikt om zogenaamde ‘nevenschade’ (collateral damage) te evalueren. De militair actieve leden van de coalitie tegen IS in Irak en Syrië zijn Australië, Bahrein, België, Canada, Denemarken, Frankrijk, Groot-Brittannië, Jordanië, Nederland, Saoedi-Arabië, Turkije, de Verenigde Arabische Emiraten en de VS. 

Geen degelijke rapportering

Uit het onderzoek blijkt dat alle leden systematisch gebreken vertonen in hun methodiek om mogelijke burgerdoden te detecteren. Gemeenschappelijke regels of procedures zijn er niet. Behalve de VS heeft geen van de coalitieleden toegegeven ooit burgers te hebben gedood in de meer dan twee jaar die de coalitie inmiddels actief is in Syrië en Irak.

 Dr. Ziad Khalaf werd op 30 paril 2016 gedood bij een VS-bombardement – één van de weinige burgerslachtoffers die de coalitie tot nu heeft toegegeven (Mosul News Agency)

Het rapport van AirWars gaat ook dieper in op de transparantie en verantwoording van elk individueel coalitielid, waarbij grote onderlinge verschillen werden gevonden. België staat vrijwel onderaan in de transparantietabel, alleen Jordanië en Nederland doen het nog slechter. Saoedi-Arabië en Turkije geven bijvoorbeeld meer informatie dan België over hun militaire acties in Syrië en Irak dan België.

Defensieminister Steven Vandeput (N-VA) houdt vol dat er tot nu nog geen enkel burgerslachtoffer is gevallen in Belgische militaire acties. Deze toch verrassende uitspraak kan niet worden getoetst door onderzoeksgroepen als AirWars, omdat van geen van de Belgische aanvallen de locatie of datum bekend is. Het is volgens AirWars bijzonder onwaarschijnlijk dat in een intensieve luchtoorlog als de huidige tot nu toe slechts 199 (toegegeven door de VS) burgerslachtoffers zouden zijn gevallen.

Het ministerie van defensie stelt dat het niet van plan is meer informatie te verstrekken, omdat “de Belgische bevolking geen behoefte heeft om meer te weten” over de oorlog die het land in Irak voert.

Uit recente statistieken van vergelijkbare luchtoorlogen, in bijvoorbeeld Afghanistan, blijkt namelijk dat gemiddeld één burger sterft per tien internationale luchtaanvallen. Naar schatting heeft België al minstens 161 aanvallen uitgevoerd tot eind september 2016, waarvan een groot deel rondom Mosoel, recentelijk een ware hotspot van burgerdoden.

Een Nederlandse F-16 wordt geladen met bommen (defensie.nl)

AirWars heeft het ministerie van defensie herhaaldelijk opgeroepen om zijn rapportering te verbeteren naar het voorbeeld van landen als Canada, de VS en Groot-Brittannië. Ook het Belgisch maatschappelijk middenveld en verschillende Kamerleden hebben hier al vele malen om gevraagd. 

Defensie zegt echter dat het niet van plan is meer informatie te verstrekken, mede omdat “de Belgische bevolking geen behoefte zou hebben om meer te weten” over de oorlog die het land voert.

Rapport AirWars: Limited Accountability A transparency audit of the Coalition air war against so-called Islamic State

Belgische rapportering over inzet tegen IS nog altijd ondermaats

reageer

Er zijn nog geen reacties op dit artikel.