Steun jij DeWereldMorgen.be al?

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis voor iedereen.
Dat is enkel mogelijk door de steun van onze lezers.
Wij hebben jouw steun hard nodig!

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu
Interview

Onafhankelijk filmmaker Ira Sachs: “Trump? Een levende nachtmerrie!”

De verkiezing van Donald Trumps kwam als een mokerslag aan voor regisseur Ira Sachs. Toen 'Brooklyn Village', zijn fijn geborsteld portret van botsende generaties, begin september de Grote Prijs van het filmfestival van Deauville won leek de wereld nog mooi voor de onafhankelijke Amerikaanse filmmaker. Maar na de overwinning van Trump werd het “een levende nachtmerrie” die Sachs dwingt om zijn prioriteiten als activist te herschikken en zijn werk als filmregisseur te herbekijken. Een gesprek met de aangeslagen visuele stadsdichter van New York.
zaterdag 17 december 2016

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

We spraken Ira Sachs (°1965) een week na Donald Trumps overwinning tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Sachs verbleef in Stockholm waar de regisseur van 'indie' parels zoals Forty Shades of Blue, Married Life en Love is Strange zijn nieuwste, Brooklyn Village (oorspronkelijke titel: Little Men) tijdens een festival voorstelde. Met zijn hoofd zat hij echter in New York. Bij zijn collega filmmakers en activisten. Zelden een man zo aangeslagen geweten, zo bezorgd over de toekomst van zijn stad en zijn land.

Zelden een man ook zo voelen twijfelen over hoe een kunstenaar moet reageren op een gebeurtenis met dergelijke impact. “Hoe mijn films zullen evolueren in het licht van de recente gebeurtenissen weet ik niet,” verzucht Sachs, “er is enige bezinning nodig. Ik voel wel, meer dan voorheen, de nood om over actuele problemen te spreken.”

Een New Yorker van vlees en bloed

Ira Sachs is een filmmaker met een hart voor zijn stad en zijn filmpersonages. Als homo-activist en programmator van een New Yorkse filmclub is hij geïntegreerd in zijn gemeenschap (waar ook zijn vrienden filmmakers Todd Solondz en Kelly Reichardt deel van uitmaken) en als regisseur zorgt hij ervoor dat zijn New Yorkers met hun alledaagse problemen van filmpersonages transformeren in echte mensen van vlees en bloed. Zijn jongerensprookje Brooklyn Village focust op de vriendschap tussen twee adolescenten die in spreekstaking gaan wanneer hun ouders in een conflict verwikkeld raken.

Het coming-of-age drama heeft ook een politieke onderstroom. Brooklyn Village klaagt aan hoe de inwijkende middenklasse de huurprijzen van de wijk doet stijgen en zo armere bewoners weg drijft maar het is vooral ook, via korte emotionele impressies, het portret van jongeren en volwassenen verwikkeld in een universeel generatieconflict. “Ik stak veel jeugdherinneringen het leven van de jongeren,” zegt Sachs, “maar ook tijdloze zaken. Plus het gevoel van vrijheid dat ik vond in New York. Het is pijnlijk dat dit gevoel nu een knauw krijgt.”


Met zeven langspeelfilms en vijf kortfilms kreeg je reeds een retrospectieve in het New Yorkse MoMA. Behoorlijk straf.

Ira Sachs: “Weinig generatiegenoten zijn er in geslaagd een carrière op te bouwen als onafhankelijk filmmaker. De retrospectieve is een erkenning voor het feit dat het me wel gelukt is. Men waardeerde ook dat ik tracht persoonlijke, intieme films te maken en dat er een consistentie zit in hun toon en thema's.”

De titel van de retrospectieve 'Thank you for being honest' had die van je jongste film kunnen zijn.

“Dat was ook bijna zo. Al mijn films gaan over de vraag hoe we communiceren met anderen, hoe we falen in dat proces en wat de gevolgen daarvan zijn. Het dankwoord is ironisch omdat mensen zelden eerlijk zijn, er blijft altijd iets verborgen en dat legt de filmcamera bloot.

Mijn aandacht gaat naar performance, vooral een vertolking verbonden met mannelijkheid, en de vraag hoe Greg Kinnaers personage na de dood van zijn eigen vader de man én vader wordt die hij verondersteld wordt te zijn. Ik observeer graag veranderingen en het geweld dat er uit voortvloeit. Ditmaal tracht ik twee adolescenten en hun in een conflict verwikkelde families te begrijpen.”

Van Little Men naar Brooklyn Village

Verwijst de originele titel Little Men naar de kinderen of ook naar de volwassenen?

“Naar alle personages én naar Louisa May Alcotts 19de eeuwse roman 'Little Women'. Het menselijke element en de vorm van de roman biedt me de mogelijkheid om individuele ervaringen tegelijk objectief en subjectief te bekijken. Ik wou een film maken over de kindertijd vanuit het standpunt van zowel kinderen als volwassen. Wat me bezighoudt is de vraag hoe ze met elkaar omgaan over generaties heen.”

De releasetitel is Brooklyn Village.

“De film gaat over New York, de stad waar ik woon en die ik zeer goed ken. De wijk wordt echter niet op toeristische wijze voorgesteld, ik benadruk het universele karakter. De problemen waarmee de bewoners worstelen verschillen niet van die waar je in Gent, London of Parijs wordt mee geconfronteerd.

Ik woon nu in Manhattan maar ik heb lang in Brooklyn geleefd en als insider zou ik de titel niet gekozen hebben maar ik merk dat voor wie het van buitenaf bekijkt het wel een aansprekende titel is.”

Het probleem van gentrificatie is ook universeel.

“En met de desastreuze verkiezing van Donald Trump is het weer actueel. Er wordt veel gesproken over 'pocket-book issues'; over hoe ons leven bepaald wordt door financiële overwegingen. We trachten immers vooral te overleven, onze kinderen eten en onderdak te bieden. Velen worden protectionistisch als reactie op hun angsten en onzekerheden.

Trumps overwinning is a living nightmare. Een verschrikking voor mij, mijn kinderen, mijn land én de wereld. Hij is niet mijn president! Trump gaf een stem aan woedegevoelens en stimuleert onverdraagzaamheid. In mijn gemeenschap komt het verzet op gang, we willen ons laten horen. De eerste bijeenkomsten hebben al plaatsgevonden, er is heel veel protest. We zullen er voor moeten zorgen dat onze stem gehoord wordt.”

Morele verhalen vertellen

Bekijk je de films die je al maakte al anders en zal het een invloed hebben op de films die je nog gaat maken?

“Mijn films gaan altijd over morele oordelen. Brooklyn Village is heel empathisch voor beide zijden van een moreel conflict. Het publiek identificeert zich met beide kanten. Ik ben altijd geïnteresseerd in het begrijpen van het slechtste gedrag van mensen. Er is empathie maar ook woede.

Ik volg de stelling van de Franse cineast Jean Renoir dat iedereen zijn redenen heeft maar ik heb ook oog voor de clash van opinies en belangen. Zo ruziet Leonor met Brian over de huur terwijl meer algemeen de exuberante wereld van de kinderen botst met het gesloten universum van volwassenen.

Maar ik heb ook oog voor de overeenkomsten: de protagonisten komen uit verschillende sociale klassen maar ze hebben veel gemeen. Ook daarom wou ik geen conflict tussen slachtoffers en slechteriken. Hoe mijn films zullen evolueren in het licht van de recente gebeurtenissen weet ik niet, er is enige bezinning nodig. Ik voel wel de nood om over actuele problemen te spreken, meer dan voorheen.”

Je films Forty Shades of Blue (2005), Married Life (2007) en Keep the Lights On (2012) handelden over de destructieve kracht van liefde.

“Ze gaan over relaties, over intimiteit en de moeilijkheid om liefde te beleven. In Love is Strange (2014) en Brooklyn Village is de centrale relatie sterk en komt de uitdaging van buitenaf, van respectievelijk de ouders en de kerk. Het koppel moet vechten tegen die krachten.

Deze evolutie vloeit voort uit het feit dat ik me minder getormenteerd voel dan bij mijn debuut The Delta (1996). Daardoor plooi ik me minder terug op mezelf en dat vertaalt zich in films over de relatie tussen individuen en hun gemeenschap. Ik ben vijftig, heb twee kinderen van 4 en ouders die zeventigers zijn; mijn aandacht gaat naar de interactie tussen generaties.”

Tussen Ozu en Cassavetes

Dat brengt ons bij de invloed van de Japanse cineast Yasujirô Ozu.

“Samen met scenarist Mauricio Zacharias zag ik I Was Born, But... (1932) en Good Morning (1959) en die Ozu-films gaven ons het idee van kinderen die in staking gaan tegen volwassenen. Ozu bewijst dat je 30 films over het thema 'thuis' kunt maken die gelijkend maar toch anders zijn omdat elke crisissituatie persoonlijk is.”

Een andere invloed is John Cassavetes.

“In het begin van mijn carrière was ik geobsedeerd door Cassavetes, daarna evolueerde ik naar eerst Ken Loach en dan Maurice Pialat. Ik sta momenteel dichter bij de rauwheid en de strijd van mensen tegen een brutale wereld die je bij Pialat vindt, maar de vrijheid die in het werk van Cassavetes zit blijft een streefdoel.

Plus het introduceren van persoonlijke elementen zoals de herinnering aan mijn vriendschap met een Afro-Amerikaanse jongen toen ik opgroeide in Memphis en de daarmee verbonden gevoelens van vreugde en onschuld. Er ontstaat dynamiek tussen de beweeglijkheid van de emoties die ik van Cassavetes overneem en de observerende houding die Ozu me bijbracht.

Brooklyn Village heeft een open einde.

“Zoals al mijn films. Mijn opzet is dat ze beginnen te leven in de verbeelding van de kijker en dat die zelf de toekomst van de personages vanuit zijn eigen standpunt invult. Brooklyn Village geeft aan dat vriendschappen evolueren met de leeftijd.

Wanneer je jong bent overbrug je de verschillen tussen klassen en rassen vlot, als volwassene ervaar je verschillen sterker en ga je in je eigen getto leven. De film gaat over de shift van de organische vloeibaarheid van jeugdige vriendschap tot meer gestructureerde en gecontroleerde volwassen relaties.”

Met de leeftijd neemt ook de angst toe, wat speelde bij zowel de brexit als de verkiezing van Trump waar ouderen anders stemden dan jongeren.

“In de VS was het nog erger: de heel jonge generatie ging niet stemmen, wat rampzalig is. Ze stemden niet omdat ze dachten dat het er niet toe deed, terwijl het er juist heel erg toe doet. Hopelijk kunnen we nu de volgende generatie wakker schudden.”

Portret van een artiest

Je sluit af met de ontplooiing van een introverte artiest.

Brooklyn Village is het portret van een artiest, twee artiesten eigenlijk. Ik zie een parallel met het echte leven. Theo Taplitz (Jake) heeft vier films gemaakt na de opnamen, Michael Barbieri slaagde waarin zijn personage Tony faalde, toegelaten worden tot de LaGuardia Higschool for Performing Arts. Hij werd ook gecast voor de nieuwe Spiderman: Homecoming. Ze hebben dus beiden een artistieke toekomst.”

Waarom koos je hen tijdens de casting?

“Omdat ze meteen een indruk nalieten. Ze bleven in je hoofd zitten en bevonden zich net op dat scharniermoment tussen adolescent en volwassene; jongeren die tegelijk verstandig en nog niet gevormd zijn.

De film bouwt op in de richting van het moment waarop kinderen beseffen dat er een verleden is. Als kind weet je lang niet dat er een verleden bestaat. Door het stormachtige gebeuren kunnen ze hoofdstuk afsluiten en achter zich laten. Dat gaat gepaard met gevoelens van verlies. Dergelijke gevoelens, zo'n besef maakt deel uit van opgroeien.”

Liet je de acteurs improviseren?

“Ja en nee. Alleen bij de scènes in de acteerschool, het rondhangen in de metro en het park; daar werd er geïmproviseerd, de rest bleef vrij dicht bij het scenario. Om de zaken fris te houden liet ik wel niet repeteren, alles gebeurt tijdens de opnamen.”

Vrijheid en onafhankelijke cinema

Verloopt opgroeien in New York anders dan elders?

“Ik groeide op in Memphis en steek veel herinneringen van toen in het leven van deze jongeren. Er zijn universele dingen die zowel bij Shakespeare als bij Cassavetes aanwezig zijn. Ik probeer specifiek te zijn en dingen te injecteren die verbonden zijn met de tijd en de plaats maar tegelijk zijn er ook dingen die universeel en tijdloos zijn. Hun vriendschap herinnert me aan vriendschappen uit mijn jeugd. Er is een vrijheid en die vrijheid vond ik in New York. Vooral Tony is heel erg een New York kid.”

Hoe gezond is de Amerikaanse onafhankelijke cinema?

“Het is moeilijk om een lange carrière op te bouwen. Velen zijn in staat een of twee films te maken maar er 8 of 10 maken en een onafhankelijke stem bewaren is niet evident. Voor mij is het nu minder moeilijk dan vijf jaar geleden omdat ik erkenning kreeg voor enkele films maar ik werk nog steeds buiten het systeem. Mijn werk wordt gefinancierd door groepen individuen, niet door traditionele filmbedrijven.”

Heb je zin om films te maken van een grotere schaal?

“Ik heb het geluk dat ik de films kan maken die ik maak en het zijn de films die ik wil maken. Ik heb geen zin om iets grootser te doen. Ik werk nu aan een film voor HBO, een ander soort film maar toch een die heel persoonlijk is voor mij. Het is een film over de acteur Montgommery Clift, Christodora.

Het leven na Donald Trump

Weet je al waar je naar toe wil na je New Yorkse trilogie Keep the Lights On, Love is Strange en Brooklyn Village?

“Om eerlijk te zijn, alles veranderde op dinsdag 8 november. I threw everything up in the air en zal zien wat volgende maand en volgend jaar brengt. Ik ben aangeslagen moet ik toegeven. Het zijn stormachtige, donkere tijden en dat kan een weerslag hebben op mijn films omdat ze zo persoonlijk zijn. Ik moet weten waar ik sta voor ik er films kan over maken. Dat weet ik nu niet.”

Het positieve is dat het verleden bewees dat de beste Amerikaanse films in moeilijke tijden gemaakt worden. Misschien kan het creatief uitdagend en louterend werken.

“Dat is goed om te horen en je hebt waarschijnlijk gelijk. Daarnaast ben ik ook blij dat ik in New York leef waar abortus niet illegaal zal worden. Een citaat van schrijfster George Sand vat mijn gevoelens samen “in boosaardige tijden waar mensen elkaar kleineren is het de missie van de artiest om vriendelijkheid, vertrouwen en vriendschap te introduceren en op die manier geharde en wanhopige mensen er aan te herinneren dat zuiverheid, tederheid en gelijkheid nog (kunnen) bestaan”.

 

Gent-Stockholm, 14 november 2016

i.s.m. Filmmagie


BROOKLYN VILLAGE/LITTLE MEN: Ira Sachs, USA 2016, 85'; met Theo Taplitz (Jake Jardine), Michael Barbieri (Toy Calvelli), Greg Kinnear (Bran Jardine), Paulina Garcia (Leonor Calvelli), Jennifer Ehle (Kathy Jardine); scenario Ira Sachs & Mauricio Zacharias; fotografie Oscar Duran; muziek Dickson Hinchliffe; distributie September Film, release 21 december 2016.

Voor filmbespreking zie: www.filmmagie.be

 

 



 



 

reageer

Er zijn nog geen reacties op dit artikel.