about
Toon menu
Opinie

Klimaatakkoord Parijs: wat is eensgezindheid waard?

12 december 2016: geen taart met een kaarsje om de eerste verjaardag van het klimaatakkoord van Parijs te vieren. Ook weinig persaandacht te bespeuren. Trump blijft de show stelen. Voorstanders van het akkoord van Parijs stellen alles in het werk om de toekomstige president aan boord te houden (b.v. Open brief in Science van honderden USA-gerelateerde wetenschappers; Avaaz campagne, e.d.).
dinsdag 20 december 2016

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Deze stellingnames en campagnes ontrollen zich zonder zich de vraag te stellen wat dan wel de meerwaarde is voor het klimaat om Trump en zijn clan in de cockpit van het mondiale klimaatbeleid te laten zetelen.

Het verbaast niet dat Trump het Amerikaanse milieuagentschap (EPA) drastisch wil onthoofden en van koers doen veranderen. Het stel beruchte ontkenners van klimaatverandering dat al jaren rijkelijk gesteund wordt door de kolen, olie en gas belangen, is gekend: Scott Pruitt als nieuw EPA hoofd, ervaren in het blokkeren en vernietigen van een degelijk milieubeleid; Myron Ebell krijgt de leiding van de ‘transitie’ van EPA naar een klimaatontkennende instelling met de hulp van David Schnare.

Dit is hoe Trump ‘het moeras zuivert door de krokodillen te voeden’ (zoals www.stopcorporateabuse.org het plastisch omschrijft). Deze clan heeft in de USA binnenkort de handen vrij om het milieu- en klimaatbeleid te bepalen.

Trump zal niet zomaar het akkoord van Parijs opzeggen of de UNFCCC verlaten. Waarom zou hij trouwens? Hij zit niet verlegen om een van zijn geuite kiesbeloftes te vergeten. Zijn clan weet dat ieder land een ‘eigen invulling’ kan geven aan het klimaatakkoord, en dat er nog landen (waaronder Europese lidstaten) een Trumpiaanse aanpak genegen zijn.

Klimaatontkenners

Als Trump op klimaatvlak internationale ambities koestert, zal hij de kans niet nalaen om in UNFCCC middens het virus van de ontkenning en minimalisering van klimaatverandering te verspreiden.

Hebben de “USA blijf” campagnevoerders goed overwogen in welke mate hun ‘smeekacties’ Trump’s positie versterken, en welke gevolgen de aanwezigheid van de Trump clan kan hebben voor het nog vorm te geven internationaal klimaatbeleid?

Gezien Trump’s aankondigingen over zijn binnenlands klimaatbeleid, zou het UNFCCC secretariaat niet beter onderzoeken hoe ze van Trump en zijn clan af kunnen raken? Het is beter om eerder samen te werken met de COW staten (Californië, Oregon en Washington) om de klimaatzaak te bevorderen.

In het meest waarschijnlijke scenario zal Trump het klimaatakkoord of UNFCCC niet verlaten. Door te blijven kan hij zich de ‘redder van het klimaatakkoord’ noemen omdat hij het enige resultaat van het akkoord vrijwaart: de ‘eensgezindheid’ van alle COP partijen.

Maar is dit een diplomatiek succes moest “Trump een bocht hebben genomen”? Misschien geloven de “USA blijf” campagnevoerders dat Trump zou opschuiven naar, of zich bekeren tot, het kamp van de klimaatverdedigers. Dit getuigt van gevaarlijke naïviteit. Ligt de waarheid niet dichter bij: als zelfs Trump het akkoord onderschrijft, toont dit aan hoe vaag en inhoudelijk leeg het akkoord is. Nog erger: het akkoord biedt ruimte om alle kanten op te gaan, en Trump heeft al getoond welke kant dit zal worden voor de USA. 

Minimale voorwaarden

De algemene aanvaarding van het akkoord van Parijs is het enige argument van de verdedigers ervan, zonder te kijken naar de kwaliteit van de eensgezindheid, met welke middelen ze is bereikt, hoe robuust ze is, en wat ze feitelijk bijdraagt aan de vooruitgang van het klimaatbeleid.

De eensgezindheid is uiterst broos, en is gekocht door de partijen te paaien. Dit heeft het akkoord vervlakt tot een ijsbaan zonder houvast (b.v., woorden als fossiele brandstof, kolen, aardolie zijn gecensureerd). De aandacht voor de essentie wordt afgeleid met opsomming van edele zaken waar niemand tegen kan zijn (b.v., klimaatverandering is omschreven als “een gemeenschappelijke bezorgdheid” naast een dozijn andere bezorgdheden). De prijs voor de eensgezindheid in Parijs is hoog: er zijn geen verplichting om bepaalde meetbare doelstellingen te halen; algemene beloftes over vrijwillige inspanningen voor de verdere toekomst volstaan.

De blijvende goedgelovigheid in het vergulde kalf van dit soort eensgezindheid beklonken op 12 december 2015 in Parijs is merkwaardig. Een gesprek over het akkoord van Parijs verloopt bijna steeds als volgt:

A.V. (Aviel Verbruggen): “Het akkoord van Parijs is geen stap vooruit in het internationaal klimaatbeleid.”

G.P. (Gesprekspartner): “Hoezo, wat zeg jij nu? Dat is toch een goed akkoord.”

A.V.: “Waarom vind je dat een goed akkoord?”

G.P.: “Iedereen zegt dat het een goed akkoord is: de pers, wie in de pers erover aan het woord komt, de Europese ambtenaren; ook de milieubewegingen verdedigen het.”

A.V.: “Heb je zelf het akkoord gelezen?”

G.P.: “Ha nee, waarom zou ik, dit is niet mijn specialiteit.”

A.V.: “Het is nodig het akkoord zelf te lezen, want iedereen vindt het nu goed omdat anderen het goed vinden. Een lawine van goedvinden door een gebricoleerde sneeuwbal, gefabriceerd in Parijs, december 2015.”

G.P.: “Jij bent dan de enige die niet in die lawine zit?”

A.V.: “Wie het akkoord leest, voelt zich hard bedrogen door de media en de opgeklopte sfeer van ‘we zijn goed bezig’. De oorzaak van het klimaatprobleem is het mondiale gebruik van steenkool, aardolie en aardgas, maar zelfs deze drie woorden zijn niet vernoemd in het akkoord.”

G.P.: “Dat kan toch niet … Wat staat er dan wel in?”

A.V.: “De teksten zijn gemaakt door en voor doorwinterde vergadertijgers, die uit het omfloerste taalgebruik hun voordeel halen. Maar de hoofdtoon is: ‘beloofde inspanningen, vrijwillige bijdragen, vrije keuze van wie, wat, hoe, met wie, zal doen’. Geen aangename lectuur. Nog geen begin gemaakt om het commons probleem duidelijk te stellen, laat staan het aan te pakken. ”

G.P.: “Ja, en wat moet ik daar dan mee? Heeft het zin dat ik dat dan probeer te lezen?”

A.V.: “OK, maar laat ons dan een vergelijking maken. Iedere gemeenschap (dorp, stad, land) heeft nood aan veiligheid (dus: politie, rechtspraak, e.d.), aan scholing (dus: scholen, onderwijzend personeel), aan een leefbare omgeving (dus: …), enz.

Al die dingen zijn echt noodzakelijk voor een leefbare gemeenschap, en mits enkele nuances zijn de inwoners het eens over deze noodzaak. Groot warm gevoel over dit akkoord (Rio 1992). Dan komt de vraag: hoe gaan we dit nu organiseren en betalen?

Antwoord na 23 jaar plantrekkerij van de burgerij en falen van de internationale en nationale politiek en ambtenarijen: we gaan weer allemaal akkoord over de grote noodzaak, nu meer dan in 1992 want de chaos neemt toe, en over de organisatie en betaling maken we beloftes zonder afdwingbare bijdragen (Parijs 2015).

Met andere woorden: we vragen aan de huishoudens en bedrijven hun enveloppe met vrijwillige bijdrage te deponeren in het gemeentehuis, en we rekenen erop genoeg te hebben om veiligheid, opleiding, leefbaarheid, gezondheidszorg, enz. te kunnen betalen. Hoe groot schat je het tekort?”

G.P.: “Stop, stop, … dat werkt zo niet.”

A.V.: “Inderdaad, zo werkt dat niet, en dit is een telkens herhaalde les sinds mensen zijn gaan samenwonen in gemeenschap. Maar voor klimaatverandering, onze grootste uitdaging, wordt alle ervaring en wijsheid op dit gebied over boord gegooid.”

Waardeloze eensgezindheid

Eensgezindheid in de huidige fase van het internationaal klimaatbeleid is op zich waardeloos, meer nog: ze is contraproductief. Het noodzakelijke alternatief van eensgezindheid is namelijk dat de twintig landen die het meest verantwoordelijk zijn voor de klimaatverandering samen hun verantwoordelijkheid opnemen. 

Het gaat over rijke industriële landen en industrialiserende landen die 80% van de koolstofdioxide uitstoten en over de middelen (technologie, kapitaal, organisatie, menskracht, …) beschikken om de energietransitie snel op gang te trekken (zie als voorbeelden Duitsland, China). Zij moeten de speerpunt vormen waar de transitie nood aan heeft. Een sterk akkoord tussen twintig landen is waardevol.

De cruciale onderdelen van het commons zelfbeheer (Elinor Ostrom) zijn onmisbaar om een effectief akkoord tot stand te brengen. De onderdelen behoren tot drie samenhangende stappen:

1) duidelijke, transparante regels (bijdrage, samenwerking, rapportering, e.d.);

2) geloofwaardig engagement van iedere partij (toezeggingen, verplichtingen); 3) wederzijds toezicht door de partijen (gebaseerd op betrouwbare en toegankelijke gegevens en informatie; jaarlijkse bespreking, controle en bijstelling van de engagementen).

Deze onderdelen ontbreken in het akkoord van Parijs. Feitelijk is Parijs (2015) een herhaling van de hoogmis van Rio (1992), en een stap terug tegenover het leesbare, inhoudelijke akkoord van Kopenhagen (2009) tussen de belangrijkste politieke leiders van de wereld zonder de EU.

Sinds Rio en vandaag zijn 24 kostbare jaren verloren om de klimaatverandering af te remmen en de energietransitie op te starten. Door de leegte en vaagheid van het klimaatakkoord tikken de verloren jaren verder aan. Ieder verloren jaar vergroot de ernst en onomkeerbaarheid van de klimaatverandering. Hoe benoem je dergelijk gebrek aan verantwoordelijkheid?

Het klimaatakkoord versterkt ook de kanker van het aankondigingsbeleid en uitstelgedrag. Het is al jaren merkbaar hoe politieke overheden hun directe verantwoordelijkheid in milieu en klimaatbeleid ontwijken door ronkende aankondigingen over hoe het er in 2023, 2030, 2050 … zou moeten aan toe gaan.

Tegen het moment van de afrekening hebben anderen het roer overgenomen die zich dan vrij praten door te wijzen naar falende voorgangers en met nieuwe ronkende aankondigingen voor binnen vijf, tien, twintig … jaar. 

In Parijs hebben de politieke overheden nog een stap verder gezet: ze gaven forfait voor de uitwerking van internationaal klimaatbeleid. Iedere natiestaat kan zelf kiezen hoe ernstig ze de klimaatverandering nemen, en welke acties ze eventueel zullen ondernemen. 

De regeringen van de rijke landen zijn druk bezig om de Noord-Zuid geldstromen te voorzien van een klimaatticket, want jaarlijks 100 miljard dollar nieuw klimaatgeld ophoesten is toch te veel gevraagd. 

Op het internationale niveau kijken ze richting multi- en transnationale ondernemingen om nieuwe initiatieven te ontwikkelen. Een aantal ondernemingen zijn zich bewust van het klimaatprobleem en hebben goede initiatieven gestart voor een omschakeling naar hernieuwbare energie.

Maar de hoofdrolspelers in het klimaatbeleid zijn de multi- en trans­nationale energie ondernemingen. Om hun machtspositie te behouden, willen ze vorm en tempo van de energietransitie bepalen. Maar hun grootschalige vorm is niet gericht op de globale duurzame ontwikkeling, maar verhindert deze; het tempo is in functie van hun financiële kalender en beantwoord niet aan de ernst van de snel om zich heen grijpende klimaatverandering.

Bovenstaande bevindingen over het internationale klimaatbeleid zijn confronterend, maar niet cynisch. Cynisch is te weten dat de +3°C een minimaal gevolg is van de gang van zaken met het akkoord van Parijs, en toch dit beleid verdedigen.