about
Toon menu

Gevaar voor ebola-epidemie blijft groot

Het gevaar van de zeer besmettelijke en levensgevaarlijke virale ziekte Ebola is nog steeds niet geweken. Ebolavirussen hebben immers zeer weinig mutaties nodig om zich opnieuw te kunnen verspreiden via andere diersoorten dan voorheen.
donderdag 16 februari 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Onderzoekers van de Britse Universiteit van Kent stelden vast dat ebolavirussen soms minder dan vijf mutaties nodig hebben om zich aan te passen aan diersoorten die voordien resistent waren tegen het virus. Ze deden vier verschillende onderzoeken met vaak voorkomende knaagdieren zoals muizen, ratten en cavia's.

Door herhaalde infectie van een dier ontstonden snel virusstammen die de ziekte kunnen veroorzaken bij de hele diersoort. Ook bij varkens en honden zouden virussen op die manier snel kunnen rondgaan.

Als ebola zich via nieuwe diersoorten gaat verspreiden, verhoogt het risico op infecties bij de mensen aanzienlijk. Mensen raakten tot dusver vooral geïnfecteerd via besmette vleermuizen, chimpansees, gorilla's en antilopen. Ebola is een van de moeilijkst te stoppen ziektes. Bij de ebola-uitbraak van maart 2014, de grootste sinds de ziekte werd ontdekt, stierven meer dan tienduizend mensen, vooral in Guinea, Liberia en Sierra Leone.

Volgens een studie van 2016, vindt het ebolavirus in 22 landen in Centraal- en West-Afrika de best geschikte omstandigheden om van dier op mens over te gaan. Meer dan 20 miljoen mensen leven daardoor in risicogebied. In 16 van deze 22 landen kwamen ebola-besmettingen echter nog niet voor. Preventieve actie is dus dringend nodig.