about
Toon menu
Interview

Minder gedoe, meer inhoud - Meyrem Almaci en Wouter Van Besien antwoorden Jeroen Olyslaegers

In een poging om het politieke debat op een hoger niveau te tillen, stelt schrijver Jeroen Olyslaegers voortaan via facebook gewoon zelf zijn vragen aan politici. Na een hele rits vragen gestuurd te hebben aan Peter Mertens, Tom Meeuws en Yasmine Kerbache, is het nu de beurt aan Meyrem Almaci en Wouter Van Besien. Hoe hun antwoord klinkt, lees je hieronder.
vrijdag 27 januari 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Dag Jeroen,

 

Beste sater,

 

Als inwijkeling van t’Soete Waesland ben ik verliefd geworden op deze stad, met al haar diversiteit en bruisende leven. Met haar vallen en steeds opnieuw opstaan en verdergaan. Met de trots en fierheid van een koekestad die al veel heeft gezien, en uit elke porie geschiedenis ademt. In die stad wil ik mee geschiedenis schrijven, zodat haar grandeur ook echt eer wordt aangedaan.

Jouw vragen komen niet toevallig. Ze zijn ook gewoon heel terecht. We leven in turbulente tijden en er staat heel wat op het spel. In onze stad, maar eigenlijk ook in heel het land en de EU. En het probleem is niet dat mensen temidden van alles zoekende zijn, of dat ze ongerust zijn. Dat is immers alleen maar menselijk. Het probleem is dat er in deze turbulente tijden vele stemmen zijn die met die ongerustheid aan de haal gaan, ze verder opkloppen zonder uitzicht op beter. Stemmen voor wie de lachband van James quasi permanent kan blijven draaien. 

En toch. Toch zie ik dat heel veel mensen, steeds meer mensen, temidden van alle ‘fake’, elke dag een weg zoeken op basis van menselijkheid en gezond verstand en daarop vertrouwen, eerder dan op de waan van de dag. Want, ja, de wereld verandert in een razend tempo. Maar ook: de uitkomst van de verandering ligt niet op voorhand vast. In Frankrijk lijkt Le Pen aan de winnende hand, maar kijk, daar is opeens Hamon. In Oostenrijk won de Groene kandidaat, Vanderbellen, de presidentsverkiezingen van extreem-rechts. Maar ook breder: meer en meer mensen kiezen voor delen in plaats van bezitten, voor kwaliteit in plaats van kwantiteit, voor vertrouwen in plaats van cynisme...

Als 2016 ons iets heeft geleerd, dan is het wel dit: niets is onmogelijk. De geschiedenis overkomt ons niet. Wij zorgen zelf mee voor verandering. Wij bepalen zelf onze toekomst. We schrijven zelf geschiedenis. In Antwerpen, en daarbuiten. En ja, we doen dat met vallen en opstaan, met voortschrijdend inzicht, als een work- in –progress, zoals dat dan heet. Omdat we geloven in dialoog ( zie ook A Plus) in plaats van monoloog.

Het klinkt allemaal misschien wat zwaar, maar het is gemeend. Maar g*dvd*mme, het is hier ‘al nie naar de wuppe’, en is zoveel om voor te vechten en beter te maken. Er zit zoveel talent in deze stad, het moet alleen de plek en ruimte krijgen om tot bloei te kunnen komen, een echte horizon.

 

Hartelijk, Meyrem


PS: voor de handigheid staat bij elk antwoord wat van mij komt en wat van Wouter. 

Hoe zit het nu eigenlijk? Ziet u heil in een progressieve frontvorming? Dit weekeinde, tijdens een interview met De Morgen, leek u te impliceren, Meyrem Almaci, dat u eerst eens wil zien hoe Bart De Wever staat ten opzichte van het Vlaams Belang, vooraleer u nadenkt over de PVDA. Dat begrijp ik niet goed. Hangt progressieve frontvorming af van Bart De Wever? Graag duidelijkheid. Indien u een kartel vormt met wie ook; waarom zou u dat doen en onder welke (stedelijke) voorwaarden? In datzelfde interview claimt u het leiderschap aan de progressieve kant op inhoud. Wat wil dat eigenlijk zeggen ten opzichte van de SP.A en de PVDA? 

Meyrem: Fair enough. Hoe zit het nu eigenlijk is de logische vraag na zoveel ballonnetjes en interviews de afgelopen tijd? Misschien eerst een misverstand wegnemen. Ik heb helemaal niet willen impliceren dat de houding van BDW op een of andere manier onze positie ten aanzien PVDA zou bepalen. Dat zou ook nogal tegen mijn natuur ingaan bovendien. Ik wilde enkel aangeven dat wat mij betreft het fundamentele debat niet een is aan de progressieve kant, maar aan de rechtse: het Vlaams Belang is een voor racisme veroordeelde partij, wiens programma de Rechten van de Mens schendt. Onduidelijk zijn of je met die partij – met of zonder Dewinter- eventueel zou samenwerken is wat ons betreft bijzonder verontrustend.

Wat de PvdA betreft: we werken al samen met PvdA in Borgerhout, en de coalitie daar heeft al veel mooie dingen bereikt, tegen de wil van de stad in . Maar de vraag tot sluiten van een kartel, met wie dan ook, gaat wel nét iets verder dan coalitievorming. Het gaat over verbinding van partijen op een lijst. En dus over een gezamenlijk programma. En dat is een debat dat we niet door de pers willen laten voeren, maar binnenskamers, met onze leden, via onze traditie van basisdemocratie. Een debat waarvan wij sowieso altijd hebben gezegd dat we dat pas gaan voeren tegen het einde van 2017. De reden is eenvoudig: tot op het laatste moment willen we in gesprek gaan met de Antwerpenaren, burgerbewegingen, middenveld, alle doeners op het terrein, om zo steeds nieuwe alternatieven voor het beleid op tafel te kunnen leggen.

De reden en de voorwaarden voor een kartel zijn eenvoudig: kartelvorming kan helpen om de grootste te worden en dus de burgemeester te leveren. Maar een kartel is ook een politiek compromis, tussen partijen met een verschillende ideologie. Politiek is een clash van visies, ideeën en beleid. Pas als je het eens kan worden over een gezamenlijk programma is een kartel zinvol. Met andere woorden: eerst de gesprekken en het debat, eerst de consensus, daarna pas het vehikel. Dat zijn de voorwaarden. En dat gesprek voer je niet via de pers. Niet via aankondigingen, of onder de spotlight van de camera’s. Ik ben daar nogal allergisch aan. Het is alsof je een huwelijksaanzoek doet terwijl je je aanstaande alleen nog maar op openbare recepties onder het nauwgezet kijkend oog en luisterend oor van alle familie kunnen spreken hebt. Not my cup of tea.

 Wat betreft het leiderschap op inhoud. Hoewel, dat is nu eens een ambitie die ik zal blijven uitspreken. Omdat ze dus een koers voor onszelf is. Het is niet tegen een andere partij of tegen mensen gericht, maar net voor iets. Voor vooruitgang, voor constructief werken. Pro politiek. En ik heb het ook expliciet als ambitie geformuleerd. Met de absolute wens dat ook andere progressieve partijen erop vooruit zouden gaan. Omdat de coalitie in Antwerpen vandaag virtueel geen meerderheid meer heeft en ik dat gegeven in feiten wil omzetten. De volgende verkiezingen ligt er een unieke kans om een ander beleid mogelijk te maken. Een beleid dat inzet op al haar inwoners, zonder ze tegen elkaar op te zetten, zonder ze voor ‘cavemen’, ‘restafval’ of ‘tenten’ uit te maken, een beleid dat iets doet aan het feit dat maar liefst 1/3 van alle kinderen opgroeit in armoede en maar liefst 1/3 van alle kinderen het onderwijs verlaat zonder diploma.

Een beleid dus dat het OCMW inzet als emancipatiemiddel dat menswaardige hulp garandeert in plaats van minimaliseert, en een beleid dat het onderwijs durft hervormen in het belang van elk kind, ook zij die niet de ideale startkansen hebben of niet direct geïnteresseerd zijn in het oude Rome maar meer in mechaniek.

We hebben vandaag een unieke kans om die nieuwe koers voor onze stad mogelijk te maken. Er ligt bij de lokale verkiezingen in 2018 een unieke kans om progressieve krachten te bundelen voor een andere coalitie. Daar moeten we ernstig over nadenken en we moeten zeker ook het gesprek aangaan met burgerbewegingen. Maar eerst en vooral moeten we zoveel mogelijk mensen overtuigen. Zonder elkaar vliegen af te vangen of in elkaars voet te schieten. Wat baat het om op basis van nattevingerwerk en ballonnetjes van journalisten elkaar tot vijand te maken? Dat is een strategie die echt écht aan mij voorbij gaat. Daar is ook maar één iemand mee gebaat: degene die graag als interim-burgemeester op zijn schoon verdiep wil blijven. 

En dus wil ik verdergaan op het ingeslagen pad. Van oplossingen zoals het mobiliteitsbudget, de refterrevolutie voor gezonde voeding op school (in Borgerhout en Deurne volop op de agenda) , onze 1meiboodschap rond werkbaar werk, ons voorstel tot vermogensrendementsheffing, onze alternatieve onderwijshervorming, onze G100 rond zorg, een uitgewerkt tegenvoorstel rond de kinderbijslag, onze klimaatbegroting, onze conceptnota rond circulaire economie, ons plan rond veiligheid en verbondenheid...

En ja, zelf voorstellen lanceren maakt ons kwetsbaar voor kritiek. Maar het helpt ook om stappen vooruit te zetten. Rond mantelzorg hebben we Maggie De Block zover gekregen dat ze het steunt, het mobiliteitsbudget en werkbaar werk staan nu op de regeringsagenda, en de circulaire economie is nu hot topic door de samenwerking met nieuwe start-ups en geëngageerde ondernemers zoals Qpinch bvb.

Het is gek eigenlijk. Sommigen zijn al bezig met de verkiezingen alsof ze volgende week zijn. Alsof 2017 een verloren jaar is. Wij zijn in september vorig jaar begonnen met onze stadsdialoog, waarmee we ondertussen al heel veel Antwerpenaren hebben bereikt. Een campagne waarmee we willen aantonen dat een ander en beter Antwerpen mogelijk is.

Wat vond u van de antwoorden van Peter Mertens en Tom Meeuws op de vragen die ik hen heb gesteld? Zag u een inhoudelijk verwantschap? U zegt dat u niet van de oplossingen houdt van Peter Mertens, maar ik zag bij hem op stedelijk vlak toch eerder een opening in plaats van een oproep tot nationalisatie. Leest u dat ook zo? 

Meyrem: Groen is en blijft een progressieve partij, een partij waarvoor samenwerken in het DNA zit. Ik heb heel veel respect voor andere ideologieën en heel veel respect voor mensen met een andere overtuiging. De kracht van overtuiging zet dingen in beweging. Maar ik ben zelf een overtuigde ecologist. Het is daar dat mijn hart ligt. Ik geloof dat naast de traditionele breuklijnen zoals progressief-conservatief of sociaal- economisch links of rechts, er ook een extra politieke breuklijn is: die van de duurzaamheid en de levenskwaliteit die minstens evenwaardig is, zo niet overkoepelend. Elk antwoord op de uitdagingen van vandaag moet voor ons dan ook beantwoorden aan die toetssteen.

De aandacht daarvoor zit diep in het DNA van de groenen: het is onze ontstaansreden. Wij geven om de planeet omdat we geven om mensen. En we geven dus ook zeer sterk om de gelijkheid tussen mensen en de emancipatie van mensen, zodat het niet machtsverhoudingen zijn die bepalen of iemand een kwalitatief leven kan en mag hebben.

Basisdemocratie is daarvoor een essentiële voorwaarde: een sterk middenveld, echte inspraak van mensen en samen stappen vooruit zetten. Dus niet het ons –kent-ons of het status –quo ten voordele van een kleine groep die vooral zichzelf bedient.

De inhoudelijke verwantschap zit hem daar: in het kijken naar inspraak en het in acht nemen van de sociaal-economische breuklijnen in onze samenleving. Wij zijn geen voorstander van een zo klein mogelijke overheid, wel van een sterke maar tegelijk ook efficiënte overheid die basisvoorzieningen garandeert (goede zorg, degelijke justitie, openbaar vervoer, ...) en partner is van al haar burgers en hen dus een eerlijke behandeling garandeert. In de gemeenteraad van Antwerpen vinden we elkaar ook vaak rond die onderwerpen en werken we ook samen, denk maar aan de strijd tegen de commercialisering van het sociaal werk en de vermarkting van de zorg, het protest tegen de Oosterweelverbinding en het opkomen voor het recht op drinkbaar water voor iedereen.

Hoe zit het met mobiliteit in de stad en de rol van het openbaar vervoer? Het stuk van Knack-journalist Stijn Tormans over de Lijn was genadeloos. Kunnen we daar op stedelijk vlak niet meteen iets aan doen? Dit bestuur bant dieselwagens uit de stad. Gaat die maatregel ver genoeg? Mensen met een oude wagen met dieselmotor zouden wel eens mensen met een laag inkomen kunnen zijn; is er een spanningsveld tussen ecologie, armoede en mobiliteit? Hoe zou u een draagvlak over zulke onderwerpen creëren dat mensen met elkaar verbindt rond milieu in plaats van polariseert?

Meyrem: Net als Stijn, ben ik ook een trouwe gebruiker van het openbaar vervoer. Als van kleinsaf aan: we hadden thuis geen geld voor een auto dus deden we alles te voet, met de fiets of met bus en trein. Ik verwijs daar expliciet naar, omdat het openbaar vervoer inderdaad alleen maar duurder wordt, en de dienstverlening alleen maar achteruit lijkt te gaan. De titel van zijn stuk is dan ook meer dan terecht.

Vandaag doe je er langer over om met de trein van Antwerpen naar Brussel te geraken dan 10 jaar geleden. Om van bij mij thuis, op Eksterlaar tot in Antwerpen Zuid te geraken, ben je een klein uur onderweg. Wat baat een uitbreiding van het net als aansluitingen steeds vaker wegvallen en buslijnen en trams niet langer afgestemd zijn. En de schuilhokjes waarin we vervolgens collectief wachten zijn tegenwoordig meer reclamepanelen dan een bescherming tegen wind of regen waar je droog kan zitten. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Enkel als het over nieuwe politieke postjes gaat, zijn de rechtse partijen geïnteresseerd in de NMBS en de LIJN. Terwijl het een van de krachtigste instrumenten is om onze files aan te pakken en de luchtkwaliteit te verbeteren.

We hebben echt nood aan een consequent beleid. Een LEZ is een goeie zaak, maar kan maar echt effectief zijn als het samengaat met een uitgekiend sociaal beleid en dus: een gratis abonnement voor al diegenen die zich geen auto of nieuwer zuinigere auto kunnen permitteren; in plaats van hen te veroordelen tot thuisblijven of een extra belasting waar ze het geld niet voor hebben . (Probeer dan maar eens je kinderen naar school te brengen of te gaan werken). Het moet ook samengaan met een beleid dat ook de nieuwe auto’s weghoudt uit het centrum van de stad en dus niet tot in haar hart parkings aanlegt; met een overkapte ring in plaats van een riool dwars door onze stad. Maar ook: met investeringen in het openbaar vervoer in plaats van continue besparingen.

Als alle weerstand, tijd, uren en vele miljoenen centen die de Vlaamse Regering en het Stadsbestuur heeft gestoken in het koppig doorduwen van (n)Oosterweel hadden geïnvesteerd geweest in alternatieven dan stonden we vandaag al pakken verder.

En dus: neen, er is geen spanningsveld tussen mobiliteit, leefmilieu en armoede. Die spanning is het gevolg van foute keuzes. Als Groenen willen we het recht op mobiliteit van mensen garanderen, door andere keuzes te maken. Door een mobiliteitsbudget in te voeren, dat je de keuze geeft tussen verschillende vervoersmiddelen, met een extra stimulans als je kiest voor de fiets of het openbaar vervoer. Door investeringen in het openbaar vervoer, zodat we andere landen kunnen bijbenen in plaats van de afstand te vergroten. Door dieselbussen niet van ons af te duwen richting over ‘t water en dus onze problemen te verschuiven en in de bak van andere gemeenten te duwen, maar door ze versneld te vervangen over gans Vlaanderen met groene modellen.Dat is trouwens in het belang van de meest kwetsbaren onder ons: baby’s , ouderen, mensen met een kleine portemonnee.

Aan het begin van elk jaar wensen we elkaar en goede gezondheid. Als moeder van twee prematuren, heb ik jarenlang met die verdomde aerosols mijn kinderen de winter door moeten helpen. Dat hakt erin. Net als dat het erin hakt bij ouderen die steeds moeizamer herstellen van hun longontsteking door de slechte luchtkwaliteit. Of bij mensen met een kleine portemonnee die vlak aan de ring wonen omdat ze niet de centen hebben om te verhuizen en die dubbel getroffen worden want te weinig centen hebben voor goede zelfzorg.

Het is door onze gezondheid dat we allemaal verbonden zijn, en het is door te vertrekken van onze luchtwegen die - zoals Daniel Termont terecht opmerkte – onze belangrijkste wegen zijn dat je die connectie tussen verschillende groepen mensen krijgt. Ademloos (de naam zegt het zelf), Straten- Generaal en Ringland: de grootste burgerbewegingen van ons land hebben die verbondenheid vorm en vaart gegeven, vertrekkende vanuit die gezondheid en wat allemaal mogelijk is als je het anders aanpakt.

Over verbinden gesproken: de laatste tijd horen we bij Kristof Calvo en bij u ook, Meyrem Almaci, regelmatige toenaderingen naar de ondernemers. Waar kunnen wij in Antwerpen groene ondernemers vinden? En vinden ze elkaar? Bent u erop dat vlak actief mee bezig in Antwerpen? Hier en daar gaan er stemmen op dat u in feite meer en meer liberaal aan het worden bent en steeds minder progressief. Hoe reageert u daar inhoudelijk op?

Meyrem: Het doet me pijn aan het hart als ik zie hoe een logische opening naar geëngageerde ondernemers wordt geframed als zijnde liberaal. Simpelweg omdat ik in mijn directe omgeving, maar ook breder in het maatschappelijk veld, steeds meer en meer ondernemers tegenkom die een maatschappelijke meerwaarde willen zijn. Die hun bedrijf inzetten om mee een deel van de oplossing in plaats van het probleem te zijn. Een Thomas Leysen van Umicore die oproep tot een CO2taks, zoiets moet je toch toejuichen? Net als het initiatief van een Piet Colruyt die als impact-investeerder ongelijkheid en klimaat wil aanpakken.

Steeds meer en meer startups richten zich op ecologie, zoals het Antwerpse Qpinch bvb dat opnieuw energie genereert uit industriële restwarmte. Ze gaan zij aan zij met heel wat coöperatieven, die vanuit de ecologische en sociale gedachte ondernemen, zoals Ecopower, drukkerij De Wrikker... Maar ook Studio Spark, en adviesbureau rond ecologische innovatie, of de markten van de Buurderij & Marta, initiatieven die producent en consument terug dichter bij elkaar willen brengen. Om nog maar te zwijgen van de vele ambachtslui die hier bier brouwen, koekjes bakken, champignons kweken op koffie-afval, fairtrade juwelen en mode maken in onze stad. Er bruist heel veel. En de harde realiteit is: met de klimaatverandering die zich zo duidelijk laat voelen, telt letterlijk élke stap vooruit.

Als groenen willen we expliciet bondgenoot zijn met iedereen die een deel van de oplossing wil zijn, in plaats van deel van het probleem. Een daar zitten steeds meer en meer ook bedrijven tussen. Steeds meer en meer ondernemers breken uit het keurslijf van een voorbijgestreefd oud-industrieel model. Steeds meer en meer leidinggevenden in grote bedrijven nemen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid serieus. 

Onlangs heb ik een CEO van een aulo-leasingbedrijf mogen ontmoeten die niet langer wacht op de federale regering en zelf zijn klanten een mobiliteitsbudget op maat aanbiedt: een kleine zuinige auto voor tijdens het jaar, een grote als je op vakantie gaat, elektrische en hybride modellen aanmoedigt, net als een combinatie met openbaar vervoer en (elektrische) fietsen.

Het oude economische model, met zijn verslaving aan olie, gas en steenkool en ‘oneindige’ groei, heeft overduidelijk alle grenzen bereikt en zelfs overschreden. Winstbejag brandt mensen op. Kortgeschoolden vinden geen werk en langgeschoolden kreunen onder de werklast. Onze industrie is een van de meest energieverslindende ter wereld. Voor onze grondstoffen zijn we afhankelijk van buitenlandse, vaak onstabiele, mogendheden. 

Het is hoogtijd dat we die lineaire wegwerpeconomie achter ons laten en evolueren naar een nieuw circulair model waarin waarden, welzijn, kansen en een duurzame gezonde toekomst centraal staan. Voor ons, onze kinderen en hun kinderen. Een economie van de samenwerking, dus, maar ook : een economie op mensenmaat, die voorbij de houdbaarheidsdatum van elk van ons gaat. Een economie waarin waarde creatie ruimer gaat dan enkel financieel gewin. Met meer ruimte voor innovatie en nieuwe verdienmodellen waarin maatschappelijke en economische belangen samengaan. Met meer ruimte voor delen. Mét een overheid als partner die innovatie en positief ondernemerschap stimuleert, en tegelijk bescherming biedt via de sociale zekerheid.

 Dus ja, groene ondernemers bestaan, en ze zijn talrijker dan we soms denken. Ze vinden elkaar in initiatieven zoals The Shift (https://theshift.be/nl) en Generation T (https://generation-t.be/) , maar ook een website als Ecolifestyle (www.ecolifestyle.be/over-ons/) en SMart (http://smartbe.be/nl/wie-zijn-wij/o...). En uiteraard ook bij ons als Groen. We hebben het afgelopen jaar veel jonge starters morgen spreken die input willen over hoe ze beter kunnen doen, die beroep willen doen op ons netwerk en die we graag verder helpen.

 Wat zij doen, en waar wij economisch voor staan, verschilt fundamenteel van het neoliberale lineaire economische denken dat louter winstbejag voorop stelt. Wij geloven dat een sterk middenveld en sterke sociale partners hun plaats hebben in onze economie, en dat de overheid die economie moet reguleren vanuit het respecteren van de veerkracht van onze planeet. Wij geloven in lokale verankering, de korte keten, de kracht van KMO’s als economische motor.

 Zowel op nationaal als op internationaal niveau moeten er mogelijkheden bestaan om de markt te bufferen, op vlak van klimaat en ongelijkheid. Ter illustratie: op 9 januari was het officieel de dag waarop in ons land de gemiddelde CEO van een BEL20bedrijf - de Belgische beursgenoteerde bedrijven- evenveel verdiende dan de gemiddelde werknemer in ons land. Na negen dagen. Die spanning is niet vol te houden en niet te verantwoorden. Maar in plaats van werk te maken van een eerlijkere fiscaliteit, beslist onze regering om het TINA-riedeltje verder te blijven uitmelken; en opnieuw te kappen in de sociale zekerheid of de elektriciteitsfacturen te verhogen.

 Het World Economic Forum loste op 11 januari nochtans een stevige waarschuwing. Dit soort neoliberaal beleid laat zijn maatschappelijke sporen na, zoals eerder al veelvuldig door academisch onderzoek (oa van de recent overleden Atkinson) aangewezen. Het is dit soort beleid dat de weg effect voor populisten en extremistische partijen zo stellen zij: "The WEF identified “rising income and wealth disparity” as potentially the biggest driver in global affairs over the next ten years. As an example of this growing inequality, the WEF highlighted the massive increases in CEO pay at a time when many people in advanced economies have struggled to make ends meet following the global financial crisis."https://www.washingtonpost.com/worl...

 Er wordt vaak verwezen naar de coalitie in Borgerhout tussen uw partij, PVDA en SP.A, maar hoe loopt dat daar eigenlijk? En hoe verloopt uw coalitie in het district Deurne met N-VA en open VLD? Wat scoort u daar op inhoudelijk vlak qua ecologie en sociale dossiers? Is er wel een beleid met dat gebrek aan autonomie? Zou u in het kader daarvan niet meer autonomie willen in de districten? Moet democratie op dat vlak niet worden gedecentraliseerd?

Wouter: Ook van mijn kant; Dag Jeroen, dank voor uw boek ‘Wil’, ik ben er enthousiast over. 

Om te beginnen met uw laatste vraag. Ik ben grote fan van de districten. In de vorige legislatuur was ik districtsburgemeester in Borgerhout, en ik heb die liefde meegenomen naar de gemeenteraad.

Op drie fronten moeten de districten opgewaardeerd worden. Ze moeten meer geld krijgen. Groen heeft een alternatieve begroting opgesteld voor de stad, en daarin verdubbelen we het budget van de districten. Dat is een inhoudelijke keuze. Want meer geld voor de districten betekent dat er in hun bevoegdheden meer kan geïnvesteerd worden. Districten zijn bevoegd voor de heraanleg van straten en pleinen en voor de ondersteuning van de lokale verenigingen en het buurtleven. Dat zijn twee sleutelbevoegdheden om het leven in de Antwerpse woonwijken aangenamer, veiliger, beter te maken. Meer groen en minder auto’s op de pleinen, bijvoorbeeld, en levendige buurtgroepen en sterke jeugdorganisaties en seniorenverenigingen, daar is iedereen bij gebaat. 

Districten moeten hiervoor meer autonomie krijgen. Dat is het tweede front. In de praktijk komt nu nog steeds de stad stoorzender spelen. Het district mag wel straten en pleinen herinrichten, maar mag niet beslissen om het autoverkeer te verleggen. Dat is onnozel. Laat de districten volop hun ding doen, ze bestaan ervoor.

Ten derde moeten districten democratisch aan de top staan. Districten zijn opgericht omdat de stad Antwerpen als lokaal democratisch bestuur groot was, en te ver van de bewoners stond. En dus moeten districten de bewoners echt betrekken, met alle mogelijke manieren. In de districten waar Groen mee in het bestuur zit, zie je burgerbegrotingen en wijkbudgetten. Wij stellen voor dat alle districten deze participatievormen organiseren en op die manier dé democratische labo’s voor Vlaanderen worden.

De coalitie in Borgerhout loopt prima. Pleinen worden teruggeven aan de bewoners (zoals het Vincotteplein en het Terlooplein), er is een open en gratis aanbod voor kinderen en jongeren in de vakantieperiode, er wordt gezond eten aangeboden aan alle kinderen in de scholen, huistaakbegeleiding wordt ondersteund, er ligt een groot accent op evenementen die mensen van verschillende achtergronden samenbrengt. De visie op grote stadsprojecten in Borgerhout ligt spijtig genoeg ver van wat het stadsbestuur wil: voor Spoor Oost willen wij een park maken, de stad maakt er voorlopig een parking en later KMO-gebied van. Wij willen fietspaden op de Turnhoutsebaan, het stadsbestuur wil de fietsers weg van de baan. Enfin, het zal een pak gemakkelijker gaan als we ook in het stadsbestuur iets te zeggen hebben.

Ook de nieuwe coalitie in Deurne zit op koers. De ontstaansgeschiedenis daarvan was woelig, in het midden van de legislatuur, nadat de coalitie haar meerderheid was kwijtgeraakt en na een jaar van totale impasse in het district. Er konden nog amper beslissingen worden genomen. Vooral rond budgetten zat het helemaal vast en daar waren vooral de cultuursector, jeugdverenigingen en seniorenverenigingen,…. de dupe van. Zij konden niet meer verder. 

Enige voordeel aan zo’n situatie is dat je ook wel heel duidelijk het verschil ziet tussen het bestuursakkoord zonder groen (het vorige) en één met groen (het nieuwe). En de verschillen zijn immens. De gazet van Antwerpen kopte “Nieuwe coalitie kleurt donkergroen”, en ook sp.a en pvda hebben positief gereageerd op de plannen. De uitvoering van dat akkoord verloopt ook goed samen met de coalitiepartners. In het mobiliteitsbeleid komen fietsers en voetgangers centraal te staan, er komt meer groen in de straten en op de pleinen, en net zoals in Borgerhout wordt er werk gemaakt van gezonde voeding op school met oa. gratis soep en fruit; van een gratis vrijetijdsaanbod voor kinderen en jongeren, speelweefselplannen, buurtbudgetten, fietstaxi’s, mantelzorgpremies etcetera. Samen met zelforganisaties en opbouwwerk wordt er diversiteitsbeleid opgezet en is er eindelijk een diversiteitsraad opgericht.

En het district bepleit een overkapping van zowel de ring als de E313. Een goede samenwerking met onder andere N-VA in Deurne wil, ik zeg het er voor alle duidelijkheid nog maar eens bij, niet zeggen dat we denken dat dit ook mogelijk is op stadsniveau. Integendeel, onze politieke analyse is daarin duidelijk: een stedelijke beleidswissel, een progressief bestuursakkoord zal gezien de stedelijke bevoegdheden én gezien de politieke figuren die daar de dienst uitmaken, niet mogelijk zijn met N-VA.

U zegt in het interview in de Morgen, Meyrem Almaci, dat het niet volstaat om te luisteren naar de burgers. Nu ben ik wat verward. Ik dacht dat u, Wouter Van Besien, een tijd geleden dat nu net wél had aangekondigd; naar de Antwerpse districten trekken om te luisteren naar de burger? Hebben jullie dan toch een luisterfetisj of is daar discussie over binnen de partij? Hoe staat u tegenover burgerdemocratie en de experimenten rond bijvoorbeeld flatpack democracy? Ziet u dat in de stad gebeuren en op welke manier? Hoe staat u tegenover de sharing-economie? Zijn de commons een goede zaak als ze niet door de overheid maar door burgers worden beheerd? Nog eens: hoe vinden jullie daar een draagvlak voor die burgers met elkaar kan verbinden? Hoe zou u burgerparticipatie uitwerken op stedelijk niveau?

Meyrem: Luisteren naar burgers, ja absoluut, het is het begin van alles. Maar het is alleen maar eerlijk dat als je luistert, dat je er ook vervolgens iets mee doet. Want mensen willen niet dat er allen maar naar hen geluisterd wordt. Mensen willen dat ze ernstig worden genomen en dat de oplossingen die ze aanbrengen ook ernstig genomen worden en vervolgens een ernstig antwoord krijgen.

Want wat doen de traditionele partijen? Zij beweren te luisteren en doen vervolgens hun eigen goesting. Zij zijn er de oorzaak van dat burgers hun heil gaan zoeken bij populisten en valse profeten. Je kan dan wel zoals Gwendolyn Rutten een ronde van Vlaanderen willen maken, maar dan vraag ik: met welk resultaat? Om iedereen weer te negeren zoals ze met de onderwijshervorming gedaan hebben? Alle universiteiten en onderzoeksinstellingen hebben hier onderzoek naar gedaan. Je hebt een commissie bijeengeroepen met experten. En wat doet de Vlaamse regering? Ze gooit al dit wetenschappelijk werk in de vuilbak. Dat is een slag in het gezicht van al die menen die in ons onderwijssysteem niet op de juiste plek terecht komen. Ik kan er zelf van meespreken. En helaas zijn er in onze stad zo zeer velen.

In Antwerpen hebben we met Ringland, Ademloos en Straten-Generaal de grootste burgerbeweging in ons land. Had men van in het begin echt geluisterd én ook hun oplossingen ernstig genomen, dan zaten we vandaag niet in de impasse waar we inzitten.

 Wouter: Onze stadsdialoog is razend interessant. Maar we vertrekken daar niet van een wit blad. We hebben uiteraard onze eigen uitgangspunten en ideeën. Maar tegelijkertijd weten we dat we de waarheid niet in pacht hebben. Dat alles beter kan, dat mensen die Antwerpen goed kennen omdat er net zoals wij in wonen ook nog goede bijkomende ideeën of bezorgdheden kunnen aan toevoegen. We zijn in A-plus vertrokken van zes thema’s, twee zijn er achter de rug. Hoe maken we een vuist tegen kinderarmoede, hoe kunnen we ervoor zorgen dat alle kinderdromen in Antwerpen evenveel waard zijn. Het tweede thema ging over aangename straten, omdat voor ons in Antwerpen mensen voorrang moeten krijgen. De vraag voor ons is niet of die doelstellingen wel goed zijn. Wat we doen is samen met mensen die zich niet partijpolitiek willen engageren, of die op een andere manier naar politiek en samenleving kijken, toch manieren te vinden om deze doelstellingen te realiseren. En dat marcheert heel goed.

Ik vind dat de inspraak van de stad zich op twee pijlers moet baseren. Dat zijn transparantie: zorg dat elk beleidsdocument in elke fase van de besluitvorming open en bloot op internet staat. En betrokkenheid: betrek iedereen die daar interesse in heeft van in het prille begin bij het debat over een beslissing die je wil nemen. En we zijn geen etatisten, dus het is een heel interessant idee om bewoners en middenveldorganisaties te betrekken bij het beheer van commons.

Meyrem: Aanvullend; Groen is de partij van de basisdemocratie, die van bij haar oprichting geloofde in de deeleconomie en in commons. Commons zijn duurzame burgerinitiatieven met een lange staat van geschiedenis die nu terug aan het opkomen zijn (denk aan Wikipedia, of het samen beheren van een plukboerderij). Zij vormen een belangrijke bouwsteen voor de duurzame samenleving van morgen. Het toont waartoe burgers in staat zijn als ze daarvoor de ruimte krijgen.

Overheden moeten commons niet beheren of controleren. De uitdaging is juist, zoals bijvoorbeeld Dirk Holemans schrijft in ‘Vrijheid & Zekerheid’, dat de overheid zich omturnt tot een partnerstaat die burgerinitiatieven stimuleert en ondersteunt. Wat trouwens al het geval is in een stad als Bologna, dat een speciaal besluit namen om haar stedelijke commons te beschermen en ondersteunen. En in Gent heeft het stadsbestuur –waar Groen mee in het bestuur zit- de opdracht gegeven aan commons-expert Michel Bauwens om de komende maanden voor de stad een heus ‘Commons Plan’ op te maken. Dat willen we ook voor Antwerpen.

Hoe staat u tegenover de haven? Zit er daar ook geen spanningsveld tussen milieubekommernissen en werkgelegenheid? Hoe wilt u binnen een stedelijk kader ecologie laten rijmen op economie?

Wouter: Er is nog niet zo lang geleden in Nederland een zeer interessante en zeer leesbare studie verschenen over de Nederlandse havenstrategie, die ook voor Vlaanderen zeer toepasbaar is : http://www.rli.nl/publicaties/2016/... .

Daaruit blijkt weer maar eens wat wij al lang zeggen. Er is geen tegenstelling tussen milieu en jobs, integendeel. Een keuze voor een duurzame economie levert jobs op. De Vlaamse regering en het Antwerps stadsbestuur willen een bijkomende dok bouwen om nog meer containers aan te trekken. Maar alle cijfers leren ons dat meer containers wel meer vrachtwagens met zich mee brengen (en dus nog meer files) maar betrekkelijk weinig jobs. Het is goed dat Vlaanderen wil investeren in de economie (zo’n dok zou zeker 750 miljoen euro kosten), maar investeer het dan toch in een economisch weefsel dat veel meer jobs oplevert, en veel minder met ruimte smost.

 In de Nederlandse studie benoemen ze als het stoppen met investeren in ‘mainports’ en het verschuiven van de investering in ‘brainports’ en ‘greenports’. Het is de kennisindustrie en de duurzame circulaire economie die ons zowel onmiddellijk als op langere termijn meer jobs oplevert, en die onze economie bovendien de juiste kant opduwt.

 Ik citeer hier graag Jonathan Holslag: ‘Is het werkelijk de bedoeling om van de haven van Antwerpen de toegangspoort voor Aziatische fabrieken te maken en lege containers terug te blijven sturen omdat de Vlaamse industrie verdwijnt? Het kan nochtans anders. Door te pleiten voor hogere kwaliteitsstandaarden en jongeren meer bewust te maken van het belang van duurzame producten, zouden de Vlaamse steden opnieuw het uitstalraam kunnen worden voor Vlaamse producenten, Vlaamse mode, Vlaamse designmeubelen...’

 Met andere woorden: stop met de megalomane projecten en zet in op kwaliteit en eigen groene productie. Verder moeten we elke keuze die de verdere vergroening en jobcreatie in zich houdt, stimuleren: Blue Gate als voorbeeld gebruiken voor de rest van de haven, groene walstroom aanbieden, restwarmte maximaal recupereren om de stad mee te verwarmen, de kerncentrale van Doel sluiten, meer werknemers uit de stad aantrekken, en net zoals de gemeente Zwijndrecht waar Groen de burgemeester levert, een billijke bijdrage aan de gemeentebelastingen onderhandelen.

 Wat zijn uw plannen voor het zogenaamde 'extra district', het dak op de ring, indien Ringland doorgaat? Blijft het daar groen? Wilt u daar sociale woningen bouwen? Zou dit ‘extra district’ geen gouden kans zijn om iets te ontwikkelen dat het armoedeprobleem te lijf gaat in Antwerpen?

Wouter: Het dak op de ring is inderdaad een gouden kans. Al meer dan tien jaar ben ik er mee voor aan het strijden (begonnen met BorgerhouDt van Mensen). De extra ruimte moeten we uiteraard heel doordacht gebruiken. Wij gaan uit van een verhouding van 20/80: Ongeveer 20% van de bijkomende ruimte kunnen we gebruiken om bijkomende woningen en voorzieningen te bouwen (scholen, sporthallen, bibliotheek, …). Uiteraard moeten die woningen een goede mix voorzien en moet er een behoorlijke portie sociale woningbouw bij. De andere 80% zien we als groene ruimte. Onze stad is heel dens, vele mensen, zeker die met minder geld, hebben geen tuin en zijn aangewezen op parken en pleinen voor buitenruimte. Bijkomend groen, kwaliteitsvol en toegankelijk voor iedereen. Dat is dan ook een zege(n) voor alle Antwerpenaren.