about
Toon menu

“Misdaden in Guatemala door individuele soldaten, geen genocide”

In 1996 kwam met een onderhandeld vredesakkoord in het Centraal-Amerikaanse Guatemala een einde aan een 36-jarige bijzonder gruwelijke burgeroorlog. Volgens de generaal die dat akkoord mee ondertekende waren de misdaden een zaak van individuele soldaten, niet van het leger als geheel. Een terugblik door Guido De Schrijver die woonde en werkte in het land.
vrijdag 6 januari 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

20 jaar geleden keek de wereld toe, zeker de VS, de EU en een groot deel van Latijns-Amerika hoe eind 1996 vredesakkoorden werden ondertekend in Guatemala na 36 jaar intern gewapend conflict, het langste in Latijns-Amerika, na Colombia. De burgeroorlog in Guatemala speelde zich vooral af in de jaren 1970 en 1980, in de context van de Koude Oorlog.

Rechtse machthebbers in Centraal-Amerika zagen, mede geïnspireerd door de VS, in de gewapende opstand van hun respectieve bevolkingen enkel en alleen de uitbreiding van het communisme. Dat het om een sociale strijd voor burgerrechten ging weigerden ze te erkennen.

De schrik voor dat spookbeeld van he communisme gaf hen een vrijgeleide om de sociale eisen van de meest achtergestelde sectoren van de samenleving te onderdrukken. 83 procent van alle slachtoffers van het oorlogsgeweld waren Maya's, de inheemse bevolking van het land. Celestina Patal, een van de overlevenden, getuigt: “Onze gemeenschappen begonnen te ontwaken en wilden lopend water, scholen en toegangswegen. Toen zei het leger: het zijn communisten, het zijn guerrilleros, we roeien ze uit.”

De ergste jaren van de repressie waren lagen tussen 1980 en 1983, onder de militaire regeringen van generaals Lucas García en Ríos Montt. Toen organiseerde het leger in de lokale gemeenschappen zogenaamde Patrouilles voor Civiele Zelfverdediging (PAC, zie foto boven dit artikel). Onder het bewind van Ríos Montt telden die patrouilles tot 1 miljoen leden, veelal inheemse boeren. Zo werd de civiele bevolking ingeschakeld als medeplichtige van de militairen in de strijd tegen het gewapend verzet tegen de onderdrukking. Ondertussen werden hele dorpen uitgemoord en met de grond gelijk gemaakt., een zoveelste toepassing van de tactiek van de 'Verschroeide Aarde'.

Medeplichtigheid VS aan de gruwel

Volgens Guatemalteeks historicus Gustavo Palma kwamen de vredesakkoorden van 1996 tot stand dankzij grote internationale druk. Guatemalteek Raquel Zelaya nam namens de regering deel aan de onderhandelingen en was een van de ondertekenaars van de akkoorden.

Zij treedt geschiedkundige Palma bij: 'De VS trainden het leger van Guatemala om de gruwelijkste misdaden te plegen en plots kwamen ze daar met hun gezeur van de mensenrechten op de proppen”.' In diezelfde lijn ontkent zij dat er ooit sprake was van genocide of het bewust uitmoorden van een etnisch volksdeel.

“Wat er gebeurd is, kan niet geloochend worden, het staat gedocumenteerd. Dit was echter een ideologische oorlog. Dáár de etnische hefboom van genocide willen tussen wringen is zoveel als de verantwoordelijkheid van de VS niet willen inzien.”

Stand uitvoering akkoorden na 20 jaar mager

Er werden in de vredesakkoorden van 1996 in Guatemala twaalf belangrijke thema's afgesproken. Die zouden de structurele problemen van het land aanpakken, niet in het minst de verdeling van de grond en het heersende racisme. Snel bleek echter dat deze goede intenties botsten met het neoliberale model van de mijnbouw en de grootschalige landbouwexport. Het gevolg was dat de sociale problemen niet opgelost raakten, integendeel.

De armoede en honger is sinds 1996 niet afgenomen. Bovendien viert geweld vandaag hoogtij. In 2015 stierven elke maand gemiddeld 500 mensen een gewelddadige dood. Criminele jeugdbenden en drugshandel nemen het voortouw. “Het eerste wat de mensen doen wanneer ze de straat opgaan is een kruisteken maken en hopen dat ze 's avonds terugkeren”, zegt Palma.

Individuele militairen vervolgen, akkoord, het leger, neen!

Ex-generaal Julio Balconi was in 1996 minister van defensie en zat mee aan de onderhandelingstafel voor het leger. In een interview verklaarde hij recent dat er twee tendensen onder de legerleiding bestonden over wat moest afgesproken worden. Samen met de internationale gemeenschap en de burgerbevolking was een deel van de legertop overtuigd dat het absurd was om de oorlog nog langer te rekken.

Een ander deel wilde echter verder doen tot en met de totale vernietiging van de gewapende opstand. Sommigen onder deze laatsten vonden zelfs dat onderhandelen met de guerrilla in feite gelijk stond aan verliezen. Anderen vreesden dan weer in tijden van vrede na een onderhandeld akkoord door het gerecht te worden achternagezeten.

Tijdens zijn laatste jaren als actief militair kreeg Balconi voor zijn deelname aan de onderhandelingen en ondertekening van het vredesakkoord bakken kritiek over zich heen van zijn tegenstanders. Hij werd uitgemaakt voor landverrader, vijand van het leger en bondgenoot van 'subversieve misdadigers'.

Op de vraag of volgens hem de vredesakkoorden na 20 jaar wel degelijk uitgevoerd werden, antwoordde hij onomwonden dat men niet ver geraakt is. Althans niet wat betreft de 'substantiële' akkoorden, die te maken hebben met de ontwikkeling van het land. Die staan nergens. De schuld daarvoor ligt bij het gebrek aan engagement van de regeringsleiders.

Dat er gruwelijkheden gebeurd zijn en veel mensen zinloos om het leven kwamen, geeft hij grif toe. Ook volgens hem was er echter geen enkele sprake van genocide. Over de verantwoordelijkheid van het leger voor de gruwelijke terreur die over het land waarde, is hij formeel. Het huidige leger als officiële instelling hoeft volgens hem over dezer periode geen negatief stigma met zich mee te sleuren.

Het leger van vandaag is volgens hem niet meer dat van toen. Wel is hij her er mee eens dat de individuele soldaten en officieren die zich aan misdaden bezondigd hebben voor de rechter moeten komen. Het zijn zij die verantwoording moeten afleggen.

Gevraagd hoe het dan concreet kan gebeuren, verwijst hij naar de processen die nu al bezig zijn. Volgens hem ligt overigens het initiatief bij de slachtoffers. “Dat zij maar klacht indienen. De zaken moeten geïndividualiseerd worden. Op die manier onttrekken we het huidige leger als institutie aan de verantwoordelijkheid voor toestanden die 30 jaar geleden gebeurd zijn.”